Geschreven door: | eave (5 havo) [meer] |
Datum ingestuurd: | 5 januari 2005 |
Taal: |  |
Woorden: | 9.400 |
Bekeken: | 6618 keer (31 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Voorwoord
Angsten zijn om gek van te worden heb ik ontdekt. Omdat ik nu een jaar lang de tijd heb om iets te onderzoeken leek het mij wel interessant om het over angsten te doen. Ik ben twee jaar terug met ballet begonnen en ontdekte dat ik ook hierbij veel angsten had. Het leek mij heel interessant om de link tussen dansen en angst te vinden. Ik weet van mij zelf al wel welke angsten ik tegenkom bij dansen, maar ik ben heel benieuwd of dat dit ook bij andere mensen zo is. Ik wil voor mij zelf gaan kijken welke angsten ik bij ballet in het begin had en welke er nog zijn, en hoe dat zich ontwikkeld. Ik heb nu de tijd om dat uit te zoeken en ga dat dan ook doen.
Ik weet dat er bij mij zelf heel wat angsten leven. In de loop der jaren heb ik er steeds meer angsten bij gekregen. Ik wil de angsten nu eens aanpakken en kijken waar ze vandaan komen. Ik heb bijvoorbeeld angst om in het openbaar te spreken. Het eerste woord dat er dan ook bij mij naar boven komt als ik aan een eindpresentatie denk is angst. Dit was voor mij nog een goede reden om het over angsten te doen. Ik zie er heel erg tegenop om een werkstuk te maken en weet ook niet goed hoe ik dat moet aanpakken. Ik begin gewoon maar ergens en kijk wel waar het schip strandt. Alleen om dit al te denken is voor mij niet veilig ik wil altijd alles precies weten en hou helemaal niet van onbekende dingen.
Mijn streven is om zo veel mogelijk het aantal binnen en buiten vragen in balans te brengen
Mijn binnen vragen zullen zijn: - Wat voor angsten heb ik
- Waar komen mijn angsten vandaan
- Wat doet dansen met mij
Mijn buiten vragen zullen zijn: - Wat voor angsten leven er in mensen
- Wat is de oorzaak/basis van angsten
- Wat merken andere dansers van angsten
Ik hoop op al deze vragen een antwoord te kunnen vinden.
Enquête
Ik heb een enquête gehouden onder mensen van 14 tot en met 18 jaar.
Ik heb alle gegevens verwerkt en op een rijtje gezet.
Wat ik zie in de enquête is dat faalangst hoog staat, hier ga ik me dan ook verder in verdiepen.
Angsten die mensen hebben
Faalangst, 7 keer
Donker, alleen in en langs een bos, 5 keer
Ongedierte, 4 keer
Hoogstens, 4 keer
Claustrofobie, 4 keer
Jezelf verliezen, 3 keer
Ouders iets overkomt, 2 keer
Verlatingsangst, 2 keer
Smetvrees
Haaien
Diepe wateren
Levend verbranden
Vuur
Bang om gezien te worden
Geesten
Doden beesten
Aan wie vertellen ze het
Vriendinnen, 7 keer
Iedereen die het weten wil, 5 keer
Ouders, 4 keer
Niet, niemand interesseert het, 3 keer
Zus, 2 keer
Vader
Moeder
Familie
Verschillend
Hartsvriendin
GGZ
Hoe helpen ze iemand
Helpen waar kan, 6 keer
Gerust stellen, 5 keer
Helpen er over heen te komen, 2 keer
Plagen, 2 keer
Achterhalen waar de angst vandaan komt
Vragen wat er is
Respecteren
Praten
Niet pochen
Relatieveren
Vertrouwen winnen en helpen
Wegnemen
Angst die ze in sport tegen komen
Falen, 5 keer
Nee geen angst, 4 keer
Geen sport, 2 keer
Bang voor hard spel
Beest op hol
Breken en kneuzen bang om het niet meer te kunnen doen
Over mensen heen rollen
Nieuwe dingen
Hoe gaan ze zelf met angsten om
Overwinnen, mee confronteren, 4 keer
Kalmeren, rationaliseren, 4 keer
Niet uit voeren, 3 keer
Rustig blijven, 2 keer
Verdringen, 2 keer
Negeren
Groot houden
Zo snel mogelijk doen
Basis angsten
Een kind loopt drie fases door. Als klein kind is er de angst om gescheiden te worden. Dit begint al met het gescheiden worden van je moeder door het doorknippen van de navelstreng. Alle geborgenheid die er in de baarmoeder was valt weg. Een baby is dan ook makkelijk troost baar door simpelweg de geborgenheid terug te geven en even vast te houden. Als het kind anderhalf is zul je ook niet makkelijk bij hem weg kunnen gaan. Het kind voelt zich niet meer veilig en zal gaan huilen. Als het kind ouder wordt ongeveer drie jaar krijg je een andere fase. Het simpel beet houden zoals bij een baby is nu niet genoeg meer. Het kind moet nu ook worden aangesproken. De woorden kunnen het kind al gerust stellen. Het maakt niet veel uit wat je zegt als het maar wel op een warme toon wordt gezegd. Als je nu weg zal gaan bij het kind kan je het toespreken. Vaak houden ze zich dan sterk en kan je weg gaan. Ook nu is er nog de kans dat het gaat huilen, vaak kan je hem dan met lichamelijke aandacht en woorden gerust stellen. Hou ouder het kind wordt des te belangrijker het toespreken zal worden. Als ze ongeveer veertien worden hebben ze een echte verklaring nodig waarom ze niet bang hoeven te zijn. Een puber zal ook vaak de angst bij ouders weg willen praten. Ze worden op deze manier hun eigen angst de baas.
Een kind groeit normaal gesproken in een veilige omgeving op. Hoe ouder ze worden des te meer verantwoordelijkheid ze zullen gaan nemen in het huishouden en voor zich zelf. Langzaam verdwijnen de lichamelijke angsten en komen er steeds meer psychische angsten. Mensen krijgen faalangst, angst voor het huwelijk, angst om kinderen te krijgen enz. De angsten gaan nu vooral nog over de angst om het leven vorm te moeten geven.
Als mensen nog ouder worden komt er weer een andere angst bij, de dood. Het vraagstuk de dood en waar ons leven naar toe lijdt komt nu sterk in ons bewustzijn. Het overwinnen van die bewustzijnsangst komt nu als een punt in ons leven. Deze angst is voor een groot deel op te lossen met praten maar ook nu nog is lichamelijke troost en een goed liefdevol woordje op de juiste tijd van belang.
Veel mensen zeggen dat ze als kind zijnde juist minder angsten hadden dan toen ze ouder werden. De verklaring daar voor is heel simpel. Volwassenen worden gevoed met angst door het nieuws en worden steeds bewuster. Door bewuster te worden zie je ook steeds meer het onheil van de wereld. Het bewustzijn van ouderen heeft ook invloed op de kinderen. Kleine kinderen worden al op jonge leeftijd geconfronteerd met de angst die bij de volwassenen leeft. Door de confrontatie zal een kind die angsten snel over nemen en het zich eigen maken.
Als het eenmaal zo ver is dat de lichamelijke en psychische angsten zijn overwonnen zijn er veel mensen nog maar bang voor een ding, het kwaad. Mensen zijn bang voor vernietiging. Als we naar ons systeem kijken kan deze angst ook weg worden genomen. Als je het heel nuchter bekijkt is vernietiging puur nodig om een nieuw leven te kunnen laten beginnen. Denk maar aan dat wij planten of beesten moeten doden om ons zelf in leven te houden. Het kwaad is nodig om te ontwikkelen van een perfecte wereld leer je niets.
Faalangst
Faalangst is heel letterlijk gezien de angst om te falen. Ongeveer een op de tien kinderen (vooral op de middelbare school) leiden hier aan. Mensen hebben hier vaak last van op school maar het kan ook daar buiten. Zo kan iemand bang zijn voor een proefwerk maar je kunt ook bang zijn om iets aan de kassajuffrouw te vragen bijvoorbeeld. Als iemand bang is om te falen dan is hij bang dat iets hem niet zal lukken. Door die angst mislukken dingen vaak ook of wordt er onder het niveau gepresteerd. Faalangst kent twee kanten. Een actieve en een passieve angst. Bij de actieve angst werken mensen zich te pletter om het resultaat in de hand te houden. Ook dan gaat het vaak nog mis. Bij passieve faalangst geven mensen het op en ontlopen de voor hen enge situaties.
Faalangst kun je in drie groepen indelen:
1. Cognitieve faalangst (En daarnet wist ik het allemaal nog ….)
Cognitie is het leervermogen in mensen. Voor mensen met cognitieve faalangst is het moeilijk te laten zien wat zij aan kennis hebben opgedaan.
2. Sociale faalangst (Wat zullen zij wel niet van mij denken …)
Verlegenheid is een woord dat dicht in de buurt van sociale faalangst komt. Het treedt op in een gesprek, in contact met anderen, een groep toespreken of gewoon bij de kassa.
3. Motorische faalangst (Op zulke momenten sta ik als "verlamd" ….)
Wanneer de motoriek van je lichaam je in de steek laat, sta je stijf van de motorische faalangst.
Het kan de grove motoriek zijn bij het springen van een duikplank of het springen over de bok bij de gymles, maar het kan ook betrekking hebben op de fijne motoriek bijvoorbeeld het trekken van mooie rechte lijntjes.
1. Cognitieve faalangst
Deze vorm van faalangst heeft alles te maken met het schoolse leven en leren: taken maken, toetsen voorbereiden en afleggen, iets analyseren, een oefening maken… Als een leerling bang is om met schoolse taken te starten omdat schoolse taken altijd mislukken, kunnen we spreken van cognitieve faalangst. Schoolse prestaties worden meestal beoordeeld en het is net die beoordeling die bij hen vaak negatief is. De meeste mensen met faalangst bekritiseren zichzelf nog eens extra bij een mislukte opdracht en zo gaat het alleen maar van kwaad naar erger.
2. Motorische faalangst
In het schoolse leven is niet alleen het cognitieve van belang, maar wordt steeds meer de nadruk gelegd op het motorische. Fysieke handelingen kunnen lijden onder faalangst. Op schoolniveau wil dat zeggen dat er in de les LO of in de praktijklessen leerlingen zijn die zo erg aan hen kunnen twijfelen, dat ze negatieve resultaten gaan krijgen. Hun twijfels zijn werkelijkheid geworden en de faalangst wordt gestimuleerd. Deze vorm kan optreden tijdens de gymnastiekles op school (het kind vindt zichzelf te dik), maar ook bij het 'meeklappen' tijdens de les MO (het kind vindt dat het geen gevoel voor ritme heeft.) Deze vorm van faalangst zit de laatste jaren erg in de lift.
3. Sociale faalangst
Angst hebben om afgewezen te worden door groepen die belangrijk voor je zijn (ouders, familie, vrienden, klasgenoten…) kan je definiëren als sociale faalangst. Het is erg belangrijk voor jongeren om ergens bij te horen, bij een bepaalde groep. Als hij of zij altijd afgebroken, genegeerd of uitgelachen wordt, blokkeren de sociale vaardigheden en kan de persoon in kwestie niet meer goed functioneren binnen de verschillende sociale groepen.
Sociale vaardigheden worden steeds belangrijker in onze hedendaagse maatschappij. In het onderwijs wordt er dan ook, terecht, extra aandacht aan besteedt. Leerlingen met sociale faalangst kampen bijgevolg met een extra moeilijkheid.
Hoe herken je het
Het is niet altijd gemakkelijk te herkennen. Je hebt mensen die heel verlegen worden en zich hulp behoevend opstellen. Er zijn ook mensen die de clown gaan uithangen als het hun te spannend wordt of agressief gaan reageren. Mensen met faalangst hebben vaak een negatief zelf beeld niks aan hen is goed. Als je ze een complimentje geeft, kunnen ze dat moeilijk in ontvangst nemen. Toch hebben mensen met faalangst juist de behoefte om bevestiging te krijgen dat ze iets goed hebben gedaan. Je kunt vaak ook uiterlijke dingen zijn zoals; zweten, vaak naar de wc, buikpijn, misselijk, rode kleur en snelle ademhaling vaak met hoge hardslag er bij. Bij een nieuwe opdracht raken ze vaak in paniek en weten niet hoe ze het moeten aanpakken. Ze kijken eerst wat rond en gaan dan pas aan de slag. Een kind met faalangst raakt snel uit ballans als de sfeer in huis of in de klas niet goed is. Vaak kunnen ze zich niet goed concentreren omdat de gedachte van ‘ik leer het nooit’ hen in beslag neemt. ’s Avonds kunnen ze vaak moeilijk in slaap komen en zijn de volgende dag weer vroeg wakker en denken nog steeds aan dat proefwerk.
Waar komt het vandaan
Mensen met dyslexie ADHD of beelddenkers ontwikkelen vaak sneller faalangst. De omgeving waar een kind in op groeit, is vaak ook van belang. Als een kind in een omgeving opgroeit waar alleen maar naar de prestaties wordt gekeken en niet naar je inzet dan kan er snel faalangst ontwikkeld worden. Vroeger werd vooral de schuld bij de ouders gelegd wetenschappers hebben dit onderzocht en hebben ontdekt dat ouders invloed kunnen hebben maar vaak niet de schuldige zijn. Het probleem ligt meestal bij de dingen waar mensen moeten presteren. Als de prestatie is mislukt kan dit tot faalangst leiden.
Wat kun je er aan doen
Je kunt leren om je lichamelijk te ontspannen en je gedachtes positief te maken. Door stukje bij beetje dingen aan te gaan kan de angst ook minder worden. Er zijn allerlei cursussen om met faalangst om te leren gaan. De school heeft vaak ook zo cursus.
Interviews
Ik heb bij Arta, een afkickcentrum, stage gelopen. Ik heb daar verschillende mensen geïnterviewd. Bij Arta werken ze met drie fases. Als je binnen komt zit je in de eerste en zo klim je op naar de derde. Bij de derde mag je daar weg. Ik heb in de interviews verschillende dingen gevraagd. Een van de vraag stukken ging over angsten. Ik vond het interessant om te onderzoeken waarom mensen verslaafd raken, en of dat angsten daarbij een rol spelen.
Eerste fase
De eerste mevrouw die we interviewen is iemand van de eerste fase.
Ze is 53 jaar oud en gokverslaafd geweest.
Ze woonde in Las Vegas en was verslaafd geraakt aan gokken.
Ze had al bij verschillende instanties geprobeerd om af te kicken maar dat lukte niet.
Ze werd hopeloos en stond op het punt om zelfmoord te plegen.
Haar leven werd een ramp ze kon alleen nog maar gokken of ze wilde of niet.
Ze heeft in paniek haar zus opgebeld en om hulp gevraagd.
Haar zus zei hou nog even vol ik regel zo snel mogelijk hulp.
Ze belde naar Arta, dit adres kende ze van een clown die daar geweest was.
Bij Arta kreeg ze te horen dat haar zus er terechtkon.
Ze belde haar zus dat ze kon komen.
De mevrouw deed dat. Ze gaf haar baan op, kocht een vliegticket en liet alles achter haar.
Met twee koffertjes ging ze op weg naar Nederland, op naar Arta.
Voor ze ging gokken had ze angsten om afgewezen te worden.
Ze had de angst dat alles wat ze deed niet goed genoeg was.
Er werd door haar ouders druk op haar gelegd. Ze moest altijd de beste zijn en het liefst nog beter.
Ze had ook hoogtevrees.
Verder kenden ze weinig angsten ze was enthousiast en wilde graag dingen ondernemen.
Ze was ambitieus en heeft twee bedrijven in haar leven gestart.
Ze leefde vrolijk en zorgeloos totdat ze ziek werd en in 1969 een arts haar vertelde dat ze nog maar twee jaar te leven had.
Ze was lichamelijk een wrak en voelde zich eenzaam.
Soms ging ze wel eens gokken dit kon ze nog wel en ze kon er goed haar verveling mee opvullen.
Ze zag het gokken als een leuk onschuldig spelletje, ze hoefde even niet aan het doodgaan te denken.
Ze kreeg angst voor alles maar vooral voor zichzelf dat ze zichzelf niet meer in de hand had.
Ze was bang dat ze zichzelf iets aan zal doen. Ze gokte om de pijn maar niet te hoeven voelen.
Ze was bang dat ze geen hulp kon krijgen.
Toen ze bij Arta kwam moest ze inzien dat het wat ze zo graag deed niet meer kon doen.
Haar werk dat ze in Amerika deed bestaat hier niet.
De angsten van vroeger kwamen terug en stapelden zich op.
Voor ze bij Arta kwam had ze er geen beeld bij, ze ging er naar toe om geholpen te worden.
Ze kende de antroposofie niet, maar het klikte wel met haar eigen denkwijze.
Ze wilde altijd al bij een geloof of iets horen maar niks sloot bij haar aan.
De antroposofie kan ze zich wel in vinden.
Toen ze was gestopt met gokken kreeg ze te maken met alles waarom ze was begonnen met gokken.
Ze had het nooit willen voelen wat de reden was dat ze verslaafd raakte.
Ze was nu bereid om alles te doen als ze maar genezen kon worden.
Het programma van Arta vindt ze draagbaar al heeft ze af en toe het idee niet begrepen te worden.
Het fijne van Arta vindt ze dat je als persoon behandeld wordt.
Ze vond het fijn het werken met mens, plant en dier, ze hield van verzorgen.
Bij Arta kreeg je geen handleiding die moest je zelf maar uitzoeken.
Ze was dat niet gewend maar hierdoor gingen haar ogen open en zag de dingen van het leven weer.
Voor Arta heeft ze alles opgegeven en wilt het dan ook afmaken.
Als ze bij Arta klaar is, wil ze de zorg weer in.
Ze is wel bang dat het niet lukt omdat ze de goede diploma’s niet heeft.
Ze wil hier in Nederland blijven.
Van de mensen die ze in Amerika kende heeft ze nooit meer een brief terug ontvangen.
Van de mensen in Nederland die ze amper kende kreeg ze wel een kaart om haar te steunen.
Haar gezin situatie was als volgt, ze had 2 broers en 1 zus.
Ze werden streng opgevoed en geslagen.
Ze moest altijd presteren het beste was nog niet goed genoeg.
Ze was bijna altijd gehoorzaam ze heeft maar één keer kattenkwaad uitgehaald.
Ze heeft met haar zondagse kleren aan slootje gesprongen en belandde in de sloot.
Tweede fase
De tweede meneer die we interviewen is iemand van de tweede fase.
Hij is 33 jaar oud
Hij is verslaafd geweest aan alles.
Hij is op zijn zestiende begonnen met alcohol.
Anderen dingen volgde al snel.
Hij heeft al pogingen gedaan om te stoppen deze mislukten.
Hij begon weer en pleegde een bankoverval ongewapend om aan geld te komen.
De overval was gelukt.
Hij ging weer afkicken.
In het afkickcentrum ontmoete hij een meisje.
Hij had samen in bed gelegen met haar ze waren betrapt en moesten weg.
Zij vriendin kwam er achter en gaf hem aan wegens die bank overval.
Hij had geen woede naar zijn vriendin en ging weer terug naar haar.
Wel begon hij weer hevig te gebruiken.
Hij ging de gevangenis in.
In de gevangenis zat hij op de drugsvrije afdeling.
Zij vriend pleegde zelfmoord en het gebruik werd weer heviger.
Hij ging terug naar het afkickcentrum.
Daar stelde ze vast dat hij ADHD had.
Hij moest zware medicijnen slikken, hij was het er niet mee eens en zij dat ook toen kon hij weer vertrekken.
Hij ging naar Frankrijk en leefde in de natuur.
Hij raakte verslaaft aan wijn.
Hij leerde daar wel wat hij nodig had om gelukkig te zijn.
Hij keerde terug naar Nederland en vond daar een huisje.
Hij had vrienden die verslaafd waren en dakloos hij wilde niet zo ver afzakken en ging weer naar het afkickcentrum.
Ze hoorden daar zijn verhaal aan en stelde toen Arta voor.
Arta zal volgens hen goed bij hem passen vanwege de natuur en de kunstzinnige bezigheden.
Hij was voor zijn gebruik bang voor het ongeluk.
Bang voor de zinloosheid van het leven en bang om niet tot zijn recht te komen.
Hij was vrij intelligent en creatief maar deed daar niets mee en belandden in een fabriek, dit frustreerde hem.
Hij werd nog banger voor de zinloosheid en wilde dit niet lijdzaam toezien.
Hij was bang voor de eenzaamheid.
De angst veranderde tijdens zijn gebruik.
Hij voelde zich minder eenzaam en zinvoller tijdens het gebruiken.
Als het uitwerkt voelde hij zich nog eenzamer en zag het leven nog zwaarder in.
Hij was bang dat als hij zo doorging hij zal eindigen als een zelfmoordenaar.
Uiteindelijk verergerde alle angsten als hij weer nuchter werd.
Arta gaf hem de kwaliteit dat hij weet hoe hij zijn leven kan sturen.
Het valt hem tegen dat hij bij Arta de hele tijd in een groep zit.
Vroeger kon hij niet zonder mensen nu kan hij ook goed alleen zijn.
Hij vindt het onaangenaam om kritiek te geven en om het te ontvangen.
Het therapie programma valt hem mee het is zwaar maar draagbaar.
Het is niet de eerste keer dat hij met antroposofie in aanraking komt.
Op jonge leeftijd had hij zich al in meerdere behandelingswijzen en leren verdiept.
Hij werd magnetiseur maar merkte al snel dat er een hoop kwakzalvers tussen zaten en stopte ermee.
Hij vertrouwde niet meer alle alternatieve geneeswijze.
Hij vond dat de antroposofie daar niet toe behoorden en zag deze wel als normaal.
Nu hij bij Arta zit ziet hij dat iedereen op een andere manier met de antroposofie omgaat.
Bij de boeken heeft hij wel zijn twijfels die heb je niet nodig om de antroposofie te volgen.
Arta heeft hem veranderd. Zijn leven draaide altijd om andere mensen nu draait het om hemzelf.
De groep heeft hem geholpen om dit te leren.
De rede waarom Arta voor hem wel werkt is omdat er mensen zelf verslaafd zijn geweest en de professionele afstand er niet zo erg is.
Ze stellen zich niet op of dat ze alles beter weten.
Hij vindt de soberheid van Arta ook mooi.
Het gaat niet om de uiterlijke schijn maar om je innerlijk en om je creatieve innerlijk te ontplooien.
Als hij hier klaar is, wil hij in de natuur gaan wonen.
Als dat niet in Nederland kan, gaat hij naar het buitenland.
Zijn broertje was gehandicapt, zijn moeder was chronisch hartpatiënt en zijn vader was alcoholist.
Zijn ouders gingen later scheiden.
Alle aandacht ging naar zij broertje uit terwijl hij juist heel veel aandacht nodig had omdat hij een slim jongetje was voor zijn leeftijd.
Door vrienden is hij in aanraking gekomen met alcohol.
Vanaf zijn zestiende tot zij zesentwintigste is hij verslaafd geweest.
Hij was twee jaar clean.
Daarna viel hij weer terug.
Hij wil Arta afmaken omdat hij iets van zijn leven wilt maken, hij het een fijne plek vind en hij niet meer terug wilt vallen.
Derde fase
De derde meneer die we hebben geïnterviewd is iemand van de derde fase.
Hij is 49 jaar oud en verslaafd geweest aan alcohol.
Hij heeft voor dat hij bij Arta kwam al vaker geprobeerd om af te kicken.
De meeste behandelingen die hij heeft gedaan waren deeltijd.
Hij kickte door de weeks af en zat in het weekend thuis.
De eerste weken lukte het hem clean te blijven als hij thuis was daarna begon hij weer in de weekenden en had de behandeling verder geen zin meer.
Het langste dat hij clean is gebleven was 6 maanden.
Hij kreeg van een collega uit de verslagwereld het adres van Arta.
Hij wilde het nu radicaal aanpakken en besloot om naar Arta te gaan.
Bij Arta kreeg hij wel een voltijds behandeling.
Hij kreeg door het verslag geven nachtmerries.
Zijn vader was op jonge leeftijd gestorven hij had de angst dat hem hetzelfde zal overkomen.
Hij kon moeilijk verbinding leggen met zijn kinderen, bang dat hij hun hetzelfde verdriet aan zal doen om vroegtijdig te sterven.
Hij ging drinken hij kon al zijn problemen los laten en weer lekker slapen.
Hij zag de alcohol als een soort vriend van hem.
Het drinken loste niets op. Hij besefte dat hij zijn problemen alleen maar verergerde.
Hij functioneerde niet meer.
De band met zijn gezin werd nog slechter.
Hij wilde afkicken elke keer had hij motieven van ik doe het voor mijn kinderen, voor zijn vrouw maar nooit voor zichzelf.
Hij ging naar Arta en besefte daar dat hij het voor zichzelf moest doen en niet voor anderen.
Hij begon bij Arta dit werkte beter voor hem omdat hij niet naar huis kon.
Het was wel zwaar 2 keer heeft hij zelfs met zijn koffers gestaan om weg te gaan mensen uit de groep hielden hem tegen.
Hij kreeg van de groep steun om te blijven.
Door Arta kreeg hij er weer vertrouwen in.
Zijn kinderen krijgen ook weer vertrouwen in hem.
Hij had de angst dat zijn kinderen hem niet meer wilden zien.
De kinderen vonden dat iedereen kon veranderen en hij kreeg een tweede kans.
Hij komt er met vallen en opstaan.
Om zijn proces te bevorderen gaat hij in gezinstherapie.
Hij legt ons uit hoe hij had gedacht dadelijk weer naar buiten te gaan zonder weer verslaafd te raken.
In de derde fase laten ze je langzaam vrij en mag je al naar buiten.
In de keuken leer je al om met stress om te gaan.
Er is veel stress in de keuken, maar je leert er hoe je rust kan vinden in die stres en om zo sterk te blijven staan.
Als hij bij Arta klaar is wilt hij gaan genieten van zijn leven.
Hij heeft door de alcohol veel plezier gemist.
Hij dacht plezier te hebben als hij dronk maar ziet nu in dat het niet zo was.
Zij lichaam kan niet alles dat wilt hij accepteren, Arta heeft hem ook geleerd gelukkig te zijn met zijn beperkingen.
Zijn biografie schrijven ging niet helemaal goed. Ze hadden geheelde wonden weer open gemaakt.
Er moest een psycholoog aan te pas komen om het weer recht te zetten.
Arta gaf hun fout toe dit schepte bij hem vertrouwen.
Wel heeft het ook zijn werk gedaan om de dood van zijn vader meer te kunnen accepteren en het af te kunnen sluiten.
Angsten en Begeleiding
In de interviews ben ik al verschillende angsten tegen gekomen.
Mensen zijn bang voor wat het leven hun brengt.
Er bestaat faalangst daar, en angst om niet begrepen te worden.
De angst voor de dood en voor eenzaamheid.
Er zijn nog meer angsten daar.
De angst om niet te kunnen slapen.
Angst om je niet te durven uit te spreken.
Angst om zichzelf te wezen en het oude los te laten.
Angst voor intimiteit.
Al deze angsten moeten worden beleid, dat wordt op verschillende manieren gedaan.
Ze brengen de mensen terug in de realiteit en kijken er dan naar.
Ze zoeken het probleem op en geven motieven om er iets mee te doen en hoe ze dat moeten doen.
Ze geven de mensen vertrouwen.
Ze laten zien wat ze wel kunnen en werken daar na toe.
Als je tegen de angst in gaat vechten kan dat de angst juist verergeren.
Als zij er niet uit komen kan er ook de hulp ingeroepen worden van een psychiater.
Als mensen angst voor intimiteit hebben gaan ze stapje voor stapje dat overwinnen.
Ze mogen duidelijk hun grenzen aangeven.
Als hun grenzen geaccepteerd worden geeft dat het gevoel dat ze de controle behouden.
Je kunt ook oefeningen krijgen voor angst.
De oefeningen kunnen een meditatie zijn of leren stevig op de grond te staan.
In de eerste fase plaatsen ze alles naar het hier en nu en dat delen ze met de rest van de groep.
In de tweede fase krijg je een biografie.
Mensen kunnen dan terug gaan naar vroeger.
Als er geen biografie meer is dan is het streven zoveel mogelijk met de gewone dingen bezig te zijn.
Interview danser
Leeftijd 60
Dans soort 5 ritmes van Gabrielle Roth
Vroeger had hij faalangst en was bang om door zijn moeder verlaten te worden. Later was hij ook in een relatie bang om verlaten te worden. Toen hij 22 was werd hij ziek en dacht dat hij dood ging hij voelde zich door iedereen in de steek gelaten.
Hij had een grote fascinatie voor dans. Als hij het op tv zag, had hij het verlangen om dat ook te gaan doen. Van zijn vader mocht dat niet. Hij vond het een hoeren wereld.
Toen hij 16/17 jaar was ging hij op dansles van zijn eigen geld. Hij danste twee jaar. Het dansen ging heel houterig hij was net een Pinokio. Hij dacht toen ik ben geen type voor dans. Hij had enorme faalangst tijdens het dansen hij begon te zweten en was als de dood om op iemands tenen te trappen, wat dan ook nog eens gebeurden. Hij wilde wel graag zich laten gaan maar hij durfde niet.
Toen hij 37/38 was ging hij op stijldansen en rock en roll. Hij deed dit twee jaar. Het ging nu beter hij had een vaste partner, dat gaf hem meer zekerheid. Het dansen was nog steeds vanuit zijn hoofd zonder echte emotie er in.
Toen hij 40 was ging hij Afrikaans dansen. Dit duurde twee avonden toen is hij boos weg gelopen. De lerares deed heel lullig tegen hem hij was daar ook de enige man. Er kwam een emotie los. Zijn partner bleef doorgaan met dansen. Hij oefende samen met haar thuis. Hij ging naar kroegen toe waar Afrikaans dansen was. Als hij dansten ging hij op zijn intuïtie af en kon zich laten gaan. Zodra hij muziek hoorde werd hij vrij. De mensen in de kroeg keken niet kritisch die vonden het mooi dat hij vanuit zijn ziel danste.
Vijf jaar later ontmoette hij in een café een vrouw die de vijf ritmes dansten. Hij kreeg een cursus aangeboden. Weer zal hij de enige man zijn, maar dat kon hem niet schelen en hij ging er voor. De dans paste goed bij hem. Hij leerde om met beide benen op de grond te staan en zich helemaal te laten gaan. Hij leerde vrij te dansen zonder dat daar alcohol voor nodig was of iets dergelijks. Hij leerde geen pasjes maar moest vanuit een gevoel dansen. Eerst dacht hij, dat kan ik niet, maar het lukte hem. Een dans kon ontstaan dat je moest doen dat je naar je werk toe liep en je boos was. Met die emotie ontstond er een dans. Er kwamen ook angsten naar boven. Hij kon vroeger jaloers zijn op jonge mensen maar beseft nu dat zijn leeftijd ook goed is en voelt zich nu completer. Hij hoeft geen bevestiging over zijn uiterlijk meer. Hij vindt het niet jammer dat hij nu pas vrij is geworden. Hij vindt het voor hem nu de goede tijd. Hij is niet boos op zijn ouders dat die hem vroeger niet in dansen hebben gesteund. Hij is wel blij dat de meeste kinderen van nu wel vrij zijn om te gaan dansen.
Vijf ritmes: er kan met markers gewerkt worden. Zo hebben ze een keer het gekwetste kind gedaan. Vroeger durfde hij het kind in zichzelf niet te laten zien. Hij heeft het kind toen weer doorleeft en durfde het weer te laten zien.
Zoals de naam al zegt werk je vanuit vijf ritmes deze zijn:
*Staccato - Woede
*Chaos - Verdriet
*Lyrisch - Vreugde
*Flowing - Mildheid
*Stilte - Niet oordelen en niet veroordelen
Door de dans leert hij verdriet te verwerken en kan tranen laten stromen. Hij durft nu te spetteren. Hij is zich bewuster geworden van dingen. Zijn
tekortkomingen kwamen weer naar boven. Hij had geen fijne motoriek maar masseert nu toch hij heeft zijn lichamelijke mankementen overwonnen. Hij heeft nu meer zelfvertrouwen en hoeft geen masker meer op te zetten.
Dans, angst en ik
Ook ik heb mijn angsten. Zo ben ik bang om te falen, mijzelf te laten zien, claustrofobie, bang voor vreemde mensen, bang dat mensen mij in de steek laten, bang om mensen te vertrouwen en bang om dood te gaan.
Zelf doe ik klassiek ballet. Toen ik er in oktober 2002 begon met ballet ging dat vrij stijfjes. Ik voelde me niet vrij met al die mensen die naar mij keken. Beetje bij beetje durfde ik steeds meer van mij zelf te laten zien. Ik merkte dat ik niet als maar op een klein stuk bleef maar meer van de vloer ging gebruiken en losser kwam. Ik maakte veel vorderingen maar nog steeds laat ik me niet helemaal gaan. Ik ben nog steeds in mijn hoofd bezig in plaats van dat ik me laat mee slepen door de muziek. Ik wil ook graag altijd alles onder controle houden en kan daardoor moeilijk me laten gaan. Ook in het dagelijkse leven wil ik continue controle hebben. Ik ben er achter gekomen dat dat ook de reden is waarom dansen zo goed bij mij aansluit. In de dans heb je een choreografie deze staat vast. Door de vaststaande gegevens is er voor mij ook weer een stukje extra controle. In ballet is er vrij weinig ruimte voor met emotie of op je gevoel te dansen dat sluit weer niet bij mij aan. Mijn wens zal dan ook zijn om volledig vrij te kunnen dansen niet alleen met ballet maar ook in de discotheek bijvoorbeeld. De rede waarom ik moeite heb om me zelf te laten gaan is omdat ik altijd bezig ben met het denken sta ik dan niet voor gek? Het vreemde in mij is wel dat ik me soms helemaal kan laten gaan en dan aan niets meer denk. Ik heb altijd een drempel waar ik overheen moet. Als ik ergens ben vind ik het eng om te dansen. Als ik eenmaal heb besloten om op de dansvloer te gaan kan ik mij vaak wel helemaal uitleven en opgaan in de menigte. Het dansen kan dan een soort iets van praten met mensen zijn, want dat doe ik ook niet zo makkelijk. Nu ik dit allemaal schrijf ben ik eens na gaan denken over hoe vaak ik nuchter de dansvloer betreed. Ik deed de schrikbarende ontdekking dat ik eigenlijk vrij vaak onder invloed ben als ik ga dansen. Maar zelfs als ik niet nuchter ben is het voor mij nog moeilijk om de stap te nemen om echt te gaan dansen. Ik heb denk ik altijd wel iets of iemand nodig om me te laten gaan. Als ik gedronken heb kan ik even de controle los laten dit is voor mij heel handig. Als ik gewoon nuchter ben dan ben ik heel bang om voor mij onbekende bewegingen te maken, bang dat ik dan voor gek sta. Ik kijk ook heel vaak naar mensen het eerste wat ik dan meestal denk is: nou die staan ook voor schut. Als ik dan bij mij zelf te raden ga of dat ik dat echt vind ontdek ik vaak dat ik dat niet vind maar dat ik denk dat anderen daar wel zo over denken. Zelf is er in mij juist vaak het verlangen kon ik dat ook maar.
Bang om te falen
Ik heb last van faalangst. Op school bij een proefwerk heb ik meestal niet zoveel last van. Als ik me ga voorbereiden op een proefwerk heb ik er wel last van. Er spookt continu de gedachte door mij hoofd dat ik het niet kan en dat ik het ook nooit leren zal. Meestal ga ik dan veel te veel leren om het er voor mijn idee perfect in te krijgen. Het proefwerk gaat dan meestal ook goed. Als mensen mij iets uitleggen en ik het idee heb dat ik het toch niet snap gaat alle informatie langs me heen. Het lijkt dan wel of dat ik het niet meer wil snappen. Het is voor mij ook mij ook makkelijker om te zeggen dat ik het helemaal niet snap. Als ik dan het proefwerk heb gemaakt en het resultaat valt tegen dan heb ik mezelf en de ander niet teleurgesteld want ik kende het toch niet. Het meeste heb ik er buiten school nog last van. Ik vond het heel eng om aan mensen iets te vragen, ik vroeg het dan ook liever maar niet. Ik heb er nu mee leren omgaan door het steeds toch maar te doen. Ik voel me nu nog steeds niet prettig, maar toch doe ik het. Wat voor mij ook helpt is als ik met een nog onzekerder iemand op pad ben. Ik laat dan meestal zien dat ik het wel durf, ook al is dat niet helemaal waar. Doordat ik informatie over faalangst heb opgezocht kan ik nog meer dingen verklaren die uit die angst voorkomen. Ik heb een heel laag zelfbeeld en weet absoluut niet met complimenten om te gaan. Vroeger was dat heel erg. Nu heb ik geleerd om toch complimenten te kunnen ontvangen en ik heb een iets beter zelfbeeld ontwikkeld.
Mij zelf laten zien
Ik loop er vaak niet onopvallend bij maar vind het toch moeilijk om me zelf te laten zien. Ik ben heel erg onzeker over wat anderen van mij vinden. Omdat ik van me zelf weet dat het er niet uit ziet ben ik ook niet bang om daar reacties over te krijgen ze vertellen me dan namelijk niks nieuws. Wel voel ik me geraakt als ik het zelf heel mooi vind en anderen het dan afkraken. Ik ga dan ook niet mijn best meer doen om er goed uit te zien. Ik vind het ook niet erg als mensen naar mij kijken of over mij praten zolang ik zelf maar niet merk dat de ogen op mij gericht staan. Ik vind het moeilijk om in een groep te praten vaak spreek ik heel onduidelijk of juist veel te hard. Ik vind het ook moeilijk om echt in het middelpunt te staan en te weten dat echt iedereen naar je kijkt. Als dat gebeurt zal ik het liefst door de grond heen zakken. Waarom ik het zo erg vind om mezelf te laten zien heeft denk ik met mijn lage zelfbeeld te maken. Ik zie mij zelf niet als iemand die gezien mag worden ik zie mij zelf meer als een lelijk mokkel waar maar weinig mensen in geïnteresseerd zijn. Omdat dit gevoel bij mij leeft vind ik het ook niet de moeite waard om mezelf te laten zien en doe het dan ook liever niet.
Claustrofobie
Ik voel me absoluut niet op mijn gemak als ik in kleine ruimtes zit waar ik de uitgang niet van kan zien. Ik sla op tilt van binnen maar kan mij meestal goed gedeisd houden. Ik ontdekte dat ik hier last van had toen ik een loopgraaf in ging. Ik voelde mij daar absoluut niet veilig. Ik denk dat het niet alleen aan de ruimte lag maar ook aan de sfeer die daar hing. Alleen de gedachte al dat daar mensen in hebben gezeten die geen kant meer op konden en die wisten dat ze op hun dood zaten te wachten deed mijn buik draaien. Ik was ook heel erg blij toen ik er weer uit was. Sindsdien heb ik angst, voor ruimtes waar je de uitgang niet van kan zien, gekregen. Op Ardennen kamp kwam deze angst weer heel sterk naar voren toen we spelio gingen doen. Ik ben de grot in gegaan, maar had dat liever niet gedaan. We moesten op ons zij door een kloof heen hier brak het zweet mij wel uit. Toch ben ik blij dat ik het gedaan heb. Mijn instelling is vaak ook dat je je angsten onder ogen moet komen en moet proberen er mee om te gaan.
Bang voor vreemde mensen
Ik ben niet zo zeer bang voor de mensen maar meer bang om er toenadering mee te zoeken. Als ik ergens kom met allemaal vreemde mensen dan voel ik mij niet op mijn gemak. Vroeger ging ik dan ergens in een hoekje staan en zat de hele avond naar mensen te kijken. Ik was vaak jaloers op de anderen dat zij zich wel konden uitleven en ik niet, omdat mijn stomme angst mij overwon. Ik was het zat om altijd dat probleem maar te hebben. Ik ben toen heel nuchter het gaan bekijken. Ik bedacht me, wanneer sta je meer voor schut, als je gewoon mee doet of als je daar maar in een hoekje staat. Ik kwam toen tot de conclusie dat ik in dat hoekje juist veel meer opviel dan als dat ik in de menigte op zal gaan. In mijn verstand wist ik het nu. Mijn gevoel kwam er niet echt in mee ik voel mij nog steeds veiliger verborgen in een hoekje of vast gekleefd aan iemand anders. Ik probeer nu wel elke keer als ik ergens ben mij te bedenken dat ik minder opval als ik in de menigte opga. Na mezelf veel peptalk gegeven te hebben kan ik vaak wel gaan socialiseren. De rede van deze angst is ook weer angst om te falen en bang dat ik een verkeerde indruk op mensen achter laat.
Bang dat mensen mij in de steek laten
Ik heb vroeger een hele goede vriendin gehad. Zij ging verhuizen en we zagen elkaar niet zo vaak meer. Mijn vriendin mocht van haar ouders niet bij mij komen spelen. Ik kwam nog wel eens bij haar maar dit was veel te weinig. Ik schreef haar wel eens een kaartje maar vaak kwam hier pas heel veel later reactie op of helemaal geen. Ik heb er heel veel verdriet om gehad dat ik mijn beste vriendin niet meer mocht zien. Ik heb later nog wel wat vriendinnen gehad maar dat was niet meer zoals met haar. Keer op keer gebeurde het dat ik weer in de steek werd gelaten en zocht dan maar weer een andere vriendin. Ook na de basisschool gebeurde dit. Als ik een vriendin had gevonden buiten school verlieten ze mij ook na een tijdje weer. Keer op keer deed dit mij weer pijn. Als ik met iemand bevriend was vocht ik er ook voor om die vriendschap te behouden. Als mijn ouders er tegen waren en ik er toch bevriend mee wilde zijn ging ik voor die vriend. Van de andere kant verwachtte ik dit ook. Helaas is dat keer op keer een illusie geweest, en was ik ook weer teleur gesteld dat mijn verwachtingen niet uitkwamen. Door dat ik elke keer weer teleur gesteld was ben ik bang bij iedere volgende vriendschap dit weer zal gebeuren. Ik ben ook twee vrienden verloren, door deze ervaring ben ik heel bang dat de vrienden die ik nu heb ook iets zullen overkomen.
Bang om mensen te vertrouwen
Vroeger was ik best wel gezet, als ik mensen dan vroeg ben ik dik dan zeiden ze nee. Toen ik heel veel afgevallen was kreeg ik daar positieve reacties op. Gelijktijdig zeiden dezelfde mensen die mij vroeger niet dik vonden; het is beter zo, vroeger was je toch best wel dik. Toen brak mijn klomp. Ik kon dus duidelijk niet op anderen vertrouwen, want die zeiden niet wat ze werkelijk dachten. Dit is een voorbeeld maar ook zie ik het vaak dat ze tegen de des betreffende andere dingen zeggen als dat ze werkelijk denken. Dit gedrag heeft er bij mij voor gezorgd dat ik mensen niet zo goed meer vertrouw. Ik hou niet van ingepakte praatjes, zeg gewoon wat je denkt. Ik vind de waarheid recht in mij gezicht minder hard dan dat ik er achter moet komen via anderen omdat er achter mijn rug om gepraat wordt.
Ik heb vroeger mensen vaak wel te snel vertrouwd. Ik bouwde dan op ze maar dat bleek dan achteraf niet terecht te zijn. Zo leende ik eens spullen aan iemand uit omdat die op straat stond vervolgens was ze met de noordenzon vertrokken. Ik vertrouwde haar en ging er van uit dat als ze weg zal gaan zij de spullen terug zal geven. Mijn vertrouwen in haar bleek dus niet terecht te zijn. Dit soort dingen zijn wel vaker gebeurt. Ik heb dus nu wel geleerd dat je niet zomaar op mensen kan vertrouwen, maar daardoor duurt het ook heel lang voordat ik iemand helemaal vertrouw.
Bang om dood te gaan
Toen mijn opa overleed had ik een maand van tevoren al heel veel last, ik kon niet meer eten en wist dat er iets ergs stond te wachten. Toen mijn opa overleed verdween dit gevoel gedeeltelijk. Een paar weken later overleed mijn oom. Het waren twee mensen die in een maand tijd overleden dit was heel heftig. Mijn gevoel was nu ver weg dat er iets te gebeuren stond. Ik had heel erg de behoefte om bij mijn opoe langs te gaan, die behoefte had ik normaal niet echt. We zijn toen gegaan. Ik voelde dat er iets niet goed was. De dag na het bezoek aan haar overleed zij. In Augustus 2003 zijn er twee vrienden van mij in een brand omgekomen. Op een of andere manier wist ik dat dit zal gebeuren ik wist alleen niet dat zij het zouden zijn. Die ochtend toen ze waren omgekomen kreeg ik een droom waarin mijn benen helemaal zwart werden. Toen de telefoon ’s ochtends ging wist ik dan ook dat het helemaal mis was. Toch kon ik het eerst niet geloven ik dacht nee hé mijn voorgevoel zal toch niet zijn uitgekomen. Pas toen ik daar stond kon ik het geloven. Door al die voorgevoelens ben ik nu ook heel bang om dood te gaan. Ik ben bang dat ik het ook van me zelf zal weten, dit wil ik absoluut niet. Ook vind ik het heel er eng omdat het onbekend is. Als iets onbekend is ben ik er bang voor. Het idee ook dat als ik dood ben en ik niet meer de controle heb over wat er gebeurt vind ik ook maar niets. Ik wil controle houden en stel je nou eens voor dat ik mijn begrafenis zal kunnen zien dan zal ik mij helemaal dood ergeren als ik zag dat het niet naar mijn zin ging.
Ontdekking
Ik heb ontdekt dat de meeste angsten van mij voort komen uit over controle. Als ik iets niet meer in de hand heb sla ik op tilt en word ik bang. Vroeger vluchten ik er voor weg nu probeer ik steeds meer de situaties onder ogen te komen. Ik heb gemerkt door dingen een keer te doen dat ze de volgende keer al minder eng zijn. Ik heb bijvoorbeeld een hele erg angst voor bloedprikken. Ik heb het vaak moeten doen. Ik merkte als ik probeerde te vertrouwen op die mensen dat ik al rustiger werd. Door niet elke keer door het lint te gaan maar het gewoon dapper te doen merkte ik dat het steeds minder eng werd. Ik heb ook ontdekt dat als er ergens een beloning tegenover sta ik ook makkelijker mijn angsten aan ga. Ik mag dan wel 16 zijn, maar ik hield me toch dapperder toen ik wist dat ik een dapperheidscertificaat zal krijgen als ik het bloedprikken goed doorstond. De simpele kleine dingen kunnen er bij mij voor zorgen dat ik mij sterker voel. Doordat ik nu het besef heb, dat je gewoon door je angsten heen moet kan ik ze ook veel makkelijker te lijf gaan. Ik ben een keer met abzeilen omgevallen. Toen ik daar aan het touw bungelde was het eerste dat ik zei mag ik nog een keer. Ik wist gewoon als ik het nu niet gelijk nog een keer doe blijf ik daar levenslang angst voor houden. Ik heb het toen nog een keer gedaan. Ik ben nu ook niet echt bang om het nog een keer te doen omdat ik weet dat het ook bij mij goed kan gaan. Ik ben er niet bang voor maar mijn hobby zal het ook niet worden.
Proces beschrijving
Mijn onderwerp is dans en angst. Ik heb dit onderwerp vanaf het begin al gehad. Mijn onderzoeksvragen zijn wel wat verandert.
Ik had eerst,
Binnenvragen:
- Wat zijn mijn angsten
- Wat betekent dans voor mij
- Waarom wil ik zo graag dansen
- Heb ik mijzelf meer ontwikkeld in het dansen
Buitenvragen:
- Wat zijn angsten
- Hoe staan andere mensen tegenover dans
- Wat doet muziek en dansen met mensen
- Draagt dansen bij aan de psychische en lichamelijke ontwikkeling
- Zijn angsten te overwinnen
Nu heb ik,
Binnenvragen:
- Wat voor angsten heb ik
- Waar komen mijn angsten vandaan
- Wat doet dansen met mij
Buitenvragen:
- Wat voor angsten leven er in mensen
- Wat is de oorzaak/basis van angsten
- Wat merken andere dansers van angsten
Op de vragen heb ik grofweg wel de antwoorden gevonden. Ik heb uiteindelijk niet heel erg veel meer over dansen gedaan. Ik heb geen theorie over dansen gelezen wat ik eerst wel van plan was. Ik lees heel erg langzaam en kon de moed niet opbrengen om veel te lezen. Ik heb besloten om vrijwel alles in enquête en interview vormen te doen. Ik ben begonnen om op school een enquête te houden over de angsten die mensen hadden. Uit die enquête kwam dat heel veel mensen last hadden van faalangst. Ik heb zelf ook last van faalangst en ben me daar in gaan verdiepen. Eerst had ik informatie verzamelt over angsten in het algemeen en later over specifiek faalangst. Ik ben hierdoor veel dingen over mijn zelf te weten gekomen. Ik kon bepaalde gedragingen nu eindelijk plaatsen.
Ik heb een enquête afgenomen bij een danser. Hij danste de vijf ritmes. Ik heb speciaal iemand genomen die een andere dans deed dan ik. In de ballet wereld weet ik wel hoe dat er aan toe gaat. Ik had geen zin om me daar verder in te verdiepen. Hij gaf ook antwoorden over wat muziek met hem deed. Ik weet het nu voor me zelf en van hem, een algemener beeld heb ik er niet van. Ik heb ontdekt dat veel mensen van (ongeveer) twee generaties boven mij heel negatief over ballet denken. Heel veel vonden het een hoeren wereld.
Ik heb stage gelopen bij Arta. Ik had daar bij de bewoners interviews afgelegd met onder anderen vragen over angsten er in. Deze had ik al en heb ik toegevoegd aan dit werkstuk. Ik vond het interessant om te weten te komen wat voor angsten er bij die mensen leefden. Ik heb hier ook een duidelijke indruk van gekregen dankzij hun goede medewerking.
Ik had een vraag over hoe je angsten kan overwinnen. Ik heb daar een antwoord op gekregen. Bij faalangst heb ik informatie gevonden hoe je er mee om kan gaan. Bij Arta heb ik informatie gekregen hoe je in het algemeen met angsten om kan gaan en ze zelfs kan overwinnen.
Ik ben in mij zelf gaan graven. Ik had al mijn angsten op een rijtje gezet en een aanzet gemaakt met het stuk, welke angsten kom ik bij dansen tegen. Ik dacht altijd dat dit het makkelijkste gedeelte zal worden maar na een halve bladzijde liep ik vast. Ik kon niet achterhalen waar mijn angsten vandaan kwamen. Ik heb hier vele gesprekken met Joke voor nodig gehad voordat ik pas kon bedenken waar al die angsten vandaan kwamen. Ik ben achter de computer gaan zitten en opeens kwam het er uit. Ik was de drempel over en durfde er aan te beginnen. Ik had hier al die tijd een angst voor om het op papier te zetten. Ik was bang dat er vreemde reacties zouden komen. Ik was ook bang dat ik te veel los zal maken bij mezelf. Door het echt op papier te zetten werd het voor mij tastbaar. Ik vond dit best wel eng ik confronteerde mezelf nu met mijn eigen problemen. Toen ik alles had opgeschreven vond ik dat ook best wel heftig en had ik ook echt de tijd nodig om het allemaal te laten bezinken. Er is voor mij nu wel duidelijkheid geschept en ik heb kunnen achterhalen waar de meeste angsten van mij door ontstaan. Dit is voor mij heel prettig want nu kan ik er iets mee doen.
Vrij atelier
In de blok lessen heb ik twee kunstwerken gemaakt. Bij het eerste kunstwerken wist ik niet van tevoren wat het zal gaan worden. Ik ben in piepschuim gaan snijden met de woorden angst en dans in mijn hooft. Ik maakte lijnen maar wist zelf niet wat het moest worden. Ik ben de stukken gaan inschilderen en heb er afdrukken van gemaakt. Ik ben het kunstwerk toe in stukken gaan snijden. Ik vond dat heel eng. Ik had nu een leuk werkstuk en ik wist niet of dat ik er toen ik het kapot gesneden had ook nog iets leuks van kon maken. Ik had totaal geen controle meer over mijn eigen werkstuk. Ik heb hier wel onbewust een angst mee overwonnen. Ik heb geleerd me zelf in het diepe te durven gooien en te vertrouwen op mijn eigen kunnen. Ook al wist ik nog niet dat ik het kon.
Mijn tweede beeldje werd van brons. Voordat het een bronzen beeldje kon worden moest ik eerst een mal van was maken. Over de mal kwam gips en dat werd in de oven gezet. In de oven smolt de was en bleef de mal over. Ik vond het geen prettige gedachten dat het wassen beeldje helemaal verging. Als er bij het gieten iets fout zal gaan had ik niks meer. Weer had ik de controle niet in eigen handen over het eind resultaat. Het was nu veel erger dan bij het vorige werkstuk. Als dat niet lukte kon ik nog iets anders proberen. Als dit beeldje fout ging had ik alleen nog maar een foto van het wassen beeldje. Ik vond het echt doodeng om de mal te maken en was ook echt vol spanning toen het gegoten werd. Ik was volledig opgelucht toen ik het beeldje uit de mal zag komen en zag dat het was gelukt. Ik heb in dit jaar echt geleerd om risico’s te durven nemen met kunst maken.
Nawoord
Eindelijk het werkstuk is af!
Ik heb er heel veel van geleerd. Ik heb het meeste gehad aan de stukken die over mijzelf gingen. Ik heb veel ontdekkingen over mijzelf gedaan. Ik vond het heel moeilijk om op gang te komen en het op tijd af te hebben. Het duurde bij mij veel te lang totdat ik met mijn persoonlijke stuk aan de slag kon. Toen het er eindelijk uit wilde komen was het al bijna tijd om het in te leveren. Toch is het me gelukt om over mijzelf te schrijven en ben ik heel erg tevreden over het resultaat. Ik ben ook heel blij dat ik zonder veel gelezen te hebben toch nog heel veel te weten gekomen ben. Ik wil alle mensen dan ook bedanken die mij gesteund hebben, en die waarbij ik interviews heb mogen afnemen. Ik heb heel erg veel gehad aan de gesprekken met Joke. Ik wist altijd mijn onderwerp al maar het duurde ook heel lang tot dat er echte diepgang in de gesprekken kwam. Na elk gesprek had ik altijd wel weer iets om op te schrijven of had ik ideeën over hoe ik verder kon. Toen ik bij mijn persoonlijke deel kwam waren de gesprekken heel behulpzaam. Door de gesprekken ben ik over de drempel heen gekomen, ik durfde het ook echt op papier te zetten. Ik ben blij dat ik met dit onderwerp aan de slag ben gegaan. Ik heb op ongeveer alles wat ik wilde weten een antwoord gevonden.
Voor Joke
Ik ben je heel erg dankbaar. Ik heb veel gehad aan de gesprekken die we gevoerd hebben. Ik was ook heel erg blij als ik helemaal in de stress zat en het niet meer zag zitten dat jij mij dan altijd een goede pep-talk kon geven. Kortom je bent voor mij een enorme steun geweest.
Bedankt!!!!!!!!!
Bronnen
• Enquêtes, *leerlingen van de vrije school te Prinsenbeek
• Basis angsten, *boek: angst
schrijfster: Micheala Gödeke
uitgeverij: Christofoor
• Faalangst, *
www.bureaubezem.nl
*
www.faalangst.be
• Interviews, *bewoners en medewerkers van Arta
• interview danser, *wijnand woudstra
• Dans, angst en ik, *Evelien Veringmeier
• Procesbeschrijving, *Evelien veringmeier
• Nawoord, *Evelien Veringmeier
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.