Geschreven door: | danielvandrunen |
Datum ingestuurd: | 16 januari 2005 |
Taal: |  |
Woorden: | 1.450 |
Bekeken: | 9211 keer (26 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Geschiedenis Uittreksel Hoofdstuk 5
§1
• Snelle ontwikkeling van de Industrie:
Grote technische verandering in west-Europa heette industriële Revolutie hierdoor ontstond een industriële samenleving. Wanneer mensen over gingen naar industrie, heette dit industrialisatie.
Engeland was de eerste halverwege de18e eeuw, West-Europa en VS pas halverwege de 19e eeuw, daarna Oost-europa en Japan.
• Door uitvinding machines ontstaat katoen industrie.:
In azie was katoen al populair, maar in europa was geen mankracht genoeg, tot er een machine werd gebouwd die het werk van mensen overnam. De vraag naar katoen en en ruwe katoen steeg, en rond 1850 waren de helft van de kleren van katoen
• De Stoommachine:
Halverwege de 18e eeuw kwam de Stoommachine, die het werk van water kracht overnam en verbeterde. In 1768 verbeterde John Watt de machine, en in de 19e eeuw werd de machine grootschalig gebruikt.
• Stoomlocomotief:
In 1803 was de paarden tram opgebouwd, en later de stoomlocomotief, die zorgde dat er maar spoorwegen werden aangelegd.
• Stoomboot:
Eerste stoomboot in 1807 was langzaam, en veel stookkosten en materiaal nodig.
Ze maakte mogelijk dat:
- Zware en omvangrijke goederen over lange afstanden konden worden vervoerd,
- Havensteden tot bloei kwamen, overal waar grondstoffen te winnen waren,
- Meer contact kwam met andere werelddelen en kolonien,
- nieuwe handelsgebieden voor de W-europesewerden opengesteld.
• Staal:
Gemaakt door lucht over gesmolten ijzer te persen, waardor troep verbrand werd.
Voordelen: stalen constructies, ijzeren prodecten als wapens werden verbeterd, grote staal industrien ontstonden in Europa en de VS
• Mijnbouw verbreed door uitvindingen:
Problemen: luchtgas en water in mijnen. Oplossingen: stoommachine om water weg te pompen, en veiligheidslamp van Humphrey Davy.
In 1770: 6 miljoen ton steenkool 50.000 ton ijzer
In 1861: 57 miljoen ton steenkool 3,8 miljard ton ijzer
• Electriciteit:
Pas in de 19e eeuww as electriciteit voor de consument geschikt, en na de uitvinding van de door waterkracht aangedreven dynamo, waren de mogelijkheden onberperkt:
- electro werd zo goedkoop de dat ieder huis electra kon krijgen
- in fabrieken kon stroom voor veel apparaten als bron werken, er kwamen veel electronische apparaten.
- Ook trams en treinen kregen als bron electra
- Kon ook worden gebruikt voor communicatie al radio en telegraaf
• Moderne Communicatie:
Telegraaf: Samuel Morse vond in 1873 de telegraaf uit, die trillingen kon versturen d.m.v. een code.
Telefoon en Grammafoon: in 1876 werd voor het eerst gesproken woord gezonden door Alexander Graham Bell, de uiteindelijke uitvinder van de LP was Charles Cros.
Radio :In 1897 werd voor het eerst gesproken woorden door de lucht gezonden, er kwamen
verbindingen tussen landen en continenten
Film en televisie : rond 1900 werd de eerste film voor het eerst voor publiek vertoond, als nieuws uitzending en als vermaak. Televisie werd pas in de 20e eeuw uitgevonden, en na de 2e wereld oorlog als massa product.
• Nieuwe grondstoffen worden gevonden:
Kunststof word uit aardolie gewonnen, ook werd het gebruikt als smeermiddel, brandstof voor motoren, grondstof voor rubber, asfalt, wasmiddel, en kunststof
• auto en Vliegtuig:
de Duitser Benz vindt de benzine motor uit, en omdat elektriciteit en stoomkracht niet te gebruiken zijn in een auto wordt deze motor in de 20e eeuw een massa product.
Het vliegtuig werd voor het eerst gebouwd door Gebroeders Wright in 1903, met 12 seconde vliegtijd, 6 jaar later vloog iemand over het kanaal van frankrijk naar Engeland, en na WOII werd het voor vervoer van goederen en post gebruikt, en later voor personen.
§2 Kenmerken van de industriële samenleving
• voor een industriële samenleving was veel nodig:
- grondstoffen voor energie (uit koloniën vooral)
- veel kapitaal om uitvindingen te doen(door banken en rijke kooplieden)
- voldoende arbeidskracht (er ontstond de groep: Arbeiders)
kenmerken van Industrialisatie:
- snelle groei van fabrieken en steden
- het ontstaan van het industriële kapitalisme
- verandering van de gelaagdheid van de bevolking
- conflicten tussen werkgever en nemers.
§3 de kenmerken in detail.
• Snelle groei van fabrieken en steden:
Machines werden te groot voor thuis, er kwamen fabrieken, en daardoor mensen die de machines bedienden: Arbeiders, en deze moesten in de buurt van hun werk wonen, de steden groeiden.
• Massaproductie:
Is een productie systeem waarbij veel dezelfde dingen worden gemaakt.
Arbeidsverdeling is het maken van een product verdelen in meerdere stappen, en halffabrikaten ontstaan.
• Een lopende band brengt het product door zijn productie heen, zonder dat de arbeiders zich hoeven te verplaatsen. Voordelen: sneller en goedkopere productie, meer mensen konden het zich veroorloven. Kappote onderdelen konden worden vervangen. Nadeel: vakbekwame mensen verdwenen
• Slechte werkomstandigheden van Fabrieksarbeiders:
Doordat het werk makkelijk was konden vrouwen en kinderen (goedkoper) worden ingehuurd, en de lol inwerken verdween. Voor de fabrikant was het doorwerken belangrijker dan de gezondheid van zijn werknemers.
• Leven in de steden verbetert eind 19e eeuw.
Ook mensen van hogere instanties waren het niet eens met de leefwijze van de Arbeiders, dus er kwamen maatregelen:
- er kwam straatverlichting en poenbaar vervoer
- meer recreatie: sport, toneel en film
- er kwam een ondergronds riolenstelsel
- er kwamen waterleidingen
- er werd een politie aangesteld om burgers te beschermen
- aantal scholen, ziekenhuizen en bibliotheken werden uitgebreid
- arbeiders organiseerden activiteiten om elkaar te helpen
§4 Industriële Kapitalisme ontstaat
• er ontstaat een nieuwe economie, het kapitalisme, wat inhoud, dat een ondernemer bezitter is van de grond, en de bedrijven, waarmee ze een zo hoog mogelijke winst willen maken
• kenmerken kapitalisme:
- arbeider werkt in opdracht van werkgever
- werkgever is zakenman die geld heeft voor grondstoffen
- de meeste bedrijven zijn in handen van particulieren
- werkgevers proberen zoveel mogelijk winst te maken
• handelskapitalisme= winst dmv handel belangrijkste werkgever is koopman
• industrieel kapitalisme= winst dmv industrie, belangrijkste werkgever is fabrikant
• bedrijven worden te groot, gevolg, NV´s
hierbij is het bedrijf niet meer van een iemand, maar is het verdeeld in stukjes, aandelen, die je kan kopen, en daarbij krijg je een deel van de winst.
• Grote bedrijven krijgen enorme invloed
Een groot bedrijf kon door iets flink duurder te maken, een hoop mensen in de problemen brengen, zoals Frits Philips, en Alfred Krupp , en John Rockefeller
§5 Grote verandering in de gelaagdheid van de bevolking
• Rond 1800 was de bevolking in W-Europa in 3 lagen verdeeld:
Bovenlaag van zeer rijke mensen
Een middenlaag van mensen met enig bezit.
Een onderlaag van arme mensen en boeren en arbeiders
• opkomst fabrikanten:
fabrikanten werden de belangrijkste bovenlaag
• minder landarbeiders, meer fabrieksarbeiders
door industrie, meer fabrieken, dus meer arbeiders nodig, die van het land afkomstig zijn, dus landbouw wordt kleiner
• dienstsector breidt uit:
er komen meer mensen, die niets maken, maar hun dienst verkopen.
• Sterke uitbreiding midden laag.
Omdat de fabrieken enorm werden, kon een fabrikant niet alles zelf aan, hij had mensen als boekhouders, bedrijfsleiders etc nodig.
• Meer mogelijkheid om van laag te veranderen.
Voor de franse revolutie ging het meer om afkomst dan om prestatie, maar dat werd in de industrialisatie totaal anders, als je goed presteerde, kon je in een hogere laag komen, maar ook andersom
§6 conflicten tussen kapitaal en arbeid
• Werkgevers en nemers in conflict
Door de lopende band kon iedereen het werk doen van een lage arbeider, ook zonder opleiding, en zonder opleiding was het onmogelijk te stijgen in laag, dus waren arbeiders gauw ontevreden, en waren er vaak conflicten.
• Regering brengt langzaam en weinig veranderingen aan
De regering bemoeit zich weinig met de industrie, en de problemen ervan, waardoor fabrikanten een grote macht over de arbeiders had, en als het erop neer kwam, koos de regering kant voor de fabrikanten, dit kwam omdat:
- de regering uit dezelfde laag als die van fabrikanten kwam
- de bovenlaag meende dat de regering de economie moest overlaten aan fabrikanten, ze vonden armen gewoon.
De arbeiders slaan terug door:
- vak verenigingen en politieke partijen op te richten
- oude politici helpen ze
- paus leo schreef over de fouten van de industrie
- schrijvers en schilders beschreven mensonterende omstandigheden uit fabrieken
hierdoor werden meer politici overgehaald de arbeiders te helpen, maar langzaam, pas in 1900 kwamen er sociale wetten
• arbeiders organiseren vakbonden en partijen
de arbeiders waren niet tevreden met de wetten,en er worden vakbonden en partijen georganiseerd, die gelijk weer worden neergemaaid met straffen en boetes van fabrikanten en politici, ook gingen de arbeiders wel eens staken, om zo een eis te verwezenlijken.
• Later worden de wetten veranderd, en de verenigingen en partijen mochten bestaan.
Toen werd het tijd om met werkgevers rond de tafel te zitten ,wat deze niet accepteerden.
Uiteindelijk kwamen er dan overeenkomsten, die dan voor een periode gelden, zoiets heet nu een COA. Voor sommigen was dit niet genoeg, arbeiders wilden ook invloed op de politiek, en zo ontstonden er partijen van arbeiders
§7 een massapers ontstaat
in de 17e eeuw waren al kranten, maar alleen betaalbaar voor de bovenlaag, dit veranderde door de massapers,ook gingen kranten hun mening schrijven(opiniepers), en om te zorgen dat arbeiders ideeën kregen, legde de regering belasting op papier en advertenties, waardoor de arbeiders de krant nog steeds niet konden betalen.
In de loop van de 19e eeuw waren er mensen die onderwijs voor iedereen wilde, en er kwam leerplicht, en de kranten belasting ging eraf.
Toen ontstond de populaire pers, waarin sport, schandalen , moorden en andere misdaden centraal stonden, veel prenten en foto´s en grote koppen werden hier gebruikt.
§8 vrouwen strijden voor gelijke rechten
tot 1900 hadden vrouwen geen enkel recht, uiterst geschikt voor het huishouden.
Maar van 1900 tot 1940 kregen ook vrouwen kiesrecht, en recht op eigen bezit.
§9 meester van wetenschap of techniek, of slaaf?
Werkt de techniek voor of tegen ons, we maken massa vernietigingswapens, en vervuilen de lucht, kunnen de mensen de techniek en haar mogelijkheden aan?
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.