Geschreven door: | Lainie (4 havo) |
Datum ingestuurd: | 26 juni 2005 |
Taal: |  |
Woorden: | 1.500 |
Bekeken: | 5701 keer (8 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Samenvatting ANW SE Hoofdstuk 37
In de rode bloedcellen in je lichaam zit hemoglobine, daarin zit ijzer. Hemoglobine zorgt voor transport van zuurstof door je bloed. Als je te weinig ijzer in je rode bloedcellen hebt noem je dat bloedarmoede. Als je bloedarmoede hebt zal je staalpillen voorgeschreven krijgen om het tekort aan ijzer aan te vullen. Staalpillen bevatten ijzerlactaat.
Bloedarmoede kan je voorkomen door op je voeding te letten. Je kan bijvoorbeeld voedingsmiddelen met ijzer nemen. Bijvoorbeeld:
• appelstroop
• sesamzaad
• peterselie
• lever
• zonnebloempitten.
Als je een sinasappel neemt verbetert dat de ijzeropname. In plaats van ijzer kan je beter ijzer 2+- ionen zeggen (het zijn namelijk de ijzer 2+-ionen die fysiologisch werkzaam zijn.)
De meest voorkomende vorm van bloedarmoede is ijzergebrekanemie.
Een 2e vorm van anemie is pernicieuze anemie
Drie mogelijke oorzaken van bloedarmoede zijn:
• te weinig ijzer in het bloed
• te weinig voedsel met ijzer
• veel bloedverlies
Het lichaam kan ijzer in de vorm van Fe2+-ionen opnemen.
Koffie en thee gaat de opname in het lichaam van ijzer uit voedsel tegen.
Vitamine C bevordert de opname in het lichaam van ijzer uit voedsel.
Hemochromotose is ijzerstapelingsziekte hierbij kan een arts bloed afnemen om het ijzer af te laten nemen.
Te veel ijzer in het lichaam is niet goed maar te weinig ook niet.
De hoogoven:
In de 18e eeuw begon het gebruik van cokes als brandstof in plaats van houtskool. Cokes was door gedeeltelijke ontgassing van kolen gemaakt. Het veroorzaakte veel hogere oventemperaturen dan kolen De hoogoven!
Er werd veel ijzer geproduceerd, maar men wilde steeds sterker materiaal.
In Engeland (Bessemer) en Amerika (Kelly) waren 2 mannen die onafhankelijk van elkaar nieuwe soorten goedkoop staal produceerden. Hierdoor brak een nieuw tijdperk aan. Er werden enorme staalconstructies gebouwd voor bruggen etc.
Van staal worden drankblikjes gemaakt voordelen hiervan zijn:
• de blikjes zijn erg licht
• ze zijn erg sterk
• ze zijn hygiënisch,
• ze zijn goed te beschilderen en te bedrukken.
• Hergebruik is mogelijk want het is magnetisch en kan dus zo uit het andere huisafval getrokken worden en het is makkelijk te smelten.
Blik: staal met een laagje tin en chroom.
Roest: oxidatie van ijzer.
Samenvatting ANW SE Hoofdstuk 40
Er zijn 3 belangrijke triaden nml:
• Ijzer, nikkel en kobalt.
• Osmium, iridum en platina.
• Chloor, broom en Jood.
De leer der triaden:
In 1817 ging een Duitse scheikundige (Wolfgang Doebereiner) geloven in drietallen. Hij merkte op dat er verschillende groepen van 3 elementen zijn, die veel op elkaar lijken en waarvan de atoommassa’s regelmatig toenemen.
De wet der octaven:
In 1865 formuleerde een Britse scheikundige (Newlands) “de wet der octaven”: als je de elementen op een rij legt uitgaande van een kleine naar een grote atoommassa dan hebben de nummers 3, 11 en 9 en de nummers 4 12 en 20 overeenkomstige eigenschappen.
Het periodiek systeem:
In 1869 stelde 2 excentrieke onderzoekers (Mendelejef en Meyer) ongeveer gelijkertijd, maar apart van elkaar, op grond van al deze gegevens ‘het periodiek systeem der elementen’ samen.
Het periodiek systeem was een heel handig hulpmiddel voor de wetenschap. Net als bij het octavensysteem zijn in dit systeem de elementen gerangschikt naar opklimmende atoommassa.
Met behulp van het periodiek systeem kan je allerlei stofeigenschappen, zoals kleur, geur en chemische reactiviteit, voorspellen. Ook kan je de vindplaats van een stof voorspellen omdat in de aardkorst families van stoffen vaak bij elkaar worden aangetroffen.
Ook de zogenaamde edelgassen vormen een familie:
• helium
• neon
• argon
• krypton
• xenon
• radon
Edelgassen worden net als edelmetalen zo genoemd omdat ze niet gemakkelijk in reactie gaan met andere stoffen.
Samenvatting ANW SE Hoofdstuk 43
Metalen van de oudheid tot nu:
In de tijdperken vóór het Predynastisch tijdperk werden materialen als steen, been of hout gebruikt om mee te graven. In het Predynastisch tijdperk gingen mensen gangen graven om materialen te vinden en werd voor het eerst voor gebruikt om het met koperen werktuigen gevonden metaal, zoals koper, goud en meteoorijzer te bewerken.
In de kopertijd (3000 –2200 v.Chr.) werden ovens gebouwd om uit koperertsen het metaal koper vrij te maken.
In de bronstijd (2200 –1200 v.Chr.)werden brede mijngangen gemaakt die met hout werden betimmert. Albast en marmer werden uitgehouwen m.b.v koperen werktuigen. Het koper werd met tin gemengd tot het sterkere brons.
In de vroegere ijzertijd(1200 –500 v.Chr.)werkten mensen in steengroeven en leerde men elkaar het smeden van ijzer en het harden van ijzer tot staal in het houtskoolvuur.
IJzeren werktuigen verdrongen de oudere koperen en bronzen ploegen en zwaarden, schoppen en wagenwielen, omdat ijzer veel harder en sterker was.
De late ijzertijd(500 –50 v.Chr.) is een tijd waarin ijzer voor van alles werd gebruikt.
Ook nu worden metalen overal voor gebruikt.
Aardmagnetisme:
Het aardmagnetisch veld is samengesteld uit meerdere magnetische velden boven op elkaar, die elkaar wederzijds beïnvloeden.
Die velden zij afkomstig uit verschillende geomagnetische bronnen nml:
• de vloeibare buitenkant van de kern van de aarde (90% van het aardmagnetisch veld).
• magnetisch gesteente in de aardkorst.
• velden buiten de aarde (die weer ontstaan doordat magneetvelden veranderen).
• de effecten van de oceaanstromingen
Men bekijkt in het algemeen alleen maar het effect van de magnetische aardkern.
Deze vloeibare massa met een temperatuur van wel 5000 K draait sneller dan de aardkorst en zodoende wandelen de magnetische polen langzaam over het aardoppervlak.
Zij bewegen langs een elliptische baan in noordelijke richting (ongeveer 40 meter per dag).
Het aardmagnetisch veld houd niet op bij de noordpool hij gaat wel tienduizenden kilometers verder in de ruimte. Daar veroorzaakt het een laag die de magnetosfeer wordt genoemd. In de magnetosfeer bevinden zich de twee van allen gordels, die de aarde beschermen als een reusachtige magnetische koepel.
IJzer op Mars:
In een steentje afkomstig van mars waren fossielen van bacteriën ontdekt. Dit waren ijzerbacteriën.men dacht dit zo zeker te weten omdat:
• de gasinsluitsels in het steentje van exact dezelfde samenstelling zijn als de atmosfeer van mars
• de bacteriën hebben kluitjes ijzercarbonaat om hun lichaampjes heen gevormd, dit is typisch voor dit soort bacteriën. Ook uiterlijk zijn het kleine wurmpjes.
Helaas kon de Marssonde geen geschikt materiaal van de planeet meenemen.
tot slot: extra materiaal: kunststof
Samenvatting ANW SE
Kunststof:
Kunststof is een synthetische stof die langs een chemische weg gemaakt is.
Bij het onderzoek van schoenbein waren 2 drijfveren van belang nml: nieuwsgierigheid en winstbejag. Schoenbein ontdekte dat je met zwavel en salpeterzuur cellulose om kon zetten in nitrocellulose. Hij had de 2 stoffen laten vallen, ruimde het op met een katoenen schort, hing dat te drogen voor een over en het schort vatte vlam.
Schoenbein ontdekte dan er een andere stof was gevormd doordat de stof andere stofeigenschappen had. Hier zijn een aantal verschillen tussen cellulose en nitrocellulose.
Cellulose:
• niet makkelijk brandbaar
• reageert met zwavel en salpeterzuur.
• niet vervormbaar na lichte verhitting.
• Sterk maar niet elastisch.
Nitrocellulose:
• zeer brandbaar
• soms explosief
• na lichte verhitting vervormbaar.
• na afkoelen sterk elastisch.
Moleculen in een kunststof zijn zeer groot, je noemt ze macromoleculen of polymeren.
Een macromolecuul bestaat uit duizenden atomen.
Veel kunststoffen kun je maken uit 1 grondstof een monomeer.
De grondstoffen voor kunststof komen meestal uit aardolie.
Bij het ontstaan van een macromolecuul koppelen heel veel monomeren aan elkaar, er ontstaat dan een polymeer:
Macromoleculaire stoffen zijn bv: Polyetheen, PVC, Nylon en Rubber.
Voorbeelden van polymeren zijn:
Polypropeen (PP):
Wordt gebruikt voor het maken van injectiespuiten, naaldhakken en touw.
PVC:
Wordt gebruikt voor de isolatiemantel van elektrische bedrading, elektriciteitsbuizen, tuinslangen, betaalpassen en in ‘vinyltapijt’.
Teflon:
Wordt gebruikt als anti-aanbaklaag in koekenpannen, als afdichting van gasbuizen en als veerkrachtig steunmateriaal in de bouw om het ontstaan van scheuren te voorkomen.
Het aantal kunststoffen is erg groot maar het aantal vormen waarin ze voorkomen is nog veel groter.
Bij de productie kunnen kunststoffen op 4 manieren worden bewerkt:
• men kan er draden van maken
• men kan er folie van maken
• men kan extruderen
• men kan ermee spuitgieten
Draden:
Worden gemaakt door gesmolten polymeer door de uiterste gaatjes van een spinkop te persen, de draadjes op te rekken en die vervolgens in elkaar te draaien voor het sterkste resultaat.
Folies:
Worden gemaakt door kunststofkorrels plat te walsen tot grote vellen, de afstand tussen de walsen bepaald de dikte van het folie.
Extruderen:
Bouwmaterialen met een standaard vorm, zoals profielen, buizen en platen, maakt men door de verwarmde plastisch geworden grondstof door een spuitkop met de gewenste vorm te persen.
Spuitgieten:
Hierbij brengt men het plastic in een mal die de vorm heeft van het gebruiksvoorwerp. Bij veel voorwerpen is de lasnaad nog te zien. Bijvoorbeeld bij speelgoed.
Kunststoffen hebben veel eigenschappen gemeen:
• vervormbaar
• geleid geen warmte
• geleid geen stroom
• elastisch
• vast bij kamertemperatuur.
Maar er zijn ook een aantal verschillen:
• thermoplasten.
• thermoharders.
Thermoplasten:
kunststoffen die bij verwarmen zacht worden, wanneer ze afkoelen zijn ze weer hard.
Thermoharders:
Kunststoffen die bij het verwarmen ervan hard blijven.
Dit zacht worden of hard blijven van de kunststoffen heeft alles te maken met de moleculaire structuur van de kunststof:
• de macromoleculen van thermoplasten zijn ketenmoleculen, deze liggen niet mooi naast elkaar, maar in kluwens. Bij verwarmen kunnen de ketens makkelijker langs elkaar glijden.
• Bij thermoharders zijn ketenmoleculen aan elkaar gekoppeld tot een netwerk. Er zijn dan geen ketens die langs elkaar heen kunnen glijden. De stof wordt bij verwarmen ook niet zachter.
Vroeger werd vooral gebruik gemaakt van natuurlijke materialen zoals metaal, hout, katoen en wol. Nu zijn er door kunststoffen veel meer materialen om voorwerpen van te maken.
Kunststof is niet altijd milieuonvriendelijk. Door gebruik te maken van kunststoffen kunnen natuurlijke grondstoffen gespaard worden.
De belangrijkste voordelen van kunststof zijn:
• gemakkelijk te verwerken
• licht
• niet reactief
• onderhoudsarm
De belangrijkste nadelen van kunststof zijn:
• bij langdurige belasting van een kunststofvoorwerp kan het vervormen.
• gebruik van kunststof in kleding heeft als gevolg dat het heel erg snel brand.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.