Geschreven door: | anoniem (3 vwo) |
Datum ingestuurd: | 3 april 2005 |
Taal: |  |
Woorden: | 800 |
Bekeken: | 6481 keer (15 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
De grootste slachtoffers tijdens de Tweede Wereldoorlog, waren ongetwijfeld de Joden. In alle landen die door de Nazi’s, onder leiding van Adolf Hitler,werden bezet, werden de Joden vervolgd, verjaagd, naar concentratiekampen gebracht en vermoord. De Joden waren het slachtoffer van rassenhaat, die Adolf Hitler bij de armoedige Duitse bevolking had weten te opwekken. Hitler had de Duitse bevolking doen laten geloven dat de Joden schuld hadden aan hun armoedige leven.
Maar waarom werden nou de Joden slachtoffers van die haat? Was dat gewoon toeval of waren er andere dingen die meespeelden in het besluit van Hitler om de Joden als ‘zondebokken’ aan te wijzen?
1. De geschiedenis van de Joden in Duitsland
Als we naar de geschiedenis van de Joden in Duitsland kijken, zien we dat er al verschillende malen sprake was van haat richting de Joden…
In de 13e eeuw begon paus Innocentius III met het verketteren van de Joden. Onder zijn leiding sloot het Lateraans Concilie de Joden uit van alle ambachtelijke beroepen en dwong ze in de rol van onder andere wisselaars. Zij hadden als taak geld te innen van de bevolking. Door die rol werden de Joden al snel gehaat. Terwijl de Kerk telkens rijker werd, werd het volk des te armoediger. Verschillende predikers, waaronder Berthold von Regensburg, maakten de bevolking van Duitsland duidelijk dat de Joden daar schuldig aan waren. Zij waren toch de wisselaars? Het volk doorzag niet dat eigenlijk de Kerk en de rijken schuldig waren aan hun armoedige leven. Het gebod ‘Gij zult niet doden’ werd daarom maar als het om Joden ging, in de tijd van de kruistochten, genegeerd. In de ogen van het volk waren de Joden ‘vogelvrij’ en omdat de Joden wisselaars waren, werden zij als echte dieven en rovers aangezien. Volgens de Kerk waren de Joden als ze zich niet lieten dopen geen heidenen, maar wel ketters. Deze tijd, onder paus Innocentius III, was een rampzalige tijd voor de Joden in Duitsland.
Keizer Sigismund
In 1433, besloot de nieuwe keizer Sigismund een bijzondere belasting te innen van de Joden voor zijn kroningsplechtigheid. Ook moesten de Joden voor andere kosten opdraaien, zoals de kosten van het Concilie van Basel (1431-1449) en natuurlijk de belastingen aan hun eigen landheer. Dit was echter onmogelijk doordat zij uitgesloten waren van normale beroepsuitoefening en doordat er verschillende christelijke banken ontstonden. Keizer Sigismund en paus Martinus V probeerden massamoorden op de Joden nog te voorkomen, nadat bijvoorbeeld Hertog Albrecht in 1421 een paar honderd Joden levend liet verbranden op een weiland langs de Donau, op beschuldiging van rituele moord, maar sommige kloosters propageerden juist de vervolging van Joden. Een andere prediker, Johannes van Capestrano, was een van de bekendste van alle predikers. In Beieren kreeg hij het voor elkaar dat in 1452 de Joden hun recht op wonen en bescherming kwijtraakte en daarom vogelvrij werden. Hij zorgde er ook voor dat in Breslau Joden werden gemarteld totdat ze ‘bekenden’ hosties te hebben ontheiligd. Hierdoor werden zij als ketters aangezien en onmiddellijk leven verbrand op de brandstapel. Vele Joden probeerden naar Polen te vluchten, maar vele werden vermoord.
Het getto van Frankfurt
Na deze onrustige periode, besloot het bestuur van Frankfurt, dat er een apart getto moest komen voor de teruggekeerde Joden. In de stad mochten volgens het bestuur niet meer dan twee Joden naast elkaar lopen. Uit wandelen gaan werd voor de Joden verboden. De Joden waren dan ook meer dan blij , toen de Franse legers Frankfurt binnenvielen. Zij mochten toen weer een normaal leven leiden.
De onderste bevolkingslaag
Aan het eind van de 18e eeuw gingen de Joden nog eens een verschrikkelijke tijd tegemoet. De bevolking in Duitsland was in korte tijd verdubbeld en het aantal Joden was zelfs nog meer toegenomen. Doordat de Joden vanwege hun religie niet in de productieve maatschappij (waaronder de landbouw) mochten werken, werden zij zeer armoedig. In die tijd ontstond er een soort van ‘laag’ die op zowel economisch als sociaal gebied ver achter liep op de andere ‘lagen’. Die laag bestond uit voornamelijk Joden, maar ook uit gedeclasseerde Christenen. De enige manier voor de Joden om in leven te blijven, was de criminaliteit. Al snel werd elke Jood voor een dief aangezien.
De verkettering van de Joden door paus Innocentius III, de tijd van keizer Sigismund, het getto van Frankfurt, en de onderste bevolkingslaag aan het eind van de 18e eeuw die voor het grootste gedeelte uit Joden bestond, zijn vier voorbeelden van haat richting de Joden. Door de jaren heen bleven de Joden een gediscrimineerd volk. Dit was de schuld van machtige personen, die crisistijden dankbaar aangrepen, om de Joden als de schuldigen van die crisistijden aan te wijzen. Ook onder de tijd van Adolf Hitler zou dit het geval zijn.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.