ff n studiebreak

Klasgenoten stonden vroeger als hongerige hyena's om Jorieke heen. Klaar om het jonge hertje aan te vallen dat nog scoubidoutouwtjes had.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

anoniem (4 vmbo) [meer]

Datum ingestuurd:

27 april 2005

Taal:

Woorden:

2.700

Bekeken:

37865 keer (107 deze maand)

Waardering:

3.4/5 (347 stemmen)

Deel op:

  • Door visje (4 vwo) op 01-02-2012
    Heey anoniem! Vet goeie samenvatting zeg! Ik heb er veel aan gehad toen ik een verslag van Ned moest maken over doping!
1. Waar komt het woord ‘doping’ vandaan?

Het woord doping is afkomstig uit Engeland. Ze dachten dat de kaffers in Zuid-Oost Afrika, sterke drank gebruikten die fungeerde als stimulerend middel, genaamd ‘dop’. In 1889 komt het woord ‘doping’ voor het eerst voor in de een Engels woordenboek.

De definitie van het woord doping is letterlijk: “Doping is het gebruikmaken van bepaalde geneesmiddelen met de bedoeling een grotere prestatie te bereiken, dan waartoe de betrokkene zich zonder gebruik van de middelen in staat acht en wel door iemand die deze middelen gewoonlijk niet of niet in dezelfde hoeveelheden of concentraties gebruikt.” Dit is een vrij ingewikkelde definitie. Anders en makkelijker gezegd: Het toedienen van stimulerende middelen om hogere prestaties te verrichten.
Wat erg vreemd is, is dat het Internationaal Olympisch comité (IOC) nooit een definitie van het woord doping heeft gegeven. Het IOC heeft in 1967 wel als eerste een lijst van verboden stoffen opgesteld, waar ongeveer 300 middelen opstaan.
Verder in dit werkstuk zul je zien dat er veel middelen bestaan om de prestaties van sporters te verhogen. Deze middelen hebben allemaal verschillende effecten wanneer ze gebruikt worden.

Doping wordt door sporters meestal gebruikt bij wedstrijden om betere prestaties te verrichten. Maar als het gebruik van doping wordt ontdekt, zijn de gevolgen enorm.
Het jaar 1998 wordt ook wel het dopingjaar genoemd. Omdat er na 1988 nooit meer zoveel sporters op dopinggebruik of handel werden betrapt.
Er worden tegenwoordig strenge controles uitgevoerd, zodat het gebruiken van doping niet onopgemerkt kan blijven. Ook wordt er veel voorlichting gegeven door de Olympische bonden en de NeCeDo.
Sinds 1 juli 1999 zijn deze bonden verplicht om een dopingreglement te hebben en een actief anti-doping beleid te voeren. Ondere een actief anti-doping beleid verstaan we, een dopingreglement, voorlichting en dopingcontroles.
Het NeCeDo oftewel het Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken controleert deze dopingreglementen, adviseert en geeft voorlichting over doping.

2. Soorten doping en hun werking

Het IOC heeft dus een lijst samengesteld met maar liefst 300 soorten doping. Deze lijst is in april 2000 voor het laatst aangepast, hieronder volgt een kort samenvatting van deze lijst:

De doping is onder te verdelen in 5 groepen, namelijk:

A. Stimulantia
B. Narcotische analgetica
C. Anabole middelen
D. Diuretica
E. Peptide hormonen, mimetica en analoga

Een aantal voorbeelden van elke groep zijn:

A. Amifenazol, bromantan, carfedon, cocaïne, cafeïne, pipradol
B. Heroïne, methadon, buprenorfine, morfine, pethidine
C. Nandolon, clostbol, stanozolol, androsteendion, testosteron
D. Bumetanide, furosemide, mersalyl, mannitol, chloortalidon
E. Groeihormoon, insuline, choriongonadotrofine, corticotrope hormonen

Ik ga nu wat verder in op elke groep, want elke groep heeft zijn eigen kenmerken.

A. Stimulantia
Deze stimulerende middelen hebben een opwekkende werking op het zenuwstelsel, omdat ze de prikkelbaarheid van het ruggenmerg en de hersenen verhogen. De bekendste van deze stimulerende middelen die wij kennen is de cafeïne. Deze stof zit in cola, koffie en ook thee. Bij cafeïne betekent het niet dat een sporter geen koffie mag drinken voordat hij aan een wedstrijd begint, maar er is wel een grens gesteld. Deze grens ligt bij 15 microgram cafeïne per milliliter urine. Je moet dus heel wat koffie drinken om deze grens te overschrijden. Onder het begrip stimulerende middelen valt ook de Strychnine, dit is een zeer giftige stof die in kleine hoeveelheid al stimulerend werkt.

B. Narcotische analgetica
Deze middelen werken pijnstillend en verminderen dan ook ernstige lichamelijke pijn. De bekendste van deze middelen is de morfine. Morfine geeft de sporter een gevoel van welbehagen.
Ook heroïne staat op deze lijst. Al deze middelen die onder deze categorie vallen zijn een beetje vreemd, je kunt namelijk niet zeggen dat ze de prestatie van de sporter verbeteren, ze laten je alleen het gevoel van vermoeidheid en pijn doen vergeten. Ook zijn deze zogenoemde opiaten verslavend, en ze zijn dan ook alleen verkrijgbaar op doktersrecept. Deze middelen vallen onder de Opiumwet, die in 1928 is vastgesteld. In Nederland is het nu strafbaar als je deze middelen bewerkt, bereid, verkoopt, vervoert of verstrekt.

C. Anabole middelen
Anabole middelen worden vooral gebruikt om de kracht te ontwikkelen, daarom wordt het dan ook vaak gebruikt bij gewichtheffen, kogelstoten, speerwerpen enzovoort.
Dit middel zorgt ervoor dat het eiwit in het lichaam wordt aangemaakt. De spieren zijn voor een groot deel opgebouwd uit eiwitten dus deze anabole middelen zorgen voor een grotere spiermassa. Er zijn wel veel risico’s en bijwerkingen aan verbonden, namelijk:
- leverbeschadiging
- toenemen cholesterol
- toenemen geslachtsdrift
- toenemen gevoelens van agressie
- kleiner worden van zaadballen
- clitorisvergroting
- ongeregelde menstruatie
- virilisatie, ofwel vermannelijking bij meisjes en vrouwen

D. Diuretica
De middelen die onder deze groep vallen zorgen ervoor dat het hart wordt ontlast, dit betekent dus ook dat je minder snel vermoeid raakt. Ook zorgen de diuretica ervoor dat de bloeddruk wordt verlaagd, wat natuurlijk ook een rol speelt bij het sporten. Diuretica hebben niet zoveel bijwerkingen. De klachten die op kunnen treden zijn, duizeligheid en een droge mond, maar deze klachten verdwijnen als u de middelen langer gaat gebruiken.

E. Peptide hormonen, mimetica en analoga
Ook deze middelen kunnen de prestatie in de sport verhogen.

De bijwerking en risico’s van doping lijken niet zo heel ernstig. Het klinkt best mooi, maar menig sporter is al aan het gebruik van doping gestorven, bijvoorbeeld:

- Knut jennsen, wielrenner, stierf in 1960 aan dopinggebruik
- Simpson, wielrenner, stierf in 1967 aan dopinggebruik

Ook zijn er sporters die blijvende gevolgen op het gebied van hun gezondheid hebben overgehouden door het gebruik van doping.

3. Dopingcontroles

Per 1 juli 1999 zijn de Nederlandse Sportbonden verplicht een dopingreglement te handhaven. In dit reglement worden de dopingcontroles verplicht gesteld. Het ministerie van VWS geeft subsidies om de controles zo goed mogelijk uit te kunnen voeren en om vervolgens het dopinggebruik in de sport terug te dringen.

Maar je stelt jezelf nu natuurlijk de vraag hoe zo’n controle dan in zijn werk gaat. Wat zijn de rechten van de sporter? Wat zijn de straffen voor het gebruik van doping? Wanneer kun je gecontroleerd worden? En wie worden er allemaal gecontroleerd?
Dit zijn een heleboel vragen die je jezelf zou kunnen stellen. Ik zal proberen de vragen zo duidelijk mogelijk te beantwoorden.

Iedereen die deelneemt aan sportwedstrijden of zich hierop voorbereid, en elk lid van een sportbond met een dopingreglement kan gecontroleerd worden op dopinggebruik. Het NeCeDo voert onder andere de controles uit. Dit kan zijn in wedstrijdverband, of daarbuiten, bijvoorbeeld tijdens trainingen of thuis. Als het buiten wedstrijdverband is, zijn de controles meestal onaangekondigd

Een dopingcontrole bestaat uit 11 stappen. Deze volgen hieronder:

Stap 1. Oproep voor dopingcontrole
Wanneer je ingeloot of aangewezen bent voor een dopingcontrole wordt je schriftelijk of mondeling hiervan op de hoogte gesteld. Een mondelinge oproep moet schriftelijk bevestigd worden.

Stap 2. Registratie en identificatie in het dopingcontrolestation
Bij wedstrijden moet je je zo snel mogelijk melden bij het dopingcontrolestation. Je mag hierbij een begeleider of tolk meenemen.
Als je geen wedstrijd hebt, dan moet je je zo snel mogelijk naar het dopingcontrolestation begeven. Je moet je hier kunnen identificeren en de dopingcontrole-official moet zich kunnen legitimeren.

Stap 3. Keuze opvangbeker
Aangezien je een urinemonster moet inleveren, wordt je van tevoren gevraagd een opvangbeker te kiezen.

Stap 4. Plassen onder toezicht
In de opvangbeker die je hebt uitgekozen moet je onder direct toezicht (van een persoon met hetzelfde geslacht als jijzelf) een urinemonster produceren. De hoeveelheid urine die je moet produceren moet groter zijn dan 75 milliliter.

Stap 5. Onvoldoende urine
Indien je onvoldoende urine hebt geproduceerd wordt deze opvangbeker verzegeld met een uniek codenummer, deze code wordt genoteerd op het dopingcontroleformulier.

Ook moet je zelf controleren of deze nummers correct genoteerd worden. De verzegelde opvangbeker wordt dan in het dopingcontrolestation bewaard. Als je later weer in staat bent om opnieuw urine te produceren (in een nieuwe opvangbeker) dan moet je zelf deze twee bekers samenvoegen.

Stap 6. Keuze van de flesjes
Als je de vereiste hoeveelheid urine hebt geproduceerd, dan zal de dopingcontrole-official je vragen om een set van twee containertjes met daarin 2 flesjes te kiezen. Ook moet je dan 2 zegels met een uniek codenummer kiezen.

Stap 7. Verdelen van de urine
Onder controle van de dopingcontrole-official moet je de urine verdelen over de eerder uitgekozen 2 flesjes. In flesje A wordt 50 milliliter gegoten en in flesje B 25 milliliter. Ook dient er een kleine hoeveelheid urine in de opvangbeker achter te blijven om te bepalen of dit wel een geschikt urinemonster is.

Stap 8. Sluiten en verzegelen van de flesjes
Je sluit de flesjes zelf, en je verzegelt ze met een uniek codenummer. Ook deze nummers worden genoteerd op het dopingcontroleformulier. Deze flesjes moet je nu ook weer zelf opbergen in de bijbehorende containertjes, die hetzelfde nummer moet bevatten als de nummers van de flesjes.

Stap 9. Meting zuurgraad(PH) en soortelijk gewicht(SG)
De overgebleven hoeveelheid die is overgebleven in de opvangbeker is nodig voor de laboratorium-analyse. De zuurgraad van de urine behoort groter of gelijk aan 5 en kleiner of gelijk aan 7 te zijn. Het soortelijk gewicht moet 1.010 of hoger zijn. Als de urine niet aan deze eisen voldoet dan moeten de stappen vanaf stap 3 opnieuw doorlopen worden. Als de urine bij de 2e keer nog niet aan deze eisen voldoet, dan zal de procedure toch voortgezet worden. Deze meetresultaten worden op het dopingcontroleformulier ingevuld.

Stap 10. Opgave gebruikte medicijnen
De dopingcontrole-official zal je nu gaan vragen of je medicijnen of andere relevante substanties hebt gebruikt gedurende 7 dagen voor de controle. De antwoorden worden genoteerd op het dopingcontroleformulier.

Stap 11. Ondertekenen van het dopingcontroleformulier
Op dit formulier moet je invullen of je akkoord gaat met de gevolgde procedure. Als je bezwaren hebt kun je die ook vermelden op dit formulier. Het dopingcontroleformulier moet altijd ondertekent worden. Je krijgt er een kopie van en daarmee is de procedure ter plaatse voor jou afgelopen. Je ziet wel dat het voor de persoon zelf niet veel voorsteld.

4. Rechten en plichten van de sporter

Een sporter heeft ook zijn rechten en plichten tijdens zo’n dopingcontrole. Het is belangrijk om te weten wat je rechten en plichten in een situatie zijn, daarom het ik de rechten en plichten bij een dopingcontrole op een rijtje gezet:

Rechten van de sporter:

- Je kan alles vragen met betrekking tot de dopingcontroleprocedure.
- Als je vragen hebt, kun je die in de daarvoor speciale ruimte op het dopingcontroleformulier vermelden.
- Je mag een begeleider en zonodig een tolk meenemen tijdens je controle

Plichten van de sporter:

- Je moet op de hoogt zijn van de dopingcontroleprocedure en je moet de regels daarvan aanvaarden en volgen.
- Je moet zelf alle stappen controleren totdat de controle is afgelopen.
- Je moet het dopingcontroleformulier ondertekenen.

Deze gegevens worden allemaal vertrouwelijk behandeld.

5. Straffen
Als er uit de dopingcontrole blijkt dat je de hoeveelheid doping die je mag gebruiken overschreden hebt zit je in grote problemen. Er zijn heel wat gevolgen aan verbonden als je betrapt wordt op het gebruik van doping.
Een sporter kan een maximum gevangenisstraf krijgen van 3 maanden, een geldboete van 40.000 BEF, ook zal de sporter waarschijnlijk geschorst worden. De rechter beslist hoe lang de sporter geschorst zal worden, 3 jaar is de minimumduur, maar het kan zelfs een levenslange schorsing worden.
Je ziet dat de gevolgen hiervan echt heel ingrijpend kunnen zijn. Het kan de hele carrière van de sporter verwoesten.

6. Verboden methoden

Op de lijst van verboden middelen van het IOC staan ook de verboden methoden, dit zijn er drie, namelijk:
A. Bloeddoping
B. Toediening van kunstmatige zuurstofdragers of middelen die het plasmavolume vergroten.
C. Farmacologische, chemische en fysieke manipulatie

A. Bloeddoping
Bij bloeddoping wordt er 6-8 weken voor de topprestatie bloed afgenomen. Een halve liter of soms zelfs twee maal een halve liter met een paar weken ertussen. Het bloed van de atleet wordt vervolgens ingevroren bij –80 graden Celsius. Een mens vult zijn bloedvoorraad aan dus kan de atleet gewoon verder blijven trainen. Kort voor de wedstrijd wordt het bloed weer toegediend, maar dan alleen de rode bloedlichaampjes, die zorgen voor de zuurstoftoevoer. Op deze manier zou het namelijk mogelijk zijn om de hoeveelheid zuurstof die naar de spieren vervoerd zou moeten worden, te vergroten.
Onderzoekers hebben aangetoond dat deze methode wel degelijk een positief effect heeft op de sporter. Er zitten ook risico’s verbonden aan deze methode, het bloed kan namelijk verwisseld worden met ander bloed, waardoor de sporter besmet raakt met een ziekte.

B. Kunstmatige zuurstofdragers of middelen die het plasmavolume vergroten
Als de sporter een van deze middelen gebruikt zal hij ook betere prestaties leveren op een niet toegestane wijze. Dus ook deze twee middelen vallen onder doping.

C. farmacologische, chemische en fysieke manipulatie
Deze middelen zijn niet per se doping, maar kunnen in bepaalde gevallen wel als doping beschouwd worden. Het zijn middelen of technieken speciaal ontworpen om de natuurlijke processen betrokken bij explosieve kracht te versterken.

7. Wetgeving

Er is in Nederland geen specifieke sportwetgeving, maar er zijn wel twee wetten in Nederland die we bij het onderwerp doping kunnen betrekken. Dit zijn de:

- Opiumwet
- Wet op de geneesmiddelenvoorziening

De opiumwet is in 1928 ingegaan en heeft haar bestaan vooral te danken aan de overwegingen van internationaal belang. In November 1976 werd de opiumwet aangepast, er werd nu onderscheid aangebracht tussen de vrij onschuldige hennepproducten en aan de andere kant drugs met onaanvaardbaar risico. Dit betekent dat het gebruik van de hennepproducten niet meer als misdrijf, maar als overtreding wordt gezien/beoordeeld. De opiumwet heeft ook eenlijst waarop verboden middelen staan. De definitie van de opiumwet = Wet van 1928 die de fabricage van en de handel in opium en anderen “verdovende middelen” aan strenge regels onderwerpt. Artsen mogen alle onder deze wet vallende middelen voorschrijven, mits het recept voldoet aan een aantal in de wet gestelde voorschriften.
De wet op de geneesmiddelenvoorziening heeft ook de bedoeling om doping te bestrijden. Veel geneesmiddelen vallen onder deze wet, die het vrij gebruik van deze niet meer toestaat. Ze mogen alleen op recept verstrekt worden. Ook mogen alleen in de apotheek aanwezig zijn, overtreding van de wet.

Australië was het eerste land dat een maatregel uitvaardigde tegen doping. In België is de doping in sportcompetities verboden door de wet van 2 april 1965.
Deze wet vertelt dat: “het gebruik van substanties of het aanwenden van middelen met het oog op het kunstmatig opvoeren van het rendement van de atleet die deelneemt aan of zich voorbereidt op een sportcompetitie, wanneer hierdoor schade kan veroorzaakt worden aan zijn fysieke of psychische gaafheid.”

Het uitgangspunt van deze wet is dus niet de oneerlijkheid van doping, maar de gezondheidsredenen spelen hier de hoofdrol.

8. Voorlichting

In het dopingreglement staat er ook dat er veel voorlichting over doping moet plaats vinden.
Onder andere het NeCeDo in samenwerking met het Trimbos-instituut hebben in 2000 een geheel nieuwe versie publieksfolders gemaakt. Deze folders met de naam “Doping, de antwoorden” worden al sinds 1996 gemaakt. Deze folders zorgen ervoor dat de mensen voorgelicht worden over doping en alles wat daarmee te maken heeft.

0900-1995: De drugs Informatielijn
Van deze lijn kan gebruik gemaakt worden van 13.00u tot 21.00u. De medewerkers van de drugs Informatielijn zijn geschoold op het gebied van drugs en doping en kunnen alle vragen beantwoorden.

Ook bij het Nederlands Olympisch Comité kun je alles te weten komen over doping in de sport, het adres is:

Nederlands Olympisch comité
Surinamestraat 33
2508 CH Den Haag
Telefoon: 070-451118

9. Bronvermelding

Ik heb heel veel informatie gevonden op het internet en ik heb een aantal boeken uit de Somerse bibliotheek gehaald.

Internetadressen:
- www.doping.nl
- www.nrc.nl
- www.ijsselveld.nl
- De Encarta Encyclopedie

Boeken

De anabolica mannen – Jean Nelissen
Doping – Frits Wafelbakker
Doping, Thematische knipselkrant – NBLC uitgeverij
Maximale sportprestaties erogene middelen en methoden – Melvin H. Williams

Inleiding

Ik heb voor het onderwerp doping gekozen. Waarom, wil ik nu even toelichten.

Ik vind eerlijkheid een erg belangrijke eigenschap, dus ook in de sport. Een persoon die de eerste medaille verdient, maar die wel doping heeft gebruikt, verdient die prijs toch helemaal niet? Dan heeft de doping de prijs gewonnen, maar niet de persoon zelf. Ik wist wel een klein beetje wat het inhield, maar wilde er toch graag wat meer over weten. Daarom heb ik allereerst in de bibliotheek gekeken naar wat informatie, om te kijken of er wel genoeg over was. Daarna ben ik ook nog op het web gaan surfen en daar heb ik ook veel gevonden.
Ik hoop dat de informatie duidelijk is, ikzelf ben er zeker wat van opgestoken.

Veel leesplezier!

Conclusie

Het gebruik van doping kan enorme gevolgen hebben. In het ergste geval ben je je baan kwijt en kun je het in de sportwereld wel vergeten. De vraag die je jezelf vooraf moet stellen is, of je dat er voor over hebt.
Het is gewoon ontzettend stom om doping te gebruiken, je wint misschien wel meer, maar toch niet op een eerlijke manier? Daarom hoop ik dat ik later nooit te maken krijg met een persoon uit mijn omgeving die wel zo stom is om het te gebruiken.

Ik heb veel geleerd bij het maken van dit werkstuk en ben er ook erg trots op.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.