Geschreven door: | Coen van Dijk |
Datum ingestuurd: | 28 februari 2005 |
Taal: |  |
Woorden: | 4.550 |
Bekeken: | 7438 keer (35 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Amerika-Azië beleid in de periode 1954-1975
Hoofdvraag: Wat was het beleid dat Amerika voerde in Vietnam?
Deelvraag: Waardoor verslechterde de relaties tussen de VS en Noord-Vietnam?
Deelvraag: Welke partij koos Amerika en waarom?
Deelvraag: Hoe was de samenwerking tussen het Zuid-Vietnamese leger en de Amerikaanse adviseurs?
Deelvraag: Hoe was het beleid van John F. Kennedy?
Deelvraag: Hoe nam Johnson het over?
Deelvraag: Hoe begon de oorlog?
Deelvraag: Wat waren Search and Destroy missies?
INLEIDING
In de nasleep van de Tweede Wereldoorlog zochten steeds meer kolonies de weg naar onafhankelijkheid, een overgang die helaas niet zonder bloed vergieten verliep. Zo moest Frankrijk, dat na de overgave van Japan de controle over zijn kolonies in Indochina wilde terugwinnen, na een zware militaire nederlaag bij Dien Bien Phu aanvaarden dat zijn rol in dit gebied was uitgespeeld. De Verenigde Staten, in de ban van het rode gevaar van het communisme, vreesde dat de Sovjet-Unie haar macht en invloed naar Vietnam en de buurlanden zou willen uitbreiden en grepen in. Wat begon als een politieke en financiële steun aan de regering van Zuid Vietnam eindigde in een machtsvertoon van een half miljoen soldaten tegen het einde van de jaren zestig. De guerrillastrijd in de oerwouden van Vietnam was een peperdure oorlog die jarenlang zou duren en die met bijna 60.000 Amerikaanse doden en vijf keer zoveel gewonden een zwarte bladzijde in de Amerikaanse geschiedenis werd.
WAARDOOR VERSLECHTERDE DE RELATIES TUSSEN DE VS EN NOORD VIETNAM?
De relatie tussen de VS en de troepen van Ho Chi Minh, de leider van de Noord-Vietnam is niet altijd vijandig geweest. Van 1941 tot 1945 had Ho Chi Minhs verzet tegen Japanse bezetting de steun van Amerika. De regering van Roosevelt leverde de Vietminh (later de Vietcong) wapens en voorraden in ruil voor sabotageacties en inlichtingen. De idealistische Roosevelt gaf de voorkeur aan een onafhankelijk Vietnam boven het Franse kolonialisme en de relatie werd zelfs zo warm dat Ho de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring aanhaalde toen hij op 2 september 1945 de Democratische Republiek Vietnam (DRV) uitriep.
In april 1945 overleed Roosevelt en zijn plaats werd ingenomen door Harry S. Truman. De Amerikaanse relatie met Ho verkoelde gaandeweg enorm. De Koude Oorlog vereiste een andere wereldvisie en Truman kreeg het advies om de banden met Frankrijk weer te herstellen, voorla ook omdat de Vietnamese bevrijdingsbeweging een communistische uitstraling en communistische ambities had. Amerika verbrak de banden met Ho Chi Minh en stelde zich achter het herstel van de Franse macht. Daarmee werd een reeks gebeurtenissen op gang gebracht die Amerika uiteindelijk zouden betrekken bij de Tweede Oorlog in Indochina, beter bekend als de Vietnamoorlog.
Van 1946 tot 1954, en met name na 1949 toen Mao’s communisten in China de macht veroverden, stuurde Amerika steeds meer geld materieel en wapens naar de Fransen. De cijfers spreken voorzich: in 1950 gaf de speciaal opgerichte Amerikaanse Militaire Assistentie Adviesgroep (MAAG) honderd miljoen dollar aan de Fransen; in 1954 was dat al één miljard dollar – zo’n tachtig procent van de totale Franse oorlogsuitgaven. De VS nam echter niet actief deel aan de strijd (afgezien van de aanvoer van wapensystemen). Door de dreigende nederlaag van de Fransen bij Dien Bien Phu begon Washington de alarmklokken te luiden, vooral omdat er onlangs 385 miljoen dollar heen was gegaan om de situatie onder controle te brengen. Vanaf 1953 dacht de regering Eisenhouwer na over de inzet van vliegtuigen en zelfs nucleaire wapens tegen de Vietminh, maar men deinsde nog terug om in een ingewikkeld conflict te raken. De situatie negeren was echter onmogelijk. Niet alleen was Indochina een belangrijk handelsregio voor producten zoals rijst, rubber en ijzererts, het werd ook beschouwd als grens gebied tussen kapitalisme en communisme. Eind jaren veertig koos Amerika ervoor om het communisme te gaan bestrijden. In 1950 stond Truman achter Eisenhouwers “domino-theorie”; als een land voor het communisme viel zou dat leiden tot de verovering van een volgend aangrenzend land aangezien de communisten gedreven werden door een onuitroeibaar streven naar de wereldhegemonie.
WELKE PARTIJ KOOS AMERIKA EN WAAROM?
Door de Akkoorden van Genève was Vietnam volgens de 17de breedtegraat in tweeën gedeeld. Ho Chi Minhs regime leidde Noord-Vietnam, de door Amerika gesteunde regering van Bao Dai controleerde het zuiden. Zowel Ho als Bao Dais premier Ngo Dinh Diem, verwierpen later de akkoorden.
Beiden wilden het land herenigen maar alleen onder eigen bewind. De beiden regimes groeven zich in en ontwikkelden zich tot verschillende politieke eenheden. Noord-Vietnam werd gesteund door de Sovjetunie en China, Zuid-Vietnam leunden sterk op Amerikaanse bijdragen.
Amerika zag in dat Zuid-Vietnam bescherming nodig had. Minister van Buitenlandse Zaken John Foster Dulles leidde de oprichting van de SEATO, de Zuidoost-Aziatische Verdragsorganisatie. Dit bondgenootschap van Amerika, Groot-Brittannië, Frankrijk, Australië, Nieuw-Zeeland en Pakistan zou de territoriale en politieke integriteit van Zuid-Vietnam, Cambodja en Laos tegen de buitenlandse interventie moeten verdedigen. Ondanks alle nationale verschillen werd de SEATO een doeltreffende structuur die enkele lidstaten in staat stelde om een bijdrage aan de komende oorlog te leveren.
In de jaren na de oorlog met de Fransen maakte Ho Chi Minh zich drukker over interne ruzies dan om de verovering van nieuw land. Zo’n 900.000 burgers, merendeels rooms-katholieken uit de delta van de Rode Rivier, vluchtten na de Akkoorden van Genève van het noorden naar het zuiden. Noord-Vietnam bleef achter met een ontwrichte economie en voedsel tekort. In Noord-Vietnam werd maar veertig procent van de Vietnamese rijst verbouwd, terwijl er meer mensen woonden dan in Zuid-Vietnam. De Noord-Vietnamese regering koos voor het onverstandige beleid van politieke onderdrukking en liet tussen 1954 en 1956 zo’n 50.000 “landheren” executeren (dat waren mensen die buitensporige stukken Vietnamees land zouden bezitten, maar in feiten waren de meesten van hen nauwelijks meer dan keuterboertjes). Eind 1956 zou Ho Chi Minh zijn excuus voor dit beleid aanbieden, maar in november moest hij een serieuze opstand onderdrukken, waarbij zijn troepen zo’n 6.000 dissidenten van het leven beroofden. Zuid-Vietnam stond toen onder leiding van Diem die simpelweg de nationale verkiezingen in zijn voordeel had beslist (in Saigon kreeg Diem 200.000 stemmen meer dan er geregistreerde kiezers waren). Diem zou de Republiek Vietnam (RVN) tot 1964 als premier leiden, maar door zijn arrogante en grillige leiding werd het neerslaan van de communistische opstand sterk bemoeilijkt. Niettemin zag Amerika geen ander alternatief dan het verlenen van militaire, politieke en economische steun. Alleen al tussen 1955 en 1961 werd 7 miljard dollar in Diems regime en de Vietnamese infrastructuur gestoken. Belangrijker was echter dat steeds meer Amerikaanse militairen lijfelijk betrokken raakten bij de strijd tegen de Vietcong.
HOE WAS DE SAMENWERKING TUSSEN HET ZUID-VIETNAMESE LEGER EN DE AMERIKAANSE ADVISEURS?
Eind jaren vijftig werden Diems troepen gesteund door 750 Amerikaanse militaire adviseurs. Functionarissen van de MAAG probeerden van de Zuid-Vietnamezen een effectief leger te maken. MAAG-leiders zoals luitenant-generaal Samuel T. Williams probeerde het leger van de Republiek Vietnam (LRVN) te organiseren tot een conventionele macht die invallen van het Noord-Vietnamese leger (NVL) via de DMZ zou kunnen weerstaan. Het leger van Zuid-Vietnam werd geteisterd door corruptie en materieel gebrek. Bovendien waren de Zuid-Vietnamese troepen in vier groepen verdeeld tussen het LRVN en drie grote privé-legers met religieuze of criminele banden.
In 1956 telde het LRVN rond de 135.000 man, bewapend met Amerikaanse wapens zoals 105-mm houwitsers, 75-mm M30 mortieren en uiteenlopende kleinere wapens. Tegenover hen stond het Nationale Front voor de Bevrijding van Zuid-Vietnam ofwel de Vietcong (‘Vietnamese communisten”). Deze opstandelingen bevonden zich ten zuiden en het conventionele Noord-Vietnamese leger ten noorden van de DMZ. De Vietcong had aanvankelijk weinig mensen (na de Akkoorden van Genève waren zo’n 1000 Vietminhstrijders in het zuiden gebleven) en beperkte zich tot kleine operaties, voornamelijk omdat Noord-Vietnam nog op de lijn zat van een politieke oplossing voor de vereniging van het land. Aanvankelijk hield de Vietcong zich bezig met moordaanslagen, kidnapping en hinderlagen en soms een grotere operatie tegen industrieën en legerdepots. Er was echter sprake van een continue escalatie. Zo doodde de Vietcong in de periode 1956-1958 700 Zuid-Vietnamese functionarissen en in de periode 1960-1961 meer dan 6000. in januari 1959 kwam de escalatie in een stroomversnelling toen Noord-Vietnam officieel overging tot gedeeltelijke steun aan de activiteiten van de Vietcong. Het jaar daarop zette Ho tijdens het 3e partijcongres de laatste stap en ging akkoord met de bevrijding van Zuid-Vietnam langs militaire weg. Er werden via Laos verbindingslijnen met de Vietcong opgebouwd en de Vietcong werd versterkt met 2000 Noord-Vietnamese soldaten die van het noorden naar het zuiden trokken.
Hoewel de situatie steeds ernstiger werd, beperkte Eisenhouwer de rol van zijn soldaten nog steeds tot die van adviseur, hoewel bij meer en meer gelegenheden die “adviseurs” betrokken raakten bij niet goedgekeurde LRVN-operaties, mitrailleurs bemanden of artillerie dirigeerden. Ernstig was dat de Vietcong, nu zo’n 12000 mannen en vrouwen sterk en opererend in eenheden van 50 tot 100 man, het LRVN aanzienlijk verliezen begon toe te brengen. Zo doodde bijvoorbeeld het 2e bevrijdingsbataljon van de Vietcong op 26 september 1959 12 man van 2 compagnieën van de 23ste divisie, van het Zuid-Vietnamese leger en maakte het grootse deel van hun wapens buit. Op 26 januari 1960 namen 200 Vietcongguerrilla’s een hoofdkwartier van het LRVN in Trang Sup in.
Bovendien begonnen districts- en provinciehoofdsteden in handen van de Vietcong te vallen. Toen John F. Kennedy in 1961 president werd, verloor het LRVN jaarlijks duizenden soldaten en trokken er jaarlijks ongeveer 7000 man uit het noorden Zuid-Vietnam binnen. De situatie liep uit de hand.
HOE WAS HET BELEID VAN JOHN F. KENNEDY?
Kennedy was een groot aanhanger van de indammingpolitiek en was niet van plan Zuid-Vietnam aan de communisten te laten. Kennedy had al in 1956 naar Zuid-Vietnam verwezen als “de hoeksteen van de vrije wereld in Zuidoost-Azië” en vanaf het begin van zijn presidentschap verhoogde hij de financiële steun en het aantal militaire adviseurs voor Vietnam. Hoewel velen voorzichtigheid adviseerden, luisterde Kennedy naar andere, fellere stemmen. Minister van Defensie Robbert McNamara en minister van Buitenlandse Zaken Dean Rusk waren sterk voor een escalatie en hun adviezen zouden een centrale rol spelen in het Amerikaanse beleid ten opzichte van Vietnam. In december 1961 waren er rond de 3000 Amerikaanse militaire adviseurs in Vietnam, onder wie speciale troepen, de groene baretten, die het LRVN de antiguerrillastrijd leerden, en CIA-mensen die bergstammen, de montagnards, omvormden tot strijders die irreguliere civiele verdedigingsgroepen genoemd werden. In 1963 zou het aantal adviseurs toenemen tot ongeveer 16000.in 1961 breidde de Vietcong zijn operaties uit. In september werd Phouc Vinh, een provinciehoofdstad 90 kilometer ten noorden van Saigon, ingenomen. Hoewel de stad de volgende dag met zware verliezen door het LRVN werd herovert, overheerste het gevoel dat Zuid-Vietnam de strijd tegen het communisme aan het verliezen was. In oktober brachten militair adviseur generaal Maxwell D. Taylor en speciale assistent nationale veiligheidszaken Walt W. Rostow een bezoek aan Vietnam en presenteerden na terugkeer het Taylor-Rostow-plan. Het plan drong aan op een ingrijpende toename van Amerikaanse economische, adviserende en militaire steun aan Zuid-Vietnam, inclusief de deelname van 8000 Amerikaanse soldaten aan de gevechten. Kennedy nam de laatste aanbeveling niet aan maar ging wel akkoord met meer investeringen.
Hoewel niemand het wilde toegeven vochten de Amerikaanse soldaten nu mee tegen de Vietcong. Tijdens troepenverplaatsingen en “vuursteun”-missies schoten Amerikaanse helikopterpiloten met raketten en mitrailleurs op posities van de Vietcong; speciale troepen trokken op met LRVN-eenheden tijdens verkenningsoperaties en het leggen van hinderlagen; en, belangrijk, er begonnen Amerikanen te sneuvelen – eind 1964 bedroeg het aantal gesneuvelde Amerikanen rond de 200 man.
Ondanks al deze activiteiten zag Kennedy geen reden voor het openlijk sturen van Amerikaanse troepen. Kritische rapporten over de toekomst van Zuid-Vietnam van de hand van de onderminister van Buitenlandse Zaken Goerge Ball en andere vooraanstaande figuren werden opzij geschoven ten gunste van McNamara’s optimistische cijfers die aantoonden dat de oorlog volgens plan verliep. Er werd gesteld dat de Amerikaanse investeringen vrucht begonnen te dragen, daar LRVN-troepen enkele redelijke successen hadden weten te boeken tegen de bolwerken van de Vietcong rond Saigon en in de Mekongdelta. In mei raakte ook Australië bij de oorlog betrokken. Het Australische Legertrainingsteam Vietnam (AATTV) moest de Zuid-Vietnamezen de jungle-oorlog en verdediging leren. Diem en zijn broer Ngo Dinh Nhu ontwierpen het “strategische dorpenplan”. Van de geplande 14.000 versterkte dorpen werden er 2000 gerealiseerd. De mensen in die dorpjes leefden in een militair beveiligde omgeving. Het project ging echter gepaard met herplaatsingen en dwangarbeid en dat riep wrok op bij de veronderstelde begunstigden. De propagandisten van de Vietcong stelden de versterkte dorpen voor als gevangenissen en wisten gaandeweg meer nieuwe rekruten te werven. Kennedy’s voorspoedige oorlog in Zuid-Vietnam bereikte in 1963 een dieptepunt, voornamelijk ten gevolge van de grillige Diem. Diem was bang voor een staatsgreep van de militairen en wantrouwden hen, wat een demotiverend effect had op het leger. Zo werd er in januari 1963 gemeld dat een Vietcongeenheid met een radiostation opereerde in het dorpje Ap Bac bij de grens met Cambodja. Er werd een enorme strijdmacht op af gestuurd, inclusief tanks, Amerikaanse helikopters en de 51 Amerikaanse adviseurs. De inlichtingendienst had er met de pet naar gegooid, want bij aankomst in het gebied rond Ap Bac bleek zich daar het hele 514de bataljon van de Vietcong te bevinden. Bij eerdere operaties had Diem enkele van zijn officieren streng berispt voor zelfs lichte verliezen. De officieren waren bij Ap Bac overdreven voorzichtig, en dat leidde tot operationele chaos. 5 Amerikaanse helikopters werden vernietigd en 65 Zuid-Vietnamese en 3 Amerikanen sneuvelden toen de LRVN-troepen aanwijzingen van de Amerikaanse adviseurs negeerden of verkeerd uitvoerden. Ap Bac had nogal wat negatieve publiciteit tot gevolg, iets wat Kennedy verafschuwde. Daarnaast leidde Diem’s elitaire bewind tot rellen. Zo wekte Diem de woede van de grote Boeddhistische gemeenschap in Zuid-Vietnam. Westerse fotografen maakten afschuwelijke foto’s van boeddhistische priesters die vonden dat zij in hun burgerrechten aangetast waren en zichzelf in de straten van Saigon in brand staken en overleden. Bovendien bagatelliseerde de ijzige eega van het staatshoofd, Madame Nhu, de zelfmoorden en zette haar man aan tot de invoering van bizarre wetten tegen zulke onschuldige bezigheden als dansen en het voorspellen van de toekomst. Eind 1963 had Amerika er genoeg van. Toen een groep Zuid-Vietnamese generaals de Amerikaanse regering benaderde met het idee van een nieuwe coup, luidde de raadselachtige reactie dat het afzetten van Diem niet, maar een nieuwe regering wel gesteund zou worden. De generaals hadden groen licht. Op 1 november 1963 werd Diem met geweld uit zijn functie gezet en na een vlucht van circa 24 uur werd hij door onbekenden vermoord.
Op 22 november 1963 werd John F. Kennedy in het Texaanse Dallas vermoord. Kennedy had met overtuiging de verspreiding van het communisme in Zuid-Vietnam tegengewerkt. Achtervolgt door de mislukking van de rampzalige invasie in de Cubaanse Varkensbaai, had hij over Vietnam opgemerkt:”nu hebben we het probleem dat we onze macht geloofwaardig moeten maken en de plaats daarvoor is Vietnam”. Het is wat ironisch dat we nu weten dat Kennedy plannen maakte om zich na de presidentsverkiezingen van 1964 geleidelijk uit Vietnam terug te trekken. Over de vraag of de Vietnamoorlog verder gegaan zou zijn als hij niet vermoord was, kan men vanzelfsprekend slechts speculeren.
HOE NAM JOHNSON HET OVER?
In Washington was de macht nu in handen van Lyndon B. Johnson. Hij bleef de Amerikaanse betrokkenheid bij Vietnam opvoeren en hij zette de laatste stap: openlijk oorlog voeren. Het land werd op dat moment geleid door generaal-majoor Nguyen Khanh. In december 1963 nam de Noord-Vietnamese activiteit in Zuid-Vietnam dramatisch toe en in maart 1964 werd rond 40 % van de Zuid-Vietnam gecontroleerd door de Vietcong. Amerikaanse vliegtuigen werden boven Zuid-Vietnam beschoten door het dodelijke, nieuwe luchtdoelgeschut van de Vietcong, dat de communisten geleverd was door China en de Sovjetunie. In Saigon ontploften regelmatig terroristische bommen.
Sinds februari 1963 werd het Amerikaanse beleid in Vietnam bepaald door het nieuwe Militaire Assistentie Commando Vietnam (MACV) onder leiding van generaal Paul Harkins. Harkins en andere adviseurs drongen bij Johnson aan op een grotere militaire inzet, hoewel Johnson liet weten dat hij daar niest voor voelde. Op 2 augustus 1964 vond er in de Golf van Tonkin echter een incident plaats dat de zaak zou veranderen.
In de loop van 1964 hield Amerika zich bezig met twee geheime operaties tegen Noord-Vietnam. De eerste, “Op-Plan 34A”, bestond uit aanvallen op de Noord-Vietnamese kust door patrouilleschepen van de Republiek Vietnam, die logistiek door Amerika werd ondersteund. De tweede, “Desoto”, was een operatie van de Amerikaanse marine. Het doel was om met destroyers in de territoriale wateren van Noord-Vietnam informatie over elektronische kustverdedigingssystemen te verzamelen, met name de kustradar. Op 2 augustus werd de “Desoto”-destroyer USS maddox buiten de Noord-Vietnamese wateren met torpedo’s beschoten. Hoewel het schip geen schade opliep en er geen slachtoffers vielen, verdedigde het zich en beschadigde met zijn 127-mm kanonnen twee van de aanvallende schepen. Johnson reageerde verontwaardig op deze daad van agressie en stuurde uit louter machtsvertoon de destroyer USS C. Turner Joy naar het gebied. Kort daarop rapporteerde zowel de C. Turner Joy als de Maddox nieuwe aanvallen. Als vergelding hadden ze bovendien twee Noord-Vietnamese schepen tot zinken gebracht. Deze vermeende tweede aanval heeft vrijwel zeker nooit plaats gevonden; er was geen visueel contact met de vijandelijke schepen en zelfs enkele betrokken Amerikaanse inlichtingenofficieren hebben gezegd dat op de radar alleen interferentie van de boeggolf van de USS Maddox te zien was.
Het was voldoende provocatie. Begin 1964 beval Johnson aan de verzamelde chefs van staven om luchtaanvallen op Noord-Vietnam voor te bereiden voor het geval dat Amerikanen aangevallen zouden worden. Op 5 augustus liet hij deze plannen in het kader van operatie Pierce Arrow uitvoeren. Jachtbommenwerpers van de vliegdekschepen USS Tieconderoga en USS Constellation vielen vier Noord-Vietnamese marinebases en een oliedepot in Vinh aan. Ze veroorzaakten grote schade, maar er werden twee Amerikaanse vliegtuigen door luchtdoelgeschut neer gehaald. Een dag voor deze aanval had Johnson het congres gevraagd om de “Golf-van-Tonkin-resolutie” aan te nemen, die de president en de Amerikaanse krijgsmacht de vrijheid gaf om alle stappen te zetten die noodzakelijk geacht werden om met succes actie te ondernemen tegen de Vietcong en de Noord-Vietnamezen. De bewoordingen van de revolutie waren opzettelijk vaag. De president zou de bevoegdheid moeten krijgen “om alle noodzakelijke stappen te ondernemen, inclusief de inzet van de krijgsmacht, om ieder lid of iedere protocolstaat van de Zuidoost-Aziatische Verdragsorganisatie bij te staan indien er om steun bij de verdediging van zijn vrijheid werd gevraagd”. Op 7 augustus nam het congres de resolutie aan.
HOE BEGON DE OORLOG?
Na het incident in de Golf van Tonkin voltrokken de ontwikkelingen in Vietnam zich razendsnel. Amerikaanse militaire bases werden door de Vietcong aangevallen en de lijst met slachtoffers groeide snel. Ook begon de opvatting veld te winnen dat alleen eenzijdig ingrijpen van Amerika de communistische activiteiten kon stoppen. Assistent van de nationale veiligheidsraad Walt Rostow en de verzamelde chefs van staven zagen het luchtwapen als de sleutel, vooral als het werd ingezet tegen de groeiende industriële sector in Noord-Vietnam. Johnson propagandeerde aanvankelijk alleen vergeldingsacties. Er waren al zo’n 23.000 Amerikanen in Zuid-Vietnam.
Op 18 september vielen eveneens in de Golf van Tonkin twee Amerikaanse destroyers (de USS morton en de USS parsons) op radarafstand Noord-Vietnamese torpedoboten aan en beweerden dat ze er twee tot zinken hadden gebracht, hoewel de dubieuze aard van dit incident Johnson belette tegenaanvallen uit te voeren. Daarop volgde een Vietcongaanval op de Amerikaanse luchtmachtbasis in Bien Hoa, die vijf Amerikanen het leven kostte, terwijl er 76 gewond raakten. Er werden ook vijf Martin B-57 Canberra bommenwerpers vernietigd. Een tegenaanval bleef opnieuw uit, voornamelijk omdat Johnson op dat moment met de presidentsverkiezingen bezig was en zich geen escalatie van het conflict in Zuidoost-Azië kon veroorloven.
Johnson won de verkiezingen en vanaf dat moment trad hij resoluter op ten aanzien van Vietnam. Eind 1964 groeide de frustratie van de Amerikaanse functionarissen over de militaire capaciteiten van de Zuid-Vietnamezen en daarna werd escalatie eerder vast beleid dan een keuzemogelijkheid. Amerikaanse vliegtuigen bleven de Noord-Vietnamese bevoorradingslijnen in Laos bombarderen, terwijl de Amerikaanse marine ter ondersteuning van geheime LRVN-operaties de Noord-Vietnamese kust begon te bestoken. Die aanvallen waren nog zeer beperkt van aard (ongeveer twee luchtaanvallen per week) maar men hoopte dat ze verdere hervormingen in het bewind van generaal Nguyen Khanh en het Zuid-Vietnamese leger zouden bevorderen.
De Vietcong werd intussen stoutmoediger. Op 24 december ontplofte een bom in het Brink Hotel in Saigon, waar officieren ingekwartierd waren. Er werden twee Amerikanen gedood en er raakte 51 mensen gewond. Dezelfde maand veroverde de Vietcong het nabije Saigon gelegen kustdorp Binh Gia met zijn zesduizend inwoners en hield het enkele dagen in handen, terwijl de Zuid-Vietnamese bataljons tijdens tegenaanvallen afschuwelijke verliezen leden. Zoals eerder de Vietminh al gedaan had, zo leek ook de Vietcong de militaire situatie naar zijn hand te zetten dankzij zijn onvoorspelbare en flexibele tactiek.
Misschien begon de Vietnamoorlog echt in 1965. op 7 februari opende de Vietcong de aanval op een Amerikaanse militaire basis bij Pleiku in het Centrale Hoogland, waarbij 9 Amerikanen sneuvelden en er 126 gewond raakten. Dit keer was Johnson akkoord met het bombarderen van Noord-Vietnam en gaf toestemming voor operatie Flaming Dart 1. op 7 februari vielen 49 Douglas A-4 Skyhawks en Vought F-8 Crusaders de Noord-Vietnamese kazerne in Dong Hoi aan, terwijl de volgende dag de Vietnamese luchtmacht communistische posities in Vinh onder vuur nam. Enkele dagen later ontplofte een bom van de Vietcong in een hotel in Qui Nhon, waarbij 23 Amerikanen het leven verloren. Meteen ging de operatie Flaming Dart 2 van start, een andere gecombineerde actie van de Amerikaanse marine en de Zuid-Vietnamese luchtmacht. Ruim 150 vliegtuigen van schepen en landbases bombardeerden het legerkamp Chanh Hoa, 260 kilometer ten noorden van de DMZ, en militaire installaties rond Vit Thu Lu en Chap Le. Twee dagen later, op 24 februari 1965, werd de luchtcampagne gewijzigd, aangezien Johnson toestemming gaf voor de beruchte operatie Rolling Thunder. Deze massale en langdurige luchtoperatie tegen Noord-Vietnam was in feite een flinke stap naar een complete oorlog. Op 8 maart landde er bovendien een groot contingent Amerikaanse mariniers op het strand bij Da Nang. Zij maakten deel uit van de eerste Amerikaanse troepen die daadwerkelijk zelf en openlijk in de Vietnamoorlog zouden vechten.
WAT WAREN SEARCH AND DESTROY MISSIES?
Search and destroy (S&D) is een oude en eenvoudige militaire aanvalstactiek. Het uitgangspunt is dat door uitgangspunt is dat door uitputting van de vijandelijke troepen er op een gegeven moment een punt bereikt wordt waarop de vijand zijn verliezen niet meer kan goedmaken en zijn militaire activiteiten moet staken. Het forceren van dit omslagpunt was vanaf eind juni 1965 het hoofddoel van de Amerikaanse grond- en luchtoperaties in Zuid-Vietnam.
S&D was niet alleen Westmores strategie, zij werden ook aangehangen door de verzamelde chefs van staven in augustus 1965 en op 7 en 8 februari 1966 gaven tevens Robert McNamara en Dean Rusk er hun officiële goedkeuring aan. Deze strategie word vaak voorgesteld als het fantasieloze dieptepunt van de Amerikaanse strategie in Vietnam. Dat is een oppervlakkige beoordeling. Gedurende de oorlog gebruikte Westmoreland 50% van alle Amerikaanse troepen voor pacificatietaken, terwijl bewust werd gekozen voor S&D als de beste manier om de VC/NVL in het veld te verslaan. De enorme Amerikaanse vuurkracht veroorzaakte zo’n totale, ongerichte vernietiging dat het de Zuid-Vietnamese bevolking nog bozer maakte en door de berichten in de wereldwijde media had dat een negatief effect op de wereldopinie.
Voor de S&D missies waren enorm veel verschillende wapens beschikbaar. Amerikaanse patrouilles hadden M16 hogesnelheidsgeweren, M60 machinegeweren, fragmentatiegranaten, C4 plastic explosieven en Claymore antipersoonsmijnen (die met dodelijk effect 700 metalen balletjes loslieten). Ze konden vernietigende artilleriesteun inroepen van 105-mm en 155-mm houwitsers, gestationeerd op bases in heel Zuid-Vietnam. Met dezelfde radio’s konden ze de ontzagwekkende luchtsteun inroepen van de Amerikaanse luchtmacht, marine en mariniers en de Vietnamese luchtmacht. De mogelijke luchtsteun bestond ondermeer uit AC-47 gunships die per seconde 100 granaten in de jungle konden sproeien, terwijl B-52’s het platteland konden bestoken met enorme ladingen explosieven (en nog vrij nauwkeurig ook als ze geleid werden door het Combat-Skyspot-systeem dat grondradareenheden in staat stelde de bommenwerpers rechtstreeks naar hun doel te leiden en op het juiste moment hun lading los te laten). Na een simpel verzoek van soldaten op de grond kwamen de Amerikaanse vliegtuigen aangezwermd en bestookten het gebied met napalm, fosforbommen, uit de lucht gedropte mijnen en kanonvuur.
Search and destroy zou echter onmogelijk zijn geweest zijn zonder wendbare helikopters. Uiteindelijk maakten de Amerikaanse helikopters in deze oorlog 36.125.000 vluchten met zeer verschillende opdrachten. De 1ste (luchtmobiele) cavaleriedivisie was de eerste divisie die volledig luchtmobiel kon worden ingezet. S&D missies waren totaal afhankelijk van helikopters voor de snelle aanvoer van troepen naar het gevechtsterrein. Het gevaarlijkste moment voor een helikopter was het landen in een operationele landingszone (LZ), vaak het punt waarop het vijandelijk grondvuur en het vuur van de Amerikaanse artillerie en vliegtuigen geconcentreerd was. Vlekkeloze vuurcoördinatie tussen luchtwapen en artillerie was essentieel.
Toen de Vietcong en Noord-Vietnamezen de fatale vuurkracht van de Amerikanen hadden leren kennen, begonnen ze dicht bij de Amerikaanse soldaten te opereren om zo de inzet van de Amerikaanse artillerie en luchtmacht te hinderen. Op die manier konden ze de Amerikanen aan de lopende band kleine verliezen toebrengen. De wapens van de VC?NVL in het Zuiden wogen in de verste verte niet op tegen het Amerikaanse materieel. Franse geweren uit de begindagen van het conflict werden nog veel gebruikt, hoewel er al snel op grote schaal gebruikgemaakt werd van de Russische AK-47 en Chinese aanvalsgeweren type 56, waarmee de vuurkracht van een guerrillastrijder gelijk was aan die van een Amerikaanse soldaat. Wat de Vietcong op technologisch gebied tekort kwam, werd gecompenseerd door schaamteloze innovaties. Boobytraps werden gemeengoed. De Vietcong bleek een bijzonder frustrerende tegenstander, veerkrachtig en ongrijpbaar. De Amerikanen, bondgenoten en Zuid-Vietnamezen werden aangevallen en vervolgens verdween de vijand weer in dichte jungle of trok zich terug in een van de vele ondergrondse tunnelnetwerken die in heel Zuid-Vietnam aangelegd waren. Door de ongelijke wapens van de Amerikanen en de VC/NVL was de verhouding tussen de gesneuvelden na elk groot gevecht dertien op één ten voordele van de Amerikanen. De strategie van de VC/NVL was echter vooral op politieke uitputting gericht en minder op militaire winst. Zoals tijdens de oorlog tegen de fransen begrepen de Noord-Vietnamezen heel goed dat het verlies van één Amerikaan grotere politieke impact had dan de dood van een van de eigen strijders.
CONCLUSIE:
Ondanks de verzekering van Nixon, bij gelegenheid van de ondertekening van het akkoord in januari 1973, dat hij een eervolle vrede had weten te bereiken, leden de Amerikanen in Vietnam de grootste nederlaag uit hun geschiedenis. Na jarenlange inspanningen ging Zuid-Vietnam toch verloren.
Als gevolg van de Amerikaanse interventie kwam het neutrale Cambodja in handen van de Rode Khmer, die een waar schrikbewind uitoefenden.
In de Amerikaanse binnenlandse politiek had de oorlog eveneens vreselijke gevolgen.
Johnson en zijn ‘Great Society’ waren eraan ten onder gegaan. De economie was in de greep van een schijnbaar niet te stoppen inflatie.
BRONVERMELDING:
Site’s: -
www.allesamerika.com
-
www.collegenet.nl
-
http://moderne-tijd-vietnam.oorlog.klup.nl
-
www.scholieren.com
boeken: -De Kwestie Vietnam: feiten en achtergronden
door: M.B.H. Visser
-Encyclopedie van de wereldgeschiedenis: 20e eeuw
door: Uitgeverij Baarn: Sesam, 1992
-Johnson moordenaar: De kwestie vietnam
door: Peter van Eekert
LOGBOEK
Ik begon in de kerstvakantie met het zoeken en lenen van bruikbare boeken. Uit die informatie heb ik mijn deelvragen samengesteld waarna ik me meer ben gaan verdiepen in de deelvragen. Ook begon ik allemaal informatie van internet te verzamelen. Toen ik al mijn informatie bij elkaar had, begon ik met het lezen van al die informatie. De belangrijkere punten schreef ik in chronologische volgorde op. Toen ik alles op papier had staan ben ik vervolgens het hele werkstuk uit gaan typen.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.