CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

ff n studiebreak

Meiden, laser je binnenste schaamlippen lekker weg joh. Want je vriendje wil een playboypoesje.

Geschreven door:

Mandy (5 havo)

Datum ingestuurd:

1 november 2004

Taal:

Woorden:

1.950

Bekeken:

4384 keer (3 deze maand)

Waardering:

3.6/5 (43 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
Geschiedenis samenvatting hoofdstuk 7

Duitslands ‘sonderweg’?

 1871: Er komt een einde aan de Duitse verdeeldheid
 Verklaring van de achterliggende positie van Duitsland t.o.v. Frankrijk en Engeland: verbrokkelde staatsstructuur, verschillende rechtssystemen, tolheffingen en maat – en gewichtsgebruiken in de verschillende staten.
 Pruisen: De militair sterke en omvangrijke Noord-Duitse staat.
 1870 – 1871: Frans-Duitse oorlog. Pruisen behaalde o.l.v. Otto von Bismarck een overwinning.
 18 jan. 1871: in het paleis van het Franse versailles werd het Duitse Keizerrijk uitgeroepen.
 Eisen van Duitsland aan Frankrijk n.a.v. de oorlog: 5 miljard mark schadevergoeding en Frankrijk moest het gebied Elzas-Lotharingen aan Duitsland afstaan.
 Wilhelm 1 (de koning van Pruisen) werd tot keizer benoemd maar ondanks dat had Bismarck meer macht.
 Duitsland werd een federatieve Bondsstaat waarin de afzonderlijke staten een deel van hun macht afstonden aan de rijksregering.
 Rijksdag: het parlement.
 De afgevaardigden in de rijksdag (die gekozen werden door mannen vanaf 25 jaar) konden meepraten over wetgeving en begroting. Maar Bismarck (als kanselier en min. Van Buitenlandse zaken) bepaalde in overleg met Wilhelm 1 het beleid. Bismarck had een hekel aan de rijksdag.
 1890: door de snelle industrialisatie kwam er een economische groei in Duitsland. Hierdoor hadden vooral de Industriëlen, middenstanders en bureaucraten geen moeite met het geringe democratische gehalte van het keizerrijk.
 Junkers: conservatieve adellijke grootgrondbezitters. En tevens de invloedrijkste groep. Uit deze klasse werden ministers, hoge ambtenaren en legerofficiers gerekruteerd. Zij waren blij met de onvrije en autoritaire gezagsstructuren. De industriële arbeidsklasse was hier niet blij mee.
 SPD: Sociaal-democratische Partij van Duitsland. Woordvoerder van de industriële middenklasse. De SPD werd als rijksvijandig beschouwt omdat ze de toestand van de arbeidende klasse desnoods met geweld af wilde dwingen.
 1890: Bismarck treedt af als kanselier. Wilhelm ІІ werd de nieuwe keizer. Wilhelm ІІ streefde naar uitbreiding van het rijksgrondgebied. Dit zorgde voor internationale spanningen. Hij bereidde zijn volk voor op een korte oorlog die ‘fris en vrolijk’ zou zijn.
 Dolkstoot legende: generaal Ludendorff geeft de rijksdag de schuld van de nederlaag van WO1. Hen wouden wapenstilstand en het leger niet. De volksvertegenwoordiging had het Duitse leger een dolkstoot in de rug toegediend.
 9 november 1918: sociaal-democraat Friedrich Ebert wordt de nieuwe rijkskanselier.
 Omdat het onrustig bleef in Berlijn, weken de regering en het parlement uit naar Weimar (ten zuiden van de hoofdstad). Hier hoopten de politici de totstandkoming van het vredesverdrag en het opstellen van een nieuwe grondwet tot een goed einde te kunnen brengen.
 Het vredesverdrag in Versailles hield in: Duitsland moest 132 miljard Mark herstelbetalingen betalen en verloor alle koloniën en erkenning van Duitsland als stichter van de oorlog.
 In de nieuwe grondwet staat: Duitsland blijft een Bondsstaat, maar elke deelstaat wordt bestuurd volgens een parlementair-democratische grondbeginselen. Staatshoofd is president, die elke 7 jaar door het volk wordt gekozen. Hij benoemde de rijkskanselier maar die moest het vertrouwen hebben van het parlement. De rijksdagafgevaardigden werden nu gekozen door mannen en vrouwen vanaf 20 jaar. Zij hadden de macht om een regering af te laten treden via een ‘motie van wantrouwen’.
 Artikel 48: de president heeft het recht om noodverordeningen af te kondigen. Als er nood was kon de noodmaatregel zonder overleg met het parlement worden ingevoerd.
 Doordat er gebrek was aan parlementaire ervaring waren er vaak regeringscrisissen.
 De DDP (liberale Duits Democratische Partij) en de SPD steunden de parlementaire democratie. Zij veroverden in jan. 1919 76% van de stemmen en vormden de 1e Weimar-coalitie.
 DNVP: Duits-nationale Volkspartij.
 Januari 1923: Belgische en Franse troepen trekken het Ruhrgebied binnen omdat Duitsland achterbleef met de herstelbetalingen.
 14 nov. 1923: één dollar kon worden in gewisseld voor 4.200.000.000.000 Mark.
 25 maart 1925: Paul von Hindenburg wordt tot president van de republiek gekozen.
 Dawes plan: 1924, was met name gericht op kredietverlening uit Amerika om Duitse bedrijven weer gezond te maken.
 Gustav Stresemann: zette zich vooral in om Duitsland weer een geaccepteerd lid van de internationale gemeenschap te maken.
 1925: in Locarno, er werden afspraken tussen duitsland en haar buurstaten gemaakt. Duitsland trad toe in de Volkenbond. 1925 was het gouden Weimar jaar, economie bloeide op en ze werden internationaal weer geaccepteerd.
 NSDAP: Nationaal-socialistische Duitse Arbeiderspartij. De leider hiervan was Hitler.
 25 okt. 1925: beurscrisis in Amerika. De crisis trof Duitsland veel heftiger dan andere landen, omdat duitsland met name met dollars werd gefinancierd (door het dawes-plan). Het gevolg voor Duitsland was een stijgende werkloosheid en een toenemende onvrede over de democratie.
 1932: Bij de verkiezingen steeg het zetelaantal van de NSDAP tot 240 zetels.
 Mei 1930: von papen werd rijkskanselier.
 30 jan. 1933: Hitler wordt rijkskanselier.

Paragraaf 2, De Duitse Dictatuur.

 27 feb. 1933: brand in het Rijksdaggebouw. De dader was Marinus van der Lubben. Door deze aanslag, maakte Von Hindenburg gebruik van artikel 48. De nieuwe noodmaatregel was: beperking van vrijheid van meningsuiting, beperking van persvrijheid, beperking van de persoonlijke vrijheid, beperking op het recht van vereniging en vergadering.
 24 maart 1933: Hitler stelt voor om 4 jaar lang buiten het parlement om te regeren.
 SA: Sturm Abteilung. Knokploeg van de NSDAP.
 Mei 1933: staken werd verboden.
 Juli 1933: wet tegen het heroprichten van nieuwe partijen. Als iemand een partij oprichtte die andere uitgangspunten had dan de officiële NAZI ideologie was dat een landverrader. Door de NAZI rechtbank (sinds 1934) werd dan een minimale straf van 3 jaar uitgesproken.
 2 aug. 1934: president Von Hindenburg sterft op 88 jarige leeftijd. Hitler eigent zich ook deze functie toe. Hij was dus regeringsleider en staatshoofd.
 Joseph Goeddels: Verspreide positieve propaganda voor de NSDAP.
 Duits zijn, Duits denken en Duits handelen was het uitgangspunt van de Volksgemeinschaft.
 Blut- und Boden gedachte: de staat was verbonden met het bloed van hun eigen volk en geworteld in eigen bodem.
 1933: er kwam een Concordaat (een overeenkomst tussen de Duitse regering en de paus van Rome). Hierin werden de onderlinge vriendschappelijke betrekkingen vastgesteld en stemde Hitler toe in de vrije uitoefening van het katholieke geloof.
 1 dec. 1936: het lidmaatschap van alle Duitse jongeren in de nazi-partij werd feitelijk verplicht gesteld.
 Hitler Jugend: de beweging voor jongens vanaf 14 tot en met 18 jaar.
 Bund Deutscher Mädel: De beweging voor meisjes.
 Gestapo: geheime staats politie.
 Die Weisse Rose: een groep jonge studenten en kunstenaars die zich verzetten tegen het NAZI regime.
 1935: de algemene dienstplicht werd ingesteld.
 Holocaust: de grootschalige massamoorden in de tweede wereldoorlog.
 SS: Schutz Staffeln. Geinrich Himmer was hoofd van de SS.
 Endlosung: ‘de eindoplossing van het joodse vraagstuk’. Met andere woorden: alle Joden moesten dood.
 Sonderweg theorie: Duitsland was aanstichter van de twee oorlogen omdat duitsland in het verleden een apparte weg is ingeslagen waardoor de dictatuur en de oorlog vrij spel kregen.

Paragraaf 3, Een socialistische boeren en arbeiders staat.

 Stunde Null: Zo noemde de Duitsers de tijd nadat ze de tweede wereldoorlog hadden verloren en weer opnieuw moesten beginnen
 1945: de geallieerde overwinnaars (VS, Engeland en de sovjet unie) besloten dat Duitsland werd opgedeeld in 4 bezettingszones. Een Russische zone in het oosten, en een Amerikaanse, Britse en Franse zone in het westen van Duitsland, dezelfde opdeling gold voor Berlijn.
 BRD: Bonds Republiek Duitsland. Opgericht in mei 1949. Het kapitalistische Westen.
 DDR: Duitse Democratische Republiek. Opgericht in oktober 1949. Het communistische Oosten.
 SED: Sozialistische Einheitspartei Deutschland.
 De DDR is sociaal-democratisch omdat: socialistisch omdat alle productie middelen zoals grond, fabrieken en machines in de handen waren van de arbeidende gemeenschap. Democratisch omdat het Oost-Duitse volk elke 5 jaar de leden van de Volkskammer (parlement) mocht kiezen. De regering van de DDR ging er vanuit dat iedereen hetzelfde nastreefde, namelijk versterking van het socialisme. Boeren en arbeiders waren de twee belangrijkste groepen binnen de DDR.
 Jeugdpionier: kinderen konden daar vanaf hun 6e jaar lid van worden. Ze beloofde dan trouw te zijn aan het socialisme, betuigde gehoorzaamheid aan de ouders en was bereid vlijtig en gedisciplineerd op te groeien.
 FDJ: Freie Deutsche Jugend. Hierbij werd weer onvoorwaardelijke dienstbaarheid aan de partij beloofd en verzekerde de jongere dat hij zich zou sterken in het besef dat ‘het kapitalistische imperialisme’ de onverzoenlijke vijand van het socialisme was.
 Stasi: Staatssicherheits dienst. Een organisatie die het volk permanent op haar betrouwbaarheid tegenover het regeersysteem controleerde.
 Perestrojka: Hervormingen.
 Glasnost: openheid.
 Door de volkopstanden tegen de communistische dictaturen in Polen, Hongarije en Tsjecho-Slowakije eind jaren tachtig (die oversloegen naar de DDR) probeerden honderd duizenden DDR burgers via Oostenrijk en Hongarije naar West Duitsland te vluchten. De Berlijnse muur had nu geen betekenis meer. Honecker trad op 18 oktober 1989 af.

Paragraaf 4, het succesverhaal van de West-Duitse Bondsrepubliek.

 Nieuwe grondwet van 1949: de Bondsdag (parlement) krijgt meer macht ten koste van de president, die geen beroep meer mag doen op artikel 48. De leden van de Bondsdag (gekozen door mannen en vrouwen vanaf 21 jaar) benoemden de Bondskanselier (regeringsleider) voor een periode van 4 jaar. De kanselier kon tussentijds worden afgezet, echter met als voorwaarde dat het parlement reeds voor een opvolger had gezorgd die op een meerderheidssteun kon rekenen.
 De deelstaten (länder) hadden ieder een eigen volksvertegenwoordiger en regering en waren bevoegd bepaalde zaken zoals onderwijs en belastingszaken zelf te regelen.
 Er konden alleen partijen in het parlement komen die ten minste 5% van de stemmen hadden gekregen.
 Konrad Adenauer: ‘Der Alte’ vanwege zijn leeftijd (73). Hij werd in 1949 tot Bondskanselier gekozen. Hij koos voor een regeling met de FDP (liberale Vrije Democratische Partij) en de conservatieve Duitse Partij.
 Adenauers politieke programma was gericht op de economische wederopbouw eb intensieve samenwerking met het vrije, kapitalistische Westen. Dit werd financieel ondersteund door het Amerikaanse Marshallplan.
 1955: De Bondsrepubliek werd opgenomen in het Westerse militaire bondgenootschap de NAVO (Noord-Atlantische Verdragsorganisatie).
 Warschaupact: alle oost communistische landen, De DDR heeft zich daarbij aangesloten.
 Hallstein-doctrine: een verbreking van de diplomatieke betrekkingen door de BRD, indien een land het waagde de communistische DDR als soevereine staat te erkennen.
 Wirschaftswunder: ‘economisch wonder’. Hiermee werd gedoeld op West-Duitsland omdat ze in een korte tijd de economie weer tot stand hadden gebracht.
 Uitgangspunten van de sociale-markteconomie: de regering, vakbonden, bedrijven en werknemers moeten zich gezamenlijk inzetten voor een stabiel ‘werkklimaat’, waarin het vrije marktbeginsel optimaal kon functioneren.
 1969: SPD’er Willy Brandt wordt Bonskanselier. Jongeren kwamen in verzet tegen de bestaande politieke en maatschappelijke orde. Zij maken zich zorgen over het milieu en de onrechtvaardige rijksdom verschillen. Openheid en meer invloed was de leuze.
 Radikalenerlass: ‘radicalenbesluit’. Je mocht geen lid zijn van een communistische partij, kon dit niet worden uitgesloten dan kreeg je ook geen werk. Ditzelfde gold ook voor leden van de NDP (National Demokratische Partei Deutschland).
 RAF: Rote Armee Fraktion. Een partij die bestond uit een kleine harde kern van hoogopgeleide radicalen, veelal afkomstig uit goede milieus.
 1970: De eerste Duits-Duitse ontmoeting vindt plaats tussen Brandt en Willy Stoph.
 1979: De radikalenerlass werd weer ingetrokken.
 Die Grünen: de eerste milieupartij in Europa. Zij waren tegen de wapenwedloop en het gebruik van kern energie. Ze probeerden de bevolking en de politici in te laten zien dat meer economische groei niet automatisch tot meer welvaart zou leiden.
 10 nov. 1989: de berlijnse muur viel. De Duitsers dachten dat alles nu was opgelost en dat de toekomst hun lachend tegemoet kwam. Maar niet lang daarna begonnen de negatieve uitspraken over en weer (tussen de vroegere ‘oost’ en ‘west’ Duitsers).
 1996 + 1997: Duitsland komt in een economische crisis terecht. Het werkeloosheidsaantal loopt op tot 6 miljoen.
 Veel mensen zijn van mening dat het altijd moeilijk is om van 2 dictaturen 1 te maken, en nu achteraf gezien is de Bondsrepubliek een ‘succesverhaal’. Er is nog nooit zo’n liberaal en democratisch Duitsland geweest.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.