ff n studiebreak

Annemieke blikt terug op dat dagenlange surfen van vroeger. Tegenwoordig ben je binnen een half uur klaar.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

anoniem

Datum ingestuurd:

23 februari 2005

Taal:

Woorden:

1.200

Bekeken:

4745 keer (12 deze maand)

Waardering:

2.5/5 (28 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
OPDRACHTEN:
Categorie A
1 Herschrijf een fragment (ongeveer één bladzijde uit het boek) vanuit een ander vertelstandpunt. Verantwoord in 10 lijnen waarom je net dit standpunt kiest. Vertel er ook bij wat het originele vertelstandpunt was.
2 Herschrijf een fragment (ongeveer één bladzijde uit het boek) in een andere stijl. Vertel eerst in 10 lijnen wat de originele stijl was (beschrijvend, psychologisch, actiegericht, …). Motiveer dan in 10 lijnen waarom je precies die andere stijl hebt gekozen.
3 Je boek nodigt je uit tot het schrijven van een krantenartikel. Je kiest zelf een bepaalde rubriek. Zeg er ook bij welke rubriek je hebt gekozen en waarom (5 lijnen). Leg het verband tussen het boek en het artikel uit in 10 lijnen. Je krantenartikel omvat ongeveer 200 woorden. Je lay-out telt ook: stel het artikel dus op zoals het hoort! Je begint met een titel (en eventueel ondertitel). Dan schets je een korte inleiding met de belangrijkste informatie. Daarna leg je alles beter uit waarbij je erop let dat je eerst de meest essentiële informatie geeft. De voorlaatste paragraaf zou eigenlijk moeten kunnen wegvallen. Je laatste paragraaf omvat nog eens een kort besluit.

Categorie B
1 Je gaat op zoek in poëziebundels naar twee gedichten die erg goed passen bij je boek. Je verantwoordt telkens in 10 lijnen je keuze. Je legt dus het verband tussen je boek en het gedicht. Bovendien schrijf je nu zelf een gedicht dat in verband staat met het boek. Uiteraard geef je ook hier enige toelichting (10 lijnen).
2 Je gaat op zoek naar drie gedichten die verrassend goed passen bij de thematiek van je boek. Je geeft eerst kort het thema van het boek weer in 3 lijnen. Beschrijf voor elk gedicht in 15 lijnen in welke mate ze lijken op/verschillen met het boek. Je motiveert telkens in 5 lijnen de keuze van het gedicht.
3 Schrijf namens een jury die dit werk bekroont met een literaire prijs een juryverslag dat je als woordvoerder zou voorlezen bij de bekendmaking. Maak er expliciet een presentatie van met aandacht voor onder andere aanspreking, doelpubliek, afwisseling in stijl en inhoud, een zéér gegronde motivatie, … Je speech omvat ongeveer 250 woorden.

EIGENLIJK WERK
1. Inleiding

Dit boek was een boek met een titel die mij wel aansprak, ik had vroeger al boeken gelezen van Jules Verne, en wist dat ze meestal gingen over fantasiereizen.
Zo was er als voorbeeld het boek Reis naar het middelpunt van de aarde, alhoewel ik niet zeker ben over de titel. Van dit boek had ik ook het stripverhaal gelezen, en het smaakte naar meer.
Daarom was de keuze snel gemaakt toen ik dit boek van deze schrijver op de lijst zag staan. Na het lezen kwam ik niet bedrogen uit.

2. Opdrachten

2.1 Categorie A, opdracht 1

In de tijd dat de gebeurtenissen plaatsvonden kwam Professor Aronnax terug van een wetenschappelijke ontdekkingsreis naar de nieuwe gebieden van Nebraska in de Verenigde Staten. In zijn hoedanigheid van plaatsvervangend hoogleraar bij het Museum van Natuurlijke Historie in Parijs, had de Franse regering hem aan die expeditie laten deelnemen. Na zes maanden in Nebraska te hebben doorgebracht, en met kostbare verzamelingen in zijn bagage, bereikte hij eind Maart New York. De Professor zou de eerste dagen van mij naar Frankrijk vertrekken. Ondertussen hield hij zich dus onledig met het classificeren van zijn mineralogische, botanische en zoölogische rijkdommen, toen het incident met de Scotia plaatsgreep.
Hij was geheel op de hoogte van de kwestie die aan de orde van de dag was, en dat was logisch genoeg. De Professor had alle Amerikaanse en Europese kranten gelezen e herlezen, zonder een stap verder te komen. Dit raadsel boeide hem. Omdat hij niet in staat was een mening te formuleren, zweefde hij tussen de twee uitersten. Dat er iets was viel niet maar te ontkennen, en gelovigen hoefden maar het gapende gat van de Scotia te gaan bekijken.
Bij zijn aankomst in New York was de kwestie aan de orde van de dag. De hypothese van het drijvende eiland, de ongrijpbare zeebank, onderschreven door enkele minder competente geesten, was volstrekt afgedaan. Want als die zeebank geen machine had gehuisvest, hoe had hij zich dan met zo’n wonderbaarlijke snelheid kunnen verplaatsen?

2.2 Categorie B, opdracht 2

HEERSER

Hij schreed
en ruimte was hem soepel gekleed
aan ’t koele lijf

de gladde luchten spatten uit elkander
en rode sterren walmden àl hun wonder
in wankelende nacht.

hij schreed
en ruimte brak zijn metalen tred
en lucht verkromp voor zijn doorzengden zucht.

leven was enkele vlokken violette geur.

hij at
en aarde trok haar gillende spiralen
door schrompelenden nacht:
hij had geproefd.

hij stond
atoom en kosmos beide,
en heersend was in ertsen greep
over den werveldans der elementen
d’ ivoren glimlach van de stille knaap.

verantwoording:
Ik heb dit gedicht gekozen ten eerste voor de titel, die deed mij direct denken aan Kapitein Nemo van het boek.
Nemo was de heerser van zijn mannen, van Raad en Professor Aronnax, van zijn boot, van andere boten op de zee, van de zee. Hij was dus de heerser van de zee.
Vooral de laatste regel sprak mij daarom ook aan, telkens als hij kwam, stond al de rest met open mond te zien, hij heerste niet over de elementen, maar na het lezen van het boek zou je kunnen denken van wel.
De eerste regel zegt iets over ruimte die hem los gekleed is aan zijn koele lijf, Nemo was een zeer koel persoon, die zijn gevoelens niet veel liet zien.

WACHT

Zee, storm en duister

en eeuwigheden breken in de nacht;
mij worde dracht van firmamenten
zeer verzacht.

ik kan der vuren huiverende wacht
niet langer hoeden
ik ben gans ontkracht

geef mij uw schemering
geef mij uw grijzen wind

verantwoording:
Dit gedicht is vooral toepasselijk bij de Canadese walvisvaarder Ned Land, vanaf het moment dat hij op het schip van Kapitein Nemo kwam, had hij plannen om te ontsnappen. Toen hadden ze twee vijanden die hun dit konden belemmeren, de zee en de bemanning van de onderzeeboot.
Op de avond dat ze dan toch ontsnapt zijn, was het zeer donker, en de zee was vrij kalm, ze verdwenen snel in het donker van de nacht.
Pas dan begon hij (Ned Land) zijn krachten terug te krijgen die hij in gevangenschap had verloren.
Daarom zijn de twee laatste regels ook toepasselijk, voor de onstnapping hadden ze schemering nodig.

SMALLE BOOT
Er is niet veel gebleven
in die zee van dromen

Het ene heb je aangelegd
het ander is niet uitgekomen.

Soms een hand uit een golf
waarin je kon geloven,

een avondzon met twee ogen,
een lange maan alleen,

en traag de smalle boot
die je altijd hebt genomen.

verantwoording:
Volgens mij gaat dit gedicht over het kiezen van een pad, een weg in je leven. Vanaf het moment dat Nemo begon met zijn tocht, wist hij dat het moeilijk zou zijn om er ooit mee op te houden, omdat hij al meerdere boten had gekelderd.
Een droom begint altijd mooi, maar komt niet altijd even goed uit op het einde, zoals kapitein Nemo tijdens de reis een bemanningslid had verloren.
Volgens mij is de hand uit de golf een deel dat perfect uitkomt, een deel waarin je echt kan geloven.
Maar zoals gezegd, eens je het pad hebt genomen, moet je ermee doorgaan, daarom moet je weeral de smalle boot nemen die je altijd hebt genomen.

3. Bronvermelding

MARSMAN, H., Verzamelde gedichten, Querido B.V., Amsterdam, 1986, 188 pagina’s.

FLORIZONE, G., Verzamelde gedichten 1973-1986, Den Gulden Engel bvba, Wommelgem, 1986, 526 pagina’s.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.