Geschreven door: | Ciska (4 vwo) [meer] |
Datum ingestuurd: | 11 november 2004 |
Taal: |  |
Woorden: | 6.050 |
Bekeken: | 7390 keer (16 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Inleiding
Genetische manipulatie vormt tegenwoordig een zeer belangrijk onderwerp in het publieke debat. In zeer korte tijd zijn hierover steeds meerdere en bredere discussies ontstaan. Grote groepen voorstanders ervan staan tegenover de even grote groepen tegenstanders. De politiek lijkt nooit uitgediscussieerd te raken over deze techniek.
Genetische manipulatie betekent één of meerdere veranderingen in de erfelijke DNA-code van een organisme, zoals degene die dit uitvoert het zelf wil zien. Een exactere definitie ervan volgt in de eerste vraag van mijn werkstuk; ‘Wat is genetische manipulatie?’.De gevolgen ervan zijn groot. Behalve dat op deze manier landbouwproducten met betere eigenschappen kunnen worden gekweekt, of dieren/micro-organismen,die via de ‘recombinant-DNA technieken menselijke stoffen kunnen vormen, ontstaan, roept genetische manipulatie overal en altijd een grote reeks vragen op, waar onderzoekers, politici, boeren, en burgers zich zeer mee bezig houden.
‘Tot in welke mate mogen wij deze techniek toepassen?’. Mogen we dieren steeds maar menselijke genen inspuiten, net zolang tot er een compleet ‘perfect’ ras is gevormd? En mogen we planten, dieren, micro-organismen en misschien zelfs mensen altijd naar eigen behoeften manipuleren?
‘Wat zijn bij dit experiment de ethische aspecten met betrekking op de gezondheid en het welzijn van het organisme?’ Wat is het doel, heeft het experiment voordelen/nadelen, en is er sprake van een of meerdere risico’s?
En met name de gevoelens van ons, die per persoon verschillen, spelen een belangrijke rol bij de mening die we vormen over dit veelbesproken onderwerp.
De mening over genetische manipulatie per individu bepaalt waar zijn of haar grenzen liggen op dit gebied. Bij iedereen spelen andere normen en waarden een belangrijke rol. Zo kan van twee willekeurige personen de één van mening zijn, dat organismen compleet mogen worden veranderd, zodat er uiteindelijk geen ongelijkheid meer bestaat; terwijl de tweede persoon misschien compleet tegen de techniek is, omdat het aspect ‘ieder is goed zoals hij is’ een grote rol speelt.
Waar onze grenzen dus precies liggen, is een gecompliceerde vraag. In dit werkstuk ga ik hier onderzoek naar doen. Om mij voldoende te oriënteren op de genetische manipulatie, bekijk ik eerst enkele technieken om genetisch te manipuleren. Vervolgens beschrijf ik gevallen van genetische manipulatie bij planten en dieren. Hierna hoop ik voor mezelf een mening te kunnen vormen over deze techniek, en uit te leggen waar mijn grenzen liggen.
Omdat ik niet alleen míjn grenzen, maar ook die van meerder personen moet weten, om de “algemene” beschouwing over genetische manipulatie te kunnen vinden, ga ik mensen in mijn omgeving interviewen, over hun mening,hun grenzen wat betreft de toelaatbaarheid van genetische manipulatie. Hiermee hoop ik een goed overzicht van de verschillende mogelijke meningen te krijgen, en zo deze opdracht succesvol te voltooien.
Wat is genetische manipulatie?
Bij genetische manipulatie wordt in een laboratorium de erfelijke code van het DNA van een organisme veranderd.Uit de lange DNA-strengen in celkernen worden genen verwijderd, en/of genen van een ander organisme toegevoegd. Dit kan met verschillende technieken. Met het veranderen van het DNA veranderen allerlei (natuurlijke) processen bij het betreffende organisme, zoals de aanmaak van eiwitten.Omdat hierbij gebruik gemaakt wordt van levende cellen, is het een vorm van biotechnologie.
Genetische manipulatie vindt plaats met het belang de eigenschappen van een organisme gunstig voor het milieu daarvan te maken. Het lijkt dus geschikte mogelijkheid om bijvoorbeeld ziektes te genezen, door het laten produceren van menselijke afweerstoffen, of om voedselproblemen tegen te gaan. Echter, genetische manipulatie roept steeds weer vragen op, en verscheidene ethische aspecten zorgen voor steeds voortdurende discussies.
Vragen interview
1.) Waar denkt u als eerste aan bij het woord ‘genetische manipulatie’?
2.) Weet u ook enkele voorbeelden te noemen?
3.) Wat vindt u van het verbeteren van landbouwproducten met behulp van genetische manipulatie, zoals bijvoorbeeld verbeterde rijstplanten?
4.) Wat vindt u van het plaatsen van menselijke genen in de cellen van micro-organismen, om zo menselijke (afweer)stoffen geproduceerd te krijgen?
5.) Wat vindt u van het plaatsen van menselijke genen in de celkernen van dieren, zoals runderen, om menselijke (afweer)stoffen in de melk te krijgen?
6.) Vindt u dat we gentherapie mogen toepassen op mensen, dat wil zeggen gezonde genen te plaatsen, waar die voor het genezen van ziektes kunnen zorgen?
7.) Vindt u dat we mensen genetisch mogen manipuleren om een gewenste haarkleur te krijgen?
8.) Vindt u dat we mensen genetisch mogen manipuleren om een geheel gewenst lichaam te krijgen?
9.) Vindt u dat we mensen genetisch mogen manipuleren om ze onsterfelijk te kunnen ‘maken’?
10.) Zou u uw huisdier transgeen willen laten maken als dit voor u of uw dier een gunstig effect heeft?
11.) Zou u uzelf, of een naaste, genetisch laten manipuleren als dit een gunstig effect heeft?
12.) Waar liggen dus uw grenzen, wat betreft genetische manipulatie?
13.) Denkt u, dat we met genetische manipulatie voedselproblemen over de hele wereld kunnen tegengaan?
14.) Denkt u, dat we met genetische manipulatie in de toekomst ziektes compleet kunnen uitschakelen?
15.) Denkt u, dat genetische manipulatie in de toekomst, en op grote termijn, dus voor verscheidene verbeteringen kan zorgen?
Technieken bij dieren
Dieren worden tegenwoordig steeds meer genetisch gemanipuleerd. Dit heeft niet alleen de bedoeling betere dierrassen te ‘kweken’, maar ook onze eigen soort, de mens, kan ermee veranderd worden. Alle technieken die gebruikt worden bij het genetisch manipuleren van dieren, kunnen we namelijk ook bij de mens gebruiken.
Er zijn drie manieren om het erfelijk materiaal van een dier te veranderen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde recombinant-DNA technieken. Er worden één of meerdere genen uit het DNA van een organisme ‘geknipt’, met behulp van restrictie-enzymen. Dit wordt ook met een tweede organisme gedaan. Vervolgens wordt het gen/de genen van het eerste organisme op de ‘lege plaats’ in het DNA van het tweede organisme geplaatst, zodat deze uiteindelijk over een andere erfelijke code beschikt. Dit plaatsen van de genen in een ander organisme kan op de volgende manieren:
De eerste manier heet micro-injectie. Bij micro-injectie worden de genen met behulp van een heel fijn, hol naaldje in de celkern van een bevruchte eicel gespoten. Deze genen moeten zich vervolgens gaan ontwikkelen in de nieuwe omgeving. De genen kunnen echter niet doelgericht geplaatst worden op een ‘lege plaats’ in het DNA. Dit is een groot nadeel van deze techniek, want men weet nooit waar de genen terecht komen in het DNA van de bevruchte eicel.
Een andere manier om een dier (en dus mens) genetisch te manipuleren is het injecteren met een retrovirus. Een retrovirus is een RNA-virus, waarvan het RNA in de ‘gastheercel’ word verdubbeld tot DNA. Retrovirussen dragen hun erfelijk materiaal over naar de andere cel en verspreiden zich door infectie of overerving. Dit DNA wordt in het erfelijk materiaal van de desbetreffende cel ingebouwd. Deze eigenschap kan men slim gebruiken door een klein stukje erfelijk materiaal in het RNA van een retrovirus in te bouwen. Dit stukje erfelijk materiaal zal in de ‘gastheercel’ gunstig DNA worden. Een voordeel hiervan is, dat men gemakkelijker aan RNA kan komen om te transplanteren, dan aan het gewenste stukje DNA.
Nog een derde manier is het kweken van embryonale cellen in een petrischaaltje. Het gaat hier om ongedetermineerde cellen, die vervolgens genetisch gemodificeerd worden. Hierna worden ze ingebracht in een embry dat nog volledig aan het begin van zijn ontwikkeling staat. De gemodificeerde cellen worden onderdeel van het embryo. Het dier dat zich hieruit ontwikkelt heeft twee soorten cellen: cellen afkomstig van de oorspronkelijke eigen cellen, en cellen afkomstig uit de gemodificeerde cellen. Eigenschappen zullen hierbij dus van tevoren al bekend zijn, en gunstige dieren kunnen naar hartelust geproduceerd worden.
Technieken bij planten
Doordat de wereldbevolking in een hoog tempo is toegenomen, en dat nog steeds doet, wordt de behoefte aan voedsel ook steeds hoger. Elk jaar moeten we er weer met elkaar voor zorgen dat iedereen op de wereld voldoende voedsel krijgt. Dit is nog steeds nooit bereikt; in de derdewereldlanden sterven jaarlijks nog steeds vele mensen van de honger. Toch heeft de genetische manipulatie een belangrijk deel van dit voedselprobleem opgelost. Door de erfelijke code van landbouwproducten te veranderen, zullen deze bijvoorbeeld beter bestand zijn tegen bestrijdingsmiddelen, veel grotere hoeveelheden voedsel opleveren, of op onvruchtbare gronden kunnen groeien. Vooral dit laatste was van groot belang; nu kon in derdewereldlanden ook groente verbouwd worden! Onderzoekers zijn dan ook voortdurend bezig planten genetisch te manipuleren. Er zijn drie manieren om dit te doen.
Hierbij wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde ‘weefselkweek’. Men neemt hiervoor óf een intacte weefselcel van een plant, óf een protoplast; een protoplast ontstaat door de celwand van een cel te verwijderen met enzymen. De weefselcel of de protoplast gaat zich op een voedingsbodem ontwikkelen; met de juiste voeding gaat de cel delen, waardoor uiteindelijk weer een plant ontstaat. De cellen kunnen hierbij gemanipuleerd worden..
Bij de eerste techniek maakt men gebruik van hele fijne injectienaalden. Met zo’n injectienaaldje, of met een zogenaamd microkanon, kan men vreemd DNA in kleine stukjes in een plantencel spuiten. Dit lijkt dus erg op een soortgelijke techniek bij dieren (vorige hoofdstuk). Celwanden van planten kunnen hiervoor eerst doorlaatbaar worden gemaakt.
In de tweede techniek staat de bacterie ‘Agrobacterium temufaciens’ centraal. Dit is een bodembacterie, die de eigenschap heeft een deel van zijn erfelijke materiaal af te staan aan de plantencel. Deze bacterie veroorzaakt bij deze plantencel vervolgens een sterke toename van celdelingen. Onderzoekers veranderen het deel van de erfelijke informatie dat de bacterie afstaat, zodat deze verandering in de plant tot uiting zal komen.
De derde manier waarop men dit kan doen, is met behulp van een stroomstoot, of chemische stoffen, enkele protoplasten samen te laten smelten. Deze techniek heet celfusie. De cel die hieruit zal ontstaan, heeft de eigenschappen van alle gebruikte protoplasten, een soort mengsel van verschillende planten dus. Zo is de aardmaat ontstaan tussen de tomaat, en de aardappel. Nadeel hiervan is, dat men niet van tevoren weet welke eigenschappen dominant, en welke recessief zullen zijn.
Interviews
1. Frank Jongsma – Frank Jongsma is mijn buurjongen van 20 jaar, die op dit moment in het eerste jaar van zijn studie tandheelkunde zit. Hiervoor heeft hij gymnasium gedaan, en heeft hier in de vierde klas voor het profiel Natuur & Gezondheid gekozen. Omdat hij dus drie jaar lang het vak biologie heeft gevolgd, besloot ik om hem naar zijn mening over genetische manipulatie te vragen.
Bij het woord ‘genetische manipulatie’ moest Frank direct aan de stier Herman denken. Hij had er een paar jaar geleden veel over gehoord, en er op school ook even aandacht aan besteed, maar nu wist hij niet helemaal meer wat er nu precies met deze stier gebeurd was. “Was dat die stier met zoveel nakomelingen? In ieder geval was hij genetisch gemanipuleerd, toch?” voegde hij er lachend aan toe. Hij wist nog enkele voorbeelden te noemen, toen ik hem daar naar vroeg. Gefacineerd begon hij voorbeelden te noemen uit science-fictionfilms, zoals mensen met vleugels, of poten. Toen ik hem hierna vroeg of hij ook wérkelijke voorbeelden wist, dacht hij lang na, en vroeg vervolgens twijfelend of er niet iets was met rijstplanten in ontwikkelingslanden. Hij wist er verder niets over te vermelden. Het verbeteren van landbouwproducten met behulp van genetische manipulatie vindt Frank maar link. Omdat de natuur al geheel is ontwikkeld, en alles op elkaar is afgestemd, zullen experimenten als deze het eco-systeem verstoren, aldus Frank. Hij is van mening, dat onderzoeken eerst compleet uitgezocht moeten worden in laboratoria, voordat ze daadwerkelijk in de natuur mogen worden toegepast. “Misschien dat dit in de toekomst dus wel voor nuttige toepassingen kan zorgen, maar eerst moet zoiets nog in een laboratorium blijven!”. Hij is dus ook niet echt een voorstander van het plaatsen van menselijke genen in het DNA van micro-organismen, omdat ook dit in strijd met de oorspronkelijke natuur is. Alleen als deze bacteriën opgesloten blijven in laboratoria, vindt Frank dat dit moet kunnen.
Het plaatsen van menselijke genen in de celkernen van dieren vindt hij dan ook echt te ver gaan. “Deze dieren blijven natuurlijk niet in een laboratorium, maar komen bijvoorbeeld in een weiland terecht. Dit zal ons eco-systeem toch verstoren!” zegt Frank verontwaardigd. “Als die voedingsstoffen zo nodig in de melk moeten, voeg ze dan later maar toe!”.
Gentherapie moet echter zeker kunnen, is Frank van mening. Als men zeker weet dat dit geen problemen oplevert, tenminste. Je ‘repareert’ dan de originele natuur, bij wijze van spreken. “En dat is natuurlijk niet in strijd met de natuur!”.
Zodra ik begon over mensen genetisch te manipuleren om zo een gewenst uiterlijk te krijgen, veerde Frank op, en vertelde duidelijk dat hij daar absoluut tegen is. “Ik krijg meteen rare associaties met de Tweede Wereldoorlog; mensen moesten allemaal blond zijn, blauwe ogen hebben, en meer van dat soort onzin. Belachelijk! Dat is niet de bedoeling. Ik vind dat mensen dus niet moeten kunnen beslissen wat voor haarkleur hun kind krijgt”. Zo denkt Frank ook over het ‘maken’ van een perfecte lichaamsvorm. “Dat iedereen perfect moet zijn vind ik echt onzin”. Ook lijkt het Frank maar zeer onverstandig om mensen onsterfelijk te maken. Mensen krijgen dan toch ouderdomskenmerken, en zo zou de halve wereld uiteindelijk grijs zijn! Bovendien, dan zouden er ook geen mensen meer geboren moeten worden, is hij van mening. “De wereld is immers nu al overbevolkt!”.
Als Frank een huisdier zou hebben, zou hij bij ziekte dit dier niet genetisch laten manipuleren. Daarvoor koopt hij niet een dier, zegt hij. “Als het dood gaat, is dat jammer. Dan heb ik een jaar verdriet, en dan zoek ik weer een ander huisdier”.
Maar bij mensen vindt Frank het wel kunnen, bij bijvoorbeeld een afwijking die in een familie overerft. Als er suikerziekte in een familie voorkomt, mogen mensen gemanipuleerd worden, om te voorkomen dat die ziekte de volgende generatie treft. Dit heeft echter zeer goed onderzoek vooraf nodig, voegt Frank er snel aan toe. Want als dit ergens fout gaat, kan het grote gevolgen hebben.
Kortom, de grenzen van Frank wat betreft genetische manipulatie liggen tot het verbeteren van mensen en dieren. Ziektes genezen mag wel, mits het zeer goed onderzocht wordt, en in laboratoria uitgevoerd wordt. De natuur mag absoluut niet verstoord worden.
Over de toekomstige toepassingen van genetische manipulatie is Frank niet erg positief. “Voedselproblemen oplossen? Nee, dat denk ik niet. De problemen worden namelijk veroorzaakt door het bestuur van het land. En ziektes kunnen we niet uitschakelen; er zullen altijd resistente bacteriën ontstaan, en overleven.Maar er zullen wél mensen van ziektes afgeholpen kunnen worden, dus tóch nog een verbetering!”.
2. Harry Drost – Harry Drost is mijn vader. Hij is 51 jaar oud, en heeft in 1978 zijn diploma voor MAVO 4 gehaald. Omdat ik al wist dat hij een uitgesproken, eigen mening heeft wat betreft genetische manipulatie, leek het met interessant om hem voor deze praktische opdracht te interviewen. Bij het woord ‘genetische manipulatie’ dacht Harry als eerste aan veilig voedsel. Meer schoot er eigenlijk ook niet bij hem te binnen. Ik hielp hem daarom een eindje op weg door te vragen of hij misschien iets bij dieren of mensen wist. “Ja, met behulp van genetische manipulatie kun je minder kans op ziektes krijgen toch? Maar ja, dat is eigenlijk door veiliger voedsel”, wist Harry hier nog aan toe te voegen. De voorbeelden die hij wist te noemen, waren dan ook allemaal landbouwproducten; maïs, soja en graan. “Voorbeelden van voedsel, dat veiliger voor ons is gemaakt”zei Harry erbij.
Harry is ook van mening, dat het verbeteren van deze landbouwproducten met behulp van genetische manipulatie een goede zaak is. “Natuurlijk mag men hieraan werken. Met veiliger, verantwoorder, en meer voedsel, kunnen we heel wat ziektes voorkomen en uitschakelen op de wereld.”
Over het plaatsen van menselijke genen in micro-organismen heeft Harry eigenlijk geen mening, omdat hij er naar eigen zeggen te weinig van af weet, en er dus geen voor- en nadelen van weet te noemen. Als ik hem vraag wat hij van het voorbeeld van insulineproducerende bacteriën vindt, is hij hier positief over. “Ja hoor, als dit nuttig is voor de mens, waarom niet?”. Zo denkt Harry ook over het plaatsen van menselijke genen in de celkernen van dieren. Volgens hem is dit heel goed bedacht, en erg handig voor de mens. “Het gaat mij niet om het dier, maar om het nut voor ons. Als we dieren daarvoor kunnen gebruiken, is dat hartstikke mooi. Daar hebben we dieren voor”.
Gentherapie mogen we volgens Harry absoluut toepassen. Als iemand een erge ziekte heeft, als voorbeeld noemde hij kanker, zou dit een geweldige uitkomst zijn. Harry heeft er geen problemen mee, dat er dan aan het DNA van iemand wordt ‘geknoeid’. “Natuurlijk niet! De toekomst kan je niet tegenhouden, maar wél verbeteren. Nee hoor, een goede zaak!”.
De vragen over het verbeteren van eigenschappen van de mens vond Harry maar dom. Hij bekeek vooral de financiële kant ervan, en maakte mij duidelijk dat dit nooit letterlijk plaats zou gaan vinden. “Genetische manipulatie is niet bedoeld voor zulke ‘spelletjes’. Het is veel te duur en kostbaar voor zoiets. Lichamelijke vormen worden toch al verbeterd met siliconen?!”. Echter, mensen onsterfelijk ‘maken’, vindt Harry een heel goed idee. Iedereen wil lang leven, iedereen streeft daar naar, en dus is dit een goede oplossing, volgens hem.
Harry zou geen van zijn huisdieren genetisch laten manipuleren, zelfs niet als het leven ervan op het spel zou staan. “Nee hoor, dat is me veel te duur!Dan koop ik wel een nieuw beest”, aldus Harry. Maar zichzelf, of een naaste, zou hij wel willen laten manipuleren- maar alleen om een ziekte te voorkomen of uit te schakelen, en absoluut niet om blauwe ogen o.i.d. te krijgen. “Dat kan financieel echt niet!”.
Harry zijn grenzen, wat betreft genetische manipulatie, houden op bij zogenaamde ‘spelletjes’; het sleutelen aan DNA, om eigenschappen te verbeteren. Dit met name om de financiële redenen. Harry vindt het ook belangrijk, dat onderzoeken veilig en beheerst blijven, en dat er geen ongelukken gebeuren, of plotseling vreemde mutanten ontstaan.
Harry ziet de voedselproblemen wel verdwijnen met behulp van genetische manipulatie. “Gewassen kunnen zó worden aangepast, dat irrigatie veel minder- of helemaal niet meer nodig is. Hiermee zijn ook veel arme landen gered!”. Ooit zullen volgens hem ook ziektes geheel uitgeschakeld kunnen worden. Er zullen misschien cellen komen, die hiervoor kunnen zorgen, zegt hij. “En laten we hopen, dat dit bij kanker en aids het geval is!”.
Genetische manipulatie zal volgens Harry dus voor verbeteringen kunnen zorgen in de toekomst. Of het eco-systeem juist verstoord zou worden, dat denkt Harry niet. “Het gehele systeem is ook ontstaan, en kan kleine dingen dus ook wel herstellen”.
3. Margriet Drost – Margriet Drost is mijn tante van 47 jaar. Zij heeft vroeger haar HAVO-diploma gehaald, en heeft verder niet meer gestudeerd. Maar omdat zij altijd erg geïnteresseerd is geweest in dieren, het menselijk lichaam, en dus vast ook wel iets af weet van genetische manipulatie, heb ik haar gekozen voor mijn derde interview.
Bij het woord ‘genetische manipulatie’ komt Margriet direct met een hele reeks termen. “Genetische manipulatie? Even zien…ik denk aan aardappelen, andere landbouwproducten, vee, DNA, genen, mutaties, en schaap Dolly en stier Herman.” Margriet wist dus ook zonder moeite enige voorbeelden op te noemen. Ze somde verschillende landbouwproducten op, zoals maïs en aardappelen, wist stier Herman zich te herinneren, en ‘natuurlijk’ de welbekende sojabonen. “Wie dát niet weet…Greenpeace is daartegen in actie gekomen toch?”.
Margriet vindt dat het genetisch manipuleren van landbouwproducten moet kunnen. “Als we daarmee voedselproblemen kunnen oplossen, door bijvoorbeeld producten bestand te maken tegen bestrijdingsmiddelen, of ervoor zorgen dat ze op onvruchtbare gronden kunnen groeien, is dit prima. Het maakt mij echt niet uit welke genen er in de bonen zitten die op mijn bord liggen; zolang ik maar niets merk van de manipulatie!”, grapt Margriet. Ook het plaatsen van menselijke genen in micro-organismen moet kunnen volgens haar. Het is een goede uitvinding, en micro-organismen zullen er wel niet al te veel van merken, aldus Margriet. “Bacteriën die insuline produceren zorgen alleen maar voor oplossingen”.
Bij de vraag of we menselijke genen in dieren mogen plaatsen, denkt Margriet even na. “Was er niet ooit zo’n ecologische ramp, toen konijnen in Australië kwamen ofzo? Ik denk dat we dit niet te veel moeten doen, hoor. De natuur zal vast heel erg verstoord raken, als alles ineens anders zou gaan. Bovendien, dieren lijken te veel op mensen; ze hebben ook gevoel, en zijn er niet alleen als ‘nuttige voorwerpen’ voor ons. Nee, ik vind dat dit maar beter niet kan”, legt Margriet duidelijk uit.
Over gentherapie zijn Margriets meningen verdeeld. Als het gaat om ernstige, dodelijke ziektes, die zo genezen kunnen worden, zou het toegepast mogen worden, volgens Margriet. Maar alleen als het veilig en beheerst blijft, en niet te veel wordt gebruikt. “Dit vind ik een gevaarlijke kwestie. Het zal natuurlijk fantastisch zijn, als we zo ziektes als kanker uit konden schakelen. Maar mensen zijn geen robots; we kunnen ze niet zomaar naar eigen wil veranderen. De mens zit zó gecompliceerd in elkaar, en daar moeten wij weer van alles in gaan veranderen. Alleen als dit zeer beheerst blijft, kan ik er mee toestemmen”.
De vraag of we mensen genetisch mogen manipuleren om een gewenste haarkleur te krijgen, schiet Margriet in de lach. “Nou, dat zou een mooi zooitje worden,zeg! Iedereen laat zijn kind maar lekker manipuleren, omdat blond haar mooier is dat bruin. Nee hoor, dat vind ik belachelijk. Net als wat ik eerder zei; een mens is geen robot, met allemaal gunstige snufjes voor ons”. Zo denkt Margriet ook over het manipuleren om een gewenst lichaam te krijgen, en om mensen onsterfelijk te maken. Naar haar mening is dit allemaal onzin.
Margriet zou haar 5-jarige hond Bobbie nooit genetisch laten manipuleren, zelfs niet in een zaak van leven op dood. “Kom zeg, ik moet er niet aan denken. Die arme Bobbie, met genen van een ander, wildvreemd dier, of misschien wel een mens? Nee hoor, daar ben ik dus op tegen. Sowieso vond ik het manipuleren van dieren niet zo’n geweldig idee, maar mijn huisdier gaat helemaal te ver.” Ook zou Margriet zichzelf nooit genetisch laten manipuleren. De gedachte alleen al vind ze doodeng. Wildvreemde genen, die wat voor uitwerking dan ook zullen hebben…Nee, Margriet haar grenzen blijven steken bij het manipuleren van landbouwproducten en micro-organismen. Gentherapie mag in zeer kleine mate worden toegepast, als het maar absoluut veilig blijft. Het manipuleren van dieren, en mensen ter verbetering van eigenschappen, is ze op tegen. En helemaal als dit te dicht in de buurt komt, bij haar huisdier of bij haarzelf.
Volgens Margriet kunnen voedselproblemen voor een deel worden opgelost met behulp van genetische manipulatie. “Ja, ik denk dat voor vele gebieden hier een oplossing ligt. Maar of we echt de hele wereld kunnen voorzien van genoeg eten…? Dat dénk ik eigenlijk niet. Daarvoor moet er zóveel gebeuren...Nee”.
Ziektes zullen we volgens haar niet kunnen uitschakelen. Niet compleet, althans. “Met gentherapie zul je een eindje komen, maar er zijn zóveel zieke mensen, met zóveel verschillende varianten van ziektes. Het is onmogelijk om die helemaal uit te schakelen. Er ontstaan steeds weer resistente ziekteverwekkers, denk ik”.
Genetische manipulatie zal voor kleine verbeteringen kunnen zorgen, volgens Margriet. Een kleine hoeveelheid gebieden zal kunnen worden voorzien van genoeg voedsel, en enkele patiënten zullen kunnen worden genezen, met behulp van gentherapie. “En bovendien, misschien vinden ze in de toekomst nog veel meer handige toepassingen uit, wie weet”, beëindigt Margriet dit interview.
Mijn mening over genetische manipulatie
Zoals we hebben kunnen zien, zijn er verschillende soorten en voorbeelden van genetische manipulatie te noemen. We maken gebruik van verscheidene technieken, verscheidene organismen, en verscheidene doeleinden. Ethische aspecten, normen en waarden roepen bij ieder individu wellicht vele vragen op, en uiteindelijk ook een eigen mening over dit veelbesproken begrip. Ik ga bespreken welke aspecten voor mij een rol spelen, welke normen en waarden voor mij belangrijk zijn, en wat mijn mening is over bepaalde voorbeelden van genetische manipulatie. Zo zal ik er uiteindelijk toe komen mijn uiteindelijke grens aan te geven, wat betreft genetische manipulatie.
Van groot belang vind ik, dat de natuur grotendeels blijft zoals die nu is. De natuur, een zeer groot en complex systeem, bestaat uit allerlei ‘onderdelen’, die stuk voor stuk op elkaar aangepast zijn. Zo bestaan er verschillende kringlopen, waar organismen ook een rol in spelen. Een verstoring, die ook echt tot uiting komt, zal misschien wel rampzalige gevolgen opleveren. Zo is er wel eens geëxperimenteerd met maïs, wat vervolgens fout is gegaan: de maïs ging een giftige stof produceren, waar enkele insecten niet tegen kunnen. Hier ben ik natuurlijk op tegen, onderzoeken zouden gedurende een veel langere periode enkel in laboratoria moeten worden gedaan. Genetische manipulatie mag alleen worden uitgevoerd, als zeker is dat een proef goed zal verlopen, en niet voor ongunstige gevolgen voor de natuur zal zorgen.
Als dit laatste van toepassing is, vind ik dat we planten genetisch mogen manipuleren. Planten leven wel, maar ‘merken’ zelf niets van zulke veranderingen; planten hebben geen hersenen, zoals mensen en dieren, dus ze zullen niet denken en waarnemen. Dus als wij rijstplanten zo kunnen manipuleren, dat ze ook op (zeer) onvruchtbare gronden kunnen groeien, is dit voor mij geen bezwaar, zolang de natuur verder ‘heel’ blijft.
Ook micro-organismen mogen naar mijn mening gemanipuleerd worden. Hier geldt voor mij hetzelfde als voor planten; micro-organismen zullen er niets van merken, wanneer we ze bijvoorbeeld genen geven om insuline te produceren. Feit blijft, dat dit enkel in laboratoria mag gebeuren, en niet midden in de natuur.
Wat betreft het genetisch manipuleren van dieren, verandert mijn mening. Hier ben ik het niet mee eens. Ten eerste hebben dieren wél hersenen. Wanneer wij een dier veranderen, zal het er zelf iets van merken; dan heb ik het over bijvoorbeeld het implanteren van het extra gen dat het eiwit CaMK maakt bij muizen. De muizen krijgen plotseling veel grotere spieren, wat tot gevolg heeft, dat de muis anders moet gaan leven dan zijn soortgenoten. De muis zal anders bewegen, en nog veel meer wat hij zelf niet snapt. Ik vind dat wij dit niet zomaar kunnen doen bij dieren; ze merken het wél, maar weten en snappen er niets van. Ten tweede blijven vele dieren niet in een laboratorium; koeien, die menselijke stoffen gaan produceren in de melk, komen in de wei. Net als vele andere dieren. Hiermee kom ik dus terug op mijn eerste argument: de natuur mag niet duidelijk veranderen. Dieren genetisch manipuleren is te riskant. En over het genetisch manipuleren van mensen is het zeer moeilijk me een mening te vormen. Ik vind absoluut niet dat we mensen genetisch mogen manipuleren om betere eigenschappen te verkrijgen, zoals haarkleur, lengte, oogkleur, enz. Hiervoor is genetische manipulatie niet bedoeld; dit heeft alleen cosmetische doeleinden, en betekent dus ook niets voor de wetenschap. Echter, het toepassen van gentherapie kan levens redden. Wat natuurlijk iets fantastisch is. Er zijn al verschillende mensen gered, door zieke genen op tijd te vervangen door gezonde. Op zich vind ik dit goed, maar ook dit moet beheerst blijven. We zullen hier zeer veel levens door kunnen redden, maar dat is in strijd met mijn argumenten over de natuur. Zelfs al zouden onderzoekers ervoor kiezen dit maar bij enkelen toe te passen, dan ontstaan er natuurlijk hevige discussies, en protesten van mensen met een (dodelijke) ziekte. Naar mijn mening kunnen we dit dus het beste maar geheel achterwege laten. Het zal waarschijnlijk meer ongunstige, dan gunstige gevolgen hebben.
Kortom, ik ben van mening dat planten en micro-organismen veilig en beheerst genetisch mogen worden gemanipuleerd, zolang dit geen ongunstige gevolgen heeft voor de natuur.
Voorbeelden van genetische manipulatie bij planten
Aan planten wordt tegenwoordig erg veel gesleuteld. Genetische manipulatie komt bij planten veel meer voor dan bij dieren of mensen, omdat het ethisch veel makkelijker te verantwoorden is; als planten sterven is dit veel minder erg voor veel mensen, dan wanneer men een dier ziet sterven door manipulatie. Ik zal hier twee voorbeelden beschrijven van genetische manipulatie bij planten.
1. De sojaboon – Sojabonen roepen veel problemen op, vanwege het feit dat veel mensen hier allergisch voor zijn. Vervelende klachten, zoals niezen, jeuk en diarree kunnen worden opgeroepen bij het in aanraking komen met deze bonen. Helaas wordt de sojaboon in zeer veel producten verwerkt; van drukinkt tot babyvoeding, en slasaus. Begrijpelijk is natuurlijk de vraag wélk deeltje/welke delen van de sojaboon voor de allergische reacties zorgen, en of dit te verwijderen of te vervangen valt. Immers, dit zou voor velen een fantastische oplossing zijn.
Onderzoekers vermoeden, dat één eiwit in de sojaboon voornamelijk hiervoor zorgt, het zogenaamde ‘Gly m bd 3sOK/P334’-eiwit. Dit eiwit wordt aangemaakt door één gen, het p-34 gen. Enkele onderzoekers zijn er in geslaagd, om met behulp van ‘gen-silencing’ het P-34 gen uit te schakelen.
Vervolgens zijn er tests uitgevoerd met antilichamen die binden aan P-34. Zo is de afwezigheid van P-34 in het bloed van allergiepatiënten aangetoond. Maar voordat de transgene sojaboon op de markt kan verschijnen, moet eerst worden aangetoond dat de boon daadwerkelijk minder allergie veroorzaakt. Voor deze testen worden biggen gebruikt, die voederproeven en huidprikken ondergaan. Als deze tests een positief resultaat opleveren, volgen klinische studies bij mensen. Maar de sojaboon moet ook nog worden getest op allerlei landbouwkundige kenmerken, zoals opbrengst, ziekteresistentie en olie- en eiwitsamenstelling. Om een volledig allergievrije sojaboon te maken, moeten er nog diverse andere eiwitten worden uitgeschakeld. Iets wat echter, tot op de dag van vandaag, nog steeds niet mogelijk is.
2. De katoenplant – In tropische en subtropische gebieden levert genetische gemanipuleerde katoen tegenwoordig wel 80 % meer opbrengst op dan hiervoor. De katoen is resistent gemaakt tegen insectenvraat- wat voorheen de grootste factor was, die tégen de groei van katoen werkte. Onderzoekers gingen als volgt te werk: ze lieten hun onderzoek uitvoeren door 395 boeren verspreid over zeven staten in India. De boeren zaaiden verschillende katoenzaden in drie naast elkaar gelegen velden van dezelfde grootte.Hierbij werden in twee velden twee verschillende varianten van traditionele katoen geplant. Het derde veld zaaiden zij in met katoen dat via genetische manipulatie was voorzien van een Bt-gen. Dit gen, oorspronkelijk afkomstig uit de bacterie Bacillus thuringiensis, maakt een eiwit aan dat giftig is voor vlinders en motten.
Hoewel de boeren hier aanvankelijk veel duurder mee uit waren, vanwege de dure methode en omdat ze transgeen zaad moesten aanschaffen, leverde de veel grotere oogst hen uiteindelijk vijf keer zoveel inkomen. De katoen van de transgene velden bracht tachtig procent meer op dan de beide traditionele velden.Die spectaculaire meeropbrengst verbaasde ook de onderzoekers. In bijvoorbeeld China en de VS wordt met transgene katoen slechts een stijging van de opbrengst van hooguit 10% bereikt.En het wordt daar vaak alleen maar gebruikt door de boeren om geen bestrijdingsmiddelen te hoeven betalen.
De enorme opbrengst in India verklaren de onderzoekers uit het feit dat de hoeveelheid plaaginsecten in (sub-)tropische gebieden veel groter is, en dat de Indiase boeren om financiële redenen bezuinigen op het aantal bespuitingen met bestrijdingsmiddelen. Ook blijkt volgens de onderzoekers uit de resultaten, dat transgene gewassen ook aanzienlijke voordelen kunnen hebben voor arme kleinschalige boeren in de derde wereld, en zouden ook andere insectenresistente gewassen, bijvoorbeeld Bt-maïs, voor hen extra voordelig zijn.
Voorbeelden van genetische manipulatie bij dieren
Ook vele dieren worden tegenwoordig genetisch gemanipuleerd. Het dier wordt hierbij aangepast aan zijn omgeving, en naar de wil van de mens. Met muizen, ratten, en andere kleine dieren worden voortdurend proeven uitgevoerd, om zo de erfelijke DNA-code te ontfrutselen, en te leren begrijpen. Varkens, kippen, runderen, en nog vele andere dieren worden genetisch gemanipuleerd, om zo een grotere opbrengst van vlees, melk, en eieren te verkrijgen. Of om menselijke stoffen geproduceerd te krijgen. Of om de dieren betere eigenschappen te laten krijgen, bijvoorbeeld het bestand zijn tegen een bepaalde ziekteverwekker, of uiterlijke kenmerken, zoals ‘wel of geen horens’. Hier zal ik twee voorbeelden beschrijven, van genetische manipulatie bij dieren.
1. Muizen – Met muizen worden veel proeven gedaan. Dit, omdat de erfelijke code van een muis in een grote mate op die van de mens lijkt. Onderzoekers komen met deze proeven achter veel geheimen van het menselijke DNA. Zo is men er achtergekomen wat het eiwit is, dat de spieren van een trainende sporter, wel 10 keer zo sterk maakt als spieren van ongetrainden. Transgene muizen met een geïmplanteerd extra gen dat het eiwit CaMK maakt, kregen spieren met veel actieve mitochondriën. Hun spieren bevatten relatief veel spiervezels die geschikt zijn voor langdurige inspanning (type I spiervezels) en raakten ook minder snel vermoeid. En dat alles zonder dat ze hadden getraind. Het eiwit CaMK is een kinase. Dit is een grote klasse van signaaleiwitten, die meestal met één signaal binnen de cel een grote hoeveelheid aan moleculaire veranderingen teweegbrengen. Zo'n verandering is bijvoorbeeld het geschikt maken van een spier voor langdurige intensieve arbeid. De toename van het aantal mitochondriën en hun activiteit moet het gevolg zijn van een moleculair regelmechanisme dat selectief bepaalde genen activeert. Onderzoekers van de University of Texas in Dallas en van Duke University in Durham wilden dit mechanisme ontrafelen. Zij wisten dat in langdurig gestimuleerde spieren de concentratie vrije calciumionen stijgt. En ook, dat die hoge calciumconcentratie een aantal calciumgereguleerde enzymen aan het werk zet. Een daarvan is calcium/calmodulin dependent protein kinase (CaMK). Van dat CaMK is een ‘turboversie’ beschikbaar (CaMKIV+ en rcub;*) die altijd werkt, ook bij lage calciumconcentraties. Het gen voor dat eiwit CaMKIV hebben de onderzoekers in cellen van muizenembryo's gezet. De muizenstammen die daar uit zijn geboren hebben de verhoogde kinase-activiteit. En dat leidt onder andere tot de aanmaak van het eiwit PGC-1 (peroxisome proliferator-activated receptor coactivator).Dit is de meesterregulator voor de aanmaak van extra energieleverende mitochondriën in spiercellen. Dit experiment heeft zeer veel belangstelling opgeroepen. Men kan denken aan astronauten, die door het verschil in zwaartekracht bij lange ruimtereizen verslapte spieren krijgen, en dus extra spierkracht goed kunnen gebruiken. Maar ook in de sportwereld zijn er veel geïnterresseerden hiervoor. Veel sporters zien hier dé geschikte oplossing in, om betere prestaties te kunnen leveren. Gentherapie komt echter waarschijnlijk op de nieuwe dopinglijsten te staan.
2. De roze katoenmot – In 2001 zijn enkele onderzoekers van het Amerikaanse ministerie van Landbouw tot het plan gekomen, om een genetisch gemanipuleerd insect los te laten, dat was voorzien van een dodelijk gen. De rupsen van de roze katoenmot (pink cotton bollworm), veroorzaken ieder jaar grote schade aan de Amerikaanse katoenteelt. Het gen is afkomstig van een mutant van de fruitvlieg, en wordt actief zodra de mot geen speciaal voedsel meer krijgt. Dat gebeurt wanneer opgekweekte motten in het vrije veld worden losgelaten. Eenmaal geactiveerd verstoort het gen de ontwikkeling van alle nakomelingen die het gen van hun ouders erven. De larven zullen doodgaan voordat zij volwassen worden
De eerste veldproeven vonden plaats in afgesloten gaaskooien, op een katoenveld nabij Phoenix, Arizona. Gestart werd met genetisch gemanipuleerde motten met een groen fluorescerend kwalleneiwit, en nog niet met het dodelijk gen. Doordat de insecten groen oplichtten bij ultraviolet licht, waren ze voor de onderzoekers makkelijk te volgen. Uit voorzorg werden de beestjes onvruchtbaar gemaakt, zodat zij zich als zij ontsnappen niet konden voortplanten.
De volgende stap besrond uit het experiment te herhalen met insecten die waren voorzien van het dodelijke gen. Als dit de beoogde resultaten opleverde, en de benodigde vergunningen waren verleend, kon deze nieuwe vorm van bestrijding zijn intrede doen in de landbouw.
De betrokken wetenschappers verwachtten dat de roze katoenmot langs deze weg in heel Noord-Amerika volledig uitgeroeid zou kunnen worden. Ook andere onderzoekers hadden vergevorderde plannen, om ook plaaginsecten als de malariamug en de tseetseevlieg via het inbouwen van een zelfmoordgen aan te pakken
Literatuurlijst
Boeken:
- En toen was er DNA…wat moeten we ermee?
Auteurs: Will de Groot en Jaap Janssen – Uitgeverij Van Gorcum, 1999
- Necar, vwo bovenbouw biologie
Auteurs: Wim Bax, Pieter Biezenaar, e.a.- Uitgeverij Wolters-Noordhoff BV,1998
Sites:
www.nrc.nl
www.greenpeace.nl
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.