ff n studiebreak

Experiment: geen Twitter, mail en Whatsapp meer voor Nina. Wel faxen, brieven in enveloppen en ouderwetsch bellen.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

Arco (4 vmbo) [meer]

Datum ingestuurd:

22 maart 2005

Taal:

Woorden:

1.550

Bekeken:

6464 keer (17 deze maand)

Waardering:

3.3/5 (30 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
Kinderen en angst

BANG!

Inleiding

Iedereen is wel eens bang. Bang zijn hoort bij het leven. Het is een soort alarm dat afgaat als we denken dat er gevaar dreigt. Zonder zo’n waarschuwingssysteem zouden we in zeven sloten tegelijk lopen. Ook de kindertijd brengt veel angsten met zich mee. Dat komt omdat kinderen, vooral als ze nog jong zijn, weinig weten, nog weinig begrijpen. Bovendien is het leven van een kind zo vol van nieuwe dingen en ervaringen, dat het heel normaal is dat kinderen daarop soms angstig reageren. Het hoort erbij. Toch is het goed om te weten waar u als ouder op kunt letten, en hoe u uw kind kunt helpen bij het overwinnen van zijn of haar angst.

Wat is angst?
Angst is een emotie. Emoties beheersen ons van de wieg tot het graf. Ze komen overal in je leven voor.emoties zijn gewaarwordingen die worden opgeroepen bij bepaalde situaties of gebeurtenis. Ze gaan meestal samen met een lichamelijke reactie. Als we ons schamen, gaat het bloed naar onze wangen en die worden dan rood of als je boos bent kijk je boos en loop je boos .het komt er op neer dat een emotie je hele lichaam mee neemt daarin, je bent dus dan met je hele lichaam boos of blij. Er zijn psychologische theorieën die stellen dat die emoties de oorzaak zijn van lichamelijke verschijnselen. Volgens die theorieën gaan we dus huilen omdat we verdrietig zijn of een ander voorbeeld is dat je buikpijn krijgt of je ziek voelt als er iets spannends( zenuwachtig ) of ergs( iets verdrietigs )is gebeurt. Andere theorieën gaan er juist vanuit dat onze lichamelijke verschijnsels de oorzaak zijn van die emoties, dus je voelt je verdrietig omdat je huilt. Bij beide benaderingen lijkt het als of geest en lichaam los van elkaar kunnen operen maar toch wel in verbinding blijven.
Angst bestaat om makkelijk uitteleggen uit 3 aspecten:
1.de lichamelijke reacties 2. de gedachten over de situatie 3. de situatie vermijden
Hoe herkent je angst bij een kind?
Kinderen zenden signalen uit die aanwijzingen geven over wat er in hen omgaat. U kunt angst herkennen aan:
- hoe het kind beweegt (gebukt staan, heel gespannen met de handen wrijvend);
- hoe het kind kijkt (fronsen, bibberend lipje, grote ogen);
- wat het kind doet (weghollen, schreeuwen, ineenkrimpen)
- wat het kind zegt;
- hoe het kind speelt;
- wat het kind voelt (buikpijn).

Wat kunt je doen?
In iedere leeftijdsfase zijn er angsten die overwonnen moeten worden. Als ouder/opvoeder kunt u daarbij helpen door:
- begrip te hebben voor kinderangsten (kinderen moeten hun angsten kunnen uiten);
- angsten te helpen voorkomen;
- weten hoe u met angstgevoelens van kinderen kunt omgaan.
Wat kunt je beter nalaten?
- situaties vermijden;
- uw kind dwingen tot een confrontatie met iets waar het heel bang voor is;
- zeggen dat uw kind zich niet moet aanstellen;
- zelf net doen alsof u nooit bang bent.
Kinderangsten per leeftijdsfase:
Het is voor kinderen heel normaal om tijdelijk angstig te zijn voor bepaalde zaken. Afhankelijk van de leeftijd komen er verschillende angsten voor:

0-2 jaar
* vallen en harde geluiden
* onbekende omgeving / dingen
* scheiding van de ouder
* water / toilet doorspoelen

2-4 jaar
* scheiding van de ouder
* geluiden (o.a. stofzuiger, sirenes)
* donker / griezels / ‘enge beesten’
* dieren (bijv. grote honden, insekten)
* natuurgeweld (bijv. donder en bliksem)
* slapen gaan

4-8 jaar
* donker / dieren / scheiding van de ouder
* lichamelijk letsel
* bovennatuurlijke wezens (bijv. spoken)
* alleen thuis zijn of alleen slapen
* angsten gebaseerd op nieuwsfeiten (bijv. oorlog, rampen)
* ‘nachtangst’
* watervrees
* andere kinderen

8-12 jaar
* lichamelijk letsel
* angst voor school / proefwerken
* pesten
* faalangst
* dood
* ‘stel-je-voor-dat’ angsten (zoals scheiding ouders, rampen, alleen zijn)

Mijn eigen angsten (gebaseerd op mijn moeders herinneringen)

0-2:
geen angsten

2-4:
*Kapper (door buisjes)

4-8:
*Kapper (door buisjes)

8-12:
*Wespen en spinnen

Tips bij angst:
Als ouder kunt u uw kind prima helpen te leren omgaan met de angst. Hier volgen enkele tips:
- neem het kind serieus, lach het niet uit;
- maak angst bespreekbaar;
- probeer de oorzaak van angst te achterhalen en neem, voor zover mogelijk, de angst weg;
- gebruik daarbij als hulpmiddel bijv. kinderboeken over angst;
- leer het kind in kleine stappen zijn angst te overwinnen. Dit geeft zelfvertrouwen. Daar is
echter wel geduld voor nodig;
- moedig een kind daarbij aan en geef een compliment of beloning als het lukt;
- maak een kind niet onnodig bang; temper als ouder/opvoeder zoveel mogelijk eigen
angstgevoelens;
- dwing een kind nooit tot een confrontatie met iets waar het heel bang voor is.
Veel van de angsten komen vanaf de geboorte, dus we zouden eens goed moeten na denken over wat voor angsten de baby later allemaal kan krijgen bijv bang in het donker. Laat het kind vanaf de geboorte gewoon in het donker slapen zodat het kind zich in het donker veilig gaat voelen net als spinnen in de baby kamer gewoon laten zitten en doe dat ook bij peuters want die leeftijd fase is cruciaal omdat kinderen zich dan zo snel ontwikkelen dus de emoties ook. Een kind kan dan heel snel ergens heel bang voor worden. de emoties zijn dan vaak ook het heftigst. Als een kind boos is kunnen ze de hele supermarkt bij elkaar schreeuwen, als ze ouder worden doen ze dat telkens minder snel.we moeten een kinds zijn emoties accepteren zodat het kind weet dat jij hem begrijpt, dan heeft het kind al weer een stukje veiligheid . wat een ouder dan ook zeker niet moet zeggen zijn dingen als; grote jongens huilen niet, wees eens een grote meid. Je kleineert ze dan , je zegt dan in wezen dat ze geen grote kinderen zijn en kinderen willen dat juist graag want kinderen zien het als je groot bent dat je braaf en aardig ben.

Faalangst

Beschadigd vertrouwen

Vanaf zijn geboorte neemt een kind (on)willekeurig een plaats in zijn context in en is het van betekenis. In de tijd van de ‘beschuit met muisjes’ staat een baby in vrijwel alle gezinssituaties meer dan centraal. Kraamvisite wisselt elkaar in veelvoud af, de geschonken knuffelbeesten zijn niet te tellen en als pasgeborene ontvang je de warmte en aandacht van talloze wiegende armen. Jammer genoeg ontwikkelt deze idyllische tijd zich niet altijd tot een langdurige periode waarin een opgroeiend kind ervaart dat hij werkelijk ‘ertoe doet’. Het ‘in tel zijn’, een gevoel waar sociaal angstige kinderen mee worstelen, gaat om het verwerven van een veilige eigen plaats.

Zo’n veilige plaats ontstaat als een kind op een passende manier aan diens ouders kan geven. Sterker nog: ieder kind wordt geboren met de behoefte om te geven. Soms ontstaan er situaties, waarbij ouders het geven van hun kind niet (kunnen) ontvangen. Of dat ouders het geven van hun kinderen niet zien en voor datzelfde geven geen erkenning aan hun kinderen bieden. Daarnaast is er bij kinderen als vanzelfsprekend het natuurlijk recht tot ontvangen. Ook daarin schieten ouders soms tekort.

Als een kind passende zorg aan ouders kan geven, maar ook ontvangt, houdt het daar voor zichzelf baat en winst aan over in termen van het opbouwen van betrouwbaarheid en eigenwaarde. Het heeft in zijn identiteitsbesef kunnen opnemen dat het voor anderen van betekenis is geweest en kan zijn. Zo weet en voelt een kind zich ook gerechtigd zelf aanspraak te mogen maken op zorg en aandacht van anderen.

Als het geven en nemen in de relatie uit balans is geraakt, is een kind in feite onrecht aangedaan, wat ten koste kan gaan van de individuele ontplooiing. Een kind mist door de onbalans de vrijheid voor het aangaan van sociale contacten: het voelt of het geen recht heeft om anderen aan te spreken of aangesproken te worden. Het kind is niet in staat vertrouwen naar anderen op te bouwen, waardoor steeds meer wantrouwen ontstaat. Door het feit dat het altijd meer moet geven dan dat het terugkrijgt, kan een kind in feite zijn eigen ouders niet vertrouwen en als gevolg daarvan niemand vertrouwen. Er is dan soms sprake van parentificatie: een kind geeft zoveel aan zijn ouder dat hij een soort hulpouder wordt. Het is niet passend wat dat kind geeft. Als deze ouder vervolgens niet ziet dat het kind zoveel geeft, zal een kind niets terugkrijgen en vervolgens steeds meer gaan geven, in de hoop dan wel iets terug te krijgen. Het kind 'mag' de wereld niet in, omdat hij beschikbaar moet zijn voor deze ouder. Het kind betaalt een prijs. Omdat het niet gezien werd door de ouders, kan het zich ook niet laten zien aan derden. Het blijft immers loyaal aan zijn ouders en is ondertussen beschadigd in zijn vermogen om te vertrouwen. Uit angst en wantrouwen schuwt het de sociale omgang met leeftijdgenoten en volwassenen. De onbalans die ontstaan is zorgt veelal voor een negatief zelfbeeld, een gevoel van schuld en schaamte, dat kan leiden tot destructief gedrag: het sociaal faalangstige gedrag, dat meestal op school wordt gesignaleerd.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.