geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

ff n studiebreak

Annemieke blikt terug op dat dagenlange surfen van vroeger. Tegenwoordig ben je binnen een half uur klaar.

Geschreven door:

lieno (2 vwo)

Datum ingestuurd:

3 maart 2005

Taal:

Woorden:

1.700

Bekeken:

10366 keer (46 deze maand)

Waardering:

3.9/5 (149 stemmen)

Deel op:

  • Door mike (1) op 28-11-2011
    ik moet van mijn mentor daar mijn spreekbeurt over houden
  • Door Lisa op 24-01-2011
    Ik vind het een super spreekbeurt. Ik ga er nu mijn werkstuk over doen.
  • Door mitchell op 11-05-2005
    Ik vond het harstikke mooi
1. Inleiding
Stel je voor, Je woont samen met je ouders en 6 broertjes en zusjes in een klein huisje op het platteland. Je vader is alcoholist en het weinige geld dat hij verdient, geeft hij uit aan drank. Omdat jij en je familie toch geld nodig hebben om van te leven, besluit je naar de grote stad te trekken, in de hoop daar werk te kunnen vinden. Een baan vindt je niet, maar je moet toch ergens van leven, dus je probeert wat geld te verdienen met schoenpoetsen, bedelen, stelen en auto’s wassen. Als je een meisje bent, kom je hoogstwaarschijnlijk in de prostitutie terecht. Elke dag heb je honger, je slaapt met één oog open omdat je elk moment weggejaagd of vermoord kunt worden.Alsof dat allemaal niet erg genoeg is, heb je grote kans om longontsteking, hepatitis, tuberculose of Aids op te lopen. Dit is de realiteit voor veel kinderen in ontwikkelingslanden.

2. Het verhaal van Deum Sophana
Sophana (in Cambodja zeggen ze je achternaam eerst) woont in Cambodja, in de hoofdstad Phnom Penh. Hij groeit op in Bos Khnor, een dorp honderd kilometer ten noordoosten van Phnom Penh. Zijn ouders en twee broers wonen op een kleine boerderij met twee koeien en proberen van de opbrengsten te leven. Zijn vader Sophorn verdient wat bij als kleine zakenman, maar is verslaafd aan alcohol en mishandelt zijn moeder Tha. Als zijn moeder zwanger is van Sophana, loopt zijn vader weg. Sophana’s moeder gaat achter hem aan. Tijdens deze zoektocht wordt Sophana geboren. Sophana’s moeder moet terugkeren naar het dorp. Ze wordt depressief en raakt aan de drank. Omdat hun vader er niet meer is, komt er geen geld meer binnen, en om te kunnen overleven moet Sophana’s moeder het land, de boerderij verkopen. Zijn twee oudere broers gaan naar de stad. Sophana blijft achter met zijn depressieve moeder.Wanhopig besluit hij zijn broers te gaan zoeken in Phnom Penh. Maar zijn broers vindt hij niet en dan lukt het hem niet meer om terug naar huis te komen. In Phnom Penh moet Sophana overleven op de straat. Hij eet uit vuilnisbakken en wordt vaak met een emmer sop van zijn slaapplaats de winkelstoep afgeveegd. Hij wordt opgenomen in een straatbende. De bendeleden dwingen hem om te stelen en te bedelen. Ook geven ze hem vaak drugs, waardoor Sophana verslaafd raakt. Na een paar keer flink in elkaar te zijn geslagen door de politie besluit Sophana de bende te verlaten. Hij krijgt een baantje in de haven, maar om aan zijn drugs te komen gaat hij toch weer terug naar de bende. Dan krijgt Sophhana een longziekte. Op een avond ligt hij koortsig en uitgeput onder een boom.Daar ziet een oude vrouw hem en neemt hem mee naar het Bamboo Shoot Children’s Centre. Eerst durft hij daar niet naar binnen te gaan. Als straatkind leer je om volwassenen niet te vertrouwen. Dagenlang hangt hij rond in de buurt van het centrum. Na een paar gesprekken met straatwerkers uit het centrum die zelf ook straatkind geweest zijn, besluit hij het er toch maar op te wagen. In het straatkinderencentrum gaat het al snel beter met Sophana. Hij herstelt van zijn ziekte en kickt af van de drugs. Hij mag naar school en na een tijdje kan hij bij een adoptiefamilie geplaatst worden. Hij werkt 20 uur per week voor World Vision. Hij leert straatkinderen over de gevaren van drugs, over hun rechten en hoe ze beter voor zichzelf kunnen zorgen. Natuurlijk verwijst hij ze ook door naar het straatkinderencentrum. Zijn broers zijn intussen teruggekeerd naar het dorp en zorgen voor zijn moeder.

3. De feiten op een rijtje
• Over de hele wereld leven meer dan 100 miljoen kinderen
op straat
• Als je elke seconde één straatkind telt ben je (zonder
pauze te nemen!) 3 1/2 jaar bezig
• Ongeveer 120 miljoen kinderen tussen 6 en 11 jaar
kunnen nooit naar school
• 3,5 miljoen kinderen overlijden jaarlijks aan ziektes die
makkelijk te genezen zijn, zoals verkoudheid of griep
• 1 op de 5 straatkinderen is jonger dan 15 jaar

4. Hoe komen de kinderen op straat terecht?
Straatkinderen komen niet zomaar op straat terecht, vaak zijn er meerdere oorzaken:
1. Mishandeling in het gezin
Veel kinderen vluchten weg van huis omdat ze lichamelijk, psychisch of seksueel mishandeld worden. Ze worden geslagen door hun ouders of stiefouders, ze worden seksueel misbruikt of er is niemand die naar ze omkijkt.
2. Armoede
In ontwikkelingslanden leven veel mensen op het platteland. Ze kunnen niet hun eten kopen bij de supermarkt, zoals wij. Ze moeten zelf hun eten verbouwen. Een lapje grond en een paar koeien moeten voor voldoende eten zorgen om het hele gezin te voeden. Droogte of overstromingen zorgen vaak voor een mislukte oogst, waardoor het kleine beetje dat er wordt verbouwd ook nog verloren gaat. Eén maaltijd per dag van alleen rijst is voor sommige gezinnen heel normaal. Veel mensen vertrekken naar de stad, in de hoop daar een beter leven op te kunnen bouwen. Maar omdat de meeste van hen nooit een opleiding hebben gevolgd, kunnen ze in de stad ook geen werk vinden en komen ze terecht in de sloppenwijken. Om te kunnen overleven moeten kinderen op straat aan geld zien te komen.
3. Oorlog en geweld
In tientallen landen op de wereld lijden kinderen door oorlog of geweld.Veel kinderen verliezen op jonge leeftijd hun ouders. Doordat hun ouders worden vermoord, of omdat ze halsoverkop moesten vluchten en daarbij hun ouders kwijtraken. Deze kinderen hebben geen thuis meer om naar terug te keren, niemand meer om voor ze te zorgen. Werken kunnen ze vaak niet omdat ze te jong zijn en geen opleiding hebben. Dus komen ze op straat terecht, waar ze samen met lotgenootjes moeten zien te overleven.
4. Aids
Aids is wereldwijd een enorm en groeiend probleem. Miljoenen kinderen hebben hun ouders verloren aan deze dodelijke ziekte. Vaak hebben de kinderen zelf ook Aids, omdat ze besmet zijn door hun ouders. Omdat mensen bang zijn voor besmetting, zijn deze kinderen bijna nergens welkom. Er zit voor deze kinderen dan vaak niks anders op dan op straat te gaan leven.

5. Het leven op straat
Het leven op straat is erg gevaarlijk. Straatkinderen worden gezien als grofvuil, en zo worden ze dan ook behandeld.Als straatkind loop je grote kans om vermoord te worden. Politieagenten sturen zonder reden kinderen naar de gevangenis. Rijke burgers die bang zijn dat al die straatkinderen voor hun winkel klanten weg zullen jagen, huren doodseskaders in om de kinderen te vermoorden. (Doodseskaders zijn groepen (ex)politieagenten en beveiligingsbeambten die nu werken als huurmoordenaars.) Straatmeisjes hebben het extra zwaar. Ze worden door politieagenten gedwongen om met ze naar bed te gaan. Soms betalen de agenten de meisjes met drugs.Veel meisjes worden gedwongen om als prostituee te werken. De meisjes die als prostituee werken, worden geslagen door hun klanten en gedwongen dingen te doen die ze eigenlijk niet willen. Bovendien lopen ze grote kans om besmet te worden met Aids. Doordat de omstandigheden waar de straatkinderen in leven niet bepaald schoon zijn, lopen ze grote kans op ziektes. Longontsteking, tuberculose en hepatitis zijn ziektes die veel voorkomen onder straatkinderen. Omdat de kinderen geen geld hebben om naar de dokter te gaan, sterven ze aan de ziektes. Om hun ellendige omstandigheden een beetje te vergeten gebruiken veel straatkinderen drugs. Ze snuiven lijm, of gebruiken cocaïne of heroïne. Al deze drugs zijn erg gevaarlijk, omdat ze grote schade toebrengen aan de hersenen en het lichaam (nieren, lever, neus). Deze schade kan net meer hersteld worden, en kan er uiteindelijk toe leiden dat het kind eraan sterft. Bovendien zorgen de onhygiënische naalden voor een grote kans op ziektes als Aids.

6. Internationale verdragen
Op 20 november 1989 heeft de Verenigde Naties het Verdrag voor de Rechten van het Kind vastgesteld. Bijna alle landen hebben getekend, behalve Somalië en de Verenigde Staten. De landen die het verdrag getekend hebben, beloven de rechten van de kinderen te beschermen. Het verdrag van de rechten van het kind bestaat uit 54 artikelen. Ze worden ingedeeld in vier categorieën:
1. Het recht op leven
Kinderen hebben recht op alle basisbehoeften: voedsel, water, onderdak en gezondheidszorg.
2. Het recht op ontwikkeling
Kinderen hebben recht op onderwijs, recht om te spelen, recht op toegang tot informatie en recht op vrijheid van gedachten, geweten en religie.
3. Het recht op bescherming
Kinderen hebben het recht beschermd te worden tegen alle vormen van misbruik, verwaarlozing en uitbuiting.
4. Het recht op vrije meningsuiting
Kinderen hebben het recht om hun ideeën vrij te uiten, recht op zeggenschap in zaken die met hun leven te maken hebben en recht om lid te zijn van organisaties die opkomen
voor hun rechten.
Jammer genoeg is de situatie in veel landen die het verdrag hebben ondertekend nog lang niet zoals het zou moeten. Daarom werken veel organisaties hard aan een betere toekomst voor de straatkinderen.

7. Projectvoorbeeld
In Cambodja, in de stad Phnom Penh staat het Bamboo Shoot Children’s Centre (BSCC). Dit is een straatkinderencentrum, waar de dakloze kinderen opgevangenworden. De straatkinderen krijgen er onderdak, verzorging en ze kunnen er naar school. Op deze school kunnen de kinderen leren voor motorreparateur, kok en kapper. Ze leren lezen en schrijven en krijgen voorlichting over de gevaren van het leven in de straten van Phnom Penh. Het straatkinderencentrum leert de kinderen niet meer van dag tot dag te leven, maar geeft ze nieuwe hoop en mogelijkheden voor de toekomst. Vanuit het centrum wordt gekeken of het mogelijk is voor de kinderen om weer in een gezin te gaan wonen. Er wordt gezocht naar familieleden, of er wordt gekeken naar een pleeggezin. In 2000 konden er 126 kinderen terug naar hun ouders worden gebracht. Naast de kinderen die in het centrum wonen is er nog een grote groep straatkinderen die af en toe gebruik maakt van wc’s en douches, maar die niet blijven. Deze straatkinderen krijgen ook medische hulp. Dat is wel nodig, want veel kinderen hebben last van huidproblemen, koorts en diarree. In het straatkinderencentrum is ook een Trauma Herstel Centrum opgezet waar kinderen kunnen herstellen van hun psychische en lichamelijke klachten. Hier worden de kinderen ook getest op Aids. Helaas zijn er altijd kinderen bij die besmet zijn. Deze kinderen worden zo goed mogelijk behandeld.

8. Tot slot
100 miljoen
straatkinderen
zonder huis
zonder school
zonder gezond eten
zonder liefde
zonder hoop ...

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.