Geschreven door: | anoniem (2 havo) |
Datum ingestuurd: | 23 april 2005 |
Taal: |  |
Woorden: | 3.150 |
Bekeken: | 3154 keer (5 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
1. Wat is Aids?
Aids staat voor: Acquired Immune Deficiency Syndrome, ofwel Verworven Immuun Deficiëntie Syndroom. Dit betekent dat het afweersysteem van de mens niet meer goed werkt. Het afweersysteem houdt normaal gesproken infecties tegen.
Bij een infectie met een virus maakt je lichaam antistoffen aan, die de indringer om zeep helpen, maar het aids-virus is zo hardnekkig dat het daar niet in slaagt!
Het virus breekt vervolgens het afweersysteem af.
Gevolg: infecties! Als iemand hier veel last van heeft, dan krijgt hij de diagnose aids.
Betekenis letters en woord:
A--> Acquired: tijdens het leven opgelopen dus niet geïnfecteerd
I--> Immune: immuniteit-afweer natuurlijke systeem dat ons
Beschermt, veroorzaakt bijv. door bacteriën, schimmels
En virussen.
D--> Deficiency: Tekort, gebrek, verminderende functie.
S--> Syndrome: ziektebeeld, gezamelijke verschijnselen van een bepaalde
Ziekte.
2. Hoe werkt het HIV-virus?
Je lichaam is dan besmet met het HIV-virus. De letters HIV zijn een afkorting van: Human Immuno-Deficiency Virus.
Als je met dit virus besmet bent, gebeurt er soms jarenlang niets.
Veel mensen weten dan ook niet dat ze besmet zijn, dat merken ze pas als een gewone verkoudheid opeens een longontsteking wordt! En als ze veel langer ziek blijven dan anders. Het HIV- virus is dan bezig om het afweersysteem kapot te maken. Als je besmet bent met het HIV-virus, ben je seropositief. En als je hiermee besmet bent, krijg je later Aids. Je weet alleen niet precies wanneer.
Ziekteverschijnselen
- Klachten van de luchtpijpen (droge hoest, benauwdheid enz. )
- Klachten van huid en slijmvliezen (paars/rood/bruin vlek op huid)
- Koorts, diaree en gewichtsverlies (infecties door bacteriën)
- Klachten aan het zenuwstelsel (hoofdpijn, koorts, stijfheid in de nek)
- Klachten aan vrouwelijke geslachtsorganen (bloedverlies)
Klachten aan de ogen zoals slechtziendheid en blindheid
3. Hoe werd aids als eerste herkend?
Aids is als het eerst herkend in de verenigde staten in 1981. een bepaald type longontsteking dat alleen voorkomt bij mensen mij een verzwakte afweer, kwam ineenkeer opvallend vaak voor bij jonge mannen die meestal homoseksueel zijn , die jonge mannen waren voor de tijd heel erg gezond.
Ook werd in die groep plotseling veel gevallen van een bepaald soort huidkanker ontdekt die huid kanker heet kaposi sarcoom.
Die zeldzame kanker kwam eigenlijk alleen maar voor bij oudere mannen. Het bleek om een nieuwe ziekte te gaan. De ziekte aids.
4. Hoe wordt je besmet?
Een virusziekte is meestal heel besmettelijk. Griep is een virusziekte, en mazelen en waterpokken ook. Je kunt griep krijgen door bijv. aan elkaars glas te drinken. Maar zo gemakkelijk gaat dat bij Aids niet.
Door deze voorbeelden kun je GEEN Aids krijgen:
Elkaar de hand Aan elkaar’s iemand knuffelen
Schudden! Drinken drinken! Of kussen!
Op een toiletzitting Door te zwemmen!
Te gaan zitten!
Het HIV-virus zit in je bloed, je kunt daarom ook via bloed besmet worden.Daar moet je dus voorzichtig met zijn, als je een wondje hebt moet je ervoor zorgen dat daar niet het bloed van iemand anders in komt!
Bij een bloedtransfusie krijg je bloed van iemand anders. Bijvoorbeeld bij een operatie het bloed dat je dan krijgt komt uit de voorraad van een ziekenhuis. Het mag natuurlijk niet besmet zijn met het HIV-virus. Tegenwoordig wordt al het bloed zorgvuldig onderzocht. Vroeger gebeurde dat niet, toen wisten artsen nog niet precies hoe het HIV-virus overging van de een op de ander.
Met injectienaalden moet je ook voorzichtig zijn. Want als een dokter een injectie geeft, spuit hij iets in het bloed. Daarom mogen naalden altijd maar een keer gebruikt worden. Ze gebruiken daarom meestal wegwerp naalden. Als de een ziek is, wordt de ander het ook. Drugsverslaafden lopen daarom meer kans om seropositief te worden.
Als een vrouw in verwachting is krijgt de baby voedsel door de navelstreng, het voedsel gaat via het bloed van de moeder door de navelstreng naar het kind. Als de moeder seropositief is, is de kans groot dat het kindje ook wordt besmet. Een baby waarvan de moeder seropositief is krijgt direct na de bevalling medicijnen. Het virus heeft zich dan nog niet zo veel in het kind gespreid. De besmetting gaat dan vaak niet door.
Seropositieve vrouwen bevallen altijd in het ziekenhuis, daar kan hun baby direct de medicijnen krijgen die het nodig heeft.
Sommige kinderen worden besmet door moedermelk te drinken.
Als het HIV-virus eenmaal in je bloed zit, komt het ook terecht in ander lichaamsvloeistoffen. Het komt in: sperma, moedermelk of in het vocht van de vagina. Je kunt elkaar dus ook besmetten bij het vrijen. Door dit laatste hebben de meeste het HIV-virus opgelopen.
5. Bescherming
Kinderen hoeven zich niet zoveel zorgen te maken, meestal wordt het HIV-virus overgedragen door seks of door drugsspuiten. Toch is het verstandig altijd op een wondje een pleister te doen, en nooit een injectienaald op te rapen, maar waarschuw de politie of een volwassenen zodat ze deze de naald veilig kunnen opruimen.
Bij het vrijen kun je, je beschermen door een condoom te gebruiken. Een condoom beschermt je tegen ziektes maar houdt ook het sperma tegen zodat een vrouw niet zwanger kan raken.
6. Aids-test
Om te weten of je aids hebt, moet je een test doen in het ziekenhuis.
Bij die test wordt wat bloed afgenomen, dat wordt onderzocht.
Na een paar weken is duidelijk of je het HIV-virus wel of niet in je bloed hebt zitten.
Zo’n Aids-test laten mensen doen die twijfelen. Omdat ze vaak met verschillende mensen vrijen en dat zonder condoom doen. Of omdat ze drugsverslaafd zijn en geen schone naalden gebruiken. Deze mensen horen bij een risicogroep.
Mensen uit een risicogroep lopen meer kans om besmet te raken dan andere mensen. Als mensen horen dat ze seropositief zijn vertellen de meeste het liever aan zo weinig mogelijk mensen. Vaak gaan mensen vreemd doen tegen iemand die seropositief is, veel mensen worden dan bang omdat ze denken dat ze misschien besmet raken.
7. Als je ziek wordt
Als je het HIV-virus hebt kan het nog heel lang duren voordat je aids krijgt.
Op dit moment denken artsen dat het rond de 8 en 10 duurt voordat het doorbreekt. Als je seropositief bent merk je daar meestal niets van.
Sommige mensen zijn eerder moe of wordt iets vlugger verkouden dan andere, maar verder merk je er meestal weinig van.
Dit is het gevaarlijke van het virus, omdat je er weinig van merkt weet je soms ook niet dat je bent besmet, en kun je andere besmetten zonder dat je het weet. Ook ben je dus minder voorzichtig.
Daarom is het belangrijk altijd voorzichtig te zijn met bloed en met vrijen.
Pas als seropositieve aids hebben worden ze vaker ziek. Ze voelen zich dan slap en moe. Ook hebben ze vaak hoge koorts en een verkoudheid die weken duurt. Het lichaam van een aids-patiënt kan zich niet meer goed beschermen. Kleine wondjes groeien uit tot nare infecties.
Een verhaal over iemand die aids had:
Danny heeft aids en ze vertelt erover:
Toen ik 8 jaar was hoorde ik dat ik aids had. Ik wilde er niet over praten. Als iemand ‘aids’ zei begon ik te huilen. Als ik het zelf over aids had, zei ik altijd ‘kopje thee’.
Dat vond ik makkelijker, dat klonk niet zo eng.
Ik ben nog steeds niet veel ziek. Soms krijg ik opeens hoge koorts, maar dan hoef ik niet naar het ziekenhuis. Ik slik iedere dag capsules, en om de drie weken krijg ik medicijnen via een infuus. Daarvoor moet ik naar het ziekenhuis. Op school zeg ik niet dat ik daar heen moet. Mijn klasgenoten weten van niks. De meester wel. Ik van plan om het binnenkort ook de kinderen te vertellen, ik wil niet meer dat het een geheim is.
Ik heb het ook al aan mijn buurvrouw verteld. En tegen mijn beste vriendin.
Vroeger was ik banger dan nu. Toen ik negen was, dacht ik altijd dat ik op mijn 13de dood zou gaan. Nu denk ik dat ik misschien wel 28 wordt. Ik ga niet hopen dat er een medicijn komt dat helpt. Want dan valt het weer tegen. Ik denk er gewoon niet te veel aan. Ik wil wel dat iedereen weet dat een kind met aids niet zielig is en mager in bed ligt te rillen.
8. Herdenking
Inmiddels zijn er veel mensen gestorven aan aids. Hun vrienden en familie willen dat zij niet worden vergeten. Ook willen ze dat mensen erover nadenken over de ziekte. Er worden daarom allerlei activiteiten georganiseerd. Zo is het elk jaar op 1 december Wereld Aids Dag. De laatste zaterdag van mei is Aids Memorial Day. Op die dag denkt men aan de mensen die aan aids zijn gestorven.
De namen van de gestorven mensen worden opgelezen. Er worden kaarsen gebrand en ballonnen losgelaten. Ook zijn er altijd quilts te zien. Dit zijn lappendekens van vlaggen.
De vlaggen worden gemaakt door vrienden en familieleden van mensen die aan aids zijn gestorven. Ze verven, drukken of naaien er letters en plaatjes op.
Allerlei dingen die te maken hebben met degene die is overleden. Elke vlag gaat over één gestorven mens. 8 vlaggen worden aan elkaar genaaid tot een doek van 4meter breed en 4meter hoog. De eerste vlag werd in 1985 in San Francisco gemaakt, inmiddels zijn er al meer dan 40.000 en zijn ze samen het grootste kunstwerk v.d. wereld geworden.
9. Risicogroepen
Homoseksuelen
De meest bedreigde maatschappelijke groepering is de homogemeenschap.
In het begin meende men dat de ziekte alleen voorkwam bij homoseksuele mannen. Ze werd dan ook GRID (Gay Immune Deficiency) genoemd.
Dit betekent dat er een afweertekort is bij de homoseksuele mannen.
Tegenwoordig kan iedereen AIDS oplopen zelfs door weinig wisselende seksuele contacten.
Waarom homoseksuele mannen een groter risico lopen dan anderen is Wetenschappelijk niet te verklaren.
Vast staat dat zij een groter risico lopen omdat:
ð er veel wisselende seksuele contacten zijn;
ð de ziekte wijd verspreid is binnen de homogemeenschap
ð de vorm van het contact risicovol is
Biseksuele mannen
Deze mannen hebben gemeenschap met zowel andere mannen als met vrouwen. Daarom lopen zij door hun contacten met mannen evenzeer kans om besmet te raken. Vrouwen hebben hier ook een verhoogd risico tenzij zij zich houden aan safeseks contacten.
Drugsverslaafden
De meest bedreigde groep na de homogemeenschap word gevormd door de verslaafden aan harddrugs, omdat zij gebruik maken van spuiten. Een drugsverslaafde die het virus draagt, kan een andere verslaafde besmetten door deze gebruik te laten maken van zijn injectienaald. Het virus wordt zo onmiddellijk via het bloed overdragen.
Prostitutie
In de westerse landen zijn weinig vrouwen besmet. Dat is anders dan in Afrika waar wel veel besmette vrouwen zijn.
Meestal is er geen overdracht door de vrouw op de man. Toch kan via vaginaal vocht de besmetting worden doorgegeven.
Bovendien zijn er in de prostitutie veel harddrugsverslaafden: een risicogroep op zich.
Besmette kinderen
Kinderen kunnen besmet worden door hun ouders (meestal de moeder).Ook hemofiliepatiënten worden gemakkelijker besmet. Tenslotte zijn er nog de risico’s bij bloedtransfusie.
10. Aantallen
Aids in de hele wereld
Aids komt overal ter wereld voor.
Vooral in ontwikkelingslanden komt aids heel vaak voor, dat komt doordat mensen in ontwikkelingslanden geen geld hebben voor voorbehoedsmiddelen.
Aids is een ziekte met grote gevolgen de economie van een land.
Ontwikkelingslanden hebben geen geld voor medicijnen, onderzoek en voorlichting.
Schema van mensen die besmet zijn met hiv-virus, die overleden zijn en seropositieve! Van 2004 over de wereld.
in leven met hiv eind 2004 nieuwe infecties 2004 overleden 2004
Oost-Azië: 1,1 miljoen 290.000 51.000
Zuid- en Zuid-Oost Azië: 7,1 miljoen 890.000 490.000
Australië en Nieuw-Zeeland: 35.000 5.000 700
Afrika zuiden van Sahara: 25 miljoen 3,1 miljoen 2,3 miljoen
Noord-Afrika en Mid.Oosten: 540.000 92.000 28.000
West-Europa: 610.000 21.000 6.500
Oost-Europa en Centraal-Azië: 1,4 miljoen 210.000 60.000
Noord-Amerika: 1 miljoen 44.000 16.000
Caribisch gebied: 440.000 53.000 36.000
Latijns Amerika: 1,7 miljoen 240.000 95.000
Totaal 39 miljoen 4,9 miljoen 3,1 miljoen
Volwassenen 37 miljoen 4,3 miljoen 2,6 miljoen
· waarvan vrouwen 17,6 miljoen
Kinderen onder 15 jaar 2,2 miljoen 640.000 510.000
Aids in Nederland
Het aantal besmette mensen stijgt in Nederland nog steeds
Het geschatte aantal mensen in Nederland die seropositief zijn wordt geschat tussen de 8000en de 15000. Dit licht heel onprecies omdat er in Nederland geen lijst is met seropositieve.
Wel is in Nederland bekend hoeveel mensen aids hebben dat is ongeveer 5000
In Nederland zijn er al 3500 mensen overleden aan aids
Ontwikkelingslanden (cijfers)
Ruim twintig jaar na het eerste aids-geval lijden ongeveer 42 miljoen mensen aan aids of zijn geïnfecteerd met het hiv-virus. Elke dag komen er nieuwe gevallen bij en elke dag sterven duizenden mensen aan aids. Het afgelopen jaar een paar miljoen, waarvan de meeste in Afrika.
Er is geen land zonder hiv, maar er zijn wel grote verschillen. De landen in Afrika ten zuiden van de Sahara zijn het zwaarst getroffen. In India, Brazilië en China maar ook in Oost-Europa en Centraal-Azië stijgt het aantal aids-gevallen in hoog tempo.
Voor arme landen is de aids-epidemie - inmiddels doodsoorzaak nummer vier in de wereld en nummer een in Afrika ten zuiden van de Sahara - een regelrechte ramp. Niet alleen omdat zoveel mensen er verdriet door hebben, maar ook omdat de ziekte de economie een gevoelige tik geeft. Het zijn vooral jonge mensen van beneden de dertig die dood gaan, een belangrijk deel van de mensen die werken dus. Gevolg: een tekort aan mensen in bedrijven, bij de regering, maar ook in het onderwijs.
In die landen is er vaak onvoldoende geld voor geneesmiddelen. In Noord-Amerika en Europa hebben HIV-geïnfecteerden veel betere vooruitzichten. Nieuwe medicijnen, beschikbaar sinds 1996, zorgen ervoor dat patiënten minder snel ziek worden en langer in leven blijven. Vooruitgang dus, zeker, maar er komen ook nog steeds nieuwe gevallen bij. Ook in Nederland.
11. Begeleiding
Er zijn diverse instanties die zich richten op het adviseren en/of begeleiden van seropositieve mensen en mensen met AIDS. De persoonlijke opvang, begeleiding en ondersteuning kan in eerste instantie plaatsvinden door familie, vrienden en kennissen. Maar er zijn ook ‘buddy’s’, vrijwilligers die voor een langere periode mensen met HIV en AIDS ondersteunen.
Voorzover je er met de eigen omgeving niet uitkomt, kan altijd met de huisarts worden besproken, welke professionele hulpverlening kan worden geboden. Bijvoorbeeld in de vorm van huisartsenzorg, wijkverpleging, gezinsverzorging, maatschappelijk werk, RIAGG, enzovoort.
Voor meer gespecialiseerde hulp, bijvoorbeeld medicijnen en speciale therapie, kan verwijzing naar het ziekenhuis van belang zijn. Voor langdurige verpleging is er de mogelijkheid van het verpleeghuis. Voor meer informatie hierover kun je terecht bij de AIDS-Infolijn en bij de HIV Vereniging. Verder is het goed erop te wijzen dat in diverse plaatsen gespreksgroepen en ontmoetingsplaatsen (HIV-Cafees) bestaan voor mensen die seropositief zijn of AIDS hebben
12. Behandeling
Op het moment is er nog geen inenting of vaccinatie tegen AIDS mogelijk. Het is tot op heden onduidelijk of ingeënt wordt snel wordt ontwikkeld. Een werkzaam vaccin zal waarschijnlijk nog lang op zich laten wachten.
Er bestaan helaas nog geen medicijnen om AIDS te genezen. Bepaalde ziekteverschijnselen kunnen (tijdelijk) behandeld worden. Het vinden van een middel dat AIDS geneest is ingewikkeld. Wel zijn er thans geneesmiddelen beschikbaar die meestal als een cocktail, dus een combinatie van verschillende middelen, worden gebruikt, waardoor de ernst van de ziekteverschijnselen wordt verminderd en de levensverwachting aanmerkelijk langer wordt.
Een middel dat tot nu toe lijkt te werken, is zidovudine, ook wel AZT genoemd. Dit middel remt de vermeerdering van het virus. Veel mensen met AIDS hebben baat bij AZT, maar de verbetering is meestal van korte duur. Thans wordt een cocktail van AZT-achtige middelen (4 anti-virusmiddelen) gegeven waarbij gehoopt wordt dat de kwaliteit van het leven in belangrijke mate zou kunnen verbeteren. Naast de bovenstaande antivirale middelen worden er middelen gebruikt die de verschijnselen van AIDS helpen bestrijden (longontsteking, tuberculose). Dit gebeurt veelal met antibiotica.
Intussen zoekt men nog steeds verder. Nieuwe middelen waarmee geëxperimenteerd wordt, lijken minder bijwerkingen te vertonen dan AZT. Enkele van de nieuwe middelen worden thans ook in ons land toegepast en onderzocht op hun werkzaamheid. Dit vereist langdurig en zorgvuldig onderzoek, zowel in wetenschappelijke laboratoria als in de ziekenhuizen waar men ervaring opdoet met de toepassing van de geneesmiddelen.
Aantal organisaties die tegen Aids strijden:
13. STOP AIDS NOW!
STOP AIDS NOW! Is een initiatief van Aids fonds, ICCO, Memisa en Novib.
Vergeleken met natuurrampen - die vaak veel publieke belangstelling én donorgeld krijgen - is aids een stille ramp. Maar wel een ramp die veel meer slachtoffers maakt. Dit kan tot maar één conclusie leiden: we moeten meer doen en we moeten het beter doen!
Daarom hebben het Aids Fonds en de ontwikkelingsorganisaties Hivos, ICCO, Memisa en Novib de handen ineengeslagen en STOP AIDS NOW! opgericht. Door de krachten te bundelen willen ze hun bijdrage aan de mondiale strijd tegen aids verbeteren en vergroten.
Doel van STOP AIDS NOW! is:
· Fondsen te werven om meer aids-projecten in ontwikkelingslanden mogelijk te maken;
· De Nederlandse samenleving informatie te geven over aids, zodat meer mensen zich betrokken voelen en de wereldwijde strijd tegen hiv/aids steunen;
· Politieke steun verwerven voor de strijd tegen aids; zowel in Nederland als internationaal.
Het gaat STOP AIDS NOW! om directe hulp én om structurele oplossingen. Dat houdt in dat ze projecten ondersteunen die nu hulp en zorg bieden aan mensen met hiv en aids. Maar tegelijkertijd kijken ze ook naar de toekomst en investeren we in voorlichting en preventie om verdere verspreiding van het virus te voorkomen. En natuurlijk streven ze naar een veilig, effectief en betaalbaar vaccin én mogelijkheden om dat wereldwijd beschikbaar te maken, zodat aids voorgoed uitgebannen wordt.
‘Meer doen’ betekent meer geld investeren in hiv/aidsprojecten in ontwikkelingslanden. Daarom voert STOP AIDS NOW! actie om de gehele Nederlandse bevolking te bereiken. Alleen wanneer iedereen doet wat men kan, kan de actie voor de wereldwijde strijd tegen aids een succes worden!
14. Het Aids-fonds, waar is die mee bezig?
Het aids-fonds is een fonds met een missie; werken aan een wereld zonder aids. Het aids-fonds bevordert de ondersteuning van mensen met aids op medisch, psychosociaal, en maatschappelijk terrein en door directe financiële hulpverlening. Het gaat een mondiale strijd aan met aids.
Nog steeds zit de grootste angst tussen de oren. Maar is die angst wel nodig? Daar wil het aids-fonds graag informatie over geven. Daarom is dat ook een van de onderdelen van het stappenplan “vandaag, morgen en overmorgen”. Dat plan komt in het algemeen op het volgende meer:
Vandaag
Vandaag verwijst naar de ondersteuning van de mensen met hiv. Er moet worden gezorgd voor begeleiding en vooral medicijnen. Ook wordt er een bijdrage geleverd aan menswaardig leven met hiv. Bijvoorbeeld onderzoek naar een vaccin moet vandaag nog gebeuren.
Het internationale teken van het aids-fonds; de Red Ribbon.
Morgen
Morgen gaat om voorlichting. Juist in een tijd waarin mensen denken dat het allemaal wel meevalt en de dreiging van aids lijkt af te nemen, is dat erg belangrijk. Ook in ontwikkelingslanden is dat het geval. Ten onrechte wordt soms de indruk gewekt dat investeren in voorlichting en preventieactiviteiten in deze landen ‘dweilen met de kraan open’ zou zijn. In landen zoals Oeganda en Thailand is gebleken dat voorlichting kan leiden tot afname van het aantal slachtoffers.
Overmorgen
Wie aan overmorgen durft te denken, droomt van een wereld zonder aids. Een droom die alleen waarheid kan worden als we er in slagen een effectief en betaalbaar vaccin te vinden.
Meer weten?
Voor informatie en vragen kun je terecht bij de Aids Soa Infolijn
-telefoonnummer: 0900 - 204 204 0.
-Je kunt folders bestellen of halen bij een apotheek of dokter.
-Natuurlijk kun je ook gewoon een bezoekje brengen aan je eigen huisarts. Je huisarts weet er vast een heleboel over te vertellen.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.