Geschreven door: | Erik Boeve (4 vmbo) |
Datum ingestuurd: | 17 januari 2006 |
Taal: |  |
Woorden: | 1.200 |
Bekeken: | 6633 keer (60 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Hoofdvraag:
Wat wordt verstaan onder de collectieve sector?
Onder de collectieve sector kun je ook wel zeggen de overheid. Zij hebben het meeste gezag in de maatschappij. De overheid bestaat ook nog weer uit: De Rijksoverheid, de provincies en de gemeenten. Maar ook nog meer dan 1600 andere organisaties en instanties horen bij de overheid. En daar horen dan weer de 13 ministeries, de 12 provincies en de 458 gemeenten bij. Binnen de overheid maken we onderscheid tussen dingen die wel en niet worden gekozen. Gemeenteraden, Waterschappen en de Tweede Kamer worden rechtstreeks gekozen door de bevolking, maar burgemeesters, politiecommissarissen en ministeries niet. Iedereen heeft een eigen verantwoordelijkheid in de overheid zelf. Eigenlijk is de overheid op de volgende functies ingedeeld:
- De Rijksoverheid(Regering, Ministeries, Eerste en Tweede Kamer): De Rijksoverheid is te vinden in en rond Den Haag. Rond het Haagse Binnenhof is de centrale politiek van Nederland. Aan beide kanten staan ook de gebouwen van de Eerste en Tweede kamer. Midden op het plein staat de Ridderzaal waar de Koningin elk jaar op Prinsjesdag de troonrede voorleest.
- Het Parlement: De Eerste en Tweede Kamer vormen samen het Parlement en de Volksvertegenwoordiging. In de Tweede Kamer is vooral de politiek meer aan de gang dan in de Eerste Kamer. Daar ontstaan regeringcoalities en vallen ook ze weer uiteen. Ook worden ministers ter verantwoording geroepen voor hun daden. Een minister of kabinet kan niet blijven zonder het vertrouwen van de Tweede Kamer. Om de regering te kunnen controleren op wat zij doen heeft de Tweede Kamer rechten. Een belangrijk recht van de Tweede Kamer is het recht van begroting. Dat is om mogelijk de begrotingen goed of af te keuren en om ze te wijzigen. Dat recht word ook wel het amendement recht genoemd. Een minister die grote bezwaren heeft tegen het recht van amendement kan tot aftreding worden geleiden en/of de minister mag niet meer mee doen met dat wets onderwerp. Een tweede recht van de Kamer is de motie. In een motie spreekt de Kamer een mening of vraagt een minister of het hele kabinet te doen of na te laten. Dit recht is minder zwaar dan het amendement. Ook door ander dingen zoals: spoeddebat, vragenuurtje, zo kan de Tweede Kamer of allerlei manieren kijken of de Regering z’n werk goed doet. De Eerste Kamer heeft veel minder rechten dan de Tweede Kamer. Zij bespreken alles met de Tweede Kamer maar de Tweede Kamer neemt uiteindelijk de besluiten. Ook komt de Eerste Kamer veel minder vaak bijeen om wetsbepalingen te bespreken.
- Ministeries: De Regering heeft zestien ministeries, die zich allemaal met bepaalde dingen bezighouden. Belangrijke beslissing worden allemaal voorgelegd door elke minister in de dagelijkse ministerraad. Daarbij moet de minster-president de orde bewaren. Veel ministeries worden ondersteund door een staatssecretaris die ook een bepaald deel voor z’n rekening neemt. Een staatssecretaris is een soort onderminister maar hij maakt geen deel uit van de ministerraad. Er zijn momenteel ministers voor de volgende afdelingen:
• Algemene Zaken (de minister-president)
• Bestuurlijke vernieuwing en Koninkrijksrelaties
• Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
• Buitenlandse Zaken
• Defensie
• Economische Zaken
• Financiën
• Justitie
• Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
• Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
• Sociale Zaken en Werkgelegenheid
• Verkeer en Waterstaat
• Vreemdelingenzaken en Integratie
• Volksgezondheid, Welzijn en Sport
• Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
De ministeries voor Vreemdelingen zaken en Integratie, Bestuurlijke vernieuwingen en Koninkrijkrelaties en Ontwikkelingssamenwerking hebben geen eigen ministerie. Er zijn dus dertien ministeries. Die ministeries worden ook wel departementen genoemd.
- Hoge colleges van staat: Naast de regering en het parlement zijn er ook de Hoge colleges van staat. Zij hebben ook weer een zelfstandige positie. De Raad van State is de belangrijkste adviseur van de regering. Zij brengen onder andere advies uit over wetsvoorstellen. Een aparte afdeling in de Raad van State behandeld het hoger beroep. De Algemene Rekenkamer houd toezicht op de uitgaven van de overheid en controleren ze. De Algemene Rekenkamer brengt verslag uit aan de Tweede Kamer. Als iemand te veel uitgeeft en ook onnodig dan kan dat kritiek opleveren van de Tweede Kamer. Burgers die klachten hebben over de overheid kunnen naar de Nationale Ombudsman toe. Hij gaat dan op onderzoek uit en maakt rapporten daar over. De overheid hoef niet perse gevolgen uit te spreken. Verder heeft de overheid nog meer adviseurs, zoals: de Gezondheidsraad, de Kiesraad en de Raad voor de Transportveiligheid. Het belangrijkste van de adviseurs is om de regering een goed beeld te geven met wat de gevolgen kunnen zijn van hun besluiten.
- De provincie: Nederland is verdeeld in 12 provincies. De provincie doet het werk wat voor de regering ‘te groot’ is en voor de gemeenten ‘te klein’. De provincie werkt nauw samen met de andere overheden, het bedrijfsleven, organisaties en instellingen. Het bestuur van de provincie richt zich op: ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer, economie, agrarische zaken, milieu, welzijn, cultuur, bestuurlijke organisatie, toezicht op de waterschappen, en op de financiën van de gemeenten. Voor de inkomsten van de provincie zijn ze voor een groot deel afhankelijk van de Rijksoverheid. Een deel van de inkomsten komt uit de Provinciefonds. Dat is een fonds waar de Rijksoverheid een deel van de belastingen instopt en verdeeld over de twaalf provincies. Hoeveel een provincie krijgt van het Rijk hang af van het aantal inwoners, van het oppervlak aan het land en het water en de regionale omstandigheden. Provincies kunnen ook zelf belastingen heffen.
- Gemeenten: de gemeente is de kleinste bestuurseenheid. In al die Nederlandse gemeente worden een aantal landelijk regels hetzelfde. Toch zijn er wel veel verschillen tussen de gemeenten omdat de burgers in een stad andere voorkeuren hebben dan burgers in een andere stad. Door deze voorkeuren van de burgers hebben de gemeente weer verschillend werk te doen. De gemeente bestaat uit ambtenaren, gemeenteraadsleden, wethouders en gemeenten. Ook de gemeente is voor het grootste deel van de inkomsten afhankelijk van het Rijk. Een deel van het geld dat de gemeente krijgt komt uit het gemeentefonds. Ook ontvangt de gemeente uitkeringen die voor bepaalde doelen moeten zijn. De gemeente mag ook zelf belastingen heffen zoals de onroerend-zaak belasting(voor woningen en bedrijven), toeristenbelasting, hondenbelasting en parkeergeld. De hoogte van die belastingen word door de gemeente vastgesteld. De gemeente is verantwoordelijk voor de woonruimte, leefomgeving, verkeer enz. zodat de burger goed en rustig kan leven.
- Waterschappen: Waterschappen zorgen voor de waterstand in een gebied. De waterschappen bestaan uit algemeen bestuur, dagelijks bestuur en een voorzitter. Het algemeen bestuur bestaat weer uit eigenaren van grond, pachters van grond, eigenaren van gebouwen, bedrijven en sinds kort alle bewoners. De verschillende categorieën in de gemeente hebben zeer verschillend werk. Het algemeen bestuur kiest de leden van het dagelijkse bestuur. De voorzitter word voor zes jaar benoemd door de regering. Het algemeen bestuur word gekozen voor vier jaar. Door de jaren heen heeft de waterschap er verschillende taken bij gekregen zoals het behoud van het milieu. Ook moet de waterschap er voor zorgen dat het water zuiver is en kwaliteit heeft. Ook kan de waterschap verantwoordelijk zijn voor de zeekering.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.