Geschreven door:

Kawtar

Datum ingestuurd:

6 maart 2005

Niveau:

groep 8

Woorden:

6090

Opvragingen:

12323 (61 deze maand)

Waardering:

3.5/5 (151 stemmen)

Inhoud
1. Geschiedenis India
2. Natuur & landschap
3. Bevolking
4. Hindoeïsme
5. Economie
6.Bronvermelding

1. Geschiedenis India

Koningen & vorsten

India en Pakistan waren vroeger samen één land, Indië. Bij het vertellen van de geschiedenis van dit land begin ik bij het jaar 320 na Christus.
Candragupta I
In 320 kwam Candragupta I aan de macht. Samen met zijn regering zorgde hij ervoor dat de letterkunde beter werd. In de regeerperiodes van Candragupta I en zijn opvolgers kwamen er meer hindoes bij en het aantal nieuwe boeddhisten nam dus af. Zijn zoon Samudragupta veroverde grote gebieden land. Daardoor had zijn opvolger Candragupta II bijna het hele noorden en oosten van Indië in handen. Maar in 470 viel het rijk uiteen, en veroverde de Witte Hunnen uit Perzië en Turkije het land.
Harsa
In het jaar 606 kwam Harsa aan de macht in het noorden, in het rijk van Thanesar. Na zijn dood in 647 viel dit rijk uiteen in verschillende kleine rijkjes.
Chola’s
De Pallawa’s waren aan de macht in bijna het hele zuiden. Rond 850 veroverde de Chola’s dat rijk en in 985 kwam Raja Raja I op de troon te zitten. Hij en zijn opvolger Kulottunga I zorgde ervoor dat de Chola’s ook de macht hadden tot in noorden van Ceylon, in Maleisië en in delen van Sumatra.
Mohammed Ghur
Islamieten uit Afghanistan vielen vanaf het begin van de 11de eeuw het noorden van Indië aan.
In 1192 werd de vorst van Delhi verslagen en het hele noorden werd veroverd door Mohammed Ghur. Na zijn dood werd hij opgevolgd door Qutbud-din. Qutbud-din was een slaaf geweest en tot aan de dood van Mohammed Ghur was hij generaal én de sultan van Delhi. In 1398 veroverde Timoer de Kreupele het gebied.

Het Brits-Indische Rijk

Europeanen
Nadat Vasco da Gama in 1498 de zeeweg naar Indië had ontdekt, kwamen de Europeanen steeds meer in contact met Indië. Eerst waren het de Portugezen die op verschillende plaatsen in het land aanwezig waren. Daarna kwamen ook de Nederlanders naar Indië toe, om net zoals de Portugezen op veel plaatsen te handelen. En ook de Engelsen en de Fransen kwamen in Indië.
Engeland & Frankrijk
De Engelse Oost-Indische Compagnie had vanaf 1624 veel macht in Indië. Engeland breidde zijn gebied steeds meer uit, dit gebeurde allemaal onder leiding van Lord Clive.
Na een belangrijke overwinning op gebieden in Bengalen die eerder door de Fransen waren veroverd dwong deze Clive de Fransen tot terugtrekking uit die gebieden. Toch werd bij de Vrede van Parijs in 1763 besloten dat Frankrijk zijn gebieden die door de Engelsen waren ‘afgepakt’ terugkreeg. Hier hadden de Fransen niet zoveel aan, want in 1770 werd de Franse Oost-Indische Compagnie opgeheven. En toen hadden de Engelsen dus toch hun zin.
Warren Hastings
De eerste gouverneur-generaal van deze gebieden (Pondicherry en Chandernagore) was Warren Hastings. Van 1773 tot aan 1785 breidde hij het gebied uit en hij organiseerde het bestuur. Zijn opvolgers gaven Engeland nog meer macht, door bijv. in 1849 het rijk van de Sikhs te veroveren. Maar met deze veroveringen was het volk niet zo blij. De mensen waren al zeker niet blij toen Lord Dalhousie ook nog eens grote veranderingen wilde invoeren. Deze Dalhousie was aan de macht van 1848 tot aan 1856.
Sepoy-opstand
Onder zijn opvolger, Canning, nam deze ontevredenheid van de bevolking toe. In Mirat (dichtbij Delhi) brak op 10 mei 1857 een opstand uit. Deze opstand noemen we de Sepoy-opstand. Deze werd veroorzaakt door Indiase soldaten(Sepoys). Zij werden gesteund door oude hindoevorsten en de familie van de vorst van het Mogolrijk. De Engelsen traden hard op tegen de opstandelingen. De regering in Groot-Brittannië riep Koningin Victoria in 1877 uit tot keizerin van Indië. In dat zelfde jaar werd ook de laatste vorst van het Mogolrijk (Bahadur Shah II) afgezet. Het Mogolrijk bestond nu definitief niet meer.
India National Congres
In de tweede helft van de 19de eeuw eisten vele Indiërs meer invloed op het bestuur van hun land. In 1885 werd het India National Congres opgericht, dat voor hindoes én voor moslims was. In 1906 richten de moslims in Indië hun eigen bijeenkomst op, de All India Muslim Leaugue (de Moslim Liga).
Dodelijke demonstratie
Tijdens de Eerste Wereldoorlog kreeg Groot-Brittannië veel steun van het Indisch rijk. Er werden soldaten en geld gestuurd. Indië deed dit omdat men hoopte zo na de oorlog onafhankelijk te kunnen zijn van de Britten. Maar toen de oorlog voorbij was bleef Indië bij Groot-Brittannië horen. Toen vele mensen op 13 april 1919 demonstreerden in Amritsar, werden er 379 demonstranten door de Britten zonder aanleiding gedood. Ook vielen er meer dan 1200 gewonden.

Mohandas Gandhi

Mohandas Karamchand Gandhi
Mohandas Karamchand Gandhi werd geboren op 2 oktober 1869 in Porbandar, aan de westkust van het land wat nu India is. Zijn vader was diwan, dat betekent eerste minister van een klein vorstendom. De moeder van Gandhi was een zeer gelovige hindoe, die elke dag naar de hindoetempel ging. Gandhi en zijn familie hoorde bij de Vaisya’s (zie 5.2 Kastensysteem).
Kasturba
Gandhi werd op zijn 13de uitgehuwd aan Kasturba, de dochter van een zakenman in
Porbandar. Gandhi’s ouders hadden niet om zijn mening gevraagd. Het was in Indië in die tijd gebruikelijk dat de bruid en de bruidegom elkaar niet ontmoeten voor de bruiloft. Later zei Gandhi ooit dat hij kinderhuwelijken afschuwelijk vond. Toch hielden Mohandas en Kasturba veel van elkaar. Hun huwelijk duurde dan ook maarliefst 62 jaar. Ook kregen ze vier kinderen: Harilal(1888), Manilal(1892), Ramdas(1897) en Devadas(1900).
Studeren
Gandhi wilde heel graag in Engeland gaan studeren, maar zijn familie en kaste waren het hier niet mee eens. Toen hij zijn moeder had beloofd geen vlees te eten en geen wijn te drinken, mocht Mohandas toch gaan.
In 1888 vertrok Mohandas Gandhi per schip naar Engeland om daar rechten te gaan studeren. Op dat moment was hij 19 jaar, en net vader geworden van Harilal. Gandhi miste zijn vrouw en kindje heel erg, en ook aan de Engelse gewoontes en gebruiken kon hij maar moeilijk wennen. Bovendien was het lastig om contact maken met medestudenten, want hij had zijn moeder beloofd geen vlees te eten en geen wijn te drinken.
In juni 1891 slaagde Gandhi voor zijn examens voor de Inner Temple Inn, het gerechtshof in Londen, en hij was nu advocaat. Hij was 22 jaar en had 2 jaar en 8 maanden in Engeland doorgebracht. Hij had Frans, Latijn, natuurkunde, algemeen en Romeins recht gestudeerd.
Terug in Indië
Toen Mohandas weer terug kwam in Indië, hoorde hij dat zijn moeder was overleden. Men had dit niet eerder aan Mohandas willen vertellen, omdat hij dan misschien zijn studie niet af zou maken.
Gandhi was slechts 2 jaar advocaat. Hij moest natuurlijk kantoorwerk doen, maar buiten dat kreeg hij slechts één eenvoudige zaak waarin hij het echte advocatenwerk kon doen. En toen die ene eenvoudige zaak ook nog eens helemaal mislukte, had Mohandas er helemaal genoeg van.
Kort hierna kreeg hij een aanbod om voor een jaar voor een rijke zakenman in Zuid-Afrika te werken. De opdracht zou niet langer dan één jaar duren, toch bleef Gandhi 21 jaar in Zuid-Afrika.
Zuid-Afrika
In Zuid-Afrika begon hij met het strijden voor de mensenrechten. Gandhi merkte dat de blanken de Indiërs die in Zuid-Afrika woonden niet graag hadden en dat ze zelfs vernederden. Omdat Gandhi hier wat tegen wou doen werd hij de leider van de Indiase gemeenschap in Zuid-Afrika.
Weer terug in Indië
In 1915 ging Gandhi met zijn vrouw en kinderen weer terug naar Indië. Op dat moment was hij 45 jaar. In Indië had men al veel gehoord over Mohandas Gandhi. Een aantal Indiërs hadden een politieke partij opgericht, die onafhankelijk wilden zijn van de Engelsen. Zij hoopten dat Gandhi zich bij hen aan zou sluiten.
Gandhi besloot om zich voorlopig toch maar niet met de politiek te bemoeien.
Hij was 21 jaar niet in Indië geweest, en wou eerst de mensen het land beter leren kennen.
Gandhi begint zich te verzetten
Toen na de Eerste Wereldoorlog de Indiërs nog steeds niet zelf het land mocht besturen, ging Gandhi zich dan toch verzetten tegen de Engelsen. In 1920 begon Gandhi met een campagne voor zelfbestuur(svaraj). Hoewel Gandhi alles zonder geweld wou doen, kwam er toch geweld aan te pas. Hij werd veroordeeld tot 6 jaar gevangenisstraf, maar omdat zijn gezondheid zo slecht was werd hij in 1924 al vrijgelaten.
Gandhi in de gevangenis
In 1930 werd Gandhi door Jawaharlal Nehru (voorzitter van het India National Congres) aangesteld tot leider van een nieuwe campagne tegen de Britten. In 1931 nam Gandhi namens het Congres deel aan een rondetafelconferentie in Londen over de toekomst van zijn land.
In 1932 werd Gandhi weer gevangen genomen. Nu gebruikte hij als actie een hongerstaking.
In 1943 werd Gandhi opnieuw aangehouden, samen met een paar vrienden en congresleiders. Dit keer werd hij gearresteerd omdat hij en de rest van het Congres de actie ,,Verlaat India” waren begonnen. Dat moment was het begin van veel geweld door de Indiërs.

De dood van zijn vriend en zijn vrouw
Vier dagen na de arrestatie van Mohandas, overleed zijn vriend en secretaris, Mahadev Desai. Een paar maanden later werd zijn vrouw Kasturba ernstig ziek. Zij stief in de armen van Gandhi. Zes weken na haar dood werd Gandhi vrijgelaten. Hij was erg ziek, maar de onderkoning vreesde voor meer geweld als hij in de gevangenis zou sterven. De nieren en het hart van Gandhi waren erg beschadigd, maar Gandhi bleef doorvechten voor een onafhankelijke staat (zie 1.5).
De dood van Mohandas Karamchand Gandhi
Op 10 januari 1948 ging Mohandas zoals elke dag weer naar zijn tuin toe om er te bidden. Er waren toen zo’n 200 tot 300 mensen. Toen hij zijn handen vouwde om te bidden, trok een man een revolver en vuurde een paar schoten af. Gandhi zei nog ,,Hey Rama”, wat ,,O God” betekent.
Hij bleef een paar seconden staan, terwijl het bloed door zijn witte kleren drong. Tenslotte viel hij dood neer. Mohandas had al gedacht dat hij dood zou gaan door vermoord te worden.
De moordenaar was een fanatieke hindoe, die het niet met hem eens was hoe hij de moslims behandelde. Gandhi werd 78 jaar.

Onafhankelijkheid

Indië wordt verdeeld in India en Pakistan
Na de oorlog kwamen de Britten erachter dat zij Indië niet meer als kolonië konden behouden. Het lukte niet om van heel Indië een onafhankelijke staat te maken, want de moslims in Indië wilden hun eigen land. Na heel veel gesprekken wist Lord Mountbatten Indië in twee landen te verdelen, India voor de hindoes en Pakistan voor de moslims. Op 15 augustus 1947 kwam er een einde aan het Brits-Indische Rijk (Indian Independense Act).
Verhuizen
Minister-president van India werd de Congresleider Nehru. En op 26 januari 1950 werd in New Delhi de republiek uitgeroepen. Wel was er een probleem, veel moslims verhuisden van India naar Pakistan en veel hindoes verhuisden van Pakistan naar India. Miljoenen mensen die verhuisden botsen op elkaar en er werden in India en Pakistan ong. een half miljoen doden geteld.
Kasjmir
Ook Kasjmir zorgde voor problemen, in 1948 ontstond er om dit gebied een oorlog tussen India en Pakistan. Dit kwam omdat Pakistan militair had ingegrepen, om Kasjmir bij Pakistan te laten horen. Tot op dit moment is de ruzie tussen India en Pakistan om Kasjmir nog steeds niet helemaal opgelost.

3. Natuur & landschap

Landschap

India kan je verdelen in drie hoofdgebieden: de Himalaja, de noordelijke vlakte en het schiereiland.
De Himalaja
In Noord–India vind je Himalaja. De hoogste bergtop van India is de Nanda Devi, 7816 meter hoog.
De noordelijke vlakte
Ten zuiden van de Himalaja ligt de noordelijke vlakte, die ong. 320 kilometer breed is. Er stromen drie grote rivieren door het gebied: de Ganges, de Indus en de Brahmaputra. Dit zijn alledrie gletsjerrivieren. Deze rivieren leveren water voor de bevloeiing van het landschap en zorgen elk jaar voor een sliblaag. Door die sliblaag is het gebied een erg vruchtbaar landbouwgebied.
Het schiereiland
Het Plateau van Deccan is het belangrijkste deel van het Indiase schiereiland. Een schiereiland is een stuk land dat maar met een kant aan een ander stuk land grenst. Het grenst dus aan drie kanten aan zee. Ten noorden van het plateau zorgen de lage Vindhyabergen voor een grens tussen het schiereiland en de noordelijke vlakte.
De grootste rivieren van het schiereiland zijn Godavari, Cauvery en Krishna. Zij stromen in de richting van de Golf van Bengalen. Deze rivieren zijn regenrivieren, en dat betekent dat de hoeveelheid water van de rivieren vaak verandert. Sommige rivieren zijn in de regentijd (zie 3.2) meer dan een kilometer breed, maar in de rest van het jaar zijn zij slechts een paar meters breed.

Klimaat

Het koude jaargetijde
In januari en februari valt het koude jaargetijde, dit betekent: droog, zonnig en fris weer. Er is meestal een zwakke wind en alleen in het noorden van het noorden valt een beetje neerslag.
Het hete seizoen
Het hete seizoen begint vanaf maart en duurt tot ong. midden juni. In het centrum van India is de gemiddelde temperatuur in de maand mei ong. 35 graden Celsius. In het zuiden van het land is het wat minder heet, dit komt doordat daar sterkere wind waait. Door die sterkere wind kan er daar ook wat regen vallen.
Het koude jaargetijde en het hete seizoen horen allebei bij de noordoostmoesson.
De regentijd
De regentijd begint aan de westkust rond begin juni. Hoe meer je landinwaarts gaat, hoe later de regentijd begint. In het noordwesten begint de regentijd rond begin juli. Vooral langs de westkust verandert er veel in de regentijd. De wind wordt krachtig en een week lang regent het zwaar. Dit zware regenen noemt men burst of the monsoon. Daarna komen er ook opklaringen voor.
De terugtrekkende moesson
Het laatste seizoen van het jaar is de terugtrekkende moesson. Dit seizoen begint tussen half september en eind oktober. Het eerst is de terugtrekkende moesson er in het noorden en noordwesten, het laatst in het zuiden en de Bengalen.
In het begin van deze periode stijgt de temperatuur nog wel eens, maar dit duurt niet lang. De temperaturen dalen tot het volgende koude jaargetijde begint.
De regentijd en de terugtrekkende moesson noemen we samen de zuidwestmoesson.
Neerslag
De hoeveelheid neerslag die in een jaar valt, verschilt van jaar tot jaar. De neerslag wordt voor een deel veroorzaakt door tropische cyclonen. Een cycloon is een orkaan die windkracht 12 bereikt. Gemiddeld komen er 10 cyclonen per jaar voor in India.

Flora en fauna

Flora
Tropische regenwouden komen voor tussen 450 meter hoogte en 1350 meter hoogte op de West – Ghats ten zuiden van Mumbai, en in Assam tot op een hoogte van 900 meter. Op punten waar regenvallen dalen tot minder dan 3000 mm gaan de tropische regenwouden over in droge tropische wouden. Men haalt bijv. Teakhout uit droog tropisch regenwoud. Tussen 1050 meter en 1500 meter in het zuiden van India maakt regenwoud plaats voor gematigd nat bos.
In de Himalaja is er een verschil tussen het nattere oosten en het drogere westen. In het oosten is er nat heuvelbos met altijdgroene eikenbomen en kastanjebomen. In het westen staan subtropische pijnbomen, en hoe hoger je komt hoe meer soorten coniferen je tegen zult komen. In de hete woestijngebieden van het land kunnen sommige sterke, droogtebestendige struiken en kleinere planten groeien.

Fauna
India heeft een grote dierenwereld, dit komt omdat het land vele verschillende klimaten en landschappen heeft.
Wilde dieren uit India zijn o.a.: de Indische olifant, de Indische neushoorn, de tijger, de panter, vele hertensoorten, de gaur (een wild rund), een paar antilopen (de nylgau, de Indische antilope en het vierhoornantilope), een aantal apen en nog veel meer wilde dieren. In de bergen komen wilde geitensoorten en schapensoorten voor. In India leven veel verschillende vogels, vooral hoendervogels. Ook zijn er veel reptielen, bijvoorbeeld gifslangen. Per jaar gaan er een heel aantal mensen dood aan de beten van deze slangen. de gaur de nylgau

4. Bevolking

Inwoners

India heeft meer dan 1 miljard inwoners, en de oppervlakte van het land is meer dan 3 miljoen vierkante kilometer. De bevolkingsdichtheid is ong. 330 personen per vierkante kilometer. De bevolkingsgroei per jaar is ong. 1,5%.
Van de 1 miljard Indiërs woont 28% in steden, 72% woont dus op het platteland.
Mannen hebben een levensverwachting van 62,5 jaar, vrouwen hebben een levensverwachting van 64 jaar.
Het kindersterftecijfer is 61 per 1000 levend geborenen.
STAD AANTAL INWONERS (ONG.)
Mumbai (vroeger: Bombay) 15 miljoen inwoners
Calcutta 12 miljoen inwoners
Delhi (New Delhi + Old Delhi) 11 miljoen inwoners
Chennai (Madras) 6 miljoen inwoners
Bangalore 6 miljoen inwoners
Hyderabad 5 miljoen inwoners
Ahmadabad 3 miljoen inwoners
Overzicht van de belangrijkste Indiase steden.

Scholen

In 1998 was meer dan 40% van de bevolking analfabeet(=niet kunnen lezen en schrijven).
Van de 105 miljoen kinderen tussen de 6 en de 10 jaar gaan er 35 miljoen niet naar school. Dit komt omdat sommige kinderen, die oud genoeg zijn om naar school te gaan, het al veel te druk hebben met werken. Toch is kinderarbeid ook in India verboden.
Ook is het onderwijs voor kinderen uit lagere kasten minder toegankelijk dan kinderen uit hogere kasten.
Van alle Indiase meisjes maakt meer dan de helft de lagere school niet af. Ouders vinden namelijk vaak dat het niet nodig is dat hun dochters naar school gaan. Volgens veel Indiërs zijn vrouwen er alleen om te trouwen, kinderen te krijgen en het huishouden te doen.

Kinderarbeid

Kinderarbeid is in bijna alle landen van de wereld verboden, ook in India. Toch moeten elke dag vele kinderen tapijten knopen, gebruikte accu’s uit elkaar halen, kleerhangers maken, enz. Vaak moeten kinderen dit werk doen, omdat hun ouders het kind verkopen om als slaaf te gaan werken. De ouders hebben dan dingen gekocht die zij niet kunnen afbetalen, en ze moeten dan aan geld komen. Soms is het zelfs zo, dat een kind dat door actievoerders bevrijd is uit de slavernij, een half jaar later alweer door de ouders wordt verkocht.
Je zou zeggen dat kinderarbeid wel aan te pakken is, maar in een land als India is dit moeilijk te controleren. Europeanen en Amerikanen komen niet zomaar binnen in bijv. een Indiase tapijtweverij. En als dat dan lukt, zien ze geen kinderen die werken. De fabrikanten hebben de kinderen dan opdracht gegeven zich te verstoppen, want ook de fabrikanten weten dat kinderarbeid verboden is. De enige kinderen die je misschien zult zien, zijn kinderen die familie zijn van de fabrikant.
Volgens de wet mogen zij meewerken in het bedrijf van hun familielid, als het maar buiten de schooluren gebeurt. En in India bestaan geen vaste schooluren, dus ook dit is moeilijk te controleren.

Taal

In India worden 850 talen en dialecten gesproken, waarvan sommige talen of dialecten zelfs hun eigen schrift hebben. Je kunt de talen in drie groepen verdelen:
1. de talen van de autochtone volken.
2. de Dravidische talen. Deze komen voor in het zuiden.
3. de Arische talen. Deze komen voor in het noorden.
Het Hindi wordt door 40% van de bevolking gesproken of begrepen. Dit betekent dat deze taal van alle moderne Indische talen het meest gesproken wordt.
Hier volgt een overzicht van talen gesproken door de Indiase bevolking:
Taal Gesproken door:
Hindi 40% van de bevolking
Telugu 8% van de bevolking
Bengali de inwoners van Calcutta en regio
8% van de bevolking
Marathi de inwoners van Mumbai en Maharashtra
7% van de bevolking
Urdu de islamieten in Noord-India
Punjabi de Sikhs
Assami de inwoners van Assam
Oriya de inwoners van Orissa
Gujarati de inwoners van Gujarat
Kashmiri de inwoners van Kashmir
Sanskriet (heilige taal van de hindoes) een paar duizend mensen

4.5 Godsdiensten

Dit zijn de belangrijkste godsdiensten die voorkomen in India:

- Hindoeïsme. Van de Indiase bevolking is 82 procent hindoe. Brahma, Sjiva en Visnu zijn de belangrijkste goden van het Hindoeïsme, zij zitten allemaal in het Brahman. De heilige taal van de hindoes is het Sanskriet. Hindoes geloven in reïncarnatie, wat wedergeboorte betekent. Zij denken dat na hun dood hun ziel (atman) in een nieuw lichaam terugkeert op aarde. Zie hoofdstuk 5, Hindoeïsme.
- Islam. Van alle Indiërs is 12 procent moslim. Moslims geloven in een God, Allah. De stichter van de islam is Mohammed. Zijn boodschap staat in de koran, het heilige boek van de moslims. De islam heeft 5 belangrijke plichten:
1. De shahada (geloofsbelijdenis). Dit houdt in dat je moet uitspreken dat er één God is en dat Mohammed zijn boodschapper is.
2. Salaat (bidden). Moslims moeten vijf maal per dag bidden.
3. Zakaat (liefdadigheid). Dit betekent dat moslims verplicht zijn een deel van hun geld af te staan mensen die dat nodig hebben.
4. Saum (vasten). In de maand die ramadan heet moeten moslims vasten zolang het licht is. Dat betekent dat zij overdag niet mogen eten en drinken.
5. Hadj (bedevaart). Eens in je leven moet je Mekka bezoeken. Daar staat de Ka’ba, wat volgens moslims het eerste gebedshuis op aarde is.

- Christendom. Iets meer dan 2 procent van de bevolking is Christen. Er is één God, in drie personen: de Vader, de Zoon en de Geest. Jezus Christus (de Zoon) is de stichter van het christendom, en zijn apostelen hebben het geloof verder verspreid. Het heilige boek van de Christenen is de bijbel, die bestaat uit het Oude Testament en het Nieuwe Testament.
- Sikh. Ongeveer 2 procent van de Indiërs is Sikhs. Zij hebben één God, SAT NAM. Sikhs geloven net zoals hindoes in reïncarnatie. Wel vinden zij dat alle mensen gelijk zijn en zij hebben dus bijv. geen kastensysteem (zie 5.2).
- Boeddhisme. Iets minder dan 1 procent van de bevolking is boeddhist. Boeddhisten geloven ook in reïncarnatie, maar hebben ook geen kastensysteem. De stichter van het boeddhisme is Siddharta Gautama Boeddha. Toen Siddharta nog een kind was, mocht hij van zijn vader niet naar buiten gaan, want anders zou hij de ellende van het leven zien. Op zijn 18de gaat Siddharta voor de eerste keer naar buiten. Hij ziet de ellende: ziekte, armoede en dood. Hij vraagt zich af waarom mensen leven. Siddharta gaat nadenken over het leven en ook gaat hij mediteren. Dan ziet hij het licht. Dat noemt met de verlichting. Vanaf dat moment wordt Siddharta ook wel Boeddha genoemd. De rest van zijn leven is Boeddha een leermeester en leert hij zijn leerlingen de vier waarheden. De vier waarheden zijn:
1. Leven is lijden.
2. Het lijden onstaat door het verlangen naar de aarde.
3. Daarom moet men dat verlangen vernietigen.
4. Dit moet worden gedaan met behulp van het 8-voudige pad.
Uiteindelijk is het doel de verlichting te zien en te worden verlost uit het ‘rad der wedergeboorten’.

5. Hindoeïsme

Rituelen bij geboorte

Een hindoe baby krijgt niet land na de geboorte een beetje honing en boter (ghi) op zijn tong. In het oor van de baby worden heilige spreuken (mantra’s) gefluisterd door de vader. Een voorbeeld van zo’n mantra is: Moge God, de schepper van alle dingen, je wijsheid geven.
Daarna wordt het kind weer aan de moeder gegeven voor de eerste borstvoeding.
Een paar maanden na de geboorte wordt het hoofd van de baby kaalgeschoren. Dit wordt mundan genoemd. De baby wordt ook gewassen en er worden gebeden uitgesproken over de toekomst van het kind. Bij hindoes worden bij veel belangrijke momenten in hun leven de haren afgeschoren.
Bij de geboorte van een hindoe baby (of iets later), worden er zwarte strepen onder de ogen en oren getekend. Dit gebeurt met een kajal. Hindoes doen dit om boze geesten af te schrikken.
Hindoes hebben meerdere goden, en kinderen krijgen dan ook vaak namen van die goden. Ze krijgen niet alleen een voornaam, maar ook een geheime naam. Die heet rashi ka nam.
De tijd van de geboorte bepaalt de zogenaamde dierenriem. Er zijn 27 dierenriemen, en aan de hand daarvan wordt de geheime naam bepaalt. Deze wordt alleen gebruikt bij speciale gelegenheden van het geloof.

Kastensysteem

De Hindoes in India hebben een kastensysteem. Mensen uit hogere kasten hebben meer rechten en aanzien dan de mensen van lagere kasten. Als je in een bepaalde kaste wordt geboren, zul je ook altijd in die kaste blijven. Je kunt ook niet trouwen met iemand uit een andere kaste.
De plichten die je moet nakomen, hangen af van je plaats in het kastensysteem. Dit wordt ook wel Dharma genoemd.
Alle kasten zijn weer onderverdeeld in subkasten. Dit zijn de kasten in volgorde van hoog naar laag:

- de Brahmanen (priesters).
- de Ksatriya’s (soldaten en bestuurders). Deze kaste heeft het voor het zeggen.
- de Vaisya’s (handelaren).
- de Sudra’s (boeren). De meeste mensen horen bij deze kaste.
- de Paria’s(onaanraakbare). Deze groep mag alleen vies werk doen. Het gaat zelfs zover dat als iemand van een hogere kaste iemand van deze kaste aanraakt hij zichzelf direct moet wassen.

Al in 1947 werd het kastensysteem onwettig verklaard, maar in de praktijk lijkt het wel of hier nooit sprake van is geweest. Voor de meeste Hindoes is het kastensysteem nog steeds erg belangrijk.
De andere godsdiensten in India vinden het kastensysteem niet zo belangrijk.

Goden

Hindoes hebben eigenlijk een oppergod, Brahman. Hij zit in allerlei goden, en Brahma, Vishnu en Shiva zijn de belangrijkste goden. Hindoes bidden niet tot hun goden, maar vereren de goden. Zij vereren wel honderden goden, die allerlei kanten van Brahman laten zien.
Brahma
Brahma is de schepper van het heelal. Je kunt hem vaak herkennen aan zijn vier hoofden (die naar de vier windrichtingen wijzen), of aan zijn vier handen. Brahma rijdt op zwanen of zit op een heilige lotusbloem. Zijn vrouw Saraswati is de godin van de kunst en het onderwijs.
Vishnu
Vishnu is de beschermer van het heelal. Hij wordt vaak afgebeeld op een adelaar, of al hij zit te slapen op een reuzenslang. Zijn vrouw Lakshmi is de godin van de schoonheid en de rijkdom.

Shiva
Shiva is de vernietiger van het kwaad in het heelal. Hij heeft op plaatjes vaak een drietand vast. Op zijn voorhoofd draagt hij het derde oog van de kennis. Shiva rijdt op Nandi, een grote stier. De godin Parvati is de vrouw van Shiva.

Ganeshafeest

Het hindoeïsme kent heel veel feesten. Het Ganeshafeest spreekt mij het meest aan, en daar zal ik iets over gaan vertellen.
In september van het jaar vieren de hindoes in Mumbai het Ganeshafeest. Bij dit feest kopen veel hindoes een beeldje van Ganesha.
Ganesha
Ganesha is de god van de wijsheid. Hij heeft een olifantenkop, en waarom dat hij een olifantenkop heeft ga ik nu vertellen.
Volgens de mythe ging Parvati een bad nemen en zei tegen Ganesha dat er niemand binnen mocht komen. Ganesha deed wat Parvati zei, en dus mocht Shiva van hem niet naar binnen. Ganesha wist niet dat Shiva de man was van Parvati, en Shiva onthoofde Ganesha met zijn drietand. Toen Parvati dit hoorde, was zij heel erg verdrietig. Shiva gaf iemand de opdracht een dierenkop uit het oerwoud te halen. De kop die het eerste werd gevonden, zou voor Ganesha zijn. Zo komt Ganesha aan zijn olifantenkop.

Kleibeeldjes
In september zijn op veel plaatsen in de stad Mumbai kleibeeldjes van Ganesha te koop. Alle beeldjes verdienen evenveel respect. Ook al is het beeldje eigendom van iemand uit een hogere kaste, of van iemand uit een lagere kaste, dit maakt geen verschil uit. Hindoes kopen zo’n beeldje van Ganesha om hem te eren.
Als er een kleibeeldje van Ganesha is gekocht, wordt er iets gedaan waardoor de ziel van de god Ganesha in het beeldje komt. Sommige mensen gaan naar een tempel voor het eren van Ganesha, andere doen het thuis.
Optocht
Als het Ganeshafeest is, trekken er ook altijd optochten met beelden van de goden door de Indiase dorpen en steden. De winkels sluiten er soms zelfs een week hun deuren voor. Zo belangrijk is het Ganeshafeest dus.

Het feest
Tijdens het Ganeshafeest wordt er echt van alles georganiseerd. Je kunt naar lezingen over het Hindoeïsme gaan, je kunt naar een concert of een musical gaan, en nog veel meer.
Aan het einde van het Ganeshafeest neemt iedereen afscheid van zijn of haar beeldje. Men hoopt dan het beeldje volgend jaar weer terug te zien. Dan gaan de beeldjes in zee. Later op de avond gaan ook de grote beelden van de optochten de zee in.
Andere feesten
- Pongal. Pongal is een oogstfeest. Er wordt rijst met melk en suiker gekookt en de zonnegod Surya wordt vereerd.
- Teej. Teej is het feest waarbij het begin van de regentijd wordt gevierd. De godin Parvati wordt extra vereerd tijdens dit feest.
- Shivaratri. Tijdens Shivaratri wordt de god Shiva vereerd. Sommige hindoes vereren een hele nacht een symbool van deze god.
- Holi. Met Holi wordt gevierd dat de winter voorbij is en dat het voorjaar gaat beginnen.
- Dussehra. Op veel plaatsen in het land worden met Dussehra kleibeeldjes van de godin Durga in het water gegooid. Schoolboeken, computers en auto’s worden gezegend tijdens dit feest.
- Divali. Divali is het feest van het nieuwjaar. Huizen worden goed gepoetst, iedereen geeft elkaar cadeautjes en er worden nieuwe kleren gekocht. Ook worden veel lichtjes ontstoken, om de godin Lakshimi te eren.
Sommige feesten worden alleen gevierd door een bepaalde stad of streek, andere feesten worden in het hele land gevierd.

Rituelen bij de dood

Samara
Hindoes geloven in reïncarnatie, wat wedergeboorte betekent. Zij denken dat elk mens een ziel heeft, het atman.
Het atman keert na de dood terug op aarde, en wordt herboren in een nieuw lichaam. Voor hindoes is de dood niet het einde, maar een nieuw begin. Geboorte en dood volgen elkaar steeds op bij reïncarnatie. Dit wordt Samara genoemd.
Karma
Als je dood bent kun je herboren worden als mens of als dier. Het ligt eraan hoe goed je geleefd hebt. Heb je slecht geleefd? Dan krijg je niet zo’n rijk en gelukkig leven dan wanneer je goed geleefd zou hebben. Als je heel slecht geleefd hebt kun je als dier worden herboren.
Dit herboren worden in een lagere of hogere kaste wordt Karma genoemd.
Moksha
Hindoes hopen dat het atman ooit bevrijd wordt van het leven op aarde. Wil je het atman bevrijden, dan zul je je aan de godsdienstige plichten moeten houden. Doe je dat, dan kan het atman moksha bereiken. Je keert dan niet meer terug op aarde, maar je bereikt de ‘eeuwige gelukzaligheid’.
Cremeren
Wanneer een hindoe sterft, wordt hij niet lang daarna gewassen door de familie. Er worden dan heilige spreuken (mantra’s) uitgesproken door de priester (pandit). Hindoes begraven hun doden bijna nooit. Je kunt de dode beter cremeren, want de geest kan dan zo snel mogelijk weg en komt zo sneller terug op aarde. De familie legt voor de crematie bloemen en vijf deegballetjes in de kist.
De vijf deegballetjes bestaan uit: rijstmeel, honing, melk, sesamzaad en suiker. Hindoes hebben ook vijf oerelementen: water, vuur, lucht, ether en aarde. Voor dat de crematie begint wordt de kist vijf keer op de grond gezet, dit om de aarde te bedanken dat de overledene er op rond heeft mogen lopen.
Bij de crematie van doden bij hindoes gaat de familie naar de oven tot er alleen nog maar as over is. In India wordt er gewoon op straat gecremeerd. De as wordt vaak in de heilige rivier de Ganges gegooid.

6. Economie

Algemeen

Inflatie
De inflatie (stijgen van prijzen van producten) was vanaf 1985 tot aan 1995 hoog, bijna 10%. In 1996 was de inflatie al teruggebracht tot 8,5%. En in 2002 was de inflatie nog maar 5,4%.
Economische groei
In 1994 was het nationaal inkomen per hoofd van de bevolking $310.
In 1998 steeg de Indiase economie met 6% en in 2002 steeg die ook met 6%. Tussen 1988 en 1989 steeg de economie nog meer dan 10%. Dit is een teken dat de Indiase economie niet erg stabiel is. Zie het kaartje met de Indiase en Pakistaanse groei van de economie. Toch is de economie van India een van de snelst groeiende economieën ter wereld.
Werkloosheid
Hoe hoog de werkloosheid in India is, is moeilijk te zeggen. Wat men denkt is, dat ong. een derde van de bevolking gedeeltelijk of geheel werkloos is. Officiël was de werkloosheid in 2002 8,8%.
Doordat er ieder jaar vele miljoenen mensen meer bij de beroepsbevolking komen, lijkt het erop dat het werkloosheidsprobleem alleen maar toe gaat nemen.
Banken
De centrale bank van India is de Reserve Bank of India. Deze bank is opgericht in 1934 en in 1949 werd dit de nationale bank van India. Voor bedrijven is ook de State Bank of India een belangrijke bank in het land.

Landbouw

Algemeen
In India is veel landbouw. Ongeveer 75% van de bevolking woont op het platteland. Van de beroepsbevolking werkt ruim 65% in de landbouw. De landbouwgrond wordt voor meer dan 80% gebruikt voor het verbouwen van voedselgranen, bijv. voor rijst of tarwe.
Oogstseizoenen
India heeft twee oogstseizoenen, de kharif en de rabi. De kharif is de oogstperiode vlak na de natte, hete zomer. Er wordt dan vooral rijst, katoen en gierstsoorten geoogst. De rabi is de oogstperiode valk na de koele winter. Er worden dan vooral tarwe, bonen en aardappelen geoogst. Rijst wordt vooral verbouwd in het nattere deel van India.

Plantageproducten
De belangrijkste producten die worden geëxporteerd zijn katoen, jute (zie 6.4) en thee. Koffie, suiker, specerijen, noten, tabak en rubber worden vooral verkocht in het land zelf. Thee, koffie, tabak, specerijen en rubber worden op plantages verbouwd.
Bosbouw
Ongeveer 20% van het grondgebied van India is bos. Sandelhout en teakhout zijn de belangrijkste producten.
Visserij
Ongeveerd 80% van de vissen worden gevangen aan de westkust.

Mijnbouw & Energievoorziening

Mijnbouw
India heeft een van de grootste ijzerertsreserves van de wereld. Er is steenkool, koper, goud, uranium, aardolie en nog veel meer te vinden in het land. Maar niet alle aardolie die India nodig heeft, wordt uit het eigen land gehaald. Een groot deel moet nog geïmporteerd worden uit het buitenland.
Energievoorziening
De energievoorziening is altijd al een groot probleem geweest in India. Op het platteland is er nog lang niet overal elektriciteit. Steenkool is er wel genoeg in India, en het is dan ook de belangrijkste energiebron van het land. De reserves van steenkool zijn ong. 200 miljard ton.
Waterkrachtcentrales
De waterkrachtcentrales zijn niet zo belangrijk, dit komt omdat er steeds verschillen zijn in de hoeveelheid regen die naar beneden valt. De grootste waterkrachtcentrale is de Nagarjunasagardam in de rivier de Krishna. Deze waterkrachtcentrale is 1450 meter lang.

Kernenergie
India bezat in 1990 vier kerncentrales, en de kernenergie is ook geen probleem voor India. Landen uit het westen willen zich ook helemaal niet bemoeien met de Indiase kernenergie, omdat India al eens atoombommen heeft getest (zie 2.5).

Industrie & Handel

Industriegebieden
Het grootste industriegebied van het land ligt in de buurt van Mumbai. Daar is katoenindustrie, chemische industrie, elektronische industrie, automobiel industrie en plasticindustrie. In Poona vind je vooral machinefabrieken, in Ahmedabad in Gujarat vind je textielindustrie.
Het op een na grootste industriegebied van India vind je rond Calcutta. Daar is veel jute-industrie (zie foto). Ook vind je rondom Calcutta metaalverwerkende industrie, papierindustrie, chemische industrie en farmaceutische industrie.
Farmaceutische industrie is industrie waarbij producten gemaakt worden die je in de apotheek kunt krijgen, dat zijn dus meestal medicijnen.
Nog een belangrijk industriegebied in India is het gebied wat ligt in de omgeving van Bangalore. Hier tref je elektrotechniek, vliegtuigbouw, staalindustrie, textiel, aardolieraffinaderijen en leerindustrie aan. Hier volgt nog een tabel met steden waar belangrijke industrie is.

Stad Industrie
Vishakapatman scheepsbouw
Hyderabad machinefabrieken
Benares textiel en locomotieven
Bhopal elektronindustrie en chemische industrie
Kanpur leer en textiel
Punjab Ludhiana rijwielen, sportartikelen en textiel
Jullundur rijwielen, sportartikelen en textiel
Amiritar rijwielen, sportartikelen en textiel

Filmindustrie
De filmindustrie is in het land ook heel zeker belangrijk, denk maar aan Bollywood in Mumbai. India is een van de grootste filmproducenten van de wereld.
Import
India importeert vooral machines, ijzer, staal, aardolieproducten, katoen, chemicaliën, kunstmest, voedselgranen en rijst. Deze producten kopen zij dan vooral van de volgende landen: de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Duitsland, Iran, Saoedi-Arabië en Japan.

Export
India exporteert vooral edelstenen, kunstwerken, sieraden, textielproducten, katoen, jute, thee, ijzererts, huiden en vellen, verse vruchten, noten en suiker. De belangrijkste landen die deze producten kopen zijn: de Verenigde Staten, Japan, Groot-Brittannië, Hongkong, de Verenigde Arabische Emiraten en de Benelux.

Verkeer & vervoer

Infrastructuur
India heeft niet bepaald een goede infrastructuur. Infrastructuur wil zeggen: wegen, vliegvelden, pijpleidingen, waterwegen, spoorlijnen enz. Sommige dorpjes zijn met de trein of met de auto helemaal niet te bereiken. De snelwegen zijn ook al niet zo best.

Spoorwegennet
Het spoorwegennet van India is met 62.500 km lengte het langste van Azië. De spoorwegen zijn goed voor de werkgelegenheid in het land, want 1,5 miljoen mensen werken bij de spoorwegen.
Per dag reizen er 12 miljoen mensen met de trein of metro.

Scheepvaart
India heeft de grootste scheepvaart van alle ontwikkelingslanden, en in het land zijn 12 grote havens. Die 12 grote havens horen allemaal bij Port Trust of India.

Luchtvervoer
Voor het luchtvervoer wordt gezorgd door Air India en Indian Airlines. Air India zorgt voor de buitenlandse vluchten, Indian Airlines zorgt voor de binnenlandse vluchten en voor vluchten naar de buurlanden.

Vliegvelden
India heeft 6 internationale vliegvelden, en enkele honderden andere vliegvelden. De belangrijkste luchthavens zijn Palam (New Delhi), Santa Cruz (Mumbai), Dum-Dum (Kolkata) en Meenambakkam (Madras). In Bangalore is er pas heel even een internationaal vliegveld. In Hyderabad, Agra en Goa zijn er ook plannen voor een nieuwe luchthaven.
Meer dan de helft van de reizigers met het vliegtuig gebruiken de vliegvelden in New Delhi en Mumbai.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons dan weten.

zoeken



..en regels zijn regels. En daar wordt Esmee soms helemaal niet goed van.

help mee!

Zonder jouw bijdrage kan Scholieren.com niet bestaan. Help andere scholieren door je eigen samenvattingen en ander huiswerk op te sturen.

a d v e r t e n t i e

geef je mening: Mobiele kosten

Weet jij hoeveel je per maand aan je mobiel uitgeeft?



» resultaten poll