ff n studiebreak

Klasgenoten stonden vroeger als hongerige hyena's om Jorieke heen. Klaar om het jonge hertje aan te vallen dat nog scoubidoutouwtjes had.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

Iris (4 havo) [meer]

Datum ingestuurd:

22 maart 2005

Taal:

Woorden:

3.500

Bekeken:

9214 keer (25 deze maand)

Waardering:

2.9/5 (34 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
Afdeling II Hoofdstuk 1.

Opdracht 1.
1. Germanen in Nederland/Duitsland
Eigenschappen:
a) sterke familiebanden
b) Verhouding mens-god= Praktisch gericht (d.w.z. Goden als bondgenoten)

Hoofdgoden: Odin (Wodan) en Thor

Kelten in Groot-Brittannië en Frankrijk

2. Geschiedenis West-Europa werd bepaald door Griekse en Romeinse cultuur.
Tussen 500-1100 wordt Europa agrarisch d.w.z. er is één koning, een vorst, deze geeft zijn land in leen aan een leenman (van
adel)
Land wordt bewerkt door horigen
Adel beschermd de kerk en het volk in ruil voor arbeid en trouw.
Katholieke kerk was de overheersende kerk.

3. Eerste kunst: 20 000 jaar oud, grotschilderingen in Zuid-Frankrijk
Literatuur mondeling overgeleverd.
± 1000 na Chr. ook schriftelijk door monniken.

Opdracht 2.
a. Tot aan de Rijn.
b. Een god die ± aan het begin van de jaartelling bestond.
c. Punt maken aan de zuil aan de voorkant.
d. Kloosters en kathedralen.
e. Latijns.
f. Germaans.
g. Sagen, volksverhalen en mythes.

Opdracht 4.
a. Siegfried: aardig, betrouwbaar, heldhaftig, vriendelijk.
Hagen: onbetrouwbaar, onaardig, vals.
Gunther: onbetrouwbaar, onaardig, vals.
b. Ja, het is een verlaten stuk land waar niemand anders is dan zij 3.
Hij zakte neer – rood kleurde zich het gras bij de bron.
c. Nee.
d. Nee, het is niet een soort genre waar ik van hou, ik hou niet zo van heldfiguren in verhalen.

Afdeling II Hoofdstuk 2

Opdracht 1
· Tijdsbeeld
1. groei van de steden

2. (ontstaan) standenmaatschappij
Rijken (adel, geestelijken)
Armen (werkenden)
3. veel sterfte
4. kruistochten
· Kunst
1. gemeenschapskunst: de maker bleef anoniem
2. beïnvloed door de kerk
3. motief: de dood
4. Romaanse en gotische bouwkunst
Romaans:
v gedrongen bouw
v kleine binnenruimte
v kleine vensters met ronde bogen
Gotisch:
v verticale bouw
v grote/hoge binnenruimte
v grote/hoge gebrandschilderde ramen, spits toelopend

· Literatuur
1. geen openlijke kritiek, deze werd verpakt in fabels en sprookjes
2. weinig boeken want papier was kostbaar.
3. met de hand geschreven: manuscript (manus = hand)
4. gekleurde versieringen: miniatuur
5. (literaire) teksten waren bedoelt om voor te lezen.
6. na ±1450 grotere verspreiding want: uitvinding van de boekdrukkunst
7. Oudste verhaalvorm:
Voorhoofse roman = Karelroman

Eigenschappen:
a. hoofdpersonage: Karel de Grote (± 800)
b. ruw en onbeschoft
c. vrouwen zijn ondergeschikt
d. dienen tot voorbeeld en lering
e. persoonlijke moed, lichaamskracht en het recht van de sterkste
f. hoogste deugd, trouw aan de leenheer
thema = trouw en ontrouw
Hoofse roman = Arthurroman

Eigenschappen:
a. Hoofdpersonage: Koning Arthur (± 500)
b. Hoffelijk karakter, sprookjesachtige sfeer
c. Vrouw werd op een voetstuk geplaatst
( liefde overwint alles)
d. hulpvaardigheid en kameraadschap
e. hoogste deugd: liefde en respect
Thema: Zoektocht (queeste) op zoek naar de waarheid

Poëzie ontstaat in Zuid-Frankrijk door troubadours

Eigenschappen:
a. onbeantwoorde liefde
b. vergoddelijking vrouw (Maria als model)
c. beleefdheid + goede omgangsvormen

Opdracht 2.
a. –11e en 12e Eeuw, Romaanse bouwkunst.
–13e Eeuw, Burgerij, adel en geestelijken gingen een grote rol spelen. + Gotische bouwkunst.
-1450 boekdrukkunst
b. Sint-Servaas in Maastricht.
c. De Domkerk in Utrecht.
d. Nederlandse taal die wordt gesproken aan de rand van de Rijn en verder richting het noorden.
e. De recht van de sterkste.
f. De ronde tafel.

Opdracht 4.
a. De heilige Brahmaan.
b. Hij vertelt alles wat hij ziet, hij is de heilige Brahmaan.
c. Dat hij op de weg van de vis stond.

Afdeling II Hoofdstuk 3

Opdracht 1.
Renaissance en barok (1500-1700)

· Tijdsbeeld
Renaissance = Wedergeboorte (van de Griekse en Romeinse cultuur van vóór de Jaartelling)

De Renaissance ontstaat in Noord-Italië (daar stond de universiteit)
Kenmerken:
a. geboorte van de moderne mens (humanist)

Eigenschappen van a:
1. optimistisch opzoek naar eigen waarden
en normen
2. actief levend
3. intensief bezig waren met kunst, cultuur
en wetenschap
4. kritische christen

Totaal is:
5. ideaal beeld = uomo universalis

b. Reformatie = Godsdiensthervorming
d.w.z. het ontstaan van andere godsdiensten uit de Rooms-Katholieke Kerk (hervorming)
Kerkleiders: onder andere Luther en Calvijn
Eigenschap: De mens kan en mag de Bijbel zelf uitleggen. (daarom moest er een nieuwe kerk komen want katholieke kerk was het er niet mee eens)
Gevolg: Godsdienstoorlogen

· Kunst
Kenmerken:
1. individueel karakter, kunstenaar ging zijn werk signeren
2. groot beeldende kunstenaars vooral in Italië
bijv: Leonardo da Vinci, Michel Angelo
3. de mens staat centraal
4. kunstenaar kreeg aanzien

· Literatuur
Kenmerken:
1. proza (verhalende teksten) raakt uit de mode,
poëzie (gedichten) is hoogste kunstvorm
2. poëzie vnl. liefdesgedichten.
belangrijke dichter: Petrarca
3. ontstaan reisverhalen.

Auteurs:
v Joost van den Vondel
v Constantijn Huygens
v P.C. Hooft

Opdracht 2.
a. 1568 = begin tachtigjarige oorlog.
1576 = er komt vrijheid van godsdienst uiting.
1585 = de val van Antwerpen.
1648 = einde tachtigjarige oorlog.
b. Rotterdam en Amsterdam.
c. Giuseppe Arcimboldo
Jan Cornelisz
d. Theodoor van Thulden
e. Toen was de eerste Nederlandse schrijver die zijn reisverhaal schreef.
f. Een groep van mensen die samen literatuur schreven.
g. Der oekermonnen der Böhmen.
h. Petrarca, Johan van Teppel, Thomas Mare, Clemence Margot, Johan van der Noot.

Opdracht 4.
· De 23e oktober (1596)
· Twee hellebaarden

Afdeling II Hoofdstuk 4.

Opdracht 1.
De 18e-eeuw

v Tijdsbeeld
a. De Verlichting = geloof in de vooruitgang.

Kenmerken:
1. Men beschouwt de wereld als een geordend geheel geregeld door vaste natuurwetten
2. Het gezonde verstand staat centraal
3. “alles” kan worden uitgelegd door de “rede” (=verstand)
= rationalisme
Gevolg 4. Wetenschappelijke revolutie
5. Ontstaan tijdschriften en wetenschappelijke boeken (bijv. encyclopedie)
6. Nieuwe inzichten over de opvoeding,
vooral door toedoen van J.J. Rousseau.

Het innerlijk van elke mens is goed, maar wordt bedorven door de maatschappij. Dus een kind moet zo lang mogelijk kind blijven.
7. Ontstaan van jeugdboeken
8. Begin van de afschaffing van de slavernij, want iedereen is in wezen gelijk.

Goede boeken om te lezen:
Hajat en Daan door Robert Anker.
Morgenster door Jaap Scholten.

b. na ± 1750 Revolutie in Europa
Kenmerken:
1. Welvaart stagneert
2. Invoering landbouwmachines dus:
3. Werkeloosheid onder arbeiders dus:
4. Armoede en het ontstaan van sloppenwijken
5. Verzet -> 1789 Franse Revolutie
6. Aan het hof: pruikentijd = zowel mannen als vrouwen liepen gepoederd en bepruikt rond.
v Kunst en literatuur

Kenmerken:
1. Kunstenaar wordt gesponsord door rijke burgers, gevolg: kunst draagt het idee van de sponsor uit.
2. Strenge regels voor vorm en inhoud.
3. Nieuwe stroming: het classicisme = klassieke oudheid is zichtbaar in bouwstijl en kleding.
4. Vanaf ± 1785: vroeg romantiek: gevoel en emotie staan centraal.
5. Dit slaat door tot overdreven gevoel: het sentimentalisme
thema’s als eenzaamheid, de dood, hartstocht
6. Nieuwe genres: De briefroman bijv. Sara Burgerhart
Gothic novel (griezelroman)
Avonturenromans (bijv. Robinson Crusoe)

Opdracht 2.
a. Patriotten zijn mensen die voor hun land vechten, en alles voor hun land doen.
Prinsgezinden zijn aanhangers van oranjestadhouders.
b. De Revolutie.
c. Rembrandt de Nachtwacht.
d. De Fransen hadden veel meer inwoners.
e. Letterkunde, alfabet.
f. Voorheen en thans.

Afdeling II Hoofdstuk 5.

Opdracht 1.
De bevolking in West-Europa nam in de 19e eeuw sterk toe
Er ontstond vanaf 1760 een industriële revolutie in Groot-Brittannië, dit leidde tot slechtere arbeidsomstandigheden voor de onderlaag van de bevolking. De middenlaag groeide steeds meer. Er ontstond een echte standenmaatschappij.
In de tweede helft van de 19e eeuw was de vrouw ondergeschikt aan de man, en was praten of schrijven over seksualiteit een groot taboe, maar het ontstond toch.

Vanaf 1848 braken er veel revoluties uit in Europa, vnl. olv. Liberalen voor o.a. vrijheid van meningsuiting en gelijke kansen, hierdoor steunden veel regeringen de liberale grondwet (1848.) Maar het liberalisme bleek alleen maar voor het sterker worden van de rijken -> uitbuiting van de armen.

Er ontstonden uitvindingen die tegenwoordig nog veel gebruikt worden zoals de fiets, trein, metro en films. En in 1859 publiceerde Charles Darwin zijn evolutieleer (survival of the fittest.)

Schilders begonnen zich te verzetten tegen het classicisme en begonnen avontuurlijk en eigentijdse dingen te tekenen. Er ontstond in het begin van de 19e eeuw ook een stroming van de romantiek, werd veelal in de schilderkunst gebruikt. Er ontstond rond 1850 een tegenbeweging, het realisme, veel begonnen de slechte van de wereld weer te geven of werden de arbeiders als helden weergegeven.

2 stromingen:
-Impressionisme, indruk van landschap, stadsbeeld of mens op bepaald moment, persoonlijke interpretatie van de werkelijkheid
-Symbolisme, directe waarneming, verdiept in oosterse religies, occultisme en satanisme.

In de bouwkunst kwam een neoklassieke bouwstijl, aparte vormen, spitse torens en verticale lijnen. Er werden ook veel stijlen gecombineerd.
In de muziek kwamen steeds meer opera’s en symfonieën, ook hier kwam het romantische weer naar voren.

Vanaf het begin van de 19e eeuw werd het analfabetisme steeds minder. Rond 1850 kwamen er steeds meer boeken voor de gewone arbeider.
Belangrijke kenmerken van literaire romantiek zijn:
Verzet
Humor
Liefde voor de natuur
Belangstelling voor het verleden
Aandacht voor droom & fantasie.

Afdeling II Hoofdstuk 6.

Opdracht 1.
1900 – 1940
Omdat de techniek langzaam toenam werd de vraag naar geschoolde arbeiders groter. Hierdoor werd lager onderwijs voor iedereen mogelijk en werd beroepsonderwijs mogelijk. Dat zorgde voor hogere lonen en betere werkomstandigheden.

Door uitvindingen zoals het vliegtuig, de draadloze telegrafie, auto’s, telefoon en de relativiteitstheorie is de wereld flink veranderd. De Eerste Wereld Oorlog hielp hier ook totaal niet bij en de economische crisis van 1929 al helemaal niet. Hierdoor ontstond er werkloosheid en armoede, iets wat het facisme een kans gaf te ontstaan.

Art Nouveau: Ook wel Jugendstil of slaoliestijl genoemd.
Veel sierlijke bogen uit de planten en dierenwereld.
Expressionisme: Gevoelens uiten, reactie op impressionisme.
Veel felle kleuren in aparte kleurvakken.
Dadaïsme: Geen betekenis, antibeweging in de kunst, na 1922 verdwenen. Vreemde collages van alledaagse artikelen en massaproducten.
Bauhaus: Opleidingscentrum voor kunst, architectuur, nijverheid en fotografie. Standpunt dat dingen hun schoonheid danken aan doelmatigheid. Zakelijk en functionele stijl.
Surrealisme: Letterlijk; boven werkelijkheid.
Kunstenaars waren overtuigd dat dingen niet zijn wat ze lijken.

De film was vanaf 1927 met geluid en werd gezien als kunst.
Muziek ontstond zich rond 1900 in New Orleans. R&B door de ontwikkeling van de grammofoonplaat.
Belangstelling voor muziek in volkstaal -> begin van de popmuziek.

Doordat er zoveel nieuwe bewegingen waren was er een verzamelnaam: het modernisme. Dit bestaat uit:
Expressionisme:
Het binnenste van de verhaalfiguur kwam centraal te staan.
Ontstaan in verwoeste Duitsland. Kenmerken:
· Abstracte beelden en gevoelens in krachtig, kleurrijk taalgebruik.
· Universele onderwerpen.
· Nieuwe woorden met directe zeggingskracht
· Emotie
· Het vrije vers
Dadaïsme: breekt met literaire traditie.
Surrealisme: onder bewustzijn grote rol schrijvers, lieten zich leiden door beelden uit het onbewuste.
Nieuwe zakenlijkheid: sobere en strakke manier van schrijven; filmisch, reportageachtige stijl.

Opdracht 2.
b. Het expressionisme, dadaïsme en het surrealisme.
c. Marcel Duchamp
André Breton

f. Herman van den Bergh
g. Doordat het expressionisme zo levendig was, kwam er een reactie erop en dat was juist het tegenovergestelde, dus het sobere (van de emoties).
h. ‘Das Leben der Auto’ van Ilja Ehrenburg.

Opdracht 3.
a. Een man, Bake, staat aan de oever. Hij ziet een Indo die op een leguaan jaagt. Hij blijft kijken en ze lokken per ongeluk een vogel, ineens wordt de leguaan toch gelokt door de Indo en de Indo dood de leguaan.
b. Bake noemt de man Indo
Ze jagen op een leguaan en zien een exotische vogel ze verstoppen zich in riet.
c. Vanaf: Plotseling … roerloos.

Opdracht 5.
a. Laarmans wil niet de naam kaashandel – klinkt verdacht.
Laarmans wil niet de naam algemene kaashandel – te duidelijk.
Laarmans wil geen franse naam – komen alleen fransen op af.
Bij het Engelse woord staat het woord kaas er niet tussen.
b. Mega Max.

Afdeling II Hoofdstuk 7.

Samenvatting.
In de jaren 30 was er grote werkeloosheid en armoede
-> mensen zochten leider die hun uit deze crisis zou helpen (Hilter & Mussolini)
-> Tweede Wereld Oorlog (1939-1945)
Amerika hielp om de landen weer op te bouwen.
Door afschuwelijke herinneringen ontstond het existentialisme en filosofische stroming.
American Dream: Je begon laag, maar kon tot hoog opklimmen -> gemiddelde inkomen steeg en mensen konden zich exclusievere producten veroorloven.
Door mechanisering & automatisering van 1960: kortere werkweek.

Existentialisme heeft geleid tot geëngageerde kunst, het was tegen de sociale en politieke wantoestanden en absurde kunst (waar je gevangen zat tussen vrijheid en onderwerping). In het begin (1945) was er niet zo veel ruimte voor, door de oorlog moesten de mensen alles opbouwen en hadden niet veel geld voor andere dingen. Later kwam deze stroming wel goed van de grond.

In de jaren vijftig begon ook de industriële vormgeving: (doel voor massaproductie) design.
Colorfield painting: Schilderijen werden kleurvelden van gigantisch formaat, zonder voorstelling. De action painters stelden de actie van de ‘hele mens’ bij het schilderen voorop: ze besprenkelden en bespatten hun doeken met verf, terwijl ze voor hun werkstukken op en neer sprongen.
Popart: een kunstbeweging die is opgekomen in de jaren vijftig in de VS en Engeland en die haar inspiratie vooral ontleende aan de consumptiemaatschappij en de populaire cultuur. Kenmerkend waren de collages, samengesteld uit tijdschriften en reclamefolders. De achtergrond werd gevormd door interieurs. Op(tical) Art, heeft te maken met gezichtsbedrog.
Cobra: een internationale kunstbeweging. Het wilde een nieuwe kunst creëren in een nieuwe samenleving. De oprichters hoopten dat er puinhopen van de oorlog een spontane en experimentele kunst zou ontstaan. Het liet zich inspireren door de kindertekening, de volkskunst en de ‘onbedorven’ primitieve kunst en de natuur.

Door de tweede wereldoorlog was het failliet van de Europese beschaving binnen 25 jaar een feit. De bezetters maakten snel een einde aan de vrije meningsuiting. In de bezette gebieden werden de kranten onder censuur geplaatst. Anti-Duitse literatuur werd uit de bibliotheken en winkels verwijderd. Verzet- en oorlogsliteratuur: er werd fel gereageerd op de Duitse bezetters. Literatuur in vlugschriften die van hand tot hand gingen, later gebundeld in bloemlezingen. In de jaren na 1945 is een grote stroom oorlogsliteratuur verschenen over collaboratie, verzet en jodenvervolging. Bekentenisromans: Boeken waarin de schrijver zijn persoonlijke leven blootlegt en zijn privé opvattingen tentoonspreidt. Geen opwekkend wereldbeeld. Thema’s die veel terugkomen zijn: mensen zijn vervreemd van elkaar en staan alleen; mensen worden door egoïsme gedreven en niet door naastenliefde, idealen ontbreken; de beschaving is een laagje vernis over een brouwsel van primitieve driften en hartstochten, nadruk op lichamelijkheid.

Afdeling II Hoofdstuk 8

Samenvatting.
Men zette zich af tegen het patroon van luxebestedingen en tegen de energieverslindende en alleen op groei gerichte economie. Jongeren pleitten voor een radicale tegencultuur. Zij wilden zich afzetten tegen de als burgerlijk bestempelde samenleving van hun ouders. Ze hadden geen boodschap meer aan de autoriteit van de gezagsdragers. Ze hadden ook een afkeer van de groeiende wapenwedloop die het gevolg had van de Koude Oorlog tussen de grootmachten Amerika en Rusland. Hoogtepunten in de tweede helft van de jaren zestig waren: de demonstraties tegen de Amerikaanse inmenging in de Vietnam oorlog, de studentenacties voor democratisering van de universiteiten, de roep om vrijheid in de muziek. Jaren ’60 waren woelige jaren met een romantische doorbraak van de jeugd met rock ’n roll, flowerpower, drugs en oosterse mystiek. Met hippies die de commune als ideale leefvorm zagen. De jaren ook van de seksuele revolutie en de vrouwenemancipatie.
De jaren zeventig: De zorg van een goed inkomen en een behoorlijke baan kregen al snel weer de overhand. De techniek ging in het dagelijks leven beheersen. Het rapport, van wetenschappers ‘Grenzen aan de groei’ (de wereld heeft niet lang meer te gaan), schokte de wereld en de oliecrisis die niet lang daarna volgde, wreef de onheilspellende boodschap er nog eens extra in.

Hyperrealisme: Met fotografische precisie maakte men schilderijen en beelden en koos men als onderwerpen alledaagse dingen of gebeurtenissen. Die onderwerpen werden objectief weergegeven, als een camera, zonder gevoelsinhoud.
Environments: de omgeving wordt als kunst beschouwd. Het zijn kunstwerken die een gehele ruimte omvatten. Wie de ruimte ingaat, treedt in het kunstwerk. Architectuur: men keerde terug naar klassieke vormen als zuilen en bogen. Ook was in de jaren zeventig de art-nouveau vormgeving uit het begin van de twintigste eeuw weer in trek.
Land Art: kunstenaars brachten veranderingen aan in een bepaald landschap, de veranderingen werd op film vastgelegd.
Minimal Art (minimalisme): eenvoudige geometrische vormen, meestal fabrieksmatig vervaardigd uit industriële materialen.
Kinetische kunst: uit verzet tegen de macht van de machine
Fotografie: fotograven zochten buitengewone visuele effecten door het gebruik van speciale lenzen en filters. Na 1970 werden de resultaten nog opzienbarender door het toepassen van speciale druktechnieken.

Het omvergooien van heilige huisjes, het streven naar een individuele en intense manier van leven, het afwijzen van gevestigde waarden en normen: dat alles is terug te vinden in de literatuur van de jaren zestig en de periode daarna. Er kwam steeds meer aandacht voor de dagelijkse werkelijkheid. De realistische en psychologische roman werden de meest voorkomende genres. Schrijvers en lezers: de literatuur werd democratischer: niet meer uitsluitend afgestemd op een geletterd publiek, maar leesbaar voor iedereen en in de meeste gevallen in de taal van de gewone mensen. De literaire markt groeide door een belangrijk verschil in de wijze waarop boeken getoond werden.
Beat poets: de teksten verzetten zich tegen de oudere generatie en gaven de visie op de toekomst.

Afdeling II Hoofdstuk 9

Samenvatting
Geavanceerde wetenschap en technische ontwikkelingen gingen in de jaren tachtig fungeren. Er was ook een economische terugval, die leidde tot een toename van de werkloosheid. De strijdbijl tegen de gevestigde macht werd opnieuw opgegeven, er ontstonden massale demonstraties van een breed publiek tegen kernenergie. De periode 1990-2000 heeft nog geen eigen naam. Misschien iets met internet. In onze tijd is er sprake van twee soorten revolutie die zich nog voortdurend aan het ontwikkelen zijn: de industriële kennisrevolutie en de politieke inspanningen van vorige generaties. We gaan opnieuw te maken krijgen met een klassenmaatschappij waarin het al dan niet hebben van werk criterium gaat worden voor het onderscheid tussen de happy few en de massa, waarin het verschil tussen arm en rijk weer groot wordt, en waarin het verschil tussen jong en oud gaat zorgen voor steeds grotere tegenstellingen.

In de jaren tachtig zochten veel kunstenaars zich een weg door vele mogelijke moderne alternatieven die in de afgelopen dertig jaar zijn ontwikkeld, echter zonder tot een definitieve, gezamenlijke keuze te komen. Er ontstonden steeds vrijere opvattingen, met als gevolg een wildgroei van stijlen en stijlcombinaties:
Postmoderne kunst. Fotografie, film en video: een media waarmee behalve massaproductie ook avant-gardekunst gemaakt kan worden. Renaissance van de klassieken: de oudheid is weer in!

Nostalgie jaren 60 en 70 komen weer in. Postmodernisme: van de rijke en grillige verzameling kunststijlen die in de jaren tachtig als verzamelnaam postmoderne kunst kreeg is tot op heden nog geen stijl uitgegroeid tot een belangrijke stroming die het gezicht van de beeldende kunst zal veranderen

Het leven is inmiddels ook voor het grote West Europese publiek ondenkbaar zonder het gedrukte woord. Overal zijn bibliotheken en boekwinkels.
Multimedia is het sleutelwoord: digitale en optische informatiedragers worden net zo belangrijk als boeken.
Postmodernisme: een keuze uit verschillende stijlen en stijlcombinaties en het gebruik maken van elementen uit andere disciplines zoals film, muziek en televisie.
Leescultuur en kijkcultuur: impulsieve groei van de massamedia, met name film en televisie. Naast leescultuur is er een kijkcultuur ontstaan. De toekomst zal leren of we evenveel blijven lezen als voorheen.
Literatuur als handelswaar: Voor 1970 kreeg een deputerende schrijver vrijwel geen kans op de markt en bij de pers. Tegenwoordig lijkt het omgekeerde het geval te zijn. De behoefte van media aan nieuwe gezichten en stemmen heeft geleid tot een sterke verandering bij het introduceren van nieuw talent. Literaire succesboeken en ‘ontdekkingen’ worden even snel vergeten als dat ze geïntroduceerd zijn. Ook literatuur wordt tegenwoordig steeds meer als handelswaar behandeld; het is een vast onderdeel van de massamedia geworden, waarin de bestseller oppermachtig is.
Wereldschrijvers: In de culturele smeltkroes van de moderne Europese samenleving neemt de categorie multiculturele ‘wereldschrijvers’ toe, die niet zozeer aan een bepaald land zijn verbonden. Het lijkt erop dat het ‘eurocentrisme’ in West-Europese literatuur zijn langste tijd heeft gehad.
Proza: in de jaren tachtig; van een verlaagd proza waarin een subtiel spel gespeeld wordt met een verbeelding en werkelijkheid naar het zier realistische, makkelijk leesbare verhaal.
Poëzie: het taalgebruik is helder, eenvoudig, zoals ‘gewone’ taal. Daarnaast is er en romantische neiging waar te nemen. Het fenomeen van de openbare declamatie door de dichter zelf is gemeengoed geworden. Overal worden er poëziefestivals gehouden.
Toneel: is slechts één van de mogelijkheden geworden voor kunstenaars om eigen ideeën over te dragen op het publiek. Het is waarschijnlijk vooral de ontmoeting met levende, concreet aanwezige acteurs, die toneel maakt tot een genre dat voort zal blijven leven.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.