Geschreven door: | michel517 (4 vmbo) [meer] |
Datum ingestuurd: | 24 februari 2005 |
Taal: |  |
Woorden: | 4.100 |
Bekeken: | 12628 keer (59 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Inleiding
Ik ben in december begonnen met boeken lezen en als ik een boek uit had zette ik alle informatie op de computer zodat ik later als ik dit zo maken als netjes klaar had liggen en alleen maar hoefde te knippen en plakken dus het was erg makkelijk in dat opzicht.
Ik heb alle informatie voornamelijk uit het boek ook sommige dingen over de biografie stonden in het boek en anders heb ik de informatie gewoon via google opgezocht op internet.
Leesverslag
Donkere kamer van Damocles
Vragen 1 tot en met 13:
1. 25 januari 2005
2. De donkere kamer van Damocles
3. W. F. Hermans
4. Oorlogsroman
5. Als Osewoudt 18 jaar oud is, trouwt hij z'n nicht en zet de vroegere tabakszaak van z'n vader voort, waardoor hij ook zijn moeder kan onderhouden.
Op het moment dat de oorlog begint en Osewoudt afgekeurd wordt voor militaire dienst, dient zich opeens ene luitenant Dorbeck aan. Dorbeck lijkt sprekend op Osewoudt, het enige verschillen zijn dat Dorbeck zwart haar heeft en Osewoudt blond en dat Osewoudt geen baardgroei heeft. Dorbeck vraagt Osewoudt om een paar fotorolletjes te ontwikkelen, Osewoudt doet dit, en na een tijdje komt Dorbeck weer terug met nieuwe rolletjes die ontwikkeld moeten worden. Daarnaast vraagt Dorbeck of hij Kleding van Osewoudt kan krijgen, Osewoudt moet het kostuum van Dorbeck verbergen en begraaft het in de tuin. Als Osewoudt de foto's ontwikkeld heeft, blijken ze mislukt te zijn. Hij koopt van al z'n geld een Leica (fototoestel) en gaat zelf wat militaire objecten fotograferen, om Dorbeck niet teleur te stellen.
Een tijd later laat Dorbeck weer van zich horen en vraagt Osewoudt naar Haarlem te komen. In Haarlem ontmoet hij Dorbeck en Zéwüster, met wie hij 2 mannen in de Kleine Houtstraat vermoordt.
Daarna ontwikkelt Osewoudt de foto's die hij in eerste instantie van Dorbeck had gekregen. Het gebouw waar hij de mislukte foto's naartoe had moeten sturen, wordt gebombardeerd en de hele familie Jagtman komt hier bij om.
Pas in 1944 laat Dorbeck weer van zich horen, schriftelijk. Hij vraagt Osewoudt de foto's naar een bepaalde postbus te sturen.
Een paar dagen later ontmoet Osewoudt Elly Sprenkelbach Meijer, die uit Engeland is overgekomen, zij identificeert zich met één van de foto's die Osewoudt had opgestuurd. Osewoudt moet een slaapplaats voor haar vinden, en brengt haar naar z'n oom Bart in Amsterdam.
Osewoudt gaat terug naar Voorschoten en komt Moorlag tegen (een student die bij hen een kamer huurt). Moorlag vertelt hem dat zijn vrouw en moeder gevangen zijn genomen en dat ook hij wordt opgewacht. Osewoudt gaat met Moorlag naar Leiden, waar een vriend van Moorlag valse persoonsbewijzen maakt voor Osewoudt en Elly Sprenkelbach Meijer. Voor Osewoudts persoonsbewijs wordt zijn haar zwartgeverfd door Marianne Sondaar(een joodse die daarom haar naam veranderd heeft).
Later gaat hij weer terug naar Amsterdam, naar oom Bart. Maar Osewoudt krijgt van Dorbeck de opdracht om naar de stationswachtkamer in Amersfoort te gaan, waar hij een vrouw zal ontmoeten.
Samen met haar gaat hij naar Lunteren, waar hij een aanslag op Lagendaal, Gestapo-lid, moet plegen. In Amsterdam ontmoet hij opnieuw Marianne, met wie hij naar de bioscoop gaat. Hier ziet hij zijn hoofd in het beeld verschijnen ‘gezocht wegens straatroof, 500 gulden beloning’. Osewoudt probeert te vluchten maar wordt toch gepakt. Hij wordt verhoord en geslagen, maar hij heeft het idee dat ze hem voor iemand anders (Dorbeck) aanzien. Vanwege zijn verwondingen wordt hij naar het ziekenhuis gebracht, waar hij ontvoerd wordt en daarmee bevrijd. Hij gaat naar Leiden, waar meerdere verzetsleden zich verschuilen in het huis van Labare. Hier krijgt Osewoudt de gelegenheid om foto's te ontwikkelen. ‘s Nachts worden ze overvallen door de Duitsers, iedereen wordt opgepakt. Wanneer Osewoudt in de gevangenis zit, komt hij in aanraking met Ebernuss, die zich voordoet alsof hij van goede doen is.
Osewoudt sluit een deal met Ebernuss, en brengt hem in contact met Dorbeck. Osewoudt vermoordt Ebernuss (in opdracht van Dorbeck) en krijgt een schuiladres van Dorbeck. Osewoudt moet zich verkleden als verpleegster en krijgt ook het persoonsbewijs waarop hij als verpleegster staat. Dorbeck belooft hem binnen twee dagen op te halen, maar hij laat nooit meer iets van zich horen. Behalve een briefje waarin hij schrijft dat Marianne, Osewoudt’s vriendin, in de Emmakliniek ligt om te bevallen.
Uiteindelijk wil Osewoudt zich nog een keer aanmelden bij het leger (als verpleegster zijnde) in Breda, maar hij wordt direct opgepakt, en raakt in Nederlands gevangenschap. Osewoudt wordt van ontzettend veel dingen beschuldigd, en men ziet hem als een groot oorlogsmisdadiger. Hij probeert zijn onschuld op alle manieren te bewijzen, maar hij heeft een bewijs nodig dat Dorbeck bestaat en de werkelijke dader van alles is. Alle bewijzen die hij kan verzinnen, kunnen niet als bewijs dienen. Uiteindelijk, als alles is mislukt, wordt hij doodgeschoten (als hij probeert te ontsnappen).
Het verhaal in één zin: Een man komt tijdens de oorlog in grote problemen doordat hij volgens zijn zeggen een dubbelganger heeft.
6. Het belangrijkste thema in dit boek is om het zo maar te zeggen ‘een dubbelganger hebben’, het hele verhaal is gebaseerd op de misverstanden rondom Dorbeck en Osewoudt.
Belangrijk hierbij is dat je niet altijd de werkelijkheid kunt bewijzen, terwijl je zelf precies weet hoe alles in elkaar steekt. Osewoudt weet exact hoe alles is gegaan, hoe Dorbeck in zijn leven kwam etc., maar hij kan niets bewijzen als het er op aan komt.
Het idee hierbij is dat iemand niet altijd in staat kan zijn om alles te bewijzen, hoe zeker hij ook weet dat het waar is.
7. De hoofdpersoon van het verhaal is Henri Osewoudt, een kleine man met blond haar, een hoge stem en zonder baardgroei. En beschrijving van hem en de loop van zijn leven staan eigenlijk al in de korte inhoud van het verhaal.
8. Het verhaal speelt zich voornamelijk af in Nederland, in o.a. Voorschoten, Amsterdam, Leiden, Den Haag. Aan het einde zit Osewoudt in Engeland.
9. De vertelde tijd gaat van Osewoudt’s jeugd tot zijn dood (als hij dood is, is hij ongeveer 25).
10. Het verhaal begint bij de eigenlijke gebeurtenissen.
11. Het belangrijkste probleem is dat Dorbeck eigenlijk onder 1 hoedje met de Duitsers speelt en Osewoudt dat niet door heeft. Het loopt niet goed maar ook niet slecht af want de oorlog is voorbij maar Osewoudt pleegt wel zelfmoord dus is het goed en slecht.
Het boek heeft een gesloten want de hoofdpersoon Dorbeck verdwijnt en Osewoudt pleegt zelfmoord
12. ‘… Dagenlang zwierf hij rond op zijn vlot, zonder drinken. Hij stierf van dorst want het water van de oceaan was zout. Hij haatte het water dat hij niet drinken kon. Maar toen de bliksem in zijn vlot sloeg en het vlot in brand vloog, schepte hij dat gehate water met zijn handen op, om te proberen de brand te blussen!
De onderwijzer begin zelf het eerst te lachen, de klas lachte tenslotte ook mee.’
‘Hij sloeg Osewoudt’s kamerjas open en knoopte ook het pyjamajasje los. Maar aan de handen van pater Beer zaten minder vingers dan Osewoudt kogelgaten in zijn lichaam had.’
Het boek heeft een alwetende verteller, de schrijver weet de gedachten van alle personages. Het verhaal wordt wel verteld door de ogen van Osewoudt, je krijgt informatie vanuit zijn gezichtspunt. Bijvoorbeeld als hij iemand ontmoet, wordt dat personage beschreven op de manier zoals Osewoudt hem/haar ziet.
13. Damocles was een hoveling aan het hof van tiran Dionysius. Op een dag liet Dionysius Damokles één dag koning zijn, maar daarbij hing hij wel een puntig zwaard boven zijn hoofd, opgehangen aan een paardenhaar. Dit zwaard liet Damocles ervaren in wat voor gevaar een tiran altijd verkeert.
Verschillen boek en film:
Er zitten weinig verschillen tussen het boek en de film alleen is alles in het boek veel en veel uitgebreider en met meer spanning geschreven dan de film vond ik.
Wat ik wel leuker vond was de film want daar zat ik twee en een half uur en toen kende ik het verhaal en bij dat boek heb ik echt een maand lang gelezen.
Chronologisch of toch niet:
Ik vind het boek wel chronologisch want het begint in het begin van de tweede wereldoorlog en het eindigt aan het eind.
Alleen op het eind heeft Dorbeck wat flashbacks maar dat past perfect bij het verhaal en heb ik geen op en/of aanmerkingen op.
Hoofdpersonen:
De personages zijn wel wat anders beschreven maar ik had ze niet anders voorgesteld als dat ik deed, de verschillen die er waren vielen niet op en waren niet essentieel dus de personages leken heel erg veel op die uit de film.
Gedachten en gevoelens personages:
De gedachten en gevoelens worden beschreven met bijvoorbeeld als iemand bang is :’Hij gaat zweten en hij kijkt bang uit zijn ogen en diep van binnen wil hij niet meer’. De gevoelens en gedachten werden goed weergegeven in het boek waardoor het boek wel leuker was dan dat het slecht beschreven was!
Mijn mening over de boek versus de film:
Ik vond het boek wel makkelijk om te lezen en had er weinig moeite mee maar voor mij persoonlijk heb ik liever de film omdat ik daar weinig moeite voor hoef te doen.
Wat goed aan de film was vond ik dat het goed beschreef hoe het in de oorlog gingen met een gewoon gezin en hoe hun leven daarom zo om kan slaan, terwijl als je het boek leest geef het meer actie en gevoelens neer als in de film dus het heeft allebei plus en minpunten en ik ben erg tevreden over beide.
Leesverslag
Zelfgekozen boek
(Afscheidsbrief (Bobje Goudsmit))
Vragen 1 tot en met 13:
1. 27 januari 2005
2. Afscheidsbrief
3. Bobje Goudsmit
4. Fictie
5. Marit en Anicke komen elkaar tegen op het schoolplein, ze hebben allebei nog niet een vriendinnetje. Vanaf die dag in het fietsenhok zijn ze onafscheidelijk. Het blijkt ook nog dat ze bij elkaar in de klas zitten!
Hun vriendschap eindigt als ze in de vijfde klas zitten, in dat jaar overlijdt Anicke.
In de jaren daarna stuurt Anickes moeder ieder jaar een uitnodiging om de verjaardag van Anicke te vieren. Marit wil dit jaar eigenlijk liever niet meer komen en besluit een lange brief te schrijven aan Anicke, waarin ze uitlegt waarom.
6. Vriendschap
7. -Anicke: In de eerste een klein, nogal tenger meisje met een beugel. Ze had dun, soort spaniëlhaar, zoals Marit het noemde, dat ze met één beweging achter haar oor deed.
Anicke heeft een oudere en een jongere broer, Jorn en Tim. Haar moeder heet Hanna. Haar vader komt bijna niet in het boek voor en zijn naam wordt ook niet genoemd.
Als Anicke ziek wordt veranderd ze erg. Niet alleen van buiten zoals haar kale hoofd, haar opgezwollen hoofd en haar witte gezicht, maar ook van binnen. Eerst was ze een vrolijk, energiek meisje maar ze raakt steeds meer in zichzelf gekeerd. Ook raakt ze steeds eerder geïrriteerd.
- Marit: Een verlegen meisje met een bril, later contactlenzen. Marit verandert net zoals de andere meisjes van haar leeftijd, maar andere veranderingen zoals bij Anicke gebeuren bij haar niet.
Marit’s vader is toen ze klein was overleden, dus woont ze alleen met haar moeder. Haar moeder is een echte zakenvrouw en is bijna nooit thuis. Marit heeft altijd het gevoel dat haar moeder niet naar haar luistert en alleen maar geïnteresseerd is in haar werk.
Als het met Anicke steeds slechter gaat hebben Marit en haar moeder hele goeie gesprekken waardoor ze naar elkaar toe groeien
8. In Nederland en dan vooral op school en thuis bij de hoofdpersonen
9. Het speelt in deze tijd af. Dat is te zien aan de telefoons, computers, auto’s en de scholen. En hoe de mensen met elkaar omgaan.
10. Dit boek begint vlak voor een gebeurtenis.
11. Dat er afscheid genomen moet worden maar het boek loopt wel prima af! Ik kan niet echt zeggen of het boek een gesloten of een open einde heeft maar ik zou toch voor een gesloten einde kiezen.
12. Het perspectief in ‘afscheidsbrief’ is een ‘hij/zij’ en ‘ik’ perspectief.
Als marit in haar dagboek schrijft of als je dat leest dan lees je alles in de ‘ik’ vorm.
Maar als de flashbacks komen dan lees je het in ‘hij/zij’ perspectief.
13. Er moet afscheid genomen van een aantal personen en dat gebeurt via een brief.
Leesverslag
jeugdboek uit literatuurlijst
(Kruistocht in spijkerbroek (Thea Beckman))
Vragen 1 tot en met 13:
1. 7 Februari 2005
2. Kruistocht in spijkerbroek.
3. J.G. Veenhof.
4. Historie en Avontuur.
5. Op en dag komt Rudolf Wega in het laboratorium van een collega van zijn vader kijken naar “de materie-transmitter”. Het is een apparaat die voorwerpen en mensen kan terugflitsen naar het verleden. Als Dolf dit ziet wil hij heel graag naar het verleden geflitst worden. De professor wil dit eerst niet omdat hij het veel te riskant vindt, maar Dolf weet hem over te halen. Hij mag een middag naar het riddertoernooi in 1212 in Montgrivay in Frankrijk. Op voorwaarde dat hij precies om 5 uur weer op de goede plek is, dat is de plek waar hij ook heen werd geflitst. Als hij daar aan denkt te komen ziet hij dat een jongen door struikrovers wordt aangevallen. Hij helpt de jongen door één van de struikrovers met zijn mes te steken. Als ze zo één van de struikrovers doden slaat de andere op de vlucht. Hij leert de jongen beter. Hij heet Leonardo Fibonacci en hij om uit Pisa. Hij praat anders dan Dolf, maar Dolf kan hem toch wel vertaan als hij langzaam praat. Hij raakt met de jongen aan de praat en komt erachter dat Leonardo een student is en twee jaar in Parijs heeft gestudeerd en nu op weg is naar Bologna om daar zijn studies te voltooien. Als het bijna vijf uur is wil hij snel terug gaan naar de plak, maar als hij daar door een enorme stoet kinderen niet op tijd komt wordt hij dus niet teruggeflitst. Nu zit hij dus in de dertiende eeuw en besluit samen met Leonardo aan zich aan te sluiten bij de stoet van kinderen als hij hoort dat het om een kinderkruistocht gaat waar meer dan achtduizend kinderen aan mee doen. Zij zijn op weg naar het Heilige Land, om Jeruzalem van de Sarcanen te bevrijden. Nicolaas, hun leider, zal bij Genua de zee voor de kinderen laat wijken en dat ze op deze manier door de zee kunnen. Daar zullen ze, met hulp van God, de Sarcanen (Turken die op dat moment de baas waren in Jeruzalem) kunnen veroveren. Volgens Leonardo zijn ze uit Keulen vertrokken en alle kinderen –grote en kleine- die geen huis hadden of die niks meer met thuis te maken wilden hebben gingen mee om het wonder te zien en de Sarcanen te veroveren. Als ze bij de stad Spiers aankomen sluiten de bewoners snel de poorten want zij willen niet dat al die hongerige kinderen in hun stad komen. Hun priester houdt in de stad Spiers een redevoering waarin hij zegt dat God de burgers zal straffen voor hun asociale gedrag. De burgers luisteren niet en houden de poorten dicht. Als Dolf ziet dat er een kind bijna verdrinkt redt hij het en zo redt hij nog zes kinderen. Als het ’s nachts vreselijk begint regenen en te onweren vat de kerktoren van Spiers en een paar huizen vlam. Alle burgers helpen met blussen. Tijdens de regen komt er een klein meisje bij Dolf zitten en hij kan haar beschermen met zijn regenafstotende jas. De volgende ochtend als er van de stad Spiers niet veel meer over is, komen de burgers met manden voedsel en zetten het bij het kamp. Ze trekken verder langs de Rijn. Dolf wil die avond, van de groente die over was, soep maken en ging opzoek naar pannetjes en kwam bij een kampvuurtje waar hij de jongens Peter, Frank en Fredo zag. Ze gingen mee naar het kampvuurtje van de Dolf. Dolf ziet dat het in het kamp slecht geregeld is: lang niet iedereen heeft te eten; er gaan veel kleintjes dood. Hij vindt dat daar wat aan moet gebeuren. Daarom gaat hij de volgende avond naar de tent van de leiders Nicolaas, de twee monniken en van de kinderen van edel bloed. Daar legt hij uit dat er een betere organisatie moest komen: er moesten vis-, jacht-, orde- en leerlooiersgroepen komen. Eerst vonden Nicolaas en de monniken dat niks maar als een mooi uitgedoste jongen: Carolus (de toekomstige koning van Jeruzalem) zegt dat hij het helemaal met Dolf eens is, gingen ze overstag. Zo werd de organisatie een heel stuk beter. Zo komen ze na een aantal dagen lopen in een goed georganiseerde groep in Rottweil aan. Ze laten daar een aantal hele zieke kinderen achter en Dolf laat daar 800 broden bakken in een nacht: een wonder. Als ze verder lopen komen ze een nieuw obstakel tegen: de ziekte de Schraklen dood. Er gaan een hoop kinderen dood. Gelukkig kan Dolf met zijn kennis van ziekten de ziekte overwinnen. Omdat Dolf veel wist over ziekten (zeker voor die tijd), na het wonder van de 800 broden en omdat Dolf niet Christelijk was opgevoed en zo nooit bad en God om hulp vroeg werd hij beschuldigd van ketterij. Als hij na een proces de doodstraf gekregen helpt Dom Thaddeus hem zodat de doodstraf aan hem voorbij gaat. Na een lange en gevaarlijke reis door de Alpen waar veel kleine kinderen gesneuveld waren kwamen ze aan op de Povlakte. Daar sterft de kleine koning Carolus aan een blindendarmontsteking. Als ze ook de Povlakte over zijn moeten ze nog een gebergte voor ze bij de zee zijn: de Apennijnen. Als de Apennijnen achter hen liggen en de zee voor hen stijgt de spanning. Omdat Nicolaas de zee moet laten wijken gaat hij eerst een middag vasten en bidden. Dom Anselmus ging de stad in en Dom Johannis ging naar Dolf. Hij vertelde zijn verhaal: hij en Dom Anselmus hadden hem en de kinderen bedrogen. In plaats van dat de zee zou wijken zou Dom Anselmus komen en zeggen: “In plaats van dat de zee zou wijken heeft God ons schepen gestuurd die zullen ons naar Jeruzalem brengen.” Maar dat zou niet gebeuren want in plaats van Jeruzalem zouden de schepen naar de slavenmarkt in Afrika worden gebracht. En daar zouden de kinderen voor veel geld verkocht worden. Als Dolf dit hoort brengt hij 100 kinderen naar zich toen en verteld hun wat Dom Johannis hem net verteld heeft en dat dat absoluut niet mag gebeuren. Hij zorgt dat ze de andere kinderen verbieden op de schepen te gaan. De kinderen begonnen het nieuws te vertellen. Nicolaas kwam uit zijn tent, liep naar de zee, strekte zijn, handen en er gebeurde niks. En toen kwam inderdaad Dom Anselmus om te zeggen dat God hun schepen had gestuurd. Maar in plaats van dat alle kinderen juichend naar de schepen renden verscheurden ze Dom Anselmus in stukken. Dit was eigenlijk het einde van de kruistocht maar omdat de burgers van Genua het niet goed vonden dat de kinderen op het strand bleven moesten ze verder. Dom Johannis hing met een groep kinderen terug naar Keulen. Een aantal kinderen bleven in Genua en de rest ging met Dolf verder trekken. Leonardo ging naar zijn ouders in Pisa. Dolf trok verder door Italië. Daar vindt een jongen een aluminium doosje waar een boodschap in zit voor Dolf. In die boodschap staat precies hoe laat hij weer op de plek moet zijn van het gevonden doosje. Zo wordt hij teruggeflitst naar de twintigste eeuw.
6. De dood, kruistochten en het leven van mensen in een andere tijd.
7. - Dolf is zeker wel een held. Hij hielp overal waar hij kon. De kinderen vertrouwden hem en hadden respect voor hem. Ze zagen hem als hun leider. Dolf is dus zeker wel een held en ik zou ook wel op hem willen lijken.
- Van Dolf kom je ook het meeste te weten. Je leeft heel het verhaal met Dolf mee, dus je weet wel ongeveer hoe hij is en hoe hij op een situatie reageert en waarom.
- Dolf heeft zijn problemen ook heel goed opgelost. Hij heeft echt het beste van de kruistocht weten te maken.
8. Het verhaal begint in Nederland in Amstelveen. Dat is waar de materie-transmitter staat. Als Dolf is weggeflitst is speelt het zich af in Het Duitse rijk en Italië (Kijk maar naar het plaatje). Dat weet je omdat het duidelijk wordt beschreven omdat het verhaal er echt om gaat waar ze zijn. Ze gaan eerst door De Alpen dan langs de Povlakte en door de Apennijnen tot aan de zee bij Genua.
9. Het verhaal speelt zich af in de twintigste eeuw en als Dolf is teruggeflits in 1212, in de Middeleeuwen dus.
10. Het verhaal begint midden in een gebeurtenis: "…en dit" zei Dr. Simiak, "is dan de materie-transmitter." Dat is dus als Dolf bij de collega van zijn vader in het labratorium komt kijken.??
11. Het boek heeft een goede afloop: Dolf komt toch terug in de twintigste eeuw en de kinderen gaan onder leiding van Dom Thaddeus naar Venetië varen en daar hun verdere leven leiden. Het is dus half open en half gesloten, want met Dolf is het wel afgesloten allemaal, maar met de kinderen niet helemaal want je weet niet of het goed gaat met het varen, en hoe de kinderen verder leven. Maar als ik moet kiezen tussen gesloten en open denk ik toch wel gesloten.
12. Het boek is geschreven in een vertellers perspectief, omdat je de gedachten van meerdere personen te lezen krijgt.
13. De keuze van de titel is nogal makkelijk. Dolf wordt terug gestuurd naar 1212. Daar komt hij terecht in een Kruistocht. Dolf komt uit de 19e eeuw en heeft dus een spijkerbroek aan als hij in 1212 komt.
Dolf gaat met de kinderen mee, met de kruistocht en loopt dus de
Kruistocht in spijkerbroek.
Leesverslag
volwassenenboek
(Moederkruid (Carry Slee))
Vragen 1 tot en met 13:
1. 16 Februari 2005
2. Moederkruid
3. Carry Slee
4. Drama
5. Het meisje en haar zusje proberen de wereld te bekijken door de ogen van hun ouders. Dat is moeilijk, want die wereld is ingewikkeld en onbegrijpelijk. Als de kleermakerij van hun vader failliet gaat, verhuist het gezin naar een andere buurt. Het meisje en haar zusje mogen zich hier met niemand bemoeien, want volgens hun moeder deugt de buurt niet en wonen ze ver beneden hun stand. De relatie tussen de ouders verslechterd, hun moeder wordt steeds gekker en de ruzies worden zo erg dat de zusjes het bijna niet meer aan kunnen.
6. Moeder/dochter relatie.
7. Carry Slee: heeft een jongensachtig uiterlijk en wordt ook als jongen beschouwd door haar vader. Ze heeft een lastige jeugd maar maakt er toch maar het beste er van.
Moeder: Is geestelijk niet in orde en weet dat zelf ook wel ze is heel erg kwetsbaar.
Vader: Is een geestelijke sterke vent.
Elsje: Is de oudste van de 2 zusjes en vader vertelt haar ook al zijn problemen omdat ze het niet verder vertelt. Ze wordt soms eigenlijk een beetje voorgetrokken.
8. Het verhaal speelt zich gewoon in Nederland af maar de specifieke plaats word niet genoemd.
9. Het boek speelt in de jaren ’50 van de vorige eeuw af.
10. Het verhaal begint in het midden van een gebeurtenis.
11. Het probleem tussen de moeder en haar dochter dat die niet zo goed is. Het verhaal loopt wel goed af! Het verhaal eindigt met een gesloten einde, het is duidelijk wat er allemaal gebeurt is en er hoeft niet meer verder verteld te worden. Maar het kan ook gezien worden als een open einde, want het kan allemaal weer opnieuw beginnen.
12. Het boek is geschreven in de ik-persoon.
13. Er is niet een direct verband tussen de titel en de inhoud. De titel wordt in ieder geval niet verklaard in het boek.
Leesverslag
Non-Fictie Boek
(Het boek Toerisme, Recreatie en Sport)
Vragen:
A. Auteur: Maria Straathof
Titel: Toerisme, recreatie en sport
Jaar van uitgave: 1994
B. Dit boek had ik nodig voor mijn sectorwerkstuk omdat er veel informatie in stond over recreatie en over de beroepen en het sport en toerisme gedeelte kwam ook nog van pas.
C. Het informeren van mensen die iets willen weten over die onderwerpen.
D. Werken in de sector toerisme, recreatie en sport:
Kenmerken van de sector
Van pelgrimsroute tot chartervlucht
Werken voor en met mensen
De werkplek
Werkzaamheden
Eigenschappen
Kans op werk
Informatie
Beroepen in de sector toerisme, recreatie en sport:
Leidinggeven:
Campinghouder
Jeugdherbergbeheerder
Vakantiekampbeheerder
Manegehouder
Sport- en spelactiviteiten leiden:
Sportleider (Sportinstructeur)
Recreatiemedewerker
Croupier
Recreatieterreinen onderhouden:
Terreinmeester (sportterreinmeester)
Vakkracht recreatievoorzieningen
Voorlichten/Informeren:
Gids rondvaarten (rondvaartgids)
Hostess
Reisleider (reisbegeleider)
Toeristisch informatrice
E. Het deel sport- en spelactiviteiten leiden want daar stond de meest bruikbare informatie in en boeide me heel erg omdat ik ook al als recreatiemedewerker gewerkt heb.
F. Het plaatje op bladzijde 28 spreekt me het meest aan omdat ik daar ook nog wel humor in zie want er zit 1 iemand voor zijn tentje zich te vervelen en het doel van het plaatje is om te laten zien dat hij zich zonder een bepaald beroep zich dus zal blijven vervelen.
G. De schrijfster heeft vroeger ook in die sector gewerkt en verder zou ik het echt niet weten.
Folder
Van het boek
Erik (of het kleine insectenboek)
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.