ff n studiebreak

Het mooiste crimiboek van 'onze' agent Don Heins? Die over de ontvoering van Alfred Heineken. Type in-één-ruk-uit.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

Geschreven door:

Christina (4 havo)

Datum ingestuurd:

1 juli 2005

Taal:

Woorden:

500

Bekeken:

5857 keer (8 deze maand)

Waardering:

3.7/5 (26 stemmen)

Deel op:

  • Door ilse op 04-11-2006
    ik ben je hartstikke dankbaar dat je deze samenvatting op internet hebt gezet, want ik snapte helemaal niets van hoofdstuk 1 en door groetjes ilse
HOOFDSTUK 1: DE ARBEIDSMARKT OP.

§1.2: Het aanbod van arbeid.

Aanbod van arbeid --> alle mensen tussen de 15 n 65 die willen, kunnen en mogen werken. Deze mensen bieden hun arbeid aan op de arbeidsmarkt.
-->Beroepsbevolking: 1. werklozen (officieel als je staat ingeschreven bij CWI)
2. werknemers (mensen die al een baan hebben) (werkzame bb)
3. zelfstandigen (mensen met een eigen bedrijf) (werkzame bb)
--> niet beroepsbevolking: alle mensen tussen de 15 en 65 jaar die niet werken en ook op zoek zijn naar werk.
Beroepsbevolking + niet beroepsbevolking = potentiële of beroepsgeschikte bevolking.
Deelnemingspercentage: geeft aan welk deel van de beroepsgeschikte bevolking tot de beroepsbevolking hoort.

Deelnemingspercentage: (beroepsbevolking/beroepsgeschikte bevolking) x 100 %

Voorbeeld:

*beroepsbevolking: 6000
-werkzaam 5820
-werkloos 180
*niet beroepsbevolking: 2700
totaal: 8700

a. bereken deelnemingspercentage.
b. bereken werkloosheidspercentage (werklozen uitgedrukt als % van beroepsbevolking.

a. (beroepsbevolking/beroepsgeschikte bevolking) x 100 % = (6000/8700) x 100 %= 69 %
b. (werklozen/beroepsbevolking) x 100 % = (180/6000) x 100 % = 3 %

Groei van arbeidsaanbod wordt bepaald door:
--> demografische groei
1. er zijn meer mensen in nederland.
2. bevolkingssamenstelling (als er meer mensen komen in de beroepsgeschikte leeftijd)
--> maatschappelijke opvatttingen
1. steeds meer jonge vrouwen gaan werken.
2. oudere vrouwen gaan weer een baan zoeken (herintreders)
--> stand van economie
1. als het goed gaat met de economie, melden meer mensen zich aan (aanzuigeffect)
2. als het slecht gaat met de economie, melden de mensen zich niet aan bij het CWI omdat ze een kleine kans hebben (ontmoedigingseffect). Aanbod van Arbeid loopt terug.
--> wetgeving
1. leerplicht
2. pensioenleeftijd
--> organisatie van het arbeidsproces.
1. betere kinderopvang
2. betere mogelijkheden tot deeltijdwerk.

§ 1.3: De vraag naar arbeid.
--> vraag naar arbeid: bestaat uit de werknemers, de zelfstandigen en de openstaande vacatures.
--> Stijging van bestedingen lijdt tot stijging van de vraag naar arbeid.
--> Terugloop van bestedingen leidt tot een daling van de vraag, omdat er minder geproduceerd wordt.
--> Beïnvloedingen van stand van techniek, mensen worden vervangen door machines.
--> Loonkosten.

§ 1.4: De Arbeidsmarkt.
--> De arbeidsmarkt: de wijze waarop vraag en aanbod bij elkaar komen zodanig dat er een prijs (het loon) tot stand komt.
1. Concrete markt : een plek waar vragers en aanbieders van een bepaald product elkaar ontmoeten (bijv. banenmarkt)
2. Abstracte markt: Het geheeld van vraag en aanbod zonder dat de vragers (kopers) en aanbieders (verkopers) elkaar ook echt ontmoeten. De vraag en aanbod bepalen de prijs, en is niet zichtbaar (bijv. arbeidsmarkt)
--> werkgelegenheid: alle werknemers en zelfstandigen bij elkaar opgeteld.
--> arbeidsjaar: volledige baan (38 uur per week).
--> vraag naar arbeid: werknemers + zelfstandigen + vacatures
--> aanbod van arbeid: werklozen + werknemers + zelfstandigen
--> beroepsbevolking: werklozen + werknemers + zelfstandigen
--> werkgelegenheid: werknemers + zelfstandigen.

--> loon: prijs van arbeid, komt tot stand op de arbeidsmarkt, en is afhankelijk van de mate waarin vraag en aanbod op elkaar sluiten.
1. als de vraag naar arbeid groter is dan het aanbod, zullen de lonen stijgen. Dat is een krappe arbeidsmarkt.
2. Wanneer de vraag kleiner is dan het aanbod, zullen de lonen dalen. We spreken dan een ruime arbeidsmarkt.

§ 1.5: Arbeidsmarkt in praktijk.
Factoren die van belang zijn op de arbeidsmarkt:
• Je opleiding
• Tot welke bevolkingsgroep je hoort
• Geslacht
• Huidskleur

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.