Geschreven door: | ilo0Wna (5 havo) [meer] |
Datum ingestuurd: | 23 oktober 2004 |
Taal: |  |
Woorden: | 400 |
Bekeken: | 3904 keer (4 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
2.1 Revolutie in het weven
Stoomspinnerijen
Richard Arkwright was in 1789 de eerste textielfabrikant die de stoommachine van James Watt inzette, zijn concurrenten stuurde spionnen en z’n werknemers vertelden tegen betaling over de machine.
Rond 1800 hadden de gebroeders Murray een fabriek in Manchester van 8 verdiepingen met meer dan duizend arbeiders, dat was op dat moment de grootste fabriek.
Rond 1810: de mule was de meest gebruikte spinmachine.
1840: 20% van de katoenfabrieken draaide op waterkracht, daarna bijna alles met stoommachines.
Stoomweverijen
Handwevers bleven nog lang overheersen, ze waren de grootste beroepsgroep van Lancashire. In 1815 had Lancashire 170 duizend wevers, dat was een kwart van de werkende bevolking. Tot 1835 bleef het aantal handwevers gelijk. Er werden wel weefmachines uitgevonden maar die sloegen niet aan, in 1787 de eerste maar die had veel kinderziektes, 1788 werd een fabriek in Manchester opgezet maar die werd in brand gestoken door wevers die bang waren hun baan te verliezen. In 1802 werd het eerste winstgevende stoomweefgetouw gebouwd, vanaf 1820 werden grote stoomweverijen opgericht. Tot 1850 waren de handwevers nog werkzaam.
Hoe kwam het dat de handwevers nog zo lang werkzaam waren:
- ze hielden hardnekkig vast aan hun zelfstandigheid, na 1800 was hun gouden tijd voorbij, ze waren met zoveel en hadden zoveel concurrentie van het stoomweefgetouw ze gaven hun werk in 1835 op toen ze niets meer konden verdienen.
- Pas rond 1830 waren de belangrijkste kinderziektes van de stoomweefgetouwen overwonnen.
- Het kwam de ondernemers goed uit: ze hadden grote aantallen thuiswerkers en een paar stoomweefgetouwen. In tijden van depressie gaven ze de thuiswerkers minder werk en hoefden de dure machines niet stil te staan.
Bleken en verven
Na het spinnen en weven werd de stof gebleekt, geverfd, bedrukt en genaaid. In de jaren 1750-1850 werd dat verbeterd:
Bleken: in 1750 kostte veel tijd: 8 maanden op het bleekveld bewerkt met plantaardige extracten en karnemelk, na 1800 in fabrieken in 1 dag gebleekt door chemisch bleekpoeder en stoommachines.
Bedrukken: gebeurde in 1750 met de hand: met houten blokken werden patronen in de stof gedrukt. Later gebeurde dit volledig gemechaniseerd. Een arbeider kon in 1830 in een uur tijd honderd maal zoveel stof bedrukken als in 1750.
Naaien:mensen naaiden hun kleren thuis of lieten het doen door een kleermaker. Door uitvinding van de naaimachine veranderde dat vanaf 1840. Daardoor ontstond een grootschalige confectie-industrie die voor een belangrijk deel in Lancashire terecht kwam.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.