Geschreven door: | Niels (2 vwo) [meer] |
Datum ingestuurd: | 25 juni 2005 |
Taal: |  |
Woorden: | 1.100 |
Bekeken: | 6754 keer (6 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Boogschieten is een sport waarbij pijlen worden weggeschoten met behulp van een boog. Vroeger was de boog een jacht- en oorlogswapen, maar tegenwoordig is boogschieten vooral een concentratiesport, hoewel er in de V.S. ook nog wel met de boog gejaagd wordt. Er zijn handbogen en kruisbogen hieronder zie je het verschil met elkaar. De rest van de tekst gaat over het handboogschieten.
kruisboog versus handboog
Kruisbogen waren vanouds krachtiger en nauwkeuriger dan handbogen, ze konden een pijl door een harnas heen schieten. Omdat de schutter de boog niet zelf onder spanning hoeft te houden bij het mikken kan dit ontspannener gebeuren. Het spannen is echter moeizamer door de grotere daarvoor vereiste kracht. Dit leidt weer tot een geringer aantal schoten per minuut dan bij de handboog. De kruisboog is daarom meer een verdedigings- dan een aanvalswapen, de schutter heeft wat dekking nodig voor het herladen. De spankracht is de kracht waarmee men de pees (het elastiek) naar achter moet trekken als de boog tot de schietspanning wordt gerekt. Aangezien deze bij een kruisboog veel groter kan zijn dan de schutter kan opbrengen hebben zulke kruisbogen meestal een hulpmiddel om ze te spannen, dat gebruik kan maken van een hefboomeffect, een katrol of tandradmechanisme. Het is deze grote spankracht van de kruisboog die hem zo'n formidabel wapen maakt in de strijd.
De handbogen
je hebt verschillende soorten handbogen ik ga er nu een aantal opnoemen:
* Longbow - een vrij lange, grote boog zonder vizier en andere extra's
* Recurveboog - een "gewone" boog, waarbij de uiteinden van de werparmen in ongespannen toestand naar voren krullen, met in ieder geval een vizier en soms nog extra gewichten voor balans.
* Compoundboog - een high-tech boog met katrollen zodat de pees; het elastiek bij geringere booglengte toch ver kan worden uitgerekt; soms is de constructie zodanig dat er tijdens het uitrekken een krachtmaximum gepasseerd wordt, waardoor de kracht, nodig bij het mikken, kleiner is dan die waarmee de pijl wordt weggeschoten.
De laatste twee typen bestaan meestal uit een stijf, licht middenstuk waarop de flexibele booglatten (werparmen) worden gemonteerd. Op het middenstuk kunnen naast de handgreep eventueel accesssoires als een vizier en stabilisators worden geplaatst, ook afhankelijk van de te schieten discipline.
Schiettechniek
Meestal wordt de boog vastgehouden met de hand tegenovergesteld aan het dominante oog. Mensen met een rechts dominant oog houden hun boog in hun linkerhand. Ik ga er nu van uit dat het rechtse oog dominant is. Met de rechterhand trekken zij de pees naar zich toe, en plaatsen de vingers op het gezicht (ankeren). Waar op het gezicht is afhankelijk van de precisie waarin wordt geschoten. Je moet steeds een andere positie innemen en op een ander doelwit schieten. Over het algemeen draagt de schutter bescherming op de linkerarm, zodat de pees niet tegen de onderarm aanknalt. Ook heb je bescherming voor je vingers van je rechterhand; een vingertab. Dit is nodig voor bescherming, maar ook zodat je de bovenkant makkelijk tegen je gezicht aan kan zetten. Compoundschutters dragen geen tab maar een trekker, een haakje waarmee ze de pees pakken en dat door een knopje kan worden gelost. Dit spaart de vingertoppen.
Het is belangrijk goed te staan voor het schieten. Je moet zorgen dat je stevig staat, en dwars (met de linkerschouder richting het doel) op de pijlrichting. Houd de boog parallel met de grond en plaats de pijl met de nok (inkeping op de achterkant) op de pees. De afwijkende kleur van de veren/fluiten moet naar buiten staan. Trek de pijl naar achteren met 3 vingers. De pijl zou recht naar beneden gericht zijn als je de pees aantrekt.
Trek dan de boog omhoog en richt op het doel. Je hand zou tegen je gezicht aan moeten zitten. De arm waarin je de boog vasthoudt zou recht moeten zijn. Je arm zou zo gedraaid moeten zijn dat de pees na loslaten niet de binnenkant van je arm raakt. Als je het geel (het midden van het doel of blazoen) door je vizier of gewoon ziet, laat je de pijl los.
Geschiedenis van het boogschieten
Prehistorie
Archeologen vermoeden dat zo'n 15.000 jaar geleden de eerste pijl uit een boog wegvloog, maar de oudste bewijzen zijn tussen de 8.000 en 9.000 jaar oud. De boog werd waarschijnlijk eerst voor jagen gebruikt en later als een wapen. In de prehistorie werd boogschieten op elk continent gebruikt (behalve Australië).
Klassieke beschavingen
De oude Grieken, Romeinen en de Chinezen hadden al enorm veel schutters in hun legers. Pijlen waren zeer handig tegenover grote menigten en het gebruik van schutters kon al snel leiden tot een overwinning. Apollo, Odysseus, en andere goden en mythologische figuren worden vaak afgebeeld met een boog.
Middeleeuwen
In de Middeleeuwen in Europa steeg de waarde van boogschieten op het slagveld snel. De Mongolen, die korte recurve-bogen van composietmaterialen (hoorn en hout) gebruikten, perfectioneerden het boogschieten vanaf de rug van het paard en gebruiken dit om de Aziatische steppes en Oost-Europa te domineren. Ze vuurden terwijl ze het doelwit naderden, draaiden zich om in het zadel en vuurden nog een keer terwijl ze wegreden.
Ten tijde van de Honderdjarige Oorlog hadden de Engelsen het boogschieten te voet geperfectioneerd. Ze gebruikten een longbow. Schutters werden vanaf de kinderleeftijd al getraind.
De kruisboog werd erg populair tijdens de Middeleeuwen. Het duurde decennia om een longbowschutter te trainen, terwijl met een kruisboog je het veel sneller onder de knie hebt. De kruisboog was krachtiger maar zwaarder dan de meeste longbows. Het grootste nadeel was het feit dat het vrij lang duurde om de boog te herladen.
De introductie van vuurwapens zorgde ervoor dat de boog op het slagveld steeds minder nut kreeg. Een geweer kon zo door een schild heen gaan en vergde weinig training.
Uitrusting
Vroeger hadden de meeste schutters niet meer dan een verstevigd jack en een helm als bescherming, anderen hadden maliënkolders of andere stukken meegenomen van het slagveld. Ze hadden ook onderarmbescherming, van hetzelfde type als nu ook nog gebruikt wordt.
Een schutter heeft natuurlijk een longbow, een paar pijlen en een paar extra pezen. Als de slag voorbij was, werden de pijlen opgezocht. Meestal had de schutter ook nog een klein wapen als een dolk bij zich.
5 Belangrijke bewegingen bij Boogschieten
1. Ga op de lijn staan met je voeten haaks
2. Zet je pijl op de boog
3. Trek aan de pees
4. Richt op het doel
5. Laat de pees los
Blessures bij boogschieten
Bij boogschieten kan als je loslaat de pees langs je arm gaan. De meeste beginnende schutters hebben daarom een rood/blauwe arm. Als je het wilt verhelpen leg je er wat ijs op, maar je kunt ook wachten tot het weg gaat. Je kunt dit voorkomen met armbescherming.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.