Geschreven door: | Anske (5 vwo) [meer] |
Datum ingestuurd: | 6 juni 2005 |
Taal: |  |
Woorden: | 2.050 |
Bekeken: | 5177 keer (17 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Hou ook rekening met de mening van degenen die zwijgen.
Zij die nooit hun mening wijzigen
houden meer van zichzelf dan van de waarheid.
Wees niet bang voor meningsverschillen,
zonder wrijving geen glans.
"Slechts weinigen denken,
maar toch houdt iedereen er meningen op na."
"Democratie is de noodzaak
om af en toe te buigen voor de mening van anderen."
(Winston Churchill)
"Slangen die niet van huid kunnen verwisselen, gaan te gronde. Evenzo de geesten die men verhindert van mening
te veranderen: zij houden op geest te zijn."
(Friedrich Nietzche)
DE GRONDLEGGERS VAN HET SUBJECTIVISME
Rond 470 v. Chr. vond er een verschuiving plaats in Griekenland. Na jaren van oorlog tegen het steeds machtiger wordende Perzische Rijk, boekten de Grieken onder aanvoering van stadstaat Athene twee grote overwinningen. Eerst op het land in Marathon (490 v. Chr.) en later de zeeslag bij Salamis (480 v. Chr.).
Na deze Perzische oorlogen werd Athene ineens een grootmacht in de Egeïsche Zee. Samen met de bondgenoten tegen de Perzen besloten ze de Delisch-Attische Zeebond op te richten en uit de inkomsten hiervan werden in Athene de meest prachtige bouwwerken geplaatst. Uit heel Griekenland kwamen geleerden naar Athene en er ontwikkelde zich een welvarende democratie met rechtbanken en volksvertegenwoordigingen. Athene groeide hierdoor ui tot het nieuwe culturele en filosofische centrum. Met de cultuurverschuiving kwam echter ook een verschuiving in de filosofie zelf tot stand. De belangstelling van de mensen veranderde, eerste waren het de natuurfilosofen die met hun onderzoeken alle aandacht kregen, nu wilde men liever horen/leren over de mens en de maatschappij.
DE SOFISTEN
In de beginperiode van de Atheense democratie speelden de sofisten een belangrijke rol. Sofisten, "leraren tot wijsheid", waren rondtrekkende geleerden die hun brood verdienden met het geven van lessen.
Door de opbloei van Athene besloten ze zich daar te vestigen en richtten zich op het onderwijzen van jonge rijke mannen, die een rol wilden gaan spelen in de politiek. Ze hielden zich dan ook voornamelijk bezig met de kunst der welsprekendheid, de rhetorica, want in de politiek moet je ‘goed gebekt’ zijn. Vaak ging het er dan ook niet om wie er gelijk had, maar wie er gelijk kreeg.
PROTAGORAS
Protagoras is de bekendste van de sofisten. Hij werd geboren rond 480 v. Chr. in Abdera. Over zijn jonge jaren is maar weinig bekend. Het meeste dat we over hem weten, stamt uit de periodes dat hij in Athene was. In deze tijd was hij zeer politiek betrokken en alom geroemd vanwege zijn kennis en kundigheid. Hij hielp Pericles, de belangrijkste leider van Athene in de gouden tijd, bij het zoeken naar oplossingen voor morele problemen en hij stelde wetten op voor de Atheense kolonie Thurii. Waar Protagoras echter het meest bekend om geworden is, is zijn rijkdom. Door zijn populariteit verdiende hij een fortuin aan het geven van lessen aan aankomende politici. Protagoras stierf in 411 v. Chr. toen hij op weg naar Sicilië met boot en al verdween.
DE FILOSOFIE VAN PROTAGORAS
De filosofie van Protagoras, en van de meeste sofisten, stelde niet erg veel voor, maar is interessant omdat het zo anders is dan dat men gewend was. De hele filosofie kan samengevat worden in de belangrijkste uitspraak van Protagoras: "De mens is de maat van alle dingen". Met "de mens" bedoelt hij hier niet de mensheid, maar elke individuele mens op zich. Met "de maat van alle dingen" bedoelt hij de standaard van de waarheid van alle dingen. Elk individu is de standaard van wat waar is voor hem zelf. Wat waar is voor de één kan complete onzin zijn voor de ander. Met deze ideeën verwerpen de sofisten de klassieke gedachte van een gescheiden ziel en rede. Alles is gerelateerd aan het gevoel van elke persoon op zich.
Doordat de sofisten vaak veel reisden konden ze ook verschillen onderscheiden tussen de culturen van de stadstaten. Ze hielden zich bezig met de vraag wat door de natuur bepaald was en wat door de maatschappij gemaakt was. Ze zetten hun vraagtekens bij begrippen als "natuurlijke preutsheid". In sommige culturen is het normaal om naakt te zijn, maar in andere culturen is er altijd sprake van een bepaalde preutsheid. De vraag is dus of er sprake is van natuurlijke preutsheid of van aangeleerde preutsheid. Zo brachten de sofisten in Athene discussies op gang over de maatschappij, met als kern dat het niet mogelijk is om absolute normen voor de waarheid, en dus voor goed en fout, te definiëren. Die zijn immers voor ieder individu anders.
Ook typerend voor de manier van denken van Protagoras is de manier waarop hij over de goden spreekt. Protagoras was een agnosticus, iemand die niet zeker weet of er wel een god is. Dit blijkt duidelijk uit de openingszin van een van zijn bekendste boeken, "On the Gods". Hij schrijft: "De goden respecterend, kan ik niet weten of zij bestaan of niet". Er is geen absoluut criterium te vinden waaruit blijkt dat er goden bestaan. Net zoals er geen absoluut criterium te vinden is waaruit blijkt dat naakt over straat lopen verkeerd is. Overigens was de Atheense politiek niet zo blij met zijn uitspraken over de goden. Protagoras werd beschuldigd van goddeloosheid en als straf werden zijn boeken verbrand.
SUBJECTIVISME
In de filosofie wordt vaak gesproken over de subject-object verhouding. Subject staat voor het beschouwende, waarnemende ik. De aandacht ligt daarbij op hetgeen dat waarneemt, denkt, spreekt enz., en niet op hetgeen dat waargenomen, gedacht en gesproken wordt. Je kunt zeggen dat het subject het proces is (van bijvoorbeeld denken) en het object het product (hetgeen dat gedacht wordt, de gedachte). Objectiviteit bestaat los van het menselijk verstand. De mens (subject) kan objecten waarnemen. Deze hoeven niet altijd zichtbaar te zijn, deze kunnen ook transparant zijn, zoals de eerder genoemde gedachte. Een synoniem voor ‘object’ is ‘voorwerp’, een synoniem voor ‘subject’ is ‘onderwerp’.
Een subject neemt de wereld objectief waar. Dat gebeurt door middel van de zintuigen. Het kan direct gebeuren of met waarnemingsinstrumenten, zoals een verrekijker. Wetenschappers doen kennis op over die wereld en maken die kennis objectief door te onderzoeken en te bewijzen. De kennis vertelt ons iets over de wereld en hoe zij eruit ziet. Deze kennis zit in een persoon (bijvoorbeeld wetenschapper), maar kan ook zonder deze wetenschapper voortbestaan. De wereld zou namelijk net zo zijn als het subject (de wetenschapper) er niet zou zijn. De wereld is dus object en bestaat onafhankelijk van het subject. Subject en object zijn in sommige gevallen gelijk aan elkaar. Stel, je kijkt in een spiegel en je ziet jezelf. Jij bent dan het subject, de waarnemer, en het waargenomene, jezelf, is het object. Subject en object zijn in deze situatie gelijk aan elkaar. Maar meestal zijn subject en object goed te onderscheiden. Bijvoorbeeld als je schrijft, dan is het geschrevene het object (gevolg) en de schrijver is het subject (degene die het doet,onderwerp). Beide begrippen zijn immaterieel, want je kan een woord niet vastpakken, maar de inhoud van de begrippen kunnen materieel en immaterieel zijn. Een subject is materieel want dat is bijvoorbeeld een persoon. Een object kan materieel en immaterieel zijn. Het kan bijvoorbeeld een boom zijn (materieel), maar ook een gedachte (immaterieel).
De termen subject en object worden vaak gebruikt in de trant van ‘subjectief denken’ en ‘objectief denken’. Als men subjectief denkt speelt de eigen mening een grote rol en het karakter, leefklimaat e.d. waar de persoon in leeft. Objectief denken kan alleen als men zich enkel op de feiten richt en als daarbij de eigen meningen, de gevoelens en de (voor)oordelen uitgeschakeld zijn. De mens is niet in staat dat helemaal uit te schakelen en is dus nooit geheel objectief. Men spreekt daarom, als een grote groep mensen dezelfde mening delen, over intersubjectiviteit. Objectiviteit is een tegenstelling van subjectiviteit. Alles wat zich in het subject afspeelt,en niet ergens anders, noemen we subjectief. Objectief kunnen we de wereld noemen ten opzichte van het subject dat deze wereld waarneemt via zintuiglijke waarneming of d.m.v. waarnemingsinstrumenten. Waarneming via instrumenten wordt objectiever geacht omdat het los staat van het subject. Ook is objectief het onder woorden brengen van kennis. Objectiviteit is gerelateerd aan de eigenschappen van de taal. Verwoorden, beschrijven is objectiveren. Als we iets wetenschappelijk verwoorden, beschrijven we het geheel van objecten. Objectief kunnen we ook noemen als er communicatie plaats vindt tussen verschillende subjecten. Objectief is de kennis die meerdere subjecten met elkaar delen. Deze objectiviteit is verbonden met de intersubjectiviteit.
Objectief en subjectief kunnen ook als relatief beschouwd worden. Een andere toepassing van deze begrippen is op waarheid. Objectief en subjectief hebben te maken met feit en fictie. Iemands mening is subjectief, speelt zich af in de geest, hierbij komen we terug bij de gronddefinitie van subject. Je neemt iets waar in de geest, en geeft daar een oordeel aan die voor iedereen verschillend kan zijn, zoals ik vind spinazie lekker. Objectieve waarheid is de waarheid die waarneembaar voor iedereen is. De eigenschappen worden dan aan het object zelf toegekend, dat is een feit, voor iedereen hetzelfde zoals: spinazie is groen.
Objectivisme is een kennistheoretische denkrichting die waarheden, waarden en normen aanvaardt die onafhankelijk van het menselijk verstand bestaan. Zij menen dat een kennisinhoud geheel en al worden bepaald door de prikkels die vanaf het object komen, en onafhankelijk zijn van het subject (tenzij er bij het subject storende factoren aanwezig zijn). Zij proberen dus hun eigen normen en waarden (en gevoelens, meningen enz.) zo min mogelijk invloed te laten hebben op hun manier van leven, en richten zich daarbij vooral op de feiten die van buitenaf komen en voor ieder mens gelden. De stichtster van het objectivisme is Ayn Rand. Die filosofie van het objectivisme is vooral gericht op rationalisme en objectieve kennis. Ook is het atheïstisch ingesteld, omdat het objectivisme geen concrete mening heeft. Objectivisten worden ook wel realisten genoemd.
Subjectivisme, oftewel constructivisme, is een wereldbeschouwing die in het subject de grondslag zoekt van alle maat en weet. Zij gaan ervan uit dat een kennisinhoud bepaald wordt door de manier waarop het mentale systeem de prikkels verwerkt. Bij het subjectivisme gaat men er van uit dat de kennis die men heeft, men alleen gekregen kan hebben door de dagelijkse ervaringen die men opdoet. De mening en eigen standpunt spelen een grote rol bij het subjectivisme. Het subjectivisme is dus ook van mening dat normen en waarden per persoon verschillend zijn en zelf samengesteld zijn. De normen en waarden zijn dus niet van buitenaf gegeven, maar van binnenuit verkregen volgens het subjectivisme. Want als er objectieve normen en waarden zijn, zouden die gelden zonder dat het uitmaakt wat men er van vindt. Veel mensen zouden het dan niet eens zijn met de normen en waarden en zo zal criminaliteit ontstaan.
De realisten in de filosofie zeggen dat een algemeen begrip, het subject, correspondeert met iets uit de werkelijkheid, het object.
Een van deze realisten, Thomas van Aquino, spreekt over een universale. Een universale is een mentale entiteit, gebaseerd op algemene natuur, die bestaat in het denken maar correspondeert met iets uit de werkelijkheid.
De filosoof Johannes Duns Scotus, ook een realist, gaat uit van hetzelfde principe. Alleen hij zegt dat de mentale entiteit te maken heeft met de eigenheid van een ding, wat meer is als alleen materie.
Filosoof Willem van Ockham, nominalist, verzet zich tegen deze opvatting. Hij deelt het subject en het object toe aan het mentale van de mens. Hij definieert subjectief als intellectio, het denken als activiteit.
De filosoof Christiaan Wolff (1679-1754) zegt over subject en object: “Het ding, voor zover het beschouwd wordt als een essentie hebbend en buiten dit (praeter) nog ontvankelijk is voor iets anders (alorium capax) wordt subject genoemd; het andere hebbend wat bij de essentie aansluit (consequuntur), en hetzij attribuut is of modi, noemt men adjuncta.”
Materie in logische zin. “Men duidt soms materie als ‘materie ex qua’ aan ter onderscheiding van het subject, dat ‘materie in qua’ heet en het object dat ‘materie circa quam’ wordt genoemd. Het object is namelijk het ding dat de handeling van de handelende begrenst (terminat) of waarin de handelingen van de handelende begrensd worden, zodat het in zekere zin de grens (limes) van de handeling is.
In de epistemologie gaat men er vanuit dat de objectiviteit is dat de waarheid onafhankelijk is van het individu, dit sluit aan bij de waarheidstheorie.
De idealisten gebruiken objectivisme om aan te geven dat het bestaan in de geest de enige vorm van werkelijk bestaan is. Plato verwijst naar alle objecten die bestaan in het ideeënrijk maar zij worden pas werkelijkheid als ze subjectief worden waargenomen.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.