Geschreven door: | anoniem |
Datum ingestuurd: | 9 mei 2005 |
Taal: |  |
Woorden: | 6.950 |
Bekeken: | 16830 keer (96 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
1. Wat is een ontwikkelingsland?
1.1. Introductie
1.2. Het BNP
1.3. Human Development Index
1.4. Kenmerken van een ontwikkelingsland
1.1 Introductie
Wat is een ontwikkelingsland? Er worden voor een ontwikkelingsland verschillende termen gebruikt. Een van de meest gebruikte is een derdewereldland, dit staat tegenover een eerste wereldland. Deze scheiding geeft aan dat de rijke westerse landen zichzelf het belangrijkste vonden, noemen zij hun wereld de eerste wereld. De communistische landen, met hun geleide economie, vormden ooit de tweede wereld en alle arme landen samen vormden de derdewereld. De tweede wereld is verdwenen, want deze bestond voornamelijk uit Oostbloklanden en die bestaan niet meer. Er zijn in de wereld zeker 120 derdewereldlanden waarop de aanduiding derdewereldland van toepassing is. Dit begrip suggereert dat alle arme landen het zelfde zijn en dat ze allemaal even arm zijn. Niets is minder waar. Er zijn veel criteria waarop beoordeeld wordt of een land ook werkelijke een ontwikkelingsland is.
Een tweede term die gebruikt word voor een ontwikkelingsland is het zuiden van de wereld. Dit staat tegenover het ‘rijke’ noorden. Dit is helemaal niet nauwkeurig. Niet alle landen in het zuiden zijn ontwikkelingslanden. Australië ligt ook in het zuiden en is zeker geen ontwikkelingsland.
Ook wordt ook de term onderontwikkeld land genoemd. Dit staat lijnrecht tegenover ontwikkelde landen. Dit is een hele grove term. Als een land op 1 ven de criteria achter ligt op het rijke westen kan dit land al een onderontwikkeld land worden genoemd. Dit is niet correct, want veel landen lopen achter op een criteria en dat zijn geen ontwikkelingslanden.
Tot slot een term die al een stukje nauwkeuriger is periferie. Dit staat voor een ontwikkelingsgebied dat nog sterk agrarisch is, een laag inkomen heeft en een kleine rol spelen in de wereldhandel. Daar tegenover staan de centrumlanden. Dit zijn de meest ontwikkelde landen. Zijn hebben een hoge productiviteit, hoge inkomens, de meeste mensen werken in de dienstensector en spelen een belangrijke rol in de wereldhandel. Daar tussen zit een groep die de semi-periferie landen worden genoemd. Deze landen zijn goed op weg met hun ontwikkeling. De landbouw wordt minder belangrijk en is voor een groot deel gemechaniseerd. De industrie is ontwikkeld en de dienstensector is aan het groeien. Ook zie je dit terug in de wereld handel. Dit is een betere verdeling, omdat niet alle landen hetzelfde zijn.
In dit hoofdstuk laat ik zien wat de verschillende criteria zijn waar naar gekeken wordt om te bepalen of een land daad werkelijk een ontwikkelingsland is.
1.2 Het BNP
Het nationaal inkomen is een van de meest gebruikte indicatoren om te meten of een land een ontwikkelingsland is.
Het nationaal inkomen berekenen kan op 3 verschillende manieren.
1. Alle inkomens die in een jaar in een land verdient worden bij elkaar op te tellen.
2. Alle toegevoegde waarden in een economie bij elkaar op te tellen. (nationaal product)
3. Alle bestedingen van een land bij elkaar op tellen.
Als alles klopt moeten deze uitkomsten aan elkaar gelijk zijn. Helaas klopt dit bij de meeste landen niet, omdat er ook nog leningen worden afgesloten om tekorten aan te vullen. Een BNP berekend kan worden en daar worden nog de kosten die een land heeft gehad aan het buitenland ook nog afgehaald. Toch zijn er een aantal bezwaren om het BNP als enige indicator te gebruiken om te bepalen of een land een ontwikkelingsland is.
Technische bezwaren zijn:
· Het BNP houdt geen rekening met verschillen in klimaat, verschillende eisen die worden gesteld aan kleding, voeding, transport en woonomstandigheden in een land.
· Economische groei en verdere industrialisatie brengen kosten met zich mee. Die kosten hebben ontwikkelde landen niet meer.
· Internationale vergelijkingen worden gemaakt op basis van wisselkoeren. Die geven geen betrouwbaar beeld, omdat deze niet kijken naar de koopkrachtsverhoudingen tussen de valuta in een land.
· Als er een verschuiving op treed van zelfvoorziening naar handel op de markt dan lijkt het alsof het inkomen toeneemt terwijl er in werkelijkheid niet meer geproduceerd hoeft te worden. Een stijging van het BNP hoeft niet meteen te leiden tot een verbetering in de levensomstandigheden.
Inhoudelijke bezwaren zijn:
· Ontwikkeling van een land is veel meer als economische groei alleen. Het bied geen goed beeld van wat er gebeurt met de levensomstandigheden van de massa van de arme bevolking.
· De hoogte van het nationaal inkomen staat niet in een direct verband met de levensstandaard. Ook al groeit het BNP als het uitgegeven wordt aan bijvoorbeeld militaire operaties of geïnvesteerd wordt in een land, kan de consumptie van de inwoners in een land achterliggen.
1.3 De Human Development Index
De Human Development Index is het rapport dat de traditionele lijst waarop 175 landen worden gerangschikt volgens de Human Development Index, een cijfer dat de kwaliteit van het leven samenvat. De index is een mix van levensverwachting, onderwijspeil en inkomen per inwoner. Sierra Leone, Niger, Burkina Faso, Mali, Burundi, Mozambique en Ethiopië in die volgorde, zijn dit jaar de hekkensluiters.
Het Human Development Report is het meest gezaghebbende jaarrapport inzake onderontwikkeling. De publicatie wordt als sinds 1990 uitgegeven door het ontwikkelingsprogramma van de VN (UNDP), dat als 'wereldwijd ontwikkelingsnetwerk van de Verenigde Naties', de vinger aan de pols van de wereldbevolking heeft. Het HDR-rapport geeft een panoramisch en
ontluisterend beeld van de ongelijkheid in de wereld. Al enkele jaren keert de vaststelling terug dat "Meer dan een miljard mensen vandaag overleven met minder dan een dollar per dag". Dat is dit jaar niet anders. Toch is het rapport geen voer voor fatalisten: er wordt duidelijk vooruitgang geboekt in de strijd tegen de mondiale ongelijkheid. De afgelopen dertig jaar is de levensverwachting in de armere landen met acht jaar verhoogd. Het
analfabetisme werd gehalveerd in die periode.
Er zijn heel veel verschillende criteria waar de HDI naar kijkt. Maar de drie hoofdcriteria zijn:
1. Index van het bruto binnenlands inkomen per hoofd van de bevolking
2. De levensverwachting en omstandigheden
3. Het onderwijs niveau
Om met criteria 1 te beginnen. Hierbij wordt naar tientallen cijfers gekeken. Maar de belangrijkste zijn nationaal inkomen, BNP, BBP. Import en Exportcijfers, deze zijn belangrijk om te kijken naar de invloed dat een land heeft op de totale wereldhandel. In ontwikkelingslanden is dit erg klein. Ook wordt gekeken naar het aantal dollars dat een persoon gemiddeld te besteden heeft, dit is belangrijk om een beterbeeld te geven van de rijkdom of armoede van een land. Beroepsbevolking, niet beroepsbevolking en de verhoudingen tussen deze twee is ook een belangrijk kenmerk. Deze laat zien hoeveel mensen er werken en zo door belasting voor de niet werkende moeten zorgen. Als de niet-beroepsbevolking veel groter is als de beroepsbevolking liggen deze verhoudingen niet goed. Werkeloosheid is ook belangrijk, als er in een land sprake is van veel werkeloosheid is er in dat land vaak veel armoede.
Vervolgens criteria 2. Hierbij wordt ook naar meerdere cijfers gekeken. Degene die dit cijfer het meest beïnvloeden zijn de levensomstandigheden, dit zijn cijfers die laten zien waar de meeste mensen wonen. In sloppenwijken, rijtjeshuizen, of in een luxe appartement. Daar zit nogal een groot verschil tussen. Maar ook wat het meeste gegeten wordt. Het verschilt behoorlijk of je elke dag kaviaar eet of elke dag een bakje rijst. De levensverwachting wordt berekend op de leeftijd dat mensen sterven, de doodsoorzaak en dergelijke. Ook wordt gekeken naar de kindersterfte in een land. Dit laat zien of dit met ondervoeding te maken heeft, aids of een andere oorzaak heeft.
Als laatste criteria nummer 3. Het onderwijs niveau zegt heel veel over de ontwikkeling van een land. Als er in een land veel geleerde zijn, betekend dat, dat er een hoog opleidingsniveau is en vaak ver ontwikkeld is. Om dit cijfer te berekenen wordt gekeken naar het aantal mensen dat onderwijs heeft gevolgd, welk niveau het onderwijs in een land heeft, dus basisschool, middelbare school, of hoger. Het percentage van de bevolking dat analfabeet is zegt veel het onderwijs in een land.
Op de HDI wordt ook wel commentaar geleverd. In de eerste plaats is de kwaliteit van de data vaak onvoldoende om internationale vergelijkingen van niveaus en trends te maken voor vele landen. Sinds decennia wordt er aan gewerkt om meettechnieken te verbeteren en er een standaard vorm van te maken.
Ten tweede is de weging van sociale indicatoren altijd verschillend. Als men hogere inkomens een lager gewicht geeft krijgt men, bijvoorbeeld, standaard een andere rangorde.
Als laatste veel sociale criteria vrij sterk met het nationaal inkomen samen te hangen. Als de ontwikkeling van het nationaal inkomen in de tijd stagneert, zien je dit vroeg of laat terug in verslechtering van de sociale omstandigheden van een land.
1.4 Kenmerken van een ontwikkelingsland
Er zijn buiten het BNP en de HDI nog een aantal karakteristieke kenmerken waar je een ontwikkelingsland aan kan herkennen. Dit hebben alle ontwikkelingslanden allemaal gemeen.
Deze kenmerken zijn:
1. Het op grote schaal voorkomen van armoede en ondervoeding.
2. Een groot aandeel van de agrarische sector in productie en werkgelegenheid.
3. Sterk dualisme in de economische structuur
4. Een explosieve bevolkingsgroei.
5. Een explosieve groei van de stedelijke bevolking.
6. Grootscheepse onderbenutting van de arbeid.
7. Politieke instabiliteit.
Ik zal deze kenmerken punt voor punt even langslopen.
1. In 1991 leefde ruim 3,1 miljard mensen die gemiddeld minder als $350 per jaar te besteden. Dit bied geen goed beeld, omdat er veel verschil is tussen hoge en lage inkomens. 40% van de mensen op de wereld leven onder de armoede grens. Voor de armste ontwikkelingslanden lag dit percentage op de 60%.
In veel gevallen leidt dit tot ondervoeding van de bevolking. Geen geld betekend geen voedsel. Dit is het geval met 22% van de totale bevolking van ontwikkelingsland.
2. Het aandeel van de agrarische productie in de totale productie is in ontwikkelingslanden veel groter dan in welvarende landen. Er wordt niet echt gewerkt met productieve technieken. Het aandeel van agrarische beroepsbevolking in de totale beroepsbevolking is daarom heel erg groot.
3. Er bestaat een grote kloof tussen de moderne sector en de traditionele sector. De moderne sector is sterk betrokken bij de internationale economie en sterk geïsoleerd van de rest van de binnenlandse economie.
Het voornaamste probleem van het dualisme is het gebrek aan uitstraling van moderne technologie naar de rest van de economie.
4. Als gevolg van een daling van de sterftecijfers en een blijvend hoog niveau van de geboortecijfers, is er een groot geboorteoverschot. Het gemiddelde niveau van bevolkingsgroei in ontwikkelingslanden ligt op het ongekende hoge niveau van bijna 2% per jaar.
5. Er is in de meeste ontwikkelingslanden sprake van een enorme trek van het platteland naar steden en een groei van de stedelijke bevolking zelf. In de steden is geen plaats voor deze grote stoom van mensen. Daardoor ontstaan net buiten de stad vaak sloppenwijken. Deze trek van mensen van platteland naar de stad draagt weer bij aan de versterking van het dualisme.
6. In ontwikkelingslanden is er vaak sprake van op groot schaal onderbenutting van arbeid. Dat houdt in dat men slechts een gedeelte van de beschikbare arbeidstijd benut of dat men zo improductief werkt dat men, ondanks lange werkuren, niet of nauwelijks genoeg kan verdienen om van te leven.
7. De natiestaat in ontwikkelingslanden is weinig stabiel. Er is gebrek aan nationale intergratie. Het belangrijkste is niet de samenleving maar de streek, stam, volk of familieverband. Veel ontwikkelingslanden worden geteisterd door etnische tegenstellingen die een bedreiging vormen voor de nationale eenheid. De rechtszekerheid is zwak ontwikkeld. Militairen spelen een onacceptabele grote rol in het politieke leven.
Deelvraag 2 wat zijn de kenmerken van Brazilië?
2.1 Introductie
2.2 De bevolking
2.3 De economie
2.4 De politieke organisatie
2.5 Cultuurkenmerken van Brazilië
2.1 Introductie
Om de hoofdvraag te beantwoorden is het belangrijkste om informatie over het land te kunnen krijgen. Brazilië is het grootste land van Zuid-Amerika met veel verschillende bevolkingsgroepen, verschillen in inkomen, maar ook een heel rijk land wat betreft cultuur. Natuurlijk is dit geen factor om aan te geven of een land een ontwikkelingsland is, maar wel belangrijk om wat te weten te komen over het land.
In dit hoofdstuk zal ik de volgende kenmerken aan bod laten komen. De bevolking, wat is de samenstelling, de spreiding, verstedelijking en een stukje geschiedenis. De economie, een stukje geschiedenis, uit welke sectoren bestaat de economie en wat zijn de belangrijkste kenmerken van die sectoren, wat er in de toekomst voor een plannen zijn. De politieke organisatie is een ook een belangrijk punt. Daarnaast zal ik nog een klein stukje over cultuur kenmerken schrijven. Dit is niet van invloed of dit een ontwikkelingsland is, maar vind ik persoonlijk wel belangrijk om wat over het land te weten te komen. Om een algemeen beeld te geven hoe de indeling van Brazilië is een kaartje met uitleg over de verschillende regio’s.
Zuiden en Zuidoosten (blauw en roze):
· het economisch hart van Brazilië
· moderne landbouw
· levenstandaard is qua niveau zoals in Europa
· Aanwezigheid van MNO's
· Sterke milieubelasting !
Het Centrum Westen (bruingroen):
· nieuwe hoofdstad leidt tot een beginnende ontwikkeling en industrialisatie
· grote moderne landbouwbedrijven
· veel ertsen
· beginnend dynamisme door kapitaalimpulsen
Het Noordoosten (geel):
· in de steek gelaten
· was in de 19de eeuw een demografisch zwaartepunt, door plantages
· "armenhuis" van Brazilië
Het Noorden : Amazonië (groen)
· conflictgebied en pioniersregio door tegenstrijdige belangen van plaatselijke bevolking, houtindustrie, mijnbouw en grootschalige veeteeltbedrijven
2.2 De bevolking van Brazilië
Als eerste heb ik een tabel gemaakt met kenmerken van het land die erg belangrijk zijn. Voor de HDI maar ook om een beeld te schetsen van het land.
Brazilië Nederland
Aantal inwoners 1950 50 miljoen 10 miljoen
Aantal inwoners 2001 175 miljoen 16 miljoen
Bevolkingsdichtheid 20 per km2 475 per km2
Landoppervlakte 8.511.965 km2 41.526 km2
Jaarlijkse bevolkingstoename Gemiddeld 1.9% Gemiddeld 0.6%
Levensverwachting Man:64 jaar, vrouw: 69 jaar Man: 76 vrouw: 81
Geboortecijfer per 1000 inw. 18.45 12.5
Sterftecijfer per 1000 inw. 9.34 8.8
Zuigelingensterfte 37 per 1000 levendgeborenen 4.8 per 1000 levendgeborenen
De spreiding van de bevolking wordt gekenmerkt door een grote mate van ongelijkheid: in de kustgebieden van het noord- en zuidoosten en het zuiden woont op iets meer dan eenderde van de oppervlakte ca. 90% van de totale bevolking. Het Amazonegebied en het westen daarentegen hebben een bevolkingsdichtheid van ongeveer 1 en 2,9 inwoners per km2. Er is sprake van een verstedelijking: 77% van de bevolking woont in de steden, waarbinnen vooral de krottenwijken zich snel hebben uitgebreid. Brazilië is in een periode van ongeveer vijftig jaar veranderd van een overwegend agrarische in een stedelijke samenleving.
De bevolking van Brazilië is zeer heterogeen van samenstelling en van Indiaans-Afrikaans-Europese herkomst. Het aantal Indianen dat nog de oorspronkelijke leefwijze heeft, bedraagt minder dan 0,2% van de totale bevolking. Dit aantal neemt nog steeds verder af, onder andere door de ontginning van het Amazonegebied. Nu en dan worden er zelfs moordpartijen op indianen gemeld.
De allereerste kolonisten, de Portugezen, bleven in de havensteden grotendeels onvermengd, maar in het binnenland vermengden zij zich met de inheemse bevolking. Zij namen slaven mee uit Afrika om voor hen te werken. Vooral tussen 1880 en 1914 kwamen er veel immigranten naar Brazilië: Italianen, Spanjaarden, Syriërs, Libanezen, Polen en Duitsers. In 1908 kwamen daar 799 Japanners bij die gevolgd werden door honderdduizenden landgenoten.
Het blanke deel van de bevolking vormt de meerderheid met 53%. Daarna volgen de brancos of pardos, ook wel morenos of mulatos genoemd, die van Europees-Afrikaanse afkomst zijn met 22% en de mamelucos van Indiaans-Europese afkomst met 12%. De zwarte bevolkingsgroep bestaat uit 11% van de bevolking. Verder zijn er nog cafuzos van indiaans-Afrikaanse afkomst. Alle mensen van gemengde herkomst worden mestiços, mestiezen, genoemd.
2.3 De economie van Brazilië
Het algemeen economische beeld van Brazilië is vanaf het midden van de jaren vijftig nogal wisselend. In de periode van 1955 tot 1964 was er van een telkens verminderende politieke en economische stabiliteit en groei sprake. De eerste jaren na de militaire staatsgreep (1964)
werden gekenmerkt door een drastische verlaging van de inflatievoet, een sterke beteugeling van de lonen en een geringe groei van het BNP. Het tijdvak van 1968 tot 1974 vormt de periode van het 'Braziliaanse wonder', waarin de economische groei gemiddeld ruim 10% per jaar bedroeg. Deze groei was zowel aan de industriële sector als aan de akkerbouw en veehouderij te danken. Sterk beïnvloed door geld vanuit de VS.
Na 1981 kwam de economie in een ernstige economische recessie, die gepaard ging met een inflatie van gemiddeld meer dan 100% per jaar, in 1985 zelfs 228%, en een zware schuldenlast. Als de inflatie zo hoog ligt, is dat zeer ongunstig voor de economie. In 1986 leidde een anti-inflatieprogramma van de regering tot een verminderde geldontwaarding van 58%, maar de inflatie nam in 1987 en 1988 opnieuw toe met 366% en 900%.
*Plano Real Het Plano Real is het laatste stabilisatieprogramma en werd in 1994 afgekondigd door Cordosa. Het programma moet er voor zorgen dat de inflatie wordt beperkt. Voor dit plan moesten wel een aantal dingen gebeuren: · de kredietverlening werd beperkt · prijzen werden niet meer vastgesteld (geliberaliseerd) · de nieuwe munt werd aan de dollar gekoppeld Er werden maatregelen genomen om de overheidsfinanciën te saneren, staatsbedrijven te privatiseren en de toegang tot de Braziliaanse markt te verbeteren.
In de jaren zeventig met de internationale banken aangegane leningen ter financiering van industrialisatie- en infrastructuurprojecten leidden tot een zeer hoge buitenlandse schuld die in 1988 op liep tot 114,6 miljard dollar. De stijging in de jaren tachtig van de rente die Brazilië op deze schuld moest betalen, verstoorde het economisch groeiproces. In februari 1987 kondigde de Braziliaanse regering een tijdelijk moratorium af op de schuldbetalingen. Om het tij te keren kondigde de regering het 'Plano Real*' af. Dit was op 1 juli 1994, met een monetaire hervorming gericht op het beperken van de inflatie. Met succes: deze was met 30 à 40% de laagste in 17 jaar (in 1995). De verbetering zet zich in de laatste jaren over de gehele linie voort. Ook de werkloosheid daalde aanzienlijk.
De economische vooruitgang is regionaal sterk verschillend. Het zwaartepunt ervan ligt in de zuidoostelijke staten Minas Gerais, Rio de Janeiro en São Paulo. Hier ontvangt 40% van de bevolking ruim 80% van het nationaal inkomen. Noord-, Noordoost- en Centraal West Brazilië blijven bij deze ontwikkeling sterk achter. Deze regionaal onevenwichtige groei heeft een grote trek naar de steden van het zuidoosten veroorzaakt.
figuur 1a:Aandeel van het BBP in 1993 figuur 1b:Aandeel van de werkgelegenheid in 2000
Aandeel van het BBP in verschillende sectoren. »
Landbouw
Ca. 9% van de oppervlakte van Brazilië is als cultuurgrond in gebruik. Van de totale exportopbrengsten is 45% uit de agrarische sector afkomstig, waar, in 1993, 23% van de economisch actieve bevolking werkzaam is.
De belangrijkste akkerbouwgebieden liggen in de kuststaten van het zuiden en het noordoosten. Koffie, voornamelijk in de staten São Paulo en Paraná. Hier wordt ongeveer 50% van de nationale productie verbouwd. Dit is het economisch belangrijkste product van Brazilië, dat 's werelds grootste koffieproducent is. Zij bezit ongeveer eenderde van de wereldproductie. Intern nam als gevolg van de diversificatiepolitiek de eenzijdige oriëntatie op de koffie af: tot 1964 bedroeg het aandeel van koffie in de export 50%, in 1995 nog maar 5%. Bij een diversificatiepolitiek probeer men meer als 1 product belangrijk te maken, zodat als de economie van bijvoorbeeld de koffie instort, andere producten die rol over kunnen nemen.
Andere belangrijke producten zijn soja, suiker en cacao. Deze worden voornamelijk verbouwd in de staat Bahia. In 1988 was de exportopbrengst van sojabonen voor het eerst hoger dan die van koffie.
De verbouw van suikerriet nam toe na de invoering in 1976 van het programma ter stimulering van het gebruik van ethanol, dat uit suikerriet verkregen wordt, als brandstof voor auto's.
De katoenverbouw is in de eerste helft van de jaren zeventig teruggelopen. Daarentegen is de verbouw van sisal zo sterk toegenomen, dat Brazilië de eerste producent ter wereld is geworden voor dit gewas. Sisal is een plant dat de grondstof is voor het maken van touw, dat geschikt is voor manden.
De verbouw van citrusvruchten is vanaf 1979 geïntensiveerd. Sinaasappelsap vormt na koffie en soja het belangrijkste agrarische exportproduct.
Als gevolg van de expansie van de grootschalige exportlandbouw daalde de voedselproductie per hoofd van de bevolking tussen 1965 en 1985 met een kwart. Een programma gericht op landhervormingen in de agrarische sector, geïnitieerd onder president Goulart (1961-1964), stuit op politieke tegenstand. De verdeling van het grondbezit onder de agrarische bevolking is zeer ongelijk.
Het grootste gedeelte van het landbouwareaal bestaat uit weiden. De veehouderij draagt voor ca. 25% bij aan de waarde van de agrarische productie. Hoewel de vleesproductie in de eerste plaats voor binnenlands gebruik bestemd is, neemt de export van rundvlees toe. Naast runderen worden varkens, schapen, geiten en paarden gehouden. In het Amazonegebied zijn landerijen van meer dan 600 km2 uitgegeven voor veehouderij, wat leidt tot een nog schevere verdeling van het grondbezit en een aantasting van het natuurlijk milieu.
Mijnbouw en energie
De bodemschatten zijn omvangrijk en gevarieerd, maar naar verhouding nog weinig geëxploiteerd. In het bijzonder in het Amazonebekken worden geregeld nieuwe vindplaatsen ontdekt.
De aangetoonde hoeveelheid ijzererts behoort tot de grootste ter wereld. Brazilië is 's werelds grootste exporteur van ijzererts, zelfs 108 miljoen ton in 1986. Het belangrijkste mijngebied vormt de staat Minas Gerais, waar de voorraden aan ijzererts deels van een zeer hoog gehalte zijn, tot 68,5%. Vanaf 1986 zijn de ijzerertsvoorraden in Serra dos Carajos, noordelijk Amazonegebied, in productie genomen. Carajos heeft naar schatting een voorraad van 18 miljard ton ijzererts, op de tweede plaats komt bauxiet, vervolgens mangaanerts.
Belangrijk is de winning van goud, industriediamant, edelstenen zoals aquamarijn, diamant en smaragd. De winning van goud, veelal door goudzoekers, veroorzaakt een ernstige aantasting van het landschap en verontreiniging, door wegspoeling van kwik, van het oppervlaktewater. Voor bergkristal bezit Brazilië een quasi-monopolie, terwijl het een van 's werelds belangrijkste producenten van tin en mangaan is. Het land is de tweede westerse producent van chroomerts, de vijfde van mica, de derde van zirkoon en de grootste van beryllium. In Mato Grosso is de vermoedelijk grootste voorraad titaan ter wereld ontdekt.
Steenkool wordt gevonden in Rio Grande. In de staat Amazonas ligt volgens geologen een van de rijkste steenkoollagen ter wereld. De delfstoffenvoorraden zijn eigendom van de staat, waarvan de exploratie alleen aan Brazilianen voorbehouden is. Ook de aardolieproductie was een staatsmonopolie. Privatisering heeft ook hier het monopolie op losse schroeven gezet. Overigens volstaat de oliewinning maar voor de helft van de binnenlandse vraag.
Industrie
Brazilië is het voornaamste geïndustrialiseerde land van Latijns-Amerika. Het aandeel van de industrie aan het BNP bedroeg in 1994 39%. Van de totale beroepsbevolking werkt 23% in deze sector. De industriële centra liggen in het zuidoosten: ruim driekwart van de totale productie vindt plaats in de staten São Paulo (hier alleen al ruim 50%), Minas Gerais en Rio de Janeiro, waar ook ca. 70% van alle werknemers in de industrie werkzaam is. Van bijzonder belang in het ontwikkelingsbeleid is de uitbreiding van de zware industrie.
Het paradepaardje van de Braziliaanse industrie is de autoindustrie, direct gevolgd door de staalindustrie. Ook zijn van belang de petrochemische en elektrotechnische industrie, de scheepsbouw en de textielindustrie. In de jaren tachtig werd ook een vliegtuig- en wapenindustrie tot ontwikkeling gebracht. Het aandeel van industriële goederen in de export is 60%. Bij de ontwikkeling van de Braziliaanse industrie spelen buitenlandse investeringen (de Verenigde Staten, Japan, Nederland en Duitsland) een belangrijke rol, zodat Brazilië thans een relatief modern industriepark kent.
Dienstensector
Zoals in de meeste landen is de dienstensector ook in Brazilië de belangrijkste sector. De grootste sectoren zijn de overheidsdienstverlening gevolgd door financiële dienstverlening en de handel. De financiële sector heeft zich moeten aanpassen aan het plano Real, eerder beschreven. Het grootste probleem is dat men gewend was in een situatie
te werken met torenhoge inflatiepercentages en de daarbij komende even hoge rentestanden. Nu de inflatie is teruggebracht naar een normale hoeveelheid, loopt men tegen slechte leningen aan, een van de oorzaken daarvan is, is dat de inflatie veel naar beneden toe is bijgesteld. Het zijn vooral de overheidsbanken die in de problemen zijn gekomen. Lenen blijft duur en sparen levert bijna niets op. Lenen is duur om verschillende redenen. Ten eerste, omdat er nogal belastingen over de verstrekte lening betaald moeten worden. Ten tweede, omdat de banken over weinig geld beschikken dat ze uit kunnen lenen. Ten derde, omdat de Braziliaanse banken veel zekerheid eisen.
Bosbouw en visserij
Brazilië is voor 60% bebost, voor 45% met tropisch regenwoud. Economisch belangrijker dan de (hard)houtrijkdom van de Amazonevlakte is de naaldhoutexploitatie in Rio Grande do Sul en Paraná. Sinds de jaren zestig zijn wettelijke maatregelen van kracht aangaande het bosbeheer. De visserij is nog weinig ontwikkeld. In het noorden wordt vnl. gevist op makreel en schaaldieren, in het zuiden op kabeljauw, haring, tonijn. Overbevissing in de Amazone leidt hier en daar tot afname van de visstand. Brazilië heeft in 1970, in navolging van andere Latijns-Amerikaanse landen, eenzijdig zijn visserijzone tot 200 mijl uitgebreid.
Handel
De handelsbalans vertoonde in de jaren tachtig voortdurend een overschot (in 1988 een recordhoogte van $ 19 miljard). De belangrijkste importgoederen zijn machines en machineonderdelen, elektronica, aardolie, chemische producten, voedselproducten. De voornaamste exportgoederen zijn ijzer- en staalproducten, koffie, aardolieproducten, machines, auto's en auto-onderdelen, soja en vruchtensap. De belangrijkste handelspartners zijn de Verenigde Staten, Argentinië, Duitsland en Japan; Nederland is de afnemer van 7% van de Braziliaanse producten.
Economische planning en ontwikkelingssamenwerking
De ontwikkelingsplanning is sterk gedecentraliseerd, waardoor tegenstellingen zijn ontstaan bij de uitvoering van de plannen op federaal, regionaal en gemeentelijk niveau. Om de economische en sociale ongelijkheid tussen het achtergebleven noordoosten en de rest van het land te verminderen, zijn door de overheid omvangrijke steunmaatregelen voor de industriële sector uitgevaardigd (o.a. belastingfaciliteiten en gunstige kredietvoorwaarden voor investeerders) en werd in 1959 SUDENE, een regionale overheidsinstelling, opgericht. De door deze instelling opgestelde plannen betreffen vooral de infrastructurele ontwikkeling, de verbetering van de gezondheidszorg en het onderwijs en de bevordering van de industrie. Ze betreffen in mindere mate de landbouw.
Voor de ontsluiting van het Amazonebekken werd van overheidswege SUDAM opgericht. Tot haar taken behoort o.a. de kolonisatie van het gebied langs de Transamazônica en het ontwerpen van plannen voor het rationeel benutten van het bosbestand. Brazilië sloot met het oog op het laatstgenoemde in juli 1978 een verdrag met Bolivia, Colombia, Ecuador, Guyana, Peru, Suriname en Venezuela, het zgn. Amazone-pact. De nadruk ligt hierbij op gezamenlijke projecten op het gebied van waterkracht- en infrastructurele werken en het behoud van de in het gebied aanwezige grondstoffen.
De overheid heeft in de jaren zeventig een cruciale rol gespeeld bij het industrialiseringsproces. De tien grootste ondernemingen in Brazilië zijn staatsbedrijven, maar binnenkort worden ook de sleutelsectoren geprivatiseerd. De staat gaf ook opdracht voor grootschalige ontwikkelingsprojecten, waarvoor leningen werden afgesloten bij buitenlandse banken en internationale financiële instellingen als de Wereldbank. De gedwongen beperking van de overheidsuitgaven in de jaren tachtig leidde tot een terugval van de investeringen. Van 1969 tot 1988 ontving het land $ 2,3 miljard aan ontwikkelingshulp.
2.4 De politieke organisatie
Staatsinrichting
Brazilië is opgedeeld in 26 staten met elk een eigen hoofdstad, een eigen gouverneur en deelstaatregering. Elke deelstaat heeft ook een eigen grondwet. De territoria vallen direct onder het centrale gezag. Sedert 1988 is een nieuwe grondwet van kracht, die de autoritaire grondwet uit 1969 van de militaire junta verving en talrijke presidentiële volmachten weer overdroeg aan het parlement. De bevoegdheden van de voor vier jaar direct gekozen president zijn hierin beperkt, maar de regeringsvorm blijft een presidentiële in plaats van een parlementaire. De wetgevende macht bestaat uit twee kamers: het Huis van Afgevaardigden (Camara dos Deputados) met 513 leden die voor vier jaar worden gekozen en de Senaat (Senado Federal) met 81 leden (drie per staat) die voor acht jaar worden gekozen. De relatief grote invloed van het leger is o.a. zichtbaar in een permanente consultatie door het kabinet van de legerleiding. Er bestaat stemrecht voor alle burgers vanaf 16 jaar.
Voor statistische doeleinden en om redenen van planning onderscheidt men de macroregio's Noord, Noordoost, Zuidoost, Zuid en Centraal-West.
Lidmaatschap van internationale organisaties
Brazilië is lid van de Verenigde Naties en een aantal van haar suborganisaties, de OAS (Organisatie van Amerikaanse Staten), de IDB (Interamerikaanse Ontwikkelingsbank), de LAIA (Latijns-Amerikaanse Integratie Associatie), de SELA (Sistema Económico Latinoamericano), de Mercosur (de vrijhandelszone van een aantal Zuid-Amerikaanse landen) en het Amazone Pact.
2.5 Cultuurkenmerken van Brazilië
Godsdienst
Het katholicisme in de Portugese kolonie Brazilië was anders dan in de Spaanse gebieden. De Spanjaarden waren zeer streng in de leer en de indianen, slaven en andere immigranten hadden in feite geen keus: ze moesten wel katholiek worden. De Portugezen waren wat minder vast in de leer en er was ook ruimschoots plaats voor elementen uit de Afrikaanse godsdiensten.
In Brazilië kent men nu volledige godsdienstvrijheid nadat in 1946 kerk en staat werden gescheiden. Eerder gebeurde dat al in 1890, maar in 1934 werd de eenheid hersteld.
De bevolking is voor ruim 68% rooms-katholiek en Brazilië is het grootste katholieke land ter wereld. De bevolking is verder voor ongeveer 8% protestants. Deze laatste groep heeft in de jaren tachtig en negentig van de twintigste eeuw een sterke groei heeft doorgemaakt, zoals bijvoorbeeld de Duits-Evangelische Kerk in de zuidelijke staten. Verder winnen allerlei protestantse genootschappen en sekten, vaak vanuit de Verenigde Staten, steeds meer terrein, zoals o.a baptisten, Lutheranen, anglicanen, evangelisten, presbyterianen en methodisten. Verder zijn er nog joden, boeddhisten, islamieten, shintoïsten, baha'i en mormonen.
Ook het aantal spiritisten is bijzonder groot en voor velen zijn de grenzen tussen het katholicisme en allerlei vormen van volksgodsdiensten uiterst vaag.
Deze vermenging van katholieke en Afrikaanse invloeden (sincretismo) is bijzonder en stamt al uit de tijd van de slavernij. Onder de dekmantel van het katholicisme bleven de slaven hun eigen goden (orixás) vereren en hun eigen religieuze rituelen uitvoeren. De orixás werden bijvoorbeeld gewoon omgedoopt tot katholieke heiligen en de Portugezen vonden dat allang best. Er zijn in totaal ongeveer 500 orixá's.
Tabel 2: Verdeling van Godsdient in 1995
Rel in % Abs. (*1000)
Christen 92,40 143.959
waarvan Katholiek 68,00 105.944
waarvan Protestant 21,60 33.653
Boedist 0,20 312
Moslim 0,10 156
Joods 0,06 93
Spiritist 4,80 7.478
Niet religieus/overig 2,40 3.739
Totaal 100,00 155.800
Het Braziliaanse carnaval
Wat is het eerste waar de meeste mensen aan denken als je Brazilië zegt? Een aantal dingen zullen naar boven komen. Als eerst heerlijk warm weer, maar snel daar achteraan komt het Braziliaanse Carnaval.
Carnaval is het grote, vijf dagen duren feest dat dor vrijwel alle Brazilianen op een uitbundige wijze gevierd wordt. Echte carnavalssteden zijn Olinda, Salvador, Recife, maar vooral Rio de Janeiro waar het carnaval van de "carioca's", de inwoners van Rio, de grootste toeristische trekpleister van Brazilië is. De grote parade van Rio de Janeiro wordt twee keer gehouden, meestal op zondag en maandag. Het carnaval begint op vrijdag daarvoor al op de straat.
De optredens van de veertien grote sambascholen in de grote parade en in het stadion "sambódromo" zijn een fascinerend gezicht. Bij de grootste sambascholen doen dan duizenden dansers mee en trommelaars (samba do enredo). De voorbereidingen duren het hele jaar. Eerst kiest men een thema en daarna worden de kostuums ontworpen en de praalwagens gebouwd. Thema's kunnen o.a. zijn bijbelse verhalen, historische gebeurtenissen, mythologie of literatuur. De groepen worden beoordeeld door een jury waardoor het een echte wedstrijd is geworden. Jammer is dat commercie, prestige en macht het spontane karakter van het carnaval ondermijnen.
Deelvraag 3 Is Brazilië een ontwikkelingsland?
3.1 Introductie
3.2 Volgens het BBP
3.3 Volgens de HDI
3.4 In vergelijking
3.5 De conclusie
3.1 Introductie
In dit hoofdstuk ga ik laten zien wat de cijfers zijn die op Brazilië van toepassing zijn. Door het BNP uit te uit elkaar te trekken en vergelijken met Nederland. Bij het HDI ga ik kijken naar de hoofdkenmerken en de hoofdcriteria. Ik zal ook een vergelijking maken met de rest van de wereld en de rest van Latijns-Amerikaan. Bij de conclusie zal ik alle kenmerken die ik in het eerste hoofdstuk heb genoemd langs laten komen en kijken of Brazilië daadwerkelijk een ontwikkelingsland is.
3.2 Volgens het BNP
Het BNP van Brazilië staat op ongeveer 550 miljard dollar. Dit komt neer op gemiddeld 3.500 dollar per jaar per hoofd van de bevolking. Maar uit verschillende cijfers en onderzoeken is gebleken dat voor de armste 20% van de bevolking dit neer komt op 580 dollar per jaar en voor de rijkste op 18.500 dollar per jaar. In Nederland heeft een inwoner gemiddeld 21.000 dollar per jaar te besteden. Voor de rijkste is dit een goede verhouding als je het vergelijkt met Nederland, maar voor de armste is het bijna niet op te brengen om te bestaan. Maar zoals in hoofd al uitgebreid aan de orde is gekomen is het BNP niet volledig omdat de leefomstandigheden niet in de berekening van het BNP zijn mee genomen.
In Nederland ligt het BNP op 430 miljoen euro, wat neer komt op ongeveer 550 miljoen dollar.
Als je kijkt naar deze gegevens is Brazilië een ontwikkelingsland, omdat het gemiddelde dat een inwoner te besteden heeft onder de minimum grens ligt die door de EU is vastgesteld.
3.3 Volgens de HDI
Eigenlijk kunnen we meteen al zien of Brazilië een ontwikkelingsland is door middel van het HDI cijfer. Brazilië staat op de 72ste plaats.
Je kunt dit ook zien aan de cijfers die de HDI bepalen. Bij de HDI zijn veel criteria om te bepalen of een land een ontwikkelingsland is. Maar voor ontwikkelingslanden zijn er ook criteria die een rijk land niet heeft. Zo is er een heel blok van gegevens die aangeven of het land, zonder naar een cijfer te hebben, gegeven al aangeven, “dit gaat om een ontwikkelingsland als er cijfers achterstaan.”
Dit blok heet Human and income poverty: Developing countries. Bij Brazilië staan hier cijfers achter en dat zegt genoeg.
Toch zal ik de criteria die ik in hoofdstuk 1 heb genoemd nog even aan bod laten komen.
Het BNP heb ik in de vorige paragraaf al besproken. Het enige wat ik hier nog bij toe wil voegen als er alleen gekeken zou worden naar de hoogte van het BNP zou Brazilië op de 62ste plaats komen te staan. De werkeloosheid in Brazilië staat op 13% van de beroepsbevolking. Dit is erg hoog. Hierdoor kan de economie niet groeien en worden arbeidskrachten niet voldoende benut. Met import en export in Brazilië gaat het goed. Deze is in de afgelopen 10 jaar verdubbeld.
Het tweede punt de levensverwachting. De levensverwachting voor de Braziliaanse man ligt op de 68 jaar. Als we alleen hier naar kijken zou Brazilië op de 111ste plaats komen te staan. Dit is erg laag. De levensomstandigheden zijn zeer verschillend. Er zijn miljoenen straatkinderen en mensen die in sloppenwijken rond de stad wonen. Deze mensen worden door de overheid bijna niet geholpen. Een huis hebben zij niet. De enige manier waarop zij kunnen overleven is door te bedelen en hard te werken voor weinig geld en onder slechte omstandigheden. Zij zijn vaak van het platteland weg getrokken, omdat zij daar niet genoeg konden verdienen en hoopte op een beter bestaan in de stad. De meeste mensen die onder de armoedegrens leven wonen vaak niet in het amazone gebied, omdat daar veel voedsel in de natuur te vinden is en vaak minder afweten van het leven in de grote stad. De rijkere mensen in Brazilië wonen midden in de grote steden, hebben een goede baan in het bedrijfsleven of in de dienstensector. Zij kunnen hun geld aan de luxe producten uitgeven, wat weer goed voor de economie is, omdat deze het meeste winst op leveren voor de producenten. Toch zijn de levensverhoudingen niet zo welvarend als in west Europa en Amerika.
Helaas is de gezondheidszorg ook in dit land nog niet zo ver ontwikkeld. Qua technologie en der gelijken wel, maar voor mensen die zelf geen gezondheidszorg kunnen betalen niet. De overheid geeft hier te weinig geld aan uit. Dit is ook kenmerkend voor een ontwikkelingsland, omdat er geen geld voor is en omdat het volgens de overheid beter geïnvesteerd kan worden in bijvoorbeeld de industrie. In dit land is het zo als je geen geld hebt krijg je slecht gezondheidszorg, heb je geld krijg je het beste. In bijvoorbeeld Nederland wordt er voor de zieke medemens gezorgd. Dit is in Brazilië nog niet het geval. In de gezondheidszorg staat Brazilië op plaats 86.
Voor het onderwijsniveau is het eigenlijk hetzelfde als in de gezondheidszorg. Onderwijs kost geld. Als je als arme al onderwijs kan betalen krijg je het vaak onder het juiste niveau. Als je rijk bent en onderwijs volgt is dit van het juiste niveau en maak je kans op een goede baan en een hoog inkomen. Analfabetisme komt onder 15% van de bevolking voor. Dat betekend dat veel mensen van de bevolking van Brazilië kan lezen en schrijven, terwijl het onderwijs heel erg duur is. Naar mijn verwachting wordt dit aan kinderen aangeleerd door de ouders, omdat onderwijs te duur is. Qua onderwijs niveau heeft de HDI een stand van plaats 73. als er wordt gekeken naar de hogere opleidingen staat Brazilië weer erg laag. Hier staat zij op plaats 116.
3.4 In vergelijking
Ik zal Brazilië nu gaan vergelijken door middel van het gebruik van de HDI. Hoe hoger de HDI value hoe beter.
De HDI kan maximaal 1 zijn. Deze hoogte haalt geen enkel land, omdat het dan een perfect land zou zijn. Geen armoede, geen werkeloosheid en ga zo maar door. Uit deze grafiek blijkt dat Brazilië een behoorlijke sprong heeft gemaakt. Bijna 0.1 punt erbij in 25 jaar. Nog voor 1975 ligt de HDI boven het gemiddelde in vergelijking met de rest van de wereld. Dit is gunstig voor Brazilië. Deze grafiek laat zien dat Brazilië een grote vooruitgang heeft geboekt te opzichte van de rest van Latijns-Amerika. Dit cijfer stijgt wel, maar niet zoveel als van Brazilië.
Met de rest van de wereld vind ik het lastiger vergelijken, omdat het niet duidelijk laat zien welk land arm is en welke rijk. Er zijn veel landen op de wereld en de verschillen zijn groot.
Als Brazilië deze groei doorzet zal zij een welvarend land worden. En de rest van Latijns-Amerika achter zich laten.
HDIwaarde2002 BBP per hoofd in $2002
Brazil 0.775 7,770
Latijns-Amerika 0.777 7,223
Beste land in LatijnsAmerika (Barbados) 0.888 15,290
Slechtste presterende land van Latijns-Amerika (Haïti) 0.463 1,610
Hierin kan je zien dat Brazilië ten opzichte van Latijns-Amerika heel goed scoort. Als land zit zij net iets onder de HDI waarde van het werelddeel.
Om zo hoog te gaan scoren als Barbados zal Brazilië nog moeten werken aan de levensverwachting van de inwoners. Hierin scoort Brazilië erg laag. De enige manier om die om hoog te krijgen is door de armoede te bestrijden en het BNP per hoofd van de bevolking om hoog te laten gaan. Dit is te bereiken door meer banen te creëren in de dienstensector. Door deze punten te verbeteren zal het land in alle opzichten verbeteren. Als er meer geld is kan er ook meer onderwijs gevolgd gaan worden en kan er net als in Barbados meer verdient worden.
3.5 de conclusie
Als eerste zal ik de kenmerken, die ik in hoofdstuk 1 heb langs laten komen, langs gaan en kijken of deze op Brazilië van toepassing zijn.
· Kenmerk 1: op grote schaal voorkomen van armoede en ondervoeding. Er komt in Brazilië veel armoede voor. In de sloppenwijken van het land is de armoede groots. In Brazilië leven ook veel straatkinderen. Deze zijn een teken dat er veel armoede is.
· Kenmerk 2: groot aandeel van de agrarische sector in productie en werkgelegenheid. Dit is in Brazilië is dit niet het geval. De dienstensector is hier het grootst en als naar deze criteria wordt gekeken is Brazilië geen ontwikkelingsland.
· Kenmerk 3: Sterk dualisme in de economische structuur. Van dualisme is wel degelijk sprake. Er zijn nog veel indianen (oorspronkelijke bewoners van het land). Deze leven op eigen wijze in de natuur en wil niks met de huidige regering van doen hebben. De ontwikkelde gedeelte van Brazilië zijn ver ontwikkeld en laat de rest van het land ver achter zich. In dit opzicht is het ven een ontwikkelingsland.
· Kenmerk 4: Een explosieve bevolkingsgroei. Er is in Brazilië wel sprake van een explosieve bevolkingsgroei. In de afgelopen 50 jaar is deze 3.5 keer zo groot geworden. Dit is in de afgelopen jaren wel afgenomen maar de gemiddelde groei geeft toch aan dat het om een ontwikkelingsland gaat.
· Kenmerk 5: Een explosieve groei van de stedelijke bevolking. Ook hier is sprake van. Doordat de agrarische sector in de afgelopen 30 jaar flink is uitgedund, moest men wel naar de stad om de kost te verdienen. Hierdoor zijn de sloppenwijken snel groeit omdat de steden niet genoeg ruimte hadden voor al deze mensen.
· Kenmerk 6: Grootscheepse onderbenutting van de arbeid. Dit gebeurt in Brazilië vooral rond de grote steden. Hier willen de mensen graag werken om een nieuw bestaan op te bouwen. Maar kan dit niet, omdat men niet de juiste scholing heeft of er gewoon geen werk is. De mensen werken vaak in bedrijven waar ze onderbetaald worden. Ze hebben net weinig om een leven te lijden en te veel om te sterven. Deze levensstijl is verschrikkelijk, maar komt helaas op grote schaal voor.
· Kenmerk 7: Politieke instabiliteit. Hiervan is minder sprake. De regering gaat steeds meer dingen voor haar land doen, doordat het beter gaat in de economie. Er is geld voor en dat is goed voor de politiek. Het volk krijgt meer vertrouwen in wat er gebeurt en de politiek kan een land gaan besturen. Er wordt elke 4 jaar een nieuwe president gekozen en er zijn afgevaardigden uit het hele land. Er is voor dit punt geen sprake van een ontwikkelingsland.
Aan de ene kant is Brazilië een wereldmacht geworden waarmee in de internationale politiek rekening gehouden moet worden. Macro-economisch gezien gaat het goed en Brazilië heeft de potentie om uit te groeien tot een van de toonaangevende industrielanden. De positie als handelscentrum en financieel centrum kan daardoor alleen maar sterker worden. Aan de andere kant hebben de kolonisatie en dictatoriale regimes hun sporen nagelaten en is de welvaart ongelijk verdeeld. Een vijfde deel van de bevolking, ruim 32 miljoen mensen, leeft onder de armoede grens. Er zijn grote conservatieve krachten die structurele veranderingen willen tegenhouden, maar aan de andere kant groeit het idee dat armoede en sociale ongelijkheid niet bij een moderne staat past.
Als je naar de kenmerken kijkt die een ontwikkelingsland heeft is Brazilië in een aantal opzichten wel een ontwikkelingsland. Er is veel armoede in dit land. Om tot een grotere macht uit te groeien zal Brazilië hier iets aan moeten doen. Brazilië is een goed voorbeeld van een semi-periferie land. Er zijn nog kenmerken van een ontwikkelingsland te zien, maar ook een industriële vooruit gang. Het land zit in een lift en kan niet helemaal meer als ontwikkelingsland beschouwd worden.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.