ff n studiebreak

Klasgenoten stonden vroeger als hongerige hyena's om Jorieke heen. Klaar om het jonge hertje aan te vallen dat nog scoubidoutouwtjes had.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

Geschreven door:

Eelco Poelarends (6 vwo)

Datum ingestuurd:

20 mei 2005

Taal:

Woorden:

5.350

Bekeken:

11381 keer (12 deze maand)

Waardering:

2.8/5 (40 stemmen)

Deel op:

  • Door Stefanie op 30-05-2005
    Je samenvatting ziet er goed uit, ga ik zeker even doornemen voor t examen!
Exameneisen & Opmerkingen bij de afbeeldingen

Exameneisen:

1) Wat is het verband tussen de uitbeelding van de kerkvader Hiëronymus en de inrichting van het studeervertrek van de Renaissance- geleerde?
Hiëronymus wordt vaak afgebeeld met een leeuw, waaruit hij net een doorn uit de poot heeft gehaald. Dit uittrekken staat symbool voor overwinning van kwade nijgingen door geduldige studie. Op deze manier is hij hét voorbeeld van intellectuele discipline voor de Renaissance- geleerden.
Hij wordt ook altijd afgebeeld met allerlei wetenschappelijke voorwerpen, als een astrolabium, een kerkelijke voorwerpen, zoals een rozenkrans. (Vroeger waren kerkelijke ambtsdragers vaak ook natuurwetenschappers.) De vele wetenschappelijke voorwerpen waren ook door ge Renaissance- geleerden erg gewild in hun studeerkamer.

2) Hoe wordt bij de decoratie van de studiolo van Frederico da Montefeltro een encyclopedisch beeld van de wetenschappen uitgewerkt?
Encyclopedisch (beeld van de wetenschappen): indruk van de stand van de wetenschappelijke beschaving in het algemeen en van de eigenaar van de verzameling in het bijzonder.
In de studiolo van Frederioco da Montefeltro, Hertog van Urbino (Italië), zijn muziekinstrumenten, geometrische en astronomische instrumenten en boeken afgebeeld op de fictieve wandbanken. In dit ‘kabinet gewijd aan de Vrije Kunsten’ zijn alle rekwisieten voor de vorming van geest en goede smaak bijeen gebracht.
De hertog van Urbino, Federico da Montefeltro (1422–1482) liet deze studiolo bouwen rond 1476 voor zijn residentie in Gubbio. De muziekinstrumenten en de wetenschappelijke instrumenten laten zijn belangstelling voor de wetenschap zien. Hij ontving er speciale gasten.
De inleg techniek van verschillende soorten hout, die je ziet in deze ruimte noemen we intarsia. Alles lijkt drie dimensionaal om ons de indruk van ruimtelijkheid te geven. (trompe l'oeil) Het gebruikte lineaire perspectief is afkomstig van de architect Filippo Brunelleschi.

3) Hoe leidt de toename van kennis in de zeventiende eeuw tot het aanleggen van verzamelingen en hoe is het rariteitenkabinet ingericht en geordend?
Kunstenaars gingen de wereld onderzoeken. Ze kregen de taak de natuur in al haar verschijningsvormen te documenteren. Ook op ontdekkingsreizen gingen er documentatiekunstenaars mee. Terug naar het vaderland namen ze allemaal typische buitenland- eigen voorwerpen mee, die in het vaderland zeldzaam en dus zeer waardevol waren. Deze staaltjes van menselijk vernuft (Artefacta) en curieuze voortbrengselen van de natuur (naturalia) worden in de zeventiende eeuw verzameld voor wetenschappelijk onderzoek en zo verandert de studiolo langzaam in een verzamelkamer of rariteitenkabinet. (Raritas = lat. Zeldzaamheden.)
Een verzameling bestond uit drie categorieën: Naturalia (voorwerpen door de natuur voortgebracht), Artefacta (voorwerpen door de mens gemaakt) en Antiquitates (voorwerpen uit de klassieke oudheid). O.a. de Conchylia (schelpen, onderdeel Naturalia) werden beschouwd als Artefacten door de natuur voortgebracht.
Een verzamelaar ordende zijn verzameling op de wijze die hemzelf het beste leek; er bestonden geen regels om bijvoorbeeld de spullen geografisch, historisch, naar materiaal of naar categorie te ordenen.

4) Wat is de wetenschappelijke en kunstzinnige waarde van de kunst- en rariteitenkabinetten in Nederland en waarom worden collecties vaak geportretteerd op schilderijen en in gravures?
Amsterdam en een paar andere steden hebben een heel belangrijke rol gespeeld in de aanvoer van allerlei kunstvoorwerpen en dingen die door de wetenschap onderzocht konden worden. Omdat hier in Nederland de vraag naar zulke voorwerpen haalbaar was, is er veel aangevoerd voor de verzamelkabinetten.
Vele (kunst)collecties zijn van onschatbare waarde geweest voor latere wetenschappers. Aangezien er geen musea waren met onderzoeksvoorwerpen, waren ze aangewezen op privé- collecties van verschillende verzamelaars. Carolus Linnaeus bijvoorbeeld heeft gretig gebruik gemaakt van de verzameling van de Amsterdamse apotheker Albertus Seba.
De collecties worden vaak geportretteerd omdat anderen dan ook van de verzameling kunnen vernemen. Seba heeft zelfs heel zijn verzameling in 4 grote geïllustreerde boeken gepubliceerd om zijn collectie ook voor anderen toegankelijk te maken. (Thesaurus deel 1 -4 in 1734, 1735, 1758 en in 1765)

5) Wat de architectonische betekenis is van het Pantheon en welke technische vindingen zijn toegepast bij de bouw ervan en bij latere Byzantijnse koepelkerken
Romeinen wilden alles ordenen. Pantheon in Rome is een tempel gewijd aan het volkomen goddelijke en soort spiegel van kosmische orde (sterrenhemel werd afgebeeld)
Opdrachtgever was de keizer en hij hield in het gebouw speciale senaatsvergaderingen.
Er werd gewerkt met basisvormen, hierbij is dat een cilinder en een koepel. Een gat (oog) in het midden van het dak (de koepel dus) zorgt voor de verlichting. Verwijst naar de hemel als domein van het goddelijke
In de Romeinse architectuur werd met eenvoudige goniometrische basisverhoudingen (zie je terug in de nissen) of modulen. het Pantheon is een meesterwerk van harmonie en eenvoud in maatverhoudingen
Cirkelmotief komt terug in vloer.
Spanwijdte van koepel enorme grote zijwaartse druk werd opgevangen door dikke massieve steunmuren (wel 6 m) met daarin ontlastingsbogen gemetseld.
De koepel rust op acht zogenaamde muurdammen, door de ontlastingsbogen is er minder materiaal nodig en daardoor kunnen er nissen aanwezig zijn en wordt het geheel tegelijkertijd stabieler.
Koepelskelet bestaat uit zestien spantbogen van beton, bekleed met baksteen. De spanten komen samen bij de drukring rondom de oculus.
Samengevat komt het erop neer dat het structurele skelet van het Pantheon bestaat uit ondersteunende muurdammen en spanbogen in het koepelgewelf. De onder- en bovenbouw zijn met elkaar in de middenzone verweven door middel van een netwerk van bogen.
De funderign is beton vermengd met tavertijn. De koepel en muren bestaan uit verschillen soorten beton, voordelen beton: kneepbaar, op bouwplek maakbaar (dus weinig transport), water en vuur bestendig, geen naden en voegen, kan grote drukkracht verdragen.
De dikte van de koepel is in het midden kleiner dan aan de randen en daar is ook lichtere betonsoort gebruikt.
Byzantijnse architecten vervangen de muren door vier pijlers die met bogen aan elkaar verbonden zijn. Dit zorgt oa voor meer licht en betere toegankelijkheid. Later komt men met het idee van de dubbele schaal.

6) Hoe de koepelconstructies van de Renaissance werden verbonden met het ideaal van de centraalbouw zoals uitgewerkt in de Sint Pieter
Volmaakte ruimte, waar niets aan kan worden toegevoegd, weggehaald of veranderd kan worden zonder visueel schade te doen. Vitruvius noemt dit: symmetria= gemeenschappelijke maatvoering van een gebouw die leidt tot harmonie.
Centraalbouw is hier geschikt voor.
In een cirkelvormig grondplan doet het geometrisch patroon zich voor als onveranderlijk, absoluut, statisch en volkomen duidelijk.
Een gebouw is de microcosmos in de macrocosmos., afspiegeling van de orde in de kosmos.
Albertini moest geschrift van Vitruvius opnieuw uitgeven, hij bestudeerde bouwtechnieken oudheid geholpen door het feit dat hij advies gaf tijdens reconstructie Sint Pieter.
Deze kerk moest de ideale kerk worden en is gebaseerd op bevindingen van Leonardo en Albertini. Zij spreken allebei over de koepel en die komt dus ook terug in de kerk.

7) Waarom vanaf het einde van de achttiende eeuw nieuwe overspanningsconstructies mogelijk en noodzakelijk worden en wat de bouwtechnische mogelijkheden zijn van ijzer, staal, beton en glas
Halverwege de 18e eeuw verloor de kerk gaandeweg haar betekenis als inspiratiebron voor grootschalige bouwkundige structuren en er kwamen nieuwe bouwtypen (fabrieken, markthallen etc.) Deze vereisten nieuwe ruimtelijke en constructieve oplossingen. IJzer, glas en later staal bleken de beste materialen voor de verwezenlijking van de gestelde bouwopgave. IJzer kwam als eerste maar was niet handig als je iets uit een stuk wilt maken, maar verschillende segmenten werkt prima.
Het samengaan van artistieke en technische aspecten in de architectuur was ineens niet meer zo vanzelfsprekend.
Bij kassen staat het nut voorop ze dienen voor het kweken van planten. Ze zijn opgebouwd uit stukken gietijzeren skeletstukken. En met glas ingelegd. (een beschrijving kan je vinden op blz. 31/32, waar ik ook niet zoveel van snap)

8) Hoe door de eeuwen bouwkunst een samengaan is geweest van architect en ingenieur zoals blijkt uit de geschriften van Vitruvius en Alberti en hoe dit verandert in de negentiende eeuw
In het oude Rome was het samengaan van artistieke en technische aspecten in de architectuur een vanzelfsprekendheid (Vitruvius). Ook Alberti kende geen arbeidsverdeling tussen vormgever en technicus. De rode draad in zijn De re Aedificatoria is juist de samenvloeiing van kunstzin en techniek. Wetenschappelijk kennis en schoonheid beschouwde hij als twee zijden van dezelfde medaille. Tot in de Barok werken architecten in deze traditie. De sterke nadruk op ‘pure’wetenschap leidde vanaf die tijd tot een splitsing tussen kunst en kunde. Door de ontwikkelingen in de architectuur kwam de vraag of bouwkunst in de eerste plaats kunst of de kennis op de eerste plaats staat. Pas de tijd van de Verlichting bracht verandering. Bij de gemiddelde traditionele architect was de technische bekwaamheid voor de realisatie van de nieuwe industriële bouwprojecten niet toereikend.
Je kwam het ook tegen in de Franse École des Beaux-Arts, deze franse architecuutopleiding richtten hun esthetische kant van het onderwijs sterk op de klassieken, waardoor dit instituut zich steeds verder vervreemde van de eisen die aan nieuwe bouwopgaven werden gesteld.
De opvattingen van deze Franse school kwamen steeds in conflict met de praktische opvattingen van de École Polytechnique. Deze bood een wetenschappelijk basisprogramma aan. Het belangrijkste uitgangspunt was het samengaan van theorie en praktijk. Nieuwe constructiemethoden moesten meer invloed krijgen op het karakter van het bouwkundige ontwerp.

9) Wat het belang is van de constructie en toepassing van de geodetische koepels van Buckminster Fuller
Een geodetisch koepelgewelf is opgebouwd uit drie of veelhoekige facetten van uiterst licht materiaal (kunnen dunne platen zijn of allen bestaan uit ribben). De druk is verdeeld over de structuur zelf, zodat die eventueel rechtstreeks op de grond kan rusten. Het voordel van een dergelijke koepel is dat ze in sterkte toenemen naarmate de constructie groter wordt en tegelijkertijd in zekere zin onzichtbaarder worden door de evenredig toenemende verfijning van het netwerk en constructieve elementen.
De constructie is gebaseerd op een skelet waarin de trekkracht is gemaximaliseerd en de drukkracht geminimaliseerd, waardoor het gewicht van de totale structuur aanzienlijk is teruggebracht.
Fuller beschouwde zijn uitvindingen als toevallige resultaten op zijn zoektocht naar radicale oplossingen voor ecologische problemen. Zo ontstonden er in de zestiger jaren ideeën voor de klimaatkoepels. Uitlopend hierop werden steeds meer architecten geïnteresseerd in energieproblemen, zoals Foster, die in 1963 Team 4 oprichtte.


10) Welke maatschappelijke en ecologische aspecten een rol hebben gespeeld bij de renovatie van de Reichstag in Berlijn
Maatschappelijk: Foster wilde dat de parlementsleden de bezoekers boven wel goed konden zien, waardoor ze constant worden herinnerd aan de mensen die ze vertegenwoordigen.
Omdat ook de wanden van glas zijn, is het parlementaire bedrijf constant van verschillende zijden en verdiepingen in het gebouw gade te slaan.
De open koepel is het perfecte symbool van openheid en toegankelijkheid; tegelijkertijd herinnert hij aan de aanwezigheid van het parlement pal daaronder.
Ecologisch: De Bundestag wilde met een duurzaam energiesysteem in eigen huis een voorbeeld geven van ecologisch bewust zijn. Er is vooral toegezien op een zo verantwoord mogelijke temperatuurbeheersing in de werkruimten. In de spiegelkegel zit een uitgekiend ventilatiesysteem verborgen. De glazen koepel zorgt voor daglicht maar is ook een schakel in een geavanceerd energieconcept dat zowel de opwekking van energie in de vorm van warmte, als de voorwaarden schept voor een zuinig gebruik daarvan.

11) Voor welke problemen schilders in de vijftiende eeuw werden gesteld bij hun pogingen de meetbare ruimte vanuit één gezichtshoek op het vlak weer te geven en welke rol de mathematica daarbij heeft gespeeld.
Veertiende eeuw: De perspectivische methodes waar toen mee geëxperimenteerd werd, zijn niet wetenschappelijk onderbouwd, maar gebaseerd op een aantal vuistregels. Ze missen samenhang en leveren niet het gewenste resultaat op; namelijk een logische geconstrueerde ruimte, die het oog van de toeschouwer kan overtuigen.
Vijftiende eeuw: Voor het eerst wordt theorie en praktijk van perspectief met elkaar gecombineerd. Kunstenaars dienen voldoende wiskundige kennis te hebben om goede kunstwerken te maken. Tommaso Masaccio zette een lineair-perspectivische methode waarmee imaginaire architectuur op een bedrieglijk echte manier kon worden afgebeeld. Alberti geeft wel het verdwijnpunt een grote rol in een constructie, maar het systeem legde wel beperkingen op: als de gezichtshoek een bepaalde waarde te boven ging, werd de afbeelding onwerkelijk, je kon het dus niet van oneindig aantal gezichtspunten bekijken. Daarbij komt ook dat de indruk van ruimte niet alleen ontstaat door de juiste perspectivische constructie, maar ook door het gebruik van kleur, overlapping, modellering en de wijze waarop met het licht wordt omgegaan: ook over deze onderwerpen, werd in deze periode systematisch nagedacht. Het speelde ook een mindere rol, omdat het aardse voor het hemelse moest wijken. Soms kiezen schilders om esthetische of expressieve redenen voor een incorrect perspectief. Een volgende mijlpaal in de wetenschappelijke benadering is Piero della Francesca. Hij werkt de theorien van Alberti verder uit. Hij heeft interessen voor de meetbare ruimte als voor het licht. Hij heeft niet alleen een samenhangende en meetbare ruimte geconstrueerd, volgens wiskundige pricipes, maar wellicht ook gebruik gemaakt van topografische gegevens. Ook de figuren en objecten moeten in de juiste perspectief worden afgebeeld. Hoe, dat is vrij eenvoudig te bepalen met behulp van pavimento,het rasterpatroon dat met behulp van de lineaire perspectief kon worden geconstrueerd, mits de objecten zich maar niet al te ver boven of onder het oogpunt van de toeschouwer bevinden: problemen ontstaan wanneer dat nu juist wél het geval is. Vasari was verzot op deze perspectivische extremiteiten.

12) Op welke wijze de toepassing van perspectief kan bijdragen aan de symbolische betekenis van een schilderij.
Veel kunst bleef religieus, aardse moest wijken voor hemelse. Lineaire perspectief speelt grote rol: bijv verdwijnpunt niet op een realistisch plek maar op een symbolische plek (hoofd Jezus of schoot Maria). Bij een ander weer twee verdwijnpunten: die van de vloer ligt lager dan die van de gebouwen. Maar door goed gebruik van lichtinval realistisch. Werden ook rasterpatronen gebruikt om juiste plaats van objecten en personen te bepalen

13) Welke combinatie van theoretische kennis en praktische methoden de achtergrond vormt van Italiaanse plafondschilders in de zestiende en zeventiende eeuw en van de kerkschilderijen van Saenredam.
In de late zestiende eeuw waren er steeds minder architecten en schilders die zich bezighielden met de theorie van de perspectief: dit werd steeds meer een zaak van wiskundigen die op dit gebied een steeds hogere graad van abstractie bereikten, waarin kunstenaars heb eigenlijk niet meer konden volgen.
(zie ook de opmerking bij Afbeelding 18) in de tijd van Saenredam waren architectuurschilderijen, perspectieven genoemd, zeer populair. Door de vrije kunstmarkt waren schilders zich gaan specialiseren. Het historiestuk werd nu het onderwerp, bijvoorbeeld fantastische gebouwen in Renaissancestijl. Hij schilderde altijd bestaande gebouwen. Een Haarlemse landmeter had hem wegwijs gemaakt in de kunst van het opmeten van gebouwen en waarschijnlijk had hij ook kennis genomen van theoretisch werk over perspectief. Zijn werk kent vier fases:
1. voorstudie ter plekke, op basis van observatie;
2. nauwkeurig opmeten van de plattegrond en van alle bouwelementen;
3. maakte een constructietekening op basis van de metingen en een perspectivische correcte lijntekening;
4. tenslotte maakte hij het definitieve schilderij.

14) Hoe het negentiende-eeuwse panorama inspeelde op het verlangen naar een wijdere blik op de wereld en in welk opzicht panoramaschilders verder gingen dan perspectiefschilders in het verleden en welke methodes ze daarbij toepasten
Ook schilders die doorgingen met perspectief omdat ze dat gebruikten in hun beroep. Je kreeg topografische kunst (juist afbeelden van herkenbare plekken), daaronder valt ook panorama(=schilderij in de vorm van een cilinder). Hier komt het verlangen naar grootsheid natuur naar voren. Maatvoering was belangrijk, grote diameter en hoogte. Vaak afgeschermd door zeil waardoor het leek of het licht uit het schilderij zelf kwam (toverachtig effect). Bezoeker kwam via donkere gang op podium in het midden terecht. En er kwamen zelfs echte voorwerpen in voor. Voorstelling heeft geen einde (want het is rond). Door effecten zoals beweging en kleur kreeg het een filmisch tintje. Was toegankelijk voor groot publiek, niet langer alleen voor de rijken. Je kon er ook wat van leren, over: verre landen, steden en geschiedenis. Maar ook actuele gebeurtenissen. Het realisme was populair, nét echt was een compliment.
Werkvolgorde Mesdag:
o verkennende schetsen met weinig details;
o ging in een kleine glazen cilinder staan en gaf daarop de contouren van het landschap weer;
o trok het over op transparanten die op de buitenkant van de cilinder waren gehangen(spiegelbeeld dus. Omdraaien daarna);
o er werden 114 verticale lijnen over de goede kant getrokken, komt overeen met het aantal meters van het doek;
o mbv kwadratuurmethode op het doek gebracht.
De baan van de zon op het schilderij valt samen met de baan die het echte zonlicht beschrijft.

15) Wat kenmerkend is voor de ruimte-ervaring die wordt geboden in de installaties van James Turell.
In de tweede helft van de twintigste eeuw zien kunstenaars niet alleen af van illusionistische ruimte op het platte vlak, maar ook van het schilderij zelf. Ze gaan bijvoorbeeld ruimte en licht als materiaal gebruiken in installaties die soms binnen, maar ook vaak buiten het museum of de galerie wordt opgesteld.
James Turell heeft als centrale thema licht en ruimte. Hij gebruikt ze als materiaal. In zijn immateriële sculpturen met fluoriderend licht lokt hij een verstilde zintuiglijke ervaring uit die kan leiden tot meditatie en een bijna bovenaard staat van bewustzijn, daarin toont hij enige verwantschap met romantische kunstenaars.
Elke projectie is een logisch gevolg van het vorig. Eerst vooral buiten, later binnen.

16) Hoe kunstenaars als Boccioni en Delaunay in hun schilderijen het opkomend machinetijdperk in beeld brengen
De vraag was hoe kunstenaars de dynamiek van de mechanisering zichtbaar konden maken. Bijvoorbeeld: veranderde technologie een verschuiving van het bewustzijn teweeg brengt. Dynamiek van machinetijdperk weergeven, zonder braaf machines na te tekenen. Snelheid weergeven. De eersten die hier een antwoord op probeerden te vinden waren de kubisten, maar die waren niet dynamisch genoeg en bleven beperkt tot huiselijke dingen.
Dit vinden we wel bij de Futuristen (Boccioni). Zij geven beweging weer door: kleine vlekjes/streepjes; diagonale richtingen; herhalingen (stripverhaaleffect); nerveuze penseelstreken; lawaai; lichtflitsen; krachtpatserij; turbulente volheid. Voorstander van jet gebruik van niet-traditionele materialen. Delaunay gebruikt kleurrijke en abstracte vormen; vol kleur en beweging; de de contrasterende werking van de schrijven die naast elkaar zijn geplaatst lijkt het geheel te vibreren; hij maakt de kleurencirkel tot motoriek van de machine; een feestelijke ode aan het tijdperk van de machine.

17) Hoe beeldhouwers in het begin van de twintigste eeuw experimenteren met nieuwe thema's, werkwijzen en materialen
Ze wilden een beeldtaal schappen die niet beschrijvend of verhalend, maar concreet was: abstract. Niet naar de natuur gemaakt. Een kenmerk in het machinetijdperk is de terugkeer daar de beeldende essentie door een streven naar een eenvoud en directheid. Voor een schilder is dat lijn en kleur. Voor een beeldhouwer elementaire basisvormen. Dit ging samen met de ideeën van kunstenaars over kunstvormen die minder individualistisch zouden zijn en liever bouwstenen moesten leveren voor een nieuwe maatschappij.
Ze gingen in tegen Rhodins demonstratieve beelden en tegen het procédé van modelleren. De essentie van hun lag bij het kappen in steen of hout. Beelden moesten niet verwijzen maar een object, een ding zijn. Niet in wording, ze zijn. Enkelvoudig. Ze zijn zichzelf, met één blik te vangen. Ze willen geen navolging van de natuur, ze willen nieuwe dingen maken. Er komt een nieuwe relatie tussen tijd en ruimte.
Eerst waren beelden nog van steen of brons, daarna kwamen er minder kostbare materialen als karton, triplex, ijzerdraad, blik, aluminium, staalplaat, kunststof, plexiglas, TL-buizen, laserstralen.
Beelden worden constructies, assemblages, readymades, installaties en ingrepen in de landschappelijke en gebouwde omgeving. Niet meer op sokkels of in nissen, maar in de vrije ruimte. Ze kunnen alles doen , wat machines ook kunnen (kinetic-art).

18) Welke bijdrage de Russische Constructivisten, met name Tatlin en Rodchenko, leveren aan een kunstvorm die de moderne mechanisering weerspiegelt en hoe deze vernieuwingen worden voortgezet in West-Europa door Gabo en Moholy-Nagy
Tatlin ontwierp het Monument van de Derde Internationale, een dynamische versie van de Eiffeltoren, gebouwd in staal en glas. De scheve spiraal van het draagskelet suggereert een voortzetting in de oneindige ruimte. Hij is nooit gerealiseerd, omdat het te abstract was. Het is een kinetische sculptuur vanwege de toevoeging van het element beweging van de roterende glazen ruimtes binnen de spiraal. Hij maakte abstracte reliëfs van allerdaags materiaal, hangend gepresenteerd, niet hightech, maar eerder ambachtelijk. Deze ambachtelijke eenvoud zien je ook bij Rodchenko. Volgens hem moet het materiaal zijn eigen plastische hoedanigheid uitdrukken, met de eenvoud en directheid van bijvoorbeeld de bekende stoel van Rietveld. Hij heeft ook iets ruimtelijks gemaakt met ringen. De ruimte is even belangrijk als de belijning van de ringen.
In Rusland werden de omstandigheden slechter, omdat de kunst de maatschappelijke idealen een bijdrage moest brengen. Daarom gingen ze naar West-Europa.
In het westen hadden ze betere expositiemogelijkheden en ze konden beschikken over nieuwe materialen, coatings en machines om alles fijner uit te werken.
Gabo en Moholy-Nagy hoefden niet in triplex en hout hun kunstwerk uit te voeren, maar konden gebruik maken van verchroomd metaal, aluminium, plexiglas en andere transparante en blinkende materialen. Maholy-Nagy legde de nadruk op de ontwikkeling van de visuele waarneming en was minder geïnteresseerd in het aanleren van gespecialiseerde kundigheden. Zijn motto daarbij was: iedereen heeft talent. Het karakter van de constructivische werken verschuift van kunst met een hoog ambachtelijk gehalte naar een soort labaratoriumkunst.

19) Tegen welke kunsthistorische achtergrond de Minimal Art ontstaat en wat het verband is met het Constructivisme.
In de jaren 60 liggen alle mogelijkheden open om grensverleggende kunst te lanceren. Van de ene kant komt hierdoor de kunstenaar in de schijnwerpers en kan hij groots uitpakken, zoals Andy Warhol, maar van de andere kant komt hierdoor bij menig kunstenaar de neiging op om zich te midden van een steeds opdringerige samenleving, te concentreren op de logica van de orde en de zuiverheid van uitgangspunten: Minimal Art is van een kloosterlijke strengheid en bevat niets dat niet tot de essentie behoort. Het is een heroriëntatie op basiselementen van de beeldhouwkunst. Deze basiselementen zag je ook bij Rodchenko. De zuivere vorm die samenvalt met de inhoud van het beeld. De primary structures bestaan uit enkelvoudige of zich herhalende geometrische elementen en zijn onpersoonlijk of objectief, omdat ze meer rationeel en conceptueel zijn ontworpen en procesmatig zijn gemaakt en omdat ze geen spoor van handwerk vertonen. Materiaal is materiaal en kleur is kleur.

20) Welke kunstopvattingen bepalend zijn voor de ruimtelijke constructies van Judd, Andre en LeWitt
Judd(architectonisch): de kunst van de moderne tijd is niet langer schilder of beeldhouwkunst, maar iets geheel nieuws, een medium van echte objecten in een echte ruimte. Gediciplineerd, eenduidig, smetteloos, zonder enige onregelmatiheid, dat geen detail of accent het oog houvast kan bierden en er wordt geen enkel beroep gedaan op emotie. De esthetica van de ordening.

Andre(sculpturaal): zijn werk gaat uit van van de massa en gewicht van gebruikte materiaal en de ambacht staat centraal. (veel zware balken, stenen en tegels) het is een lichamelijk proces, hij voelt zich als marxist verbonden met de werkende klasse.

Lewitt: (conceptueel) : Gebruik van eenvoudige geometrische vormen. Lijkt alsof een machine de kunst heeft gemaakt logische structuren, meer idee dan object, systematisch karakter. Logisch idee en gaat uit van een logisch idee en lijkt een blind mechanisch en rationeel controleerbaar proces. Ze zijn eerder idee dan object, eerder conceptual art dan minimail art.


Opmerkingen bij de afbeeldingen:

Afbeelding 1:
Lorenzo Monaco
Hiëronymus weergegeven als monnik
- kleine studeercel
- boekenkast met lessenaar
- gebedshoek met een knielbankje
- hij heeft juist de leeuw geholpen, die steekt zijn poot nog uit.

Afbeelding 2:
Jan van Eijck
Hiëronymus weergegeven in zijn studeerkamer.
- huishoudelijke studeerkamer
- geriefelijk ingericht
- opdrachtgever zou goed een humanist kunnen zijn die hem voor zijn studiolo bestelde
o veel aandacht besteed aan inrichting en attributen
§ gotische stoel met zitkussen;
§ bureau met ingebouwde kast;
§ op de tafel een lessenaar, zandloper en allerlei schrijfmateriaal;
- ondanks dat hier een heilige is uitgebeeld overheerst hier het wereldse element, natuurwetenschappers waren meestal ook kerkelijke ambtsdragers.

Afbeelding 3:
De studiolo verandert in een verzamelkamer van zeldzaamheden, het wordt een rariteitenkabinet.

Afbeelding 4:
Albert Eckhout
Schildert bewoners van Brazilië in opdracht van Johan Maurits.
- Tarairiu indianen

Afbeelding 5:
Verzamelkamer/rariteiten kabinet van Johan Maurits

Afbeelding 6:
Jan van Kessel de Oude
Geeft een indruk van de wijze van presenteren van de schilderijen en gebruiksvoorwerpen in het Mauritshuis.
- alles werd boven en naast elkaar gehangen
- hele muurvlak werd gevuld

Afbeelding 7:
De encyclopedische verzameling bestond uit:
1. naturalia: door de natuur voortgebrachte voorwerpen
o conchylia = schelpen è vanwege hun kunstige vorm werden ze verwoed verzameld en afgebeeld.
o Vanwege hun kunstige vorm werden ze beschouwd als door de natuur voortgebrachte artefacten.
2. artefacta: door de mens gemaakte voorwerpen
3. antiquitas: voorwerpen uit de klassieke oudheid


Afbeelding 8:
Frans Francken II
- kunst en het kunstzinnige in het natuur krijgt de meeste aandacht.
- Inclusief voorwerpen uit de antieke beschaving.
- Doorsneekunstkamer is combinatie van twee voorbeelden:
o Beeld van verzamelwoede
o Verlangen van de verzamelaars om meer kennis te vergaren.

Afbeelding 9:
Giovanni Paolo Panini
- hoofdbestanddelen: structuur van cilinder en koepel (koepel is een halve bol, wanneer je deze doorvoert raak je precies de vloer; verhouding 1:1)
- 6 grote nissen/exedrae (rechthoekig en rond)
- ingang en absis
- 8 kleine erkers/ediculae
- 4, 8 of 16 gelijke segmenten
- goniometrische basisverhoudingen kenmerkend voor Romeinse architectuur.
- Gat in de top van het gewelf (verwijst naar de hemel als domein van het goddelijke)
- Regenwater wordt via gaatjes in de vloer afgevoerd;

Afbeelding 10:
Wintertuin Laken
- bestaat uit twee delen:
o centrale koepel met twaalfhoekige lantaarn
o die rust op een colonnade van 36 Dorische zuilen.
- Wit marmeren zuilen met architraaf
- Op de architraaf rusten 36 gekromde vakwerkboogspanten met driehoeksverbindingen.
- Bogen bij lantaarn vangen druk op van spantbogen.
- Twaalfhoekige voet met bogen moet een bloemkroon met bladeren verbeelden.
- Zuilencolonnade biedt een perfecte oplegging en verankering voor de gietijzeren schoen van de spanten
- Een ring met versierde boogvormige vensters op de colonnade verbindt de spanten onderling en vormt een soort trommel.

Afbeelding 11:
Christo hult het Reichstag gebouw in zilveren doeken.

Afbeelding 12:
Koepel van de Reichstag
Door Norman Foster
Het perfecte symbool van openheid en toegankelijkheid; tegelijkertijd herinnert hij aan de aanwezigheid van het parlement pal daaronder.

Afbeelding 13:
Fresco van de Drie-eenheid
Tomaso Masaccio
- Heeft de vinding van Brunelleschi omgezet in een lineair-perspectivische methode, waarmee imaginaire architectuur op een bedrieglijke manier kon worden afgebeeld.
- Vader, de Zoon en de Heilige Geest onder het tongewelf
- Maria en Johannes onder het kruis
- Links en recht knielen de schenkers van het fresco onderaan het kruis
- Het casettengewelf, dat doet denken aan de contempoire architectuur van Brunelleschi, is in grote lijnen weergegeven volgens de regels van de lineaire perspectief.
- Architectonische constructie van de kapel heeft veel aandacht gekregen
- Niet duidelijk waar de figuren exact staan


Afbeelding 15:
Het Altaarstuk van Santa Lucia dei Magnoli
Domenico Veneziano
- In veel schilderijen speelt het lineair perspectief nog een ondergeschikte rol.
- Vaak wordt het verdwijnpunt op een betekenisvolle plaats gezet en niet op een realistische. Het “hemelse” speelt nog een grote rol boven het “aardse”.
- En verder worden er ook nog andere vormen van ruimtewerking toegepast (o.a. kleurperspectief en overlapping)
- verschillende standpunten voor de tegelvloer en de architectuur. Het verdwijnpunt van de tegelvloer ligt bij het eerste opstapje van het podium. Dat van de gebouwen valt samen met de schoot van Maria.
- Toch ontstaat er een eenheid want door het van rechts invallend licht worden alle elementen met elkaar verbonden

Afbeelding 16:
De Geseling
- interesse voor licht en voor de meetbare ruimte
- Ook de figuren en objecten moeten in de juiste perspectief worden afgebeeld. Hoe, dat is vrij eenvoudig te bepalen met behulp van pavimento,het rasterpatroon dat met behulp van de lineaire perspectief kon worden geconstrueerd, mits de objecten zich maar niet al te ver boven of onder het oogpunt van de toeschouwer bevinden
- In figuur 29 en 30 is te zien hoe Pierro te werk is gegaan.
- Hij heeft, waarschijnlijk aan de hand van een manuscript (Cosmographia van de Antieke geograaf Ptolemaeus), bepaald hoe de ruimte, het paleis van Pilatus, moest zijn geweest.
- Ook werd een systeem ontwikkeld (Vasari schrijft daarover in Vite, 1550) om middels een rasterpatroon (pavimento) verkortingen te maken. De manieristen (waaronder Vasari) waren hier natuurlijk in geïnteresseerd.

Afbeelding 17:
De ambassadeurs
Hans Holbein de Jonge
- anamorfose: geen theoretische wiskundige traktaten
- spelletjes met perspectief werden onder kunstenaars een populaire bezigheid
- perspectief verandert van visuele kunstgreep in een goocheltruc



Afbeelding 18:
- maakt veel werk van perspectiefconstructie, gebaseerd op theorie, onderzoek en berekening.
- Architectonische decoratie weggelaten
- Hele gewelf inclusief absis is volgeschilderd met allegorie van het missiewerk
- Ingenieus systeem om het op het plafond over te brengen
o Voorstelling perspectivisch correct op papier gezet;
o Bracht een netwerk van vierkanten daarop aan;
o Liet in de kerk recht onder het middenschip een netwerk van touwen spannen;
o Werd een hoekpunten op het gewelf gezet, dmv loodrechte touwen op die hoekpunten, daar waar de kijker zou moeten staan;
o De vierkanten kromden mee met het gewelf.
- Moet wel vanaf de juiste plaats bekeken worden.


Afbeelding 19:
Pieter Saenredam
- Hij schilderde altijd bestaande gebouwen. Een Haarlemse landmeter had hem wegwijs gemaakt in de kunst van het opmeten van gebouwen en waarschijnlijk had hij ook kennis genomen van theoretisch werk over perspectief. Zijn werk kent vier fases:
o voorstudie ter plekke, op basis van observatie;
o nauwkeurig opmeten van de plattegrond en van alle bouwelementen;
o maakte een constructietekening op basis van de metingen en een perspectivische correcte lijntekening;
o tenslotte maakte hij het definitieve schilderij.
- wilde sfeer van verheven rust en orde creëren en daarom moest hij soms manipuleren.
- Ook om ruimtelijkheid te creëren

Afbeelding 20:
Panorama Mesdag in Den Haag
Henderik Willem Mesdag
- Werkvolgorde:
o verkennende schetsen met weinig details;
o ging in een kleine glazen cilinder staan en gaf daarop de contouren van het landschap weer;
o trok het over op transparanten die op de buitenkant van de cilinder waren gehangen(spiegelbeeld dus. Omdraaien daarna);
o er werden 114 verticale lijnen over de goede kant getrokken, komt overeen met het aantal meters van het doek;
o mbv kwadratuurmethode op het doek gebracht.
- De baan van de zon op het schilderij valt samen met de baan die het echte zonlicht beschrijft.

Afbeelding 21:
Wedgework II
James Turell
- Nauwkeurig bepaald:
o Vorm
o Afmetingen
o Indeling
o Lichteffecten
- mensen komen binnen via een pikdonkere zwarte sluis en weten eerst niet wat ze zien en hoe de ruimte in elkaar zit
- mensen ervaren een intense rust
- projectoren staan achter de schermen

Afbeelding 22:
La città che sale
Umberto Baccioni
- nerveuze penseelstreken de moderne wereld weergegeven als een veldslag;
- lawaai;
- lichteffecten;
- krachtpatserij;
- de lichtflitsen, diagonalen en de turbulente volheid van het geheel suggereren de machinesfeer.


Afbeelding 23:
Hommage à Blérot
Robert Delaunay
- bracht heel vaak de Eiffeltoren in beeld
- tegenhanger van Baccioni’s woelige stad
- steeds kleurrijker en abstracter
- voornamelijk kleurencirkels
- kleuren gaan vibreren als gevolg van contrastwerking
- heeft de kleurencirkel als symbool gemaakt van de motoriek van de machine
- [kleurencirkel had ook al veel invloed gehad op impressionisten en postimpressionisten als Seurat]
- draaiende propellers
- de kleurenschijven geven het werk iets onstoffelijks, net als licht door glas in loodramen
- feestelijke ode aan de machine.

Afbeelding 24:
Malevitsj
- verwant aan de ruimtelijke constructies van Rodchenko.
- Bewegend
- Zwevend in de ruimte
- De lege ruimte is even belangrijk als de belijning ervan
- Ambachtelijke eenvoud.

Afbeelding 25:
El Lissitsky
- had goede contacten binnen De Stijl in Nederland

Afbeelding 26:
Zuil
Naum Gabo
- glas, metaal, plexiglas
- hoge, zeldzaam evenwichtige constructie, licht en transparant;
- hij hield zich erg bezig met architectuur, het lijkt een wolkenkrabber
- helderheid en perfectie
- heel precies construeren
- ruimte en tijd zichtbaar maken in het kunstwerk
- diepte is de enige manier om ruimte uit te beelden

Afbeelding 27:
Licht-Ruimte Modulator
Laslo Moholy-Nagy
- licht, ruimte, beweging;
- fotografie, film
- lichtmachine, opgebouwd uit reflecterende materialen;
- transparante plastic elementen (lichtmodulators)
- ervoor gezette schijnwerper projecteert schaduwen op de wand;
- in werkelijkheid en als schaduw aanwezig;
- wervelende lichtshow op de wanden door beweging;
- brokje techniek + kunst = perfecte belichaming van het constructivistisch ideaal van ingenieuskunst.

Afbeelding 28:
Donald Judd
- gedisciplineerd;
- eenduidig
- smetteloos
- zonder onregelmatigheid
- geen detail of accent kan het oog vasthouden
- geen beroep op emotie


Afbeelding 29:
Serial Project No.1
Sol Lewitt
- De structuren met een steeds veranderende verhouding tussen open en gesloten spierwitte kubussen, waar een streng geometrische regulatie aan ten grondslag ligt, is typerend voor hem.
- Ontwikkeling van een kubus
- Vanuit elk vertrekpunt een andere ontwikkelingsgang

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.