Geschreven door: | Devilke (6 aso) [meer] |
Datum ingestuurd: | 13 mei 2005 |
Taal: |  |
Woorden: | 1.050 |
Bekeken: | 634 keer (41 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Badminton1. Wat is badminton?De sport is ontstaan in 1872 op het landgoed Badminton. Badminton, een racketspel, dat wordt gespeeld door twee of vier spelers. De bedoeling van het spel is om de shuttle op de grond te laten belanden, aan de andere zijde van het net, buiten bereik van de tegenstander. Het terrein heeft een lengte van 13,40 m en is verdeeld in twee helften door een net. De winnaar is diegene die het eerst 2 sets wint.
2. Enkele belangrijke spelregels1) Er wordt gespeeld tot één van beide zijden 2 gewonnen sets heeft, tenzij anders opgegeven. Het is toegestaan om één set tot 21 te spelen indien dit vooraf is vastgelegd.
2) Alleen de serverende zijde kan punten aan zijn score toevoegen.
3) In heren enkel, heren dubbel, dames dubbel en gemengd dubbel, is een set gewonnen wanneer één van beide zijden als eerst 15 punten behaalt (21 punten in een wedstrijd gaande over 1 set tot 21).
4) Bij het dames enkel is een set gewonnen wanneer één van beide zijden als eerst 11 punten scoort.
Opmerking:
a) Bij een stand van 14 beiden (10 beiden voor het dames enkel)(20 bij een spel tot 21 punten) heeft de speler of spelers die het eerst 14 behaalde (10) (20) de keuze om het spel "te verlengen" of "niet te verlengen
b) Deze keuze kan enkel worden gemaakt wanneer de score voor het eerst wordt bereikt, en moet worden genomen alvorens men verder gaat met serveren
De set wordt kan verlengd worden met 3 punten na gelijkstand.
5) De serveerder en ontvanger moeten diagonaal staan ten opzichte van elkaar, in de overeenstemmende vakken, zonder daarbij de lijnen te raken die deze zones afbakenen. Beide voeten van zowel de serveerder als de ontvanger moeten in contact staan met het terreinoppervlak op het moment dat de service wordt gegeven.
3. Opwarmen: Hoe en waarom.Velen onder de badmintonspelers vinden een opwarming voor een wedstrijd overbodig of beter, niet nodig. Veel sportfysiologen bewezen echter dat er voor elke sport een specifieke opwarming bestaat.
Bij badminton heeft deze verschillende doelen:
- om blessures van niet opgewarmde spieren te voorkomen.
- het opwarmen en rekken van spieren maken het lichaam als het ware 'wakker' zodat je top-fit op het veld verschijnt.
- de doorbloeding van de spieren wordt verbeterd zodat er betere prestaties kunnen worden geleverd.
- ten laatste en daarom niet de minste reden, zorgt de opwarming voor de mentale voorbereiding om een wedstrijd met volle concentratie te kunnen starten.
Een opwarming zoals hierboven beschreven bestaat uit 3 delen:
1) Loopoefeningen.
Deze lichte loopoefeningen dienen om het bloedbanen- en ademhalingsstelsel vanuit een rusttoestand op een arbeidsniveau te brengen.
2) Rekkingsoefeningen.
Die zijn nodig om de gewrichten en spieren soepel te maken. Zo worden blessures voorkomen. Als je rekkingsoefeningen doet begin je best onderaan en zo het lichaam naar boven tot aan de halsspier, dit om geen spiergroepen over te slaan.
3) Spurt- en reactie-oefeningen.
In dit deel van de opwarming kunnen reeds enkele slagoefeningen voorkomen. Omdat alle spieren zijn opgewarmd is het gevaar op blessure flink gekrompen.
Dan komt de wedstrijd die je nu zeer goed voorbereid kan beginnen!
4. Na de wedstrijdOok na de wedstrijd, en dit is zeker van toepassing bij diegenen die tornooien spelen, dient er opnieuw een afbouw gedaan te worden, de cooling down. Dit omdat het immers niet goed is voor een lichaam om plots te stoppen na een inspanning.
Tijdens de cooling down worden hoofdzakelijk rekkingsoefeningen gedaan. De voordelen van deze afbouw zijn ten eerste dat de spierspanning in het lichaam terug naar de normale spanning gebracht wordt zodat het lichaam tot rust kan komen. Ten tweede zorgt de stretching na een inspanning voor een betere afbraak van afvalstoffen in de spieren zodat de stijfheid na het sporten niet meer zal voorkomen.
5. Badmintoninstuif voor beginners1) Mikvormen
Bij mikken gaat het iedere keer om iets of iemand met een voorwerp te raken: steeds met racket en shuttle. Mikvormen vereisen zorgvuldigheid, precisie en concentratie. De vormen dienen zodanig gekozen te worden, dat er voor de deelnemers iedere keer de spanning ontstaat: raak ik ‘m of raak ik ‘m niet. Mogelijkheden om te variëren in moeilijkheidsgraad zijn: afstand (dichterbij - verder weg), hoogte (hoger - lager), richting (schuin - recht).
Mikvormen dienen niet op snelheid, maar zorgvuldig te worden uitgevoerd. De spanning zal bij de kinderen toenemen, indien tijdens bepaalde mikactiviteiten de shuttle ergens in, achter of onder verdwijnt.
2) Trefvormen
Bij trefvormen gaat het er, net als bij de mikvormen, om iets met de shuttle te raken. Het trefvlak is echter wat groter dan bij mikvormen, de bedoeling is het trefvlak wat harder te raken met een hardere slag.
Men kan vormen kiezen waarbij het treffen een geluid maakt.
3) Vormen van hooghouden/jongleren
Bij deze vormen gaat het erom de shuttle alleen of met meerderen met behulp van het racket op gang te houden en van de grond te houden. Elkaar zo makkelijk mogelijk aanspelen is bij deze leeftijdsgroep belangrijk (samenspelen) om zo hoog mogelijk series te kunnen slaan.
4) Vormen van afstand slaan
Bij deze vormen gaat het erom, met behulp van een racket, de shuttle zover mogelijk weg te slaan, over een bepaalde afstand (over op de vloer getrokken lijnen) of in de lucht. De wijze van slaan kan worden vrijgelaten of worden vastgesteld (onderhands of bovenhands). Het slaan kan plaatsvinden vanuit verschillende uitgangsposities: staand, zittend, vanaf een
verhoogd vlak, lopen of stilstaand. Het opgooien kan door de deelnemer zelf of door een begeleider gebeuren.
5) Vormen van tempo slaan
Bij de vormen van tempo slaan gaat het om in een bepaalde tijd zoveel mogelijk shuttles weg te slaan, voorbij een bepaalde lijn. De shuttles die weggeslagen moeten worden kunnen in een bepaalde ton of mand liggen. De deelnemer pakt elke keer zelf een shuttle eruit. Ook kunnen de shuttles door de begeleider opgeworpen worden, vanuit verschillende posities. Het aantal shuttles dat weggeslagen wordt, telt.
6) Vormen van slaan met andersoortig racketachtig materiaal
Met deze materialen is het mogelijk vormen (activiteiten) te ontwerpen, die passen binnen de hierboven genoemde gebieden. Zie hiervoor catalogus van More didakt.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.