geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

ff n studiebreak

Meiden, laser je binnenste schaamlippen lekker weg joh. Want je vriendje wil een playboypoesje.

Geschreven door:

San (4 vwo)

Datum ingestuurd:

2 januari 2005

Taal:

Woorden:

2.400

Bekeken:

10395 keer (52 deze maand)

Waardering:

3.8/5 (32 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
Inleiding:

Dit werkstuk gaat over “het menselijk afweersysteem”. Een moeilijk onderwerp, zo vonden wij, maar leuk om hier wat meer over te weten.

Als de mens geen afweersysteem zou hebben, zouden we om de haverklap ziek zijn van alle bacillen en virussen die door de lucht zweven.

Je moet ons systeem zien als een schild, dat voor ons lichaam wordt gehouden. Of beter gezegd: een schild dat er ín ons lichaam voor zorgt dat de virussen en bacteriën die binnen zijn gekomen, geen kans hebben om ons ziek te maken. Ze worden vernietigd.
Althans, dat is de bedoeling.

In dit werkstuk staat een heleboel informatie over dit “schild” van de mens. We hopen dat u het met plezier leest, en misschien dat u er nog iets van op steekt!

Inhoud:

hoofdstuk 1: Hoe werkt ons afweer, oftewel “immuunsysteem”?
- Onderdelen van het immuunsysteem

hoofdstuk 2: Hoe ontstaat immuniteit?
- Actief en Passief
- Een verstoord systeem

hoofdstuk 3: Waarom bezit de mens zoveel verschillende soorten witte bloedcellen?
- Wat zijn witte bloedcellen?
- Wat voor soorten witte bloedcellen bestaan er?
- Welke functie hebben deze verschillende soorten?
- De verschillende soorten lymfocyten.
- Waar vind je de lymfocyten en andere witte bloedcellen?

Conclusie

Bronvermelding

1. Hoe werkt ons afweer/-immuunsysteem?

Het immuunsysteem maakt onderscheid tussen lichaamseigen en lichaamsvreemde stoffen. Wanneer er lichaamsvreemde stoffen worden aangetroffen, wordt het immuunsysteem actief tegen deze stoffen (de ziekteverwekkers), waardoor de ziekteverwekkers worden gedood, maar de lichaamseigen stoffen onaangetast blijven. Het immuunsysteem herkent de moleculen van de ziekteverwekker en ontwikkelt antistoffen die de ziekteverwekker de volgende keer meteen aanpakken.
Het immuunsysteem heeft als eerste 3 belangrijke functies:
- Het vormt een barrière die voorkomt dat bacteriën en virussen je lichaam binnendringen.
-Als een virus of een bacterie toch je lichaam is binnengedrongen, dan tracht het immuunsysteem die kiem op te zoeken en uit te schakelen voordat deze zich kan innestelen en voortplanten.
-Als het virus of de bacterie in staat is zich te vermenigvuldigen en problemen veroorzaakt, is je immuunsysteem verantwoordelijk voor het verwijderen ervan.
Het immuunsysteem heeft ook een reeks andere belangrijke taken. Je immuunsysteem kan bijvoorbeeld kanker in een vroeg stadium ontdekken en deze kanker dan ook in veel gevallen uitschakelen.

Onderdelen van het immuunsysteem:
Het meest duidelijke, zichtbare en ook een heel belangrijk deel van ons immuunsysteem is onze huid. Die fungeert als eerste grens tussen ziektekiemen en ons lichaam. Gedeeltelijk werkt onze huid ook net als een plastic folie die we over etenswaren spannen. De huid is taai en doorgaans ondoordringbaar voor virussen en bacteriën.
De opperhuid (epidermis) bevat speciale cellen, zogenaamde cellen van Langerhans (ze zitten verspreid tussen de pigmentcellen) in de onderste laag (kiemlaag) van de opperhuid) die een onderdeel vormen van het snelle waarschuwingssysteem bij onze afweer. De huid scheidt ook antibacteriële stoffen af. Die stoffen zorgen er voor dat we ‘s ochtends niet wakker worden met een laag schimmel op onze huid.
De neus, mond en ogen zijn ook duidelijke invalswegen voor ziektekiemen. In de wand van je neus, keel, longen en ook in de huid, zitten mestcellen (mastocyten, een soort witte bloedlichaampjes). Die helpen bij het afweren van bacteriën en virussen.

Speeksel werkt ook antibacterieel. Daar de neusdoorgang en de
longen komen. Eenmaal binnen het lichaam, dan krijgt de
ziektekiem te maken met het immuunsysteem op veel verschillende niveaus. De hoofdcomponenten van het immuunsysteem zijn:

- Lymfesysteem
- Thymus
- Milt
- Beenmerg
- Witte bloedcellen
- Antistoffen (antilichamen)
- Complement systeem
- Hormonen

Her volgt een korte uitleg van deze onderdelen van ons immuunsysteem:
Het lymfe-systeem:
Het lymfesysteem is wel het meest bekend bij mensen, omdat dokters en moeders vaak in de halsregio controleren op ‘gezwollen lymfeklieren’. Het blijkt dat de lymfeklieren een onderdeel vormen van een vaatsysteem dat door ons hele lichaam zit, vergelijkbaar met ons bloedvaatstelsel. Het grote verschil tussen de bloedstroom in de bloedvaten en de lymfestroom in de lymfevaten is dat het bloed actief door het hart wordt rondgepompt en dat de lymfestroom passief is. Er is geen ‘lymfepomp’ zoals de ‘bloedpomp’ (het hart). In plaats daarvan sijpelt vocht in het lymfevaatsysteem en wordt door normale lichaams- en spierbewegingen voortgeduwd in de richting van de lymfeklieren. Het lijkt veel op de leidingwateraanvoer en de rioolwaterafvoer. Water wordt onder druk voortgeduwd, de rioolafvoer gaat passief en stroomt dankzij de zwaartekracht
Lymfe is een tamelijk heldere vloeistof die de cellen omspoelt met water met daarin voedingsstoffen. Lymfe is bloedplasma - grofweg bloedvloeistof minus de rode en witte bloedcellen. elke cel heeft niet zijn eigen bloedvoorziening en toch, om te overleven, moet ze voedsel, water en zuurstof krijgen. Bloed draagt deze stoffen via de wand van de haarvaten over aan de lymfe en de lymfe brengt deze stoffen naar de cel. De cel produceert eiwitten (o.a. hormonen) en afvalproducten die door de lymfe worden opgenomen en weggevoerd. Elke willekeurige bacterie die het lichaam binnenkomt, vindt ook zijn weg naar die vloeistof tussen de cellen. Een taak van het lymfesysteem is de bacteriën uit deze vloeistof te filteren. Kleine lymfvaten verzamelen de vloeistof en brengen die via de grotere vaten naar de lymfeknopen of -klieren waar deze wordt ‘bewerkt’.
Lymfeknopen zijn in het bezit van filtreerweefsel en een groot aantal lymfecellen. Als bepaalde infectiebacteriën bevochten worden, dan zwellen de lymfeklieren op zowel door de bacteriën en als door de cellen die de bacteriën bevechten en daardoor kun je ze ook echt voelen omdat ze dik zijn geworden. Gezwollen lymfeklieren zijn een goede indicatie dat je een of andere infectie hebt opgelopen. Als de lymfe is gefilterd in de lymfeknopen, dan komt ze terug in de bloedstroom.

Thymus:
De thymus ligt in onze borstkas tussen het borstbeen en het hart. Zij is verantwoordelijk voor de productie van T-cellen een soort witte bloedlichaampjes) en is speciaal van belang in net geboren baby’s - zonder thymus stort het immuunsysteem van de baby in elkaar, en zal het sterven.

Milt:
De milt filtert het bloed op zoek naar vreemde cellen (dat betekent dat de milt ook kijkt naar oude rode bloedcellen die moeten worden vervangen). Iemand zonder milt wordt dan ook veel vaker ziek dan iemand met een milt.
Beenmerg:
Beenmerg produceert nieuwe bloedcellen, zowel rode, witte als bloedplaatjes. Wat betreft de rode bloedcellen, deze cellen worden volledig gevormd in het beenmerg en ze komen dan van daar in de bloedstroom. Sommige witte bloedcellen komen op een andere plek tot rijping. Het merg produceert alle bloedcellen vanuit stamcellen. Ze worden ‘stamcellen’ genoemd vanwege het feit dat ze zich kunnen aftakken en tot veel verschillende cellen uitgroeien. Ze zijn voorlopers van verschillende celtypen. Stamcellen veranderen in werkelijk heel specifieke soorten witte bloedcellen.

Witte bloedcellen:
Witte bloedcellen zullen we in een volgend hoofdstuk behandelen.

Antistoffen - antilichamen:
In Nederland gebruiken we meer de term antistoffen dan antilichamen. Alle antistoffen zijn eiwitten, die ‘immunoglobulinen’ worden genoemd. Ze worden geproduceerd door witte bloedcellen. Het zijn Y-vormige eiwitmoleculen die kunnen reageren met een specifiek antigeen (bacterie, virus of gifstof). Elk antilichaam heeft een speciaal gebied dat gevoelig is voor een specifiek antigeen en daar dan op een of andere manier mee bindt.

Complementsysteem:
Het complementsysteem bestaat net als de antistoffen uit een rijtje eiwitten. Er zijn miljoenen verschillende antistoffen in onze bloedsomloop die elk gevoelig zijn voor een speciaal (beter specifiek) antigeen. Er zijn slechts een handvol eiwitten van het complementsysteem die vrijelijk in je bloed ronddrijven. De complement-eiwitten worden gemaakt in de lever en ze worden geactiveerd door en werken samen met (vandaar de naam complement) de antistoffen. Ze veroorzaken lysis (= het openbarsten) van cellen en geven een signaal aan de fagocyten dat deze cellen opgeruimd moeten worden.

Hormonen:
Er worden veel verschillende hormonen voortgebracht door het immuunsysteem. Deze hormonen staan algemeen bekend als de lymfokines. Het is ook bekend dat bepaalde hormonen in het lichaam het immuunsysteem onderdrukken. Steroïden en corticoïden (componenten van adrenaline) onderdrukken het immuunsysteem.

2. Hoe ontstaat immuniteit?

Ons lichaam moet natuurlijk beschermd worden tegen bacteriën en virussen, anders ben je voortdurend ziek. De lichaamsvreemde stoffen die ziekte veroorzaken heten antigenen. Om je tegen al die stoffen te beschermen, heeft het lichaam een systeem. Als je een griepvirus oploopt, wordt je afweersysteem snel geactiveerd waardoor de indringers uitgeschakeld worden. Bij de bestrijding van ziekteverwekkers worden geheugencellen gevormd, die de informatie erover bewaren. Bij herbesmetting delen die geheugencellen zich tot de groep gewenste lymfocyten en zo worden de ziekteverwekkers snel en efficiënt weggewerkt. Als je immuun bent, ben je dus beschermd tegen bepaalde antistoffen.

Actief en passief
Je hebt twee manieren waarop je immuun kan worden. Dat is actieve en passieve immunisatie.
- Bij actieve immunisatie maakt het lichaam zelf de antistoffen. Om immuun te worden krijg je een vaccin ingespoten met onschadelijk gemaakte ziekteverwekkers, soms krijg je alleen antigenen. Omdat het lichaam op de antigenen reageert, ontstaan er geheugencellen, die er uiteindelijk voor zorgen dat je immuun wordt. Je wordt dus niet ziek, maar maakt wel antistoffen.
Je kunt natuurlijk wel besmet raken en dan antistoffen produceren.
- Passieve immunisatie houdt in dat de antistoffen die worden toegediend bij een vaccinatie die van een ander mens of dier afkomt. Als je bijvoorbeeld door een hond gebeten wordt, kunnen er tetanusbacteriën in je lichaam komen. De antistoffen die je lichaam worden ingespoten komen van dieren, of worden biotechnologisch gemaakt. Normaal zou je lichaam die stoffen zelf moeten maken, maar door de gifproductie van de bacteriën heb je daar geen tijd meer voor.

Een verstoord systeem
Het kan helaas ook voorkomen dat je afweersysteem “ziek” is, het komt dan niet of te weinig in actie. Er is sprake van immuundeficiëntie. AIDS is een goed voorbeeld van zo’n infectie.

Nog erger is het als het afweersysteem zich tegen de eigen lichaamscellen keert. Bij een bepaalde vorm van suikerziekte worden cellen van je alvleesklier beschadigd en bij reuma kraakbeencellen in je gewrichten. Dit zijn auto- immuunziekten.

3. Waarom bezit de mens zoveel verschillende witte bloedcellen?

Ons afweersysteem bestaat uit een samenspel van systemen:
· natuurlijke barrières om indringers buiten ons lichaam te houden zoals bijvoorbeeld de huid.
· specifiek systeem dat ‘vreemd’ ten opzichte van ‘eigen’ kan onderscheiden en een soort van ‘geheugen’ heeft.
· niet-specifiek systeem bestaande uit witte bloedcellen.
We gaan ons nu verdiepen op dat laatste punt.
Ons lichaam wordt voortdurend bedreigd door allerlei ziekteverwekkers zoals virussen en bacteriën. Gelukkig hebben we een afweersysteem waarmee we ze kunnen tegenhouden of bestrijden, zoals onze huid en de witte bloedcellen. De huid vormt een eerste barrière tegen ziektekiemen. De witte bloedcellen zijn binnenin je lichaam aan het werk.

Wat zijn witte bloedcellen?
De witte bloedcellen spelen een belangrijke rol in het afweersysteem en hebben twee hoofdfuncties. Ten eerste verdedigen ze het lichaam tegen infecties met lichaamsvreemde stoffen en indringers. Ze zijn daardoor van cruciaal belang voor de afweer tegen ziekteverwekkende micro-organismen, zoals bacteriën, virussen, parasieten, schimmels en gisten. Ten tweede helpen ze bij het opruimen van afgestorven cellen in het lichaam. Als reactie op een infectie neemt het aantal witte bloedcellen in het bloed toe, om zo de infectie te bestrijden. Er zijn verschillende soorten witte bloedcellen om zo alle indringende ziektekiemen zo goed mogelijk tegen te kunnen gaan.

Welke soorten witte bloedcellen bestaan er?
Witte bloedcellen worden ook wel leukocyten genoemd. Leukocyten is eigenlijk een verzamelnaam voor de verschillende soorten witte bloedcellen die er bestaan. We onderscheiden drie soorten leukocyten;
· lymfocyten (zoals B-cellen, plasmacellen en T-cellen)
· monocyten (macrofagen)
· granulocyten (neutrofielen, eosinofielen en de basofielen)

Welke functie hebben deze verschillende soorten?
De belangrijkste witte bloedcellen zijn de lymfocyten. Het zijn cellen die ziektekiemen kunnen herkennen en ze zo tegen kunnen gaan. Over de lymfocyten hoor je zo meer.
Monocyten (zie hieronder) zijn er voor de reiniging. Ze zoeken het lichaam af of er iets is wat er niet hoort. Zij zijn dus werkzaam in het hele lichaam
Zo verzwelgen ze vreemde deeltjes. Lymfocyten kunnen niet verzwelgen of eten. Ze krijgen informatie van de monocyten en de monocyt-achtige cellen om zo hun werk te doen. De neutrofielen zijn verantwoordelijk voor het doden van bacteriën en zijn de eerste witte bloedcelen bij de infectie. De eosinofielen spelen een deel in het vertragen van de reactie op vreemde ziektekiemen. Zo hebben alle soorten hun eigenschappen en functies. Alle soorten bij elkaar worden dus leukocyten genoemd, het onderhuidse immuunsysteem.

De verschillende soorten lymfocyten.
Zoals al was gezegd, zijn de lymfocyten de belangrijkste witte bloedcellen. Zij kunnen zo een ziektekiem herkennen als hij het lichaam binnentreed en zo snel reageren met het doden van de indringers. De soorten cellen waar de lymfocyten o.a. uit bestaan zijn de B -lymfocyten en de T- lymfocyten. De B -lymfocyten krijgen hun gedaante na gevoed te zijn in het beenmerg, vandaar dat B -lymfocyten zijn hoofdzakelijk verantwoordelijk voor het produceren van antibacteriën.
Antibacteriën maken vreemde deeltjes gemakkelijk te zien met de rest de lymfocyten van het immuun systeem, zodat ze daarna makkelijk te doden zijn. T- lymfocyten komen tot ontwikkeling in de lymfe klier. Welke onder het borstbeen ligt hiervandaan worden de T- lymfocyten verdeeld in drie categorieën;
· De T- helpende cellen
· De T- onderdrukkende cellen
· De cytotxische cellen

De T- helpende en de T- onderdrukkende cellen doen precies wat hun naam al zegt. De cytotoxische cellen zijn alleen verantwoordelijk voor het doden van viraal geïnfecteerde tumor cellen. Als er dan kanker wordt veroorzaakt heeft het immuunsysteem gefaald.

Waar vind je de lymfocyten en andere witte bloedcellen?
De witte bloedcellen zitten net zoals andere voedingstoffen verpakt in het lymfestelsel. Dat systeem zit over je hele lichaam verspreid en zorgt er zo voor dat als er ergens in je lichaam een ziektekiem binnendringt, er meteen gereageerd kan worden.

De witte bloedcellen zorgen dus voor het onderhuidse immuunsysteem. De leukocyten zijn onder te verdelen in drie groepen waarvan de lymfocyten dus het belangrijkste zijn. Dat neemt niet weg dat de andere witte bloedcellen niet belangrijk zijn, we kunnen er absoluut geen een missen. Ze hebben allemaal hun functies en zitten over het hele lichaam verspreid door het lymfestelsel.

Conclusie:

Zoals gezegd vonden wij dit een moeilijk onderwerp, en een conclusie hierbij is bijna onmogelijk.
Onze vragen waren:

- Hoe werkt een afweersysteem?
Een afweersysteem is een schild voor het lichaam van de mens, dat ziekteverwekkers tegengaat. Als dit afweersysteem echter niet sterk genoeg is, wordt het schild doorboord en is de mens ziek.

- Hoe ontstaat immuniteit?
Als je “immuun” bent, ben je beschermd tegen buitenlichamelijke stoffen. Immuniteit ontstaat na een ziekte, door middel van geheugencellen, die het virus herkennen en er snel iets tegen kunnen doen. Of door een andere factor, bijvoorbeeld door een beet van een hond of een ander dier.

- Waarom zijn er zoveel verschillende soorten witte bloedcellen?
Er bestaan een heleboel soorten witte bloedcellen, elk met een eigen functie. Samen zorgen deze voor een goede verdediging van het lichaam, ieder op zijn eigen vakgebied.

Wij hebben ons afweersysteem hard nodig en hopen dat hij nog lang werkt!

Bronvermelding:

We hebben bij het maken van dit werkstuk het biologieboek gebruikt, en deze internetsites:
http://www.bprc.nl/BPRCNL/L4/Iwhat.html
http://www.leren.nl/rubriek/wetenschap/biologie/
http://www.digischool.nl/biop

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.