CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

ff n studiebreak

Klasgenoten stonden vroeger als hongerige hyena's om Jorieke heen. Klaar om het jonge hertje aan te vallen dat nog scoubidoutouwtjes had.

Geschreven door:

MisslaQuercia (6 vwo) [meer]

Datum ingestuurd:

24 april 2005

Taal:

Woorden:

2.200

Bekeken:

10944 keer (18 deze maand)

Waardering:

3.1/5 (71 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
Hoofdstuk 1

Om te kunnen begrijpen waar de economische groei vandaan komt en hoe deze groei zich zal gaan ontwikkelen moet je weten wat de geschiedenis, op politiek gebied, van China is. In deze geschiedenis komen voor westerse begrippen vrij onbekende situaties naar voren, wat waarschijnlijk de reden is waarom ‘het Westen’ economisch zo lang heeft voorgelopen op China. Vandaar dat wij dit werkstuk beginnen met de vraag:

1 Hoe verloopt de economische ontwikkeling met betrekking tot de politiek?

1.1 Het oude China
Van ongeveer1050 v.Chr. tot 1912 heeft China dynastieën gekend. Tot dan heeft China een geheel eigen cultuur, economie en politiek systeem. In dit systeem was de boerenstand het belangrijkste onderdeel van de samenleving. De keizers van China hielden de mensen voor dat China het middelpunt van de wereld was en isoleerde China zoveel mogelijk van de buitenwereld.

Men hield zich aan de levensovertuiging confucianisme . Ze vonden ander volk, vooral de Europeanen, barbaren waarmee men niks te maken wilde hebben. Toen Europa begon met wereldreizen maken en kolonialiseren, was het voor China echter niet meer mogelijk om de Europeanen buiten de deur te houden.

De economische situatie was in China te vergelijken met de economische situatie in Europa, maar Europa begon enorm veel handel te drijven, waardoor de welvaart daar langzaam aan steeg. Daarbij probeerden ze aan China geld te verdienen. China daarentegen werkte niet mee, omdat zij ervan overtuigt was dat ze beter was dan Europa. Hierdoor begon zij economisch ver achter te liggen op Europa.

1.2 Begin van de hervormingen
De boerenbevolking van China kwam in opstand. De keizerin Cixi, de invloedrijkste persoon aan het hof, wilde nog steeds niets met de westerse wereld te maken hebben, maar haar opvolger wel. Die begon met een “honderd dagen van hervorming” waarin de westerse invloed op China enorm werd vergroot. Door de westerse invloeden kwamen er veel groepen op die verdere hervormingen tot doel hadden.

Maar het definitieve einde van het keizerrijk kwam toen op 10 oktober 1911 een opstand uitbrak binnen het zuidelijk gestationeerde leger. De macht van het keizerlijke gezag was al flink beperkt en daarbij waren de keizer en keizerin-weduwe Cixi overleden. Nu was alleen nog een drie jarig jongetje over om hen op te volgen.

Omdat de waarnemer van het jongetje onbekwaam was, werd generaal Yuan Shikai de machtigste man van China. Hij was alleen bereid in te grijpen in het leger als de Dynastie haar mandaat neerlegde. Nu kwam er in naam een republiek met een centraal bestuur van een parlement en een regering. In werkelijkheid trok Yuan veel macht naar zich toe en volgden de warlords nauwelijks meer bevelen van hogere hand op.

1.3 Opkomende politieke partijen
In deze chaos ontstonden o.m. de communistische partij met Mao Zedong en de nationalistische partij onder leiding van Sun Yatsen. De belangrijkste doelstelling van de partij van Sun Yatsen, de KMT, werd de warlords verdrijven uit China. Hij had gehoopt dat hij steun zou krijgen van het westen, maar die kreeg hij niet. Daarom klopte hij aan bij de Russen. De communistische partij kreeg al steun van de SU en onder leiding van hen werden de twee partijen bij elkaar gebracht. Sun Yatsen bleef leider van de nieuwe partij, die wel KMT bleef heten, maar hij overleed en werd opgevolgd door Tjang Kai-sjek.

Onder Tjang Kai-sjek werd de macht van de warlords gebroken en kwam hij aan de macht. Hij wist het centrale gezag te herstellen, maar als leider ontpopte hij zich anders dan verwacht. Hij keerde zich tegen het communisme en Stalin trok meteen alle hulp terug waar Tjang dankbaar gebruik van had gemaakt. Qua beleid heeft Tjang niet veel veranderd, de bevolking was nog niet tevreden en er lagen dus nog kansen open voor het communisme.

1.4 De Volksrepubliek China
Nadat Tjang Kai-sjek de communisten verraadde was het Mao Zedong die verder ging met de partij. Tot dan werd er vooral geprobeerd om in de steden aanhang te vergaren, maar Mao kwam met het idee om op het platteland te propageren. De communistische ideeën en de herverdeling van de grond vielen goed bij de boeren en in 1931 werd de eerste Chinese Sovjet Republiek uitgeroepen met Mao als president.

Tjang zag hierin een groot gevaar en stuurde er zijn leger heen. De communisten waren niet goed in vechten op het open veld, daarom kozen ze om een uitbraak te doen. Deze uitbraak is beter bekend als de ‘Lange Mars’. Een tocht van 12.000 km door 130.000 mannen, vrouwen en kinderen naar het berggebied Sjensi. Elke dag waren er gevechten met de KMT en toen ze eindelijk na een jaar aankwamen waren er nog 30.000 mensen in leven.

Doordat Japan China probeerde te veroveren in 1937 werden de handen nog eenmaal ineengesloten en vochten de KMT en communisten samen. Ze hielden redelijk stand en na de capitulatie van Japan in WO II was ook China weer helemaal vrij. Snel hierna brak er in China een burgeroorlog uit en hoewel de KMT meer troepen had en veel materiële steun van de VS kreeg, verloor zij toch de oorlog. Dit kwam doordat de bevolking voor Mao was, haar soldaten ongemotiveerd en de vele corruptie Tjang’s bewind zwak had gemaakt. In 1949 kon Mao de Volksrepubliek China uitroepen in Peking.

1.5 De invloed van het communisme
Tot dan toe was China altijd een boerensamenleving geweest. De communisten stelden zich dan ook tot doel om China te transformeren in een moderne industriestaat. De meest geschikte manier om dit te bereiken was in hun ogen natuurlijk de Russische: een sterk gecentraliseerd bestuur en vijfjarenplannen.

Om de gehele bevolking tot het communisme te bekeren organiseerde de communistische partij een ideologische hervorming. Door middel van cursussen en veel sociale controle werd het hele volk hiervan doordrongen. De drang om te hervormen nam echter wel extreme vormen aan; mensen die te veel doordrongen waren met de oude gebruiken en waarden en normen werden geëxecuteerd.

1.6 Beleidsveranderingen
De eerste beleidsverandering was de Agrarische Hervormingswet (1950) die bepaalde dat arme en landloze boeren grond kregen, ten koste van de rijkere boeren. Dit had een inefficiënte verdeling tot gevolg. Daarnaast werden grote fabrieken genationaliseerd. Ook kwam de Huwelijkswet tot stand wat o.m. inhield dat vrouwen recht hadden op eigen inkomen uit eigen arbeid.

In 1953 begon men met het eerste vijfjarenplan. Men begon de fabrieken echt te industrialiseren. De zware industrie kreeg voorrang en de chinezen kregen daarbij Russische hulp. Ook op het platteland werden veranderingen doorgevoerd. Er werden landbouwcoöperaties gesticht naar Russisch voorbeeld, wat inhield dat er geen individueel grondbezit meer was.

1.7 De grote sprong voorwaarts
Hierna werd besloten tot de ‘Grote Sprong Voorwaarts’. Om China in een versneld tempo, vanuit communistisch oogpunt, naar een betere maatschappij op te stomen. In de steden werd van de bevolking verlangt dat ze na hun gewone werk, extra werk zouden verrichten aan grote bouwprojecten als wegenaanleg. Ook moest de productie van staal worden vergroot, waardoor er overal kleine hoogoventjes ontstonden. De staal die werd geproduceerd was echter wel van erbarmelijke kwaliteit. De landbouwcoöperaties werden samengevoegd tot grote volkscommunes.

Deze Grote Sprong Voorwaarts is op enkele punten gelukt, maar het geheel was een mislukking. Dit heeft drie oorzaken gehad. De eerste is dat het slecht georganiseerd en veel te ambitieus was. Ten tweede waren er juist in die periode veel natuurrampen. Uit oude gewoonten beschouwde de bevolking dat als een teken dat de hemel het er niet mee eens was.
Ten derde kwam het in 1960 tot een volledige breuk tussen China en de Sovjet Unie, wat tot gevolg had dat deskundigen terug gehaald werden en er geen machines en materialen meer geleverd werden.

1.8 De Culturele Revolutie
Hierna kwam nog een klap voor het economisch bestel in China. De Culturele Revolutie, waarin Mao zeer werd vereerd, had o.m. tot gevolg dat scholen en universiteiten gesloten werden, omdat de scholieren de leer uit het rode boekje wilde verkondigen. Ook fabrieken produceerden minder, omdat leidinggevend personeel zijn tijd besteedde aan het afleggen van openbare schuldbekentenissen of het personeel naar het platteland werd verdreven door de Rode Gartisten om daar de boeren te helpen.
De reden van dit gedrag was dat men niet wilde dat China dezelfde weg als de Sovjet-Unie op ging. Want daar was de wil tot revolutie afgezwakt en werden er steeds meer westerse invloeden geaccepteerd. Wat in strijd was met de Chinese principes.

Deze ontwikkeling hebben tot 1968 geduurd. Hierna werd het weer een stuk rustiger in China. Jongeren gingen weer naar school en fabrieken draaiden weer. Wel zette men een sterke decentralisatie van de industrie door, waardoor de industrie verspreid werd over het platte land. Dit was niet ideaal, omdat men dan op geen enkele manier kon profiteren van schaalvoordelen.

1.9 presidenten na Mao Zedong
Deng Xiaoping
In de jaren tachtig wordt China bestuurd door Deng Xiaoping, die een middenweg probeerde te realiseren tussen de linkse idealen van de Culturele Revolutie en de rechtse aanhangers van Mao Zedong. Op het economische vlak hield Deng vast aan moderniseringsideeën van meer vrijheid, wat tot gevolg had, dat China op dit vlak meer contacten met het westen ging onderhouden.

In 1987 introduceerde Deng het verantwoordelijkheidssysteem. Dit hield in dat de boerenfamilies een contract met de overheid sloten waarin stond hoeveel er van hen werd verwacht dat ze minimaal produceerden. Alles wat ze meer produceerden mochten ze zelf op de vrije markt verkopen. Doel van dit systeem was om de boeren een impuls te geven om meer te produceren. Zonder dit systeem maakte het voor de boeren niet zoveel uit wat ze produceerden; ze verdienden er toch niets meer of minder mee. Deze aanpak bleek succesvol, de landbouwproductie steeg enorm en de lonen van de boeren gingen eveneens omhoog.

In de industriële sector vonden ook veranderingen plaats. De nadruk werd niet langer gelegd op de zware industrie maar veel meer op de lichtere industrie van verbruiksgoederen. Voor deze verandering was modernisering van het machinepark en vernieuwing van het management nodig. Deze machines en de kennis moesten uit het Westen en Japan komen, wat de contacten tussen China en de rest van de wereld wat meer openbrak.

Een belangrijke stap naar het vrijer worden van de Chinese economie was de instelling van de speciale economische zones in 1984. Van veertien grote steden aan de kust was het voortaan toegestaan om zelfstandig handelscontacten aan te gaan met het buitenland. Deze contacten werden wel angstvallig door de Chinese overheid in de gaten gehouden om te voorkomen dat China opnieuw een wingewest zou worden van het buitenland.

Nu het klimaat in China wat vrijer werd, gingen studenten in het buitenland studeren. Ook werden hoogleraren die eerder aan de kant waren gezet vanwege hun politieke betrouwbaarheid weer aangenomen; de kwaliteit van het onderwijs werd weer belangrijk. De beperkingen die waren opgelegd tijdens de culturele revolutie werden weer opgeheven waardoor een vrij kunstenaarsklimaat ontstond.
Hoewel het leek alsof China richting een kapitalistische samenleving voer, was dat zeker niet het geval. Critici die al te kritisch waren tegenover de Chinese regering werden veroordeeld en het machtsmonopolie van Deng’s partij bleef onaangetast.

Jiang Zemin
Deng’s opvolger Jiang Zemin (1993-2003) richtte zich vooral op het verbeteren van de economie. Dit wilde hij o.a. bereiken door sociale en politieke stabiliteit. Het land werd hierbij conservatief gehouden. Jiang zette zich in voor een ‘socialistische markteconomie’. Het socialistische aspect moest een vorm van socialisme met Chinese kenmerken zijn. De markteconomie moest bereikt worden door voortdurende hervormingen, modernisering en het openstellen van nieuw beleid. Met dit laatste moet vooral gedacht worden aan het aantrekken van meer buitenlandse investeringen en het lidmaatschap van de WTO in 1999.
Hu Jintao
De opvolger van Jiang Zemin is Hu Jintao, die vandaag de dag nog steeds de president van de Volksrepubliek van China is. Hu heeft veel aandacht besteed aan de bevolkingsgroepen in China die niet veel met de economische hervormingen op vooruit zijn gegaan. Hij heeft achtergebleven gebieden bezocht, om uit te zoeken waarom deze gebieden zijn achtergebleven. De reden dat Hu dit doet, is omdat zijn voorgangers te weinig hebben gedaan aan de grote inkomenskloof die naar verloop van tijd is ontstaan bij het invoeren van steeds meer aspecten van de vrije markt. Ook het hoge werkeloosheidscijfer (officieus 7 %) is oorzaak van te weinig maatregelen die genomen zijn door Hu’s voorgangers.

Dat het beleid van Deng, Jiang en Hu heeft gewerkt is te zien aan de enorme groeicijfers die China laat zien. Deze groei heeft de afgelopen jaren rondt de 9% per jaar gezeten. Al is de inzet van de bevolking natuurlijk de belangrijkste factor om een economisch goed draaiend land neer te zetten. De economie van China draait momenteel zo goed dat China de VS is voorbij gegroeid als grootse consument ter wereld.

1.10 deelconclusie
Antwoord op de deelvraag
1 Hoe verloopt de economische ontwikkeling met betrekking tot de politiek?

China is wel verplicht om steeds meer maatregelen te treffen bij het invoeren van een vrije markt, omdat zij anders niet in de WTO zal mogen blijven. Ook al is het zeer waarschijnlijk dat de Chinese bevolking er niet direct op vooruit zal gaan. Vooral de boeren en de ambtenaren hebben een grote kans dat ze met invoering van de vrije markt erop achteruit gaan. De gevolgen van de invoering van de vrije markt voor de Chinese bevolking zullen uitgebreider besproken worden in hoofdstuk 2.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.