Geschreven door: | anoniem (5 havo) |
Datum ingestuurd: | 12 mei 2005 |
Taal: |  |
Woorden: | 4.750 |
Bekeken: | 12978 keer (51 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Locationele kenmerken
Officiële naam: Republik Indonesië, vroeger Nederlands-Indië
Staatsvorm: Presidentiële republiek
Officiële taal: Bahasa Indonesia
Officiële munt: Rupiah ( =100 sen)
Indonesië heeft een landoppervlakte van circa 1.950 km2, de totale oppervlakte met territoriale zeeën is meer dan 5 miljoen km2. Van het eilandje Sabang in het westen tot de grens van Irian Jaya, meet Indonesië circa 5100 km ( +/- 1/8 deel van de aardomtrek). Indonesië heeft ruim 13.500 eilanden, waarvan er 6.000 een naam hebben en 990 bewoond zijn. De hoofdstad van Indonesië is Jakarta. Indonesië ligt op de evenaar van 95 tot 141 graden oosterlengte.
De naam Indonesië is afkomstig van het latijnse woord India en het Griekse woord nésos, dat eiland betekend.
Indonesië ligt in zuidoost Azië en ligt tussen Azië en Australië in en grenst aan een aantal zeeën; Indische oceaan, grote oceaan, Java zee, Timorzee, Bandazee, Filipijnenzee, suluzee, Zuid-Chinese zee, andamanse zee en de Arafurazee.
Gebiedskenmerken
- fysische kenmerken
Geologie
Op Indonesië zijn meer dan 100 vulkanen actief. Gemiddeld telt Indonesië zo’n
10 grote uitbarstingen per jaar. Deze vulkanen zijn levensbedreigend in Indonesië. In 1883 kwam de Krakatau tot uitbarsting, de uitbarsting veroorzaakte een vloedgolf. Die op Java meer dan 35.000 mensen het leven kostte en in 1815 kwamen er 90.000 mensen om toen de Tambora op Sumbawa uitbarstte. De as van deze vulkaan verduisterde voor vele maanden de zon, waardoor er in Engeland een mislukte oogst voordeed. De tambora is de actiefste vulkaan van Indonesië.
Sumatra, Java en de Nusa Tenggara, liggen precies op een keten van vulkanen, met meer dan 300 toppen. Deze vulkanische breuklijn hangt samen met het op elkaar botsen van de Aardkorstschollen van Azie en de de Indische oceaan.
De laatste grote uitbarstingen vonden plaats in 1883 en 1927. In 1883 werd een groot deel van de vulkaan weggeslagen, waarna er drie eilandjes overbleven. De uitbarsten veroorzaakte een 20 meter hoge vloedgolf die Java en Sumatra overspoelde en aan meer dan 36.000 mensen het leven kostte. In 1927 kwam de Krakatau tot uitbarsting, waardoor het eilandje Anak Krakatau ontstond. Anak betekent kind.
De vulkaanuitbarstingen hebben ook voordelen. Door de vulkaanuitbarstingen is Indonesië een van de vruchtbaarste landen ter wereld. Omdat de mineraalrijke as die uitgestoten wordt, zich verspreidt via rivieren en irrigatiekanalen over het hele land. Met name de jonge as-gronden van oost- en west Java zijn uitstekende landbouwgronden voor o.a. rijstbouw. De sawa’s (rijstbouw op bevloeide akkers) liggen ook vaak gelegen tegen de helling van de vulkaan.
Op Sumatra zijn er ook een aantal vulkanen, maar omdat daar het moedergesteente zuur is zijn daar de vulkanische gronden niet zo vruchtbaar als op Java. Naast vulkaanuitbarstingen komen er ook aardbevingen voor, gemiddeld zo’n
500 tot 1000 per jaar.
platentektoniek
De ene oceanische plaat duikt weg onder de andere oceanische plaat, met een snelheid van enkele centimeters per jaar. In de diepte smelt een deel van het ondergeschoven materiaal, stijgt op in de vorm van magma en veroorzaakt vulkanisme als het aardoppervlak bereikt wordt.
Klimaat
Köppen
Indonesië heeft voornamelijk een tropisch regenklimaat. De gemiddelde maandtemperatuur verschilt weinig van het jaargemiddelde dat rond de
25 – 27 graden Celsius ligt. De maximum temperatuur kan oplopen tot 36 graden Celsius. Op Indonesië zijn er meerdere klimaten. Omdat de Duitse wetenshapper Köppen de classificatie van de klimaten op aarde alleen heeft samengesteld met de gemiddelde temparatuur en de neerslag. In Indonesië verschilt het moment van de neerslag nogal zoals te zien is op de bijlage; kaartje A. Overal is het gemiddeld 30 graden Celsius dus de 1e klimaat letter van Köppen is A, omdat het overal gemiddeld boven de 18 graden is. Na de 1e letter komt de tweede letter die de neerslag aangeeft. s = droogte periode in de zomer, w = droogte periode in de winter en f = het hele jaar door neerslag
De klimaten per eiland volgens Köppen;
Sumatra – Aw
Java – As
Sulawesi – As
Kalimantan – As/Af
Irian Jaya – As
Convergentiezone
Omdat Indonesië op de evenaar ligt bepalen intertropische convergentiezone en passaatwinden het weer van maand tot maand. Indonesië ligt in het gebied van de moessonwinden. Die ontstaan door de halfjaarlijkse wisseling van hoge- en lagedrukgebieden boven Azië en Australië. De noordwest moesson brengen een natte tijd, omdat de lucht een grote afstand over de Zuid-Chinese zee en over de Celebes zee heeft moeten afleggen. De zuidoostmoesson neemt droge lucht van Australië mee.
Maand stroming
Januari noordwestpasaat
Februari noordwestpasaat
Maart noordwestpasaat
April ITCZ trekt naar het noorden
Mei zuidoostpasaat
Juni zuidoostpasaat
Juli zuidoostpasaat
Augustus zuidoostpasaat
September zuidoostpasaat
Oktober ITCZ trekt naar het zuiden
November noordwestpasaat
December noordwestpasaat
ITCZ=intertropische convergentiezone
Bijlage 5
Luchtdruk en winden; Indonesië is een laagdruk gebied het hele jaar door. Op kaartje B is te zien dat Azië een hoogdrukgebied is, wat de noordwest passaat veroorzaakt in januari. Op kaartje D is te zien dat Australië een hoogdrukgebied is en dat het de zuidoost passaat veroorzaakt in Juli. Bos Atlas kaart 162?!
Stijgingsregens
In oktober en november staat de zon loodrecht boven de eilanden en waaien er geen moessons, dit is de periode van de equatoriale stijgingsregens.
Betekenis van het natuurlijk milieu voor de bevolking en de economie
wateroverlast
Het regenseizoen is goed voor de landbouw, maar voor de steden is het een ramp. Vooral voor de stad Bandung. Bandung ligt in een kom tussen de bergen. Bij regenval stroomt het water van de ontboste hellingen naar het laagste punt; kampung, de volkswijken. De bevolkingsdichtheid van dit deel van de stad hoort bij de hoogste ter wereld, de huizen zijn soms met de ruggen tegen elkaar aangebouwd en het daglicht krijgt nauwelijks kans tot de huizen door te dringen. Als het regenseizoen is geweest dan kun je vaak aan de streep op de muur zien hoe hoog het water heeft gestaan.
vervuiling
Het regenseizoen is in Bandung erg ongezond, deze stad veranderd in een modderpoel en de open goten voeren rioolwater en vuilnis niet meer af. Dit is erg ongezond voor kinderen, zij zijn het meest vatbaar voor besmettingen.
stadsvoorzieningen
Vroeger werd Bandung het Parijs van Java genoemd, ze hadden allebei een explosieve bevolkingsgroei. (Bandung 1920 nog geen honderd. duizend, in 1990 meer dan twee miljoen) Maar aan de riolering van Parijs kan Bandung in deze tijd niet tippen. In de tijd van Karel Lodewijk Napoleon, werd onder leiding van Haussman stadsvernieuwingen aanbrengen o.a. drinkwater en een goede riolering. In de kampung van Bandung dateren afwateringskanalen, riolen en waterleiding nog voor een groot deel uit de koloniale tijd. Pas in de jaren ’80 is de renovatie van enkele wijken ter hand genomen en is er een begin gemaakt met het herstel en uitbreiding van de drinkwatervoorziening. In het hoger gelegen deel van Bandung is de waterleiding, riolering wel goed geregeld ook wordt hier het vuilnis regelmatig opgehaald. In dit deel van de stad zijn veel overheidsgebouwen, grote huizen en universiteiten. De overheidsdiensten kozen ervoor om hun gebouwen hier te vestigen omdat het hier koeler is.
Bodem
Indonesië heeft veel verschillende landschappen, waarvan de voornaamste tropisch regenwoud, savanne en gebergte zijn. Indonesië beschikt op Brazilië na over het grootste oerwoud op aarde. Circa 100 miljoen hectare tropische regenwoud. Het bosareaal is ongeveer 60% van het landoppervlakte. Het bosareaal wordt wel steeds minder door illegale boskap. Het grootste gedeelte van Indonesië bestaat uit kustgebieden en koraalriffen. Indonesië is één van de vruchtbaarste landen ter wereld, door de vulkanen zoals al eerder gezegd. Vooral Java is zeer vruchtbaar, het is dan ook niet gek dat Java heel veel Sawa’s (rijstvelden) heeft. Java was ook al vroeg de rijstschuur voor Indonesië.
Flora en fauna
planten
Indonesië heeft een zeer rijke flora, die samenhangt met het naar het oosten droger wordend klimaat. Indonesië heeft wel meer dan 45.000 bloeiende plantensoorten. Op Irian Jaya komen meer dan 25.000 orchideeën voor en is bekend om haar insecten etende bekerplanten. Sumatra, Borneo en Nieuw-Guinea buiten de gebergten en oorspronkelijk ook West- en Midden-Java zijn, respectievelijk waren bedekt met zeer dicht tropisch regenwoud. In indonesië kom je ook planten tegen die alleen in Indonesië voorkomen, zoals de zwarte orchidee.
Dieren
Veel eilanden van Indonesië vertonen een mengfauna, voor biologen is dit gebied van groot belang. Het wordt ook wel Wallacea genoemd. Op veel eilanden die in het pleistoceen met elkaar samenhingen verkregen als gevolg van langdurige isolatie nieuwe rassen, die nergens anders ter wereld voorkomen. Zoals bijvoorbeeld het bedreigde diersoort die alleen op Sumatra en Kalimantan voorkomt de orang oetang en zo telt Indonesië ook nog eens 1.500 vogelsoorten. Het oudste diersoort in Indonesië is de komodo varaan, die stamt uit het Eoceen (60miljoen jaar geleden). Er zijn er nog ongeveer 5.000 van over. Ook kunnen dieren een functie voor de bevolking hebben zoals bijvoorbeeld de buffel, die helpt bij de landbouw.
Wallace-lijn
In Indonesië vind je Aziatische en Australische elementen. De wallace-lijn geeft een lijn aan waar een verschil tussen dieren is te vinden. De lage zeespiegelstand tijdens de ijstijden en de stijgingen erna zorgden voor belangrijke gevolgen in het archipel. Doordat Sahul-land droog lag en konden planten en dieren zich vrijelijk verplaatsen. Die scheidslijn tussen flora en fauna is nog steeds herkenbaar.
-Inrichtingskenmerken
Landbouw
Circa 50% van de bevolking is werkzaam in de landbouwsector. Ruim 180.000 km2 grond word als landbouwgrond gebruikt, waarvan 72% voor voedingsgewassen. De rest voor handels gewassen in gebruik. De belangrijkste voedingsgewassen zijn rijst, maïs, cassave en bataten, grondnoten, sojabonen, kopra en suiker. De voornaamste handelsgewassen zijn rubber, palmolie, tabak, thee, kopra, koffie, cacao, peper en andere specerijen. Door de landbouw en de groeiende bevolking verdwijnt veel van het bos aan landbouwgrond. Zoals al in Java is gebeurt.
Nederzettingen
Aangezien Java het vruchtbaarste eiland van Indonesië is, is Java ook het overbevolkt. Terwijl andere eilanden zeer dun bevolkt zijn, zoals Kalimantan.
Aantal inwoners per eiland; bosatlas 50e editie ‘93 eiland Aantal inwoners Opp.vlakte eilando Java 96.9 * 25.000.000 132.187 km2o Sumatra 30.6 * 25.000.000 473.606 km2o Sulawesi 11.6 * 25.000.000 189.216 km2o Kalimantan 7.4 * 25.000.000 539.460 km2o Irian Jaya 1.3 * 25.000.000 421.981 km2
Nederzettingen in de koloniale tijd
Voor de koloniale tijd bestonden in de Indonesische archipel twee typen steden: de kratonsteden en de handelssteden. De kratonsteden, veelal gelegen in het binnenland, waren gebouwd rond een kraton (vorstenhof). Ze fungeerden als bestuurlijke, militaire en culturele centra in overwegend agrarische rijken. In deze steden of in de nabijheid ervan bevonden zich tempels. De kraton werd beschouwd als het religieus-magisch centrum van de staat. De planning en indeling gebeurde door de vorst en zijn raadslieden. Bekende kratonsteden op Java zijn Yogyakarta en Surakarta (Solo). De havensteden, gelegen aan kusten en riviermondingen, waren hoofdzakelijk georiënteerd op de overzeese handel. Ze hadden doorgaans een minder permanent karakter dan de kratonsteden en werden vaak verplaatst, omdat havens verzandden en handelsroutes zich verlegden. Er waren buitenlandse gemeenschappen van Chinese, Arabische en Indiase handelaren. Voorbeelden van dit soort type steden zijn: Cirebon, Demak, Jepara en Surabaya.
infrastructuur
De infrastructuur begon te verbeteren in de tijd dat de havenfaciliteiten van Batavia werden verbeterd. Er werden toen tramlijnen en spoorwegen aangelegd. Die kleine steden met elkaar verbond. Hierdoor verbeterde de handels positie van de kleine stadjes aanzienlijk.
Voor toeristen is de infrastructuur goed. Bijna elke grote stad heeft een vliegveld en kun je overal wel komen. Echter voor de handel is de infrastructuur niet goed en is het een voorwaarde voor de economische verbetering van het land. Helaas hebben de potentiële investeerders niet veel vertrouwen in de infrastructuur. De opbouw van de infrastructuur komt dus moeilijk opgang.
Bevolkingskenmerken
-demografie
geboorte en sterfte
De bevolkingsgroei van Indonesië is in het laatste decennium sterk gedaald. De jaarlijkse bevolkingsgroei per provincie varieerde in de periode 1990-2000 tussen 4,4 en 0,1 procent. In het hele land was dat 1,5 procent. In vergelijking met de daaraan voorafgaande tien jaar is deze variatie groter geworden. In de jaren tachtig lag de jaarlijkse bevolkingsgroei tussen 4,4 en 0,6 procent (2,0 procent op nationaal niveau). In de meeste provincies is sprake van een dalende trend in de bevolkingsgroei.
De sterfte in Indonesië is de afgelopen decennia sterk gedaald. In de periode 1995-2000 bedroeg het sterftecijfer acht per duizend, ongeveer eenderde van het niveau in de eerste helft van de jaren zestig (22 per 1.000). De zuigelingensterfte daalde van 145 per 1.000 levendgeborenen in 1971 naar 46 per duizend in 1999. De kindersterfte onder de vijf jaar van 218 naar 60 per 1.000 levendgeborenen. De sterfte onder pasgeborenen en jonge kinderen is echter nog steeds hoog vergeleken met die in omringende landen als Maleisië met een zuigelingen- en kindersterfte van respectievelijk 12 en 9 per 1.000.
Moedersterfte (de sterfte onder vrouwen rond zwangerschap en bevalling) is in ontwikkelingslanden één van de belangrijkste doodsoorzaken onder vrouwen in de vruchtbare leeftijd. In Azië sterft één op de 65 vrouwen als gevolg van complicaties rond haar zwangerschap en bevalling. Om een idee te geven van hoeveel dit is, in ontwikkelde landen is dat één op 1.800. De gegevens van de moedersterfte zijn niet helemaal juist. Omdat het moeilijk te tellen is en omdat de er een verkeerde doodsoorzaak op kan gegeven zijn. Volgens een in 1994 gehouden huishoudensonderzoek was de moedersterfte in Indonesië 390 per 100.000 levendgeborenen. De Wereld gezondheidsorganisatie rapporteert echter voor 1995 een moedersterfte van meer dan 450 per 100.000 levendgeborenen, beduidend hoger dan het gemiddelde niveau voor Zuid-Oost-Azië (300 per 100.000).
Vruchtbaarheid
Gemiddeld heeft een vrouw 2,6 kinderen. In 1971 waren dat er nog 5,6. Bij de daling van de vruchtbaarheid en de verbetering van de zorg rond moeder en kind hebben het uitgebreide gezondheidszorgsysteem en het gezinsplanningprogramma een grote bijdrage geleverd. Buitenlandse migratie heeft nauwelijks invloed op de bevolkingsgroei ofschoon deze in aantal is toegenomen. Als gevolg van de hoge vruchtbaarheid in het verleden is het aantal vrouwen in de vruchtbare leeftijd aanmerkelijk toegenomen. Hierdoor heeft de bevolking een flink groeipotentieel voor de toekomst, groot genoeg om het effect van de daling van de vruchtbaarheid voor een langere periode ongedaan te maken. Bijgevolg zal het bevolkingsaantal nog verder stijgen, volgens de middenvariant van de bevolkingsprognose van de Verenigde Naties tot 273 miljoen in 2025. In de lage variant, waarbij een lage vruchtbaarheid is verondersteld, groeit de Indonesische bevolking de komende 25 jaar toch nog tot 249 miljoen mensen.
Aan de daling van de vruchtbaarheid dragen diverse oorzaken bij; een stijging van de huwelijksleeftijd, omdat kinderen vaak 2 jaar na het huwelijk geboren worden en een gestegen deelname van vrouwen aan het onderwijs en het gebruik van moderne en traditionele anticonceptiemiddelen zoals verlenging van de periode van borstvoeding.
Levensverwachting
De levensverwachting is gestegen van 46 jaar in 1965-1970 tot rond 65 jaar in 1995-2000. Door een daling in het sterfte cijfer, komen er meer ouderen. Omdat in Ontwikkelingslanden het tempo van veroudering veel sneller is dan in ontwikkelde landen, hebben ze niet genoeg tijd om zich hier op voor te bereiden. Er ontbreken de nodige instituties, een financieel systeem en de gezondheidszorg om de ouderen op te vangen.
-economische kenmerken
belangrijke bedrijfstakken
zoals al eerder genoemd, is de primaire sector, de landbouw de belangrijkst sector in Indonesië. Voornamelijk wordt er rijst geproduceerd, het is het belangrijkste gewas. Het land moet in rijst zelfvoorzienend zijn anders wordt ze afhankelijk van het buitenland. Indonesië produceert 7,8% van de wereldproductie van rijst. Ook koffie is een belangrijk goed voor Indonesië, zij produceert maar liefst 4,2% van de wereldproductie aan koffie. Ook produceert zij aardgas en aardolie. Zo’n 12 tot 20% van de bevolking is werkzaam in de industrie.
Markten
In Indonesië zijn er markten (pasar) in alle soorten en maten, in de meeste steden tref je een permanente overdekte markthal aan. Marktkooplieden verdienen hier flink wat geld, wel enkele honderden duizenden roepia’s per jaar. Zo’n permanente kraam van het stadsbestuur is dan ook heel erg gewild. Er wordt soms wel enkele miljoenen roepia’s voor neergelegd, maar eenmaal in bezit wordt de plaats ook niet meer snel verkocht. In Jakarta tref je markten aan die dag en nacht doorgaan. Voornamelijk wordt er op de markten voedsel en kleding verkocht. Marktlieden verlaten de kraam niet maar laten iemand voor hun inkopen. Voornamelijk vrouwen verkopen op de markt, mannen ook wel maar meer de duurdere artikelen. Mannen kunnen het veroorloven om duurdere artikelen te verkopen. Wie duurdere artikelen verkoopt, kan niet elke dag op dezelfde markt staan maar moet naar andere markten staan. Een vrouw kan dit simpelweg niet, zij kan ten alle tijden zwanger worden of moeten voor hun gezin zorgen. Door deze arbeidsverdeling bestaat er ook een verschil in inkomen. Een man verdient natuurlijk veel meer dan een vrouw.
inkomens en welvaart
De verdeling van inkomens in Indonesië is erg ongelijk. Veel chinezen hebben de handel in handen en Indonesiërs werken soms maar voor een euro per dag. De laatste 25 jaar is de economische ontwikkelingen beter geworden en hebben veel mensen het daardoor beter gekregen.
werkeloosheid
In de tabel er onder met de naam werkeloosheid, zien we dat Indonesië niet tot de ergste categorie van derde wereld landen behoort. Circa 9 procent is werkeloos. Indonesië zit in de middenmoot van de landen in Azië qua werkeloosheid. In Nederland was de werkeloosheid in 2003; 5,3 procent.
- ecologische knelpunten
Knelpunten tussen natuur en grondgebruik, wat wordt hier tegen ondernomen?
Java is zwaar overbevolkt, er is hier dan ook veel hout gekapt om Sawa’s aan te leggen en om ruimte vrij te maken om te wonen. Je vindt alleen nog maar bos in de bergen. De Javaanse bevolking word gestimuleerd door de overheid om naar dunbevolkte eilanden te migreren.
Doordat er veel hout wordt gekapt, verdwijnen er dier en plantensoorten. Helaas wordt hier niet zoveel aan gedaan er zijn wel een paar organisatie die er tegen bezig zijn. Hout levert geld om en de regering schijnt er aan mee te werken.
- culturele kenmerken
godsdienst
De grondwet van Indonesië garandeert vrijheid van godsdienst. Dit is echter beperkt tot monotheïstische geloven en pantheïsme alleen als het er één oppergod is aangewezen. Meer dan waar ook ter wereld zijn de godsdiensten uit andere landen hier geaccepteerd en in overeenstemming gebracht met oeroude oorspronkelijk animistische tradities. Circa 87% van de Indonesische bevolking hangt de Soennitische richting van de Islam aan (Moslims die de Soenna aanvaarden als voorschriften van Mohammed, de Soenna bevat Mohammedaanse leefregels die gebaseerd zijn op overleveringen betreffende uitspraken en handelingen van Mohammed). Wat veel mensen niet weten is dat op de Indonesische eilanden de grootste Islam gemeenschap ter wereld leeft.
Eén van de prestige projecten van Soekarno is de Istiqlal moskee. De grootste moskee van zuidoost Azië en de èèn na grootste in de wereld. Hij is al zichtbaar van een afstand van 15km en na de Ramadan verzamelen zich hier meer dan 200.000 gelovigen. Ondanks dat het overgrote deel van de bevolking Islamitisch is, is het Islam geen staatsgeloof. Circa 8% is Christelijk en 5% hangt plaatselijke religies aan. Op Bali wordt het Hindoeïsme door meer dan 90% van de bevolking beleden. In het Hindoeïsme op Bali zijn er vijf basis principes;
o Het geloof in Sanghyang Widhi Wasa, de enige en ene god
o Het geloof in Atman, de eeuwige ziel
o Het geloof in Kharma Pala, de wet van oorzaak en gevolg
o Het geloof in Punarbhawa, incarnatie
o Het geloof in Moksha, de eenwording met de eeuwige geest.
Talen
De officiële taal van Indonesië is Bahasa Indonesia. Veel worden uit Indonesië zijn overgenomen van oude Nederlandse woorden. De handelstaal is Engels en in afnemende mate Nederlands. Mebel (meubel), bangrut (bankroet), karcis (kaartjes), handuk (handdoek), pinter (pienter) en donkrak (dommekracht).
Je hebt ook andere talen zoals dat je wel 240 soorten Papoea talen hebt, waarvan er 100 soorten door minder dan 1000 mensen word gesproken.
Minderheden
Indonesië is een groot land met heel veel eilandjes. Er zijn dus zeker minderheden in de samenleving. Deze minderheden en godsdienstige minderheden zijn ook weleens in conflict gekomen. Op Kalimantan dreigt de bevolking een minderheid te worden in eigen land. Doordat mensen van Java migreren naar Kalimantan.
Indonesië kent diversiteit tussen volkeren, die allemaal eigen taal en religie hebben of andere gebruiken bij religies hebben. In Jakarta leven de meeste mensen, meer dan 10miljoen. Jakarta is een metropool. Ze hebben hier wolkenkrabbers, moderne winkelcentra en computertechnologie. Op Irian Jaya wonen de Papoea’s, die gebruik maken van speren en bijlen. Er zijn zo’n 300 duidelijke verschillende etnische groepen te onderscheiden. Er zijn enorme fysische verschillen te onderscheiden tussen de groepen, betreft haartype, pigmentatie, gestalte, lichaamsbouw en gelaatskenmerken. Deze verschillen zijn te verklaren door de migratiestromen uit het vasteland van Azië en misschien zelfs uit Afrika, die zich over de eeuwen heen in Indonesië hebben gevestigd.
Er zijn in Indonesië meer dan 5miljoen chinezen. Zij vormen de belangrijkste etnische subgroep. Zij hebben zich voornamelijk in de havensteden en grote steden van Java, Sumatra en Kalimantan gevestigd. Zij hebben het economische succes in handen, door de handel te domineren.
- politieke kenmerken
bestuursvorm
Indonesië is een presidentiële republiek. In 1950 werd Indonesië onafhankelijk van Nederland. Indonesië is verdeeld in 24 provincies en 3 bijzondere gebieden; Jakarta Raya, Yogjakarta en Atjeh. Deze bijzondere gebieden hebben een speciale vorm van bestuur. Deze gebieden worden bestuurd door een gouverneur die door de president gekozen is. De gouverneurs hebben een zekere speelruimte wat betreft religie, gewoonterecht en onderwijs.
De wetgevende macht van het archipel ligt bij het parlement en de uitvoerende bij de president, die geholpen wordt door zijn/haar assistent. Susilo Bambang Yudhoyono is op dit moment de president.
Naam Sinds Tot Partij
1. Soekarno 17 augustus 1945 12 maart 1967 PNI
2. Soeharto 12 maart 1967 21 mei 1998 Golkar
3. Habibie 21 mei 1998 20 oktober 1999 Golkar
4. Abdurrahman Wahid (Gus Dur) 20 oktober 1999 23 juli 2001 PKB
5. Megawati Soekarnoputri 23 juli 2001 20 oktober 2004 PDI-P
6. Susilo Bambang Yudhoyono 20 oktober 2004 heden Golkar
Belangrijke partijen
Zoals in het schema hierboven te zien in Golkar een belangrijke partij. Golkar is voor het voor zetten van het systeem van de nieuwe orde en is tegen de hervorming uit 1945 daterende wijziging in de grondwet die het staatshoofd bijna onbeperkte macht geeft. Verder kun je de partijen indelen in Islamitische en democratische partijen.
Politieke stabiliteit
In Indonesië leven veel etnische groepen en verschillende godsdiensten naast elkaar. Het is dan ook niet gek dat er strubbelingen zijn. Zo had je op Ambon een conflict tussen christenen en moslim. De moslims kwamen naar Ambon omdat de overheid ze stimuleerde om te transmigreren. Ook de economische positie van draagt mee aan de opstanden.
Relationele kenmerken
Handel
Sinds 1980 is de handels balans van Indonesië positief. De belangrijkste uitvoerproducten zijn olie, gas en grondstoffen: rubber, steenkool, tin, tabak, koffie, thee, palmolie en kopra, maar ook triplex, kleding en textiel, schoeisel, hout, vis en garnalen. De invoer voor bepaalde producten nog steeds onderhevig aan verboden, quota of hoge invoerrechten. Alleen kapitaalgoederen, grondstoffen en halffabrikaten werden wat dat betreft ontzien. De invoer bestaat vooral uit transport- en voedingsmiddelen, chemicaliën en kapitaalgoederen. Indonesië is wat handel betreft voornamelijk afhankelijk van Japan, de VS en Singapore.
Toerisme
Indonesië heeft zowel een regenseizoen als een droog seizoen, dit betekent voor het toerisme dat ze hoofdzakelijk in het droge seizoen komen. In bepaalde delen van Indonesië komt amper toerisme, omdat het daar maar een paar dagen per jaar droog is. Veel van de toeristen zijn Australiërs, die gaan daar op vakantie omdat het goedkoop is en dichtbij Australië ligt.
Indonesië heeft veel te bieden, zoals bijv. de tegenstellingen van het platteland en de moderne steden en de tegenstellingen van de culturen op de verschillende eilanden.
Veel mensen in Indonesië hebben weinig geld en proberen wat extra’s te verdienen aan de toeristen, ze komen heel erg vriendelijk over en ze rijden je graag naar huis. Het enige nadeel van Indonesië is dat het lang vliegen is en dat de vliegreis veel kost.
Milieubelasting van/naar over de grens
Houtkap
Het regenwoud wordt ernstig door menselijke activiteiten bedreigd. Zo vind er op grote schaal illegale houtkap plaats met als gevolg erosie, veel van deze bomen zijn voor China bedoeld. China heeft op grote schaal hout nodig, vanwege de enorme economische groei. Volgens officiële cijfers van het Indonesische ministerie van bosbouw staat dat er jaarlijks bijna 60 miljoen kubieke meter aan illegaal hout uit de parken van Indonesië verdwijnt. Volgens Milieu organisaties is er veel corruptie in Indonesië met betrekking op de houtkap. Zo zijn de illegale houthandelaren al jaren bekend, maar laat de politie en de regionale regering zich afkopen en liggen de eigenlijke cijfers van de houtkap veel hoger dan het ministerie van bosbouw beweerd. Omdat de werkeloosheid hoog is in Indonesië, helpt de bevolking mee aan de houtkap. Ze ontvangen dan hoogstens een euro per dag. In 1997 gingen er nog grote stukken bos verloren aan gigantische bosbranden.
Migratie
In Indonesië en dan met name op Java en op Bali hadden ze grote problemen met de hoge bevolkingsdichtheid. (Jakarta, 800 per km2) en de overheid probeerde de Javaanse en Balinese bevolking te stimuleren te verhuizen naar de dunbevolkte eilanden van Indonesië. Helaas hebben deze pogingen voor interne emigratie maar weinig succes gehad. De transmigratie stuitte op problemen. Bevolkingsgroepen van de dunbevolkte eilanden waren bang hun culturele identiteit te verliezen. Daardoor stuitte het programma “Javanisering” (zoals mensen buiten Java het noemen) op de eilanden Sumatra, Kalimantan en Irian Jaya op verzet en soms gewelddadig verzet. Vooral op Irian Jaya heeft de bevolking kans om een minderheid te worden op hun eigen eiland. Irian Jaya heeft een bevolkingsdichtheid van 4 per km2.
Gevolgen van migratie
De stedelijke bevolking groeit in Indonesië sneller dan die van het platteland, evenals in andere derde wereld landen. In 1930 woonde nog niet 1/10 van de bevolking in Indonesië, in 2010 is de verwachting dat meer dan de helft van de bevolking in de steden woont. Door deze trek naar de stad hebben de stedelijke autoriteiten problemen met de orde in de stad. Zoals verkeersopstoppingen, drinkwatervoorzieningen en de groei van de krottenwijken. Maar er ontstaat een tekort aan schoolgebouwen, zodat er ’s ochtends en ’s middags aan verschillende groepen les wordt gegeven. Het stadsvuil is een ander probleem. De officiële gemeentereiniging haalt maar 1/10 van het afval op en dumpen dat op open plekken en in sloten, zonder over de volksgezondheid na te denken. Het overige afval wordt overgelaten aan wijkorganisaties en vuilrapers. Vuilrapers vervullen een essentiële rol in de stedelijke economie. Niet alleen rapen zij het vuil op maar leveren ook goedkope grondstoffen voor de grootindustrie. Zij concentreren zich vooral op blikjes, plastic en papier.
De stedelijke autoriteiten proberen door stadsplanning en uitbreiding van overheidsdiensten deze problemen te beperken, maar door het langdurige verwaarlozing van de problemen en het tempo waarin de bevolking in de stad groeit, is dit vaak een moeilijke kwestie en blijft de bevolking op hun eigen vindingrijke manier aangewezen om zichzelf te voorzien in de eerste levensbehoefte.
Veel jongeren trekken van het platteland naar de stad. Met name door de toenemende landloosheid, seizoenswerkeloosheid in de landbouw en de ondergang van de plattelandsnijverheid. Zij hopen door naar de stad te gaan op een beter leven. Vaak komen ze dan in slechte woonomstandigheden terecht maar de lonen in de steden liggen aanzienlijk hoger dan op het platteland. Ook zijn er in de steden scholen die jongeren naar de stad trekken. Steden als Bandung, Denpasar, Yogjakarta en Jember zijn zo uitgegroeid tot echte onderwijssteden.
Indonesië heeft nog enerzijds geluk gehad met de stedelijke groei in vergelijking met andere derde wereld landen. Omdat de verstedelijking langzaam op gang kwam, doordat de stedelijke economie een decennia stagneerde en omdat Indonesië meerdere groeipolen heeft, zodat niet iedereen naar dezelfde stad trekt.
De onderlinge banden tussen mensen in de steden zijn ook duidelijk te merken. Mensen hebben de neiging om bij mensen te wonen met dezelfde gewoontes. Een goed voorbeeld hiervan zijn de Chinese die zich voornamelijk in de grote steden en havensteden hebben gevestigd, een ander voorbeeld is bijv. kampung Jawa in Den Pasar op Bali. Vaak komen migranten via familieleden in de stad wonen en wonen ze een tijdje in het huis van hun familie. De gewoonte om bij familie eerst in te trekken word steeds ongebruikelijker omdat er woningnood is. Tegenwoordig nemen vooral kerken en moskeeën de functie over, dit is dan een ontmoetingsplek voor migranten van dezelfde etnische groep.
Migratiebeleid
In grote Javaanse steden staat soms wel 1/3 van de bewoners van een volkswijk niet bij de plaatselijke wijkautoriteit ingeschreven. Dit is niet alleen uit slordigheid maar ook corruptie. Begin jaren ’70 verklaarde het stadsbestuur van Jakarta de stad gesloten voor migranten zonder een vaste werkkring en een permanent adres. Bij aankomst van de stad moest je twee keer het bedrag wat je terugreis kostte betalen, zodat als je na zes maanden geen werk had gevonden ze je op in de bus naar huis konden zetten. Deze maatregel had het gevolg dat mensen zich niet meer gingen inschrijven bij de plaatselijke autoriteit en vestigden zich dus illegaal of deden alsof ze tijdelijke bezoekers waren. Toen de autoriteiten hierachter kwamen hield de politie vaak razzia’s om illegalen op te sporen. Als je niet beschikt over een geldig persoonsbewijs voor Jakarta wordt je direct naar huis gestuurd. Om zo’n kaart te krijgen is vaak kostbaar en omslachtig. Sommige hebben daarom helemaal niet zo’n kaart, anderen hebben één of meer valse kaarten. Vals betekent dan in de meeste gevallen asli tapi palsu letterlijk vertaald; echt maar vals. Bij een corrupte ambtenaar gekocht. Eigenlijk hebben de razzia’s helemaal geen zin, of iemand heeft een vals persoonsbewijs of iemand wordt de stad uitgezet en keert weer terug naar de stad.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.