ff n studiebreak

Het mooiste crimiboek van 'onze' agent Don Heins? Die over de ontvoering van Alfred Heineken. Type in-één-ruk-uit.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

Geschreven door:

Inguh (1 havo/vwo) [meer]

Datum ingestuurd:

18 september 2004

Taal:

Woorden:

1.700

Bekeken:

3254 keer (11 deze maand)

Waardering:

3.1/5 (39 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
Economie

Vijfentwintig jaar geleden was de Filippijnen een van de rijkste landen in Azië. Door economische recessie en jarenlange dictatuur onder leiding van Marcos is de Filippijnen een van de armste landen van Azië geworden. In een arm ontwikkelingsland heeft het probleem van zwerfkinderen geen prioriteit.
Ondanks de instabiele politieke en veiligheidssituatie, de recessie in de VS en Japan en de internationale gevolgen van 11 september bereikte de Filippijnen in 2001 een hogere economische groei dan de andere buurlanden. Dit wordt verklaard door een lagere uitvoerafhankelijkheid en een behoorlijke groei van de landbouw- en dienstensector. De inflatie bleef in 2001 best laag als gevolg van stabiele voedselprijzen en lagere olieprijzen
De munteenheid in de Filippijnen is de peso. De inflatie (waarde vermindering van het geld) is 9%.

Inkomsten:
De meeste inkomsten komen uit de dienstverlening of industrie. De rest van het totale inkomen in het land wordt in de landbouw verdient. De industrie bestaat vooral uit textielbewerking, chemische industrie en houtkap en –bewerking. Deze houtkap veroorzaakt, samen met de bouw van huizen op de beboste hellingen, voor een enorme ontbossing, die het natuurlijk evenwicht in grote mate verstoort. Er wordt ook vaak bos platgebrand om landbouwgrond te creëren dat vervolgens, na de oogst weer verlaten wordt om verder te trekken en nieuwe stukken bos geschikt te maken voor landbouw. De Filippijnen hebben ook te maken met toenemende milieuproblemen door verkeer en chemische industrie.
Het gaat nu slechter met de bevolking in de Filippijnen dan met de bevolking in andere Zuid-oost-aziatische buurlanden. Per gezin moeten 2 mensen het minimum loon verdienen om het gezin van voldoende inkomsten te verzekeren. Meestal ontvangen arbeiders minder dan het minimumloon. Ook is er in de Filippijnen veel werkeloosheid.
Op het platteland is meer armoede dan in de stad. De regering wil snel de armoede bestrijden door meer werkgelegenheid op het platteland. De CEDP heeft het doel om in 1 half jaar 1 miljoen banen te creëren door het uitvoeren van kleinschalige en arbeidsintensieve infrastructurele werken op het platteland.

Weginfrastructuur
Op middellange termijn voorziet de regering in een verbetering of een herwaardering van het 28 000 km lange wegennet om de internationale normen te halen. Momenteel is slechts 21% op de 201.834 km wegen en voetpaden verhard, geplaveid of geasfalteerd. Wat de bruggen betreft worden op korte termijn 16,5 km tijdelijke bruggen herbouwd, 36,4 km bestaande bruggen hersteld en 4,2 km nieuwe bruggen gebouwd.

Spoorweg
Het huidige spoorwegnet omvat een lijn van 478 km (van Manilla tot Legaspi). De Filippijnse National Railways, overheidsbedrijf voor het spoorwegvervoer met 2000 werknemers, schiet grotendeels tekort. Sinds 1964, jaar van oprichting van de spoorwegmaatschappij, onderging dit spoorwegnet geen enkele verbeteringen, werd het grotendeels verwaarloosd en zijn de uitrustingen verouderd en niet meer bruikbaar.

Haveninfrastructuur
De belangrijkste havens worden momenteel vernieuwd en uitgebreid, zowel de kaaien en opslagplaatsen als de verscheidene hijstoestellen, om aan de internationale normen te voldoen. Dit geldt voor de havens van Manilla, Cebu, Mindanao, Batangas, Subic…
Luchthavens

Er paar inheemse luchthavens zullen vernieuwd worden met het oog op een afstemming op de internationale normen wat de vluchtinfrastructuur betreft (Radar…) De inhuldiging aanstaande december van de terminal NAIA III vormt een nationale prioriteit. Dit contract legt verbod op de ontwikkeling van een internationale passagiersluchthaven bij Manilla zolang NAIA III niet de 10 M passagiers heeft bereikt.

De belangrijkste exportproducten zijn:- elektronica- kleding- kokosproducten- fruit en groenten- hout- en andere industrieproducten

De belangrijkste importproducten zijn:- Ruwe aardolie - Elektronische apparaten- Andere machines- Chemische producten

De belangrijkste handelspartner van de Filippijnen zijn:- VS- Japan- Hongkong- Groot-Brittannië- Nederland

Structuur van de economie en de werkelegenheid
Landbouw, bosbouw, visserijIndustrie, bouw, mijnbouwdiensten

Cultuur en Politiek

Cultuur

Door de cultuur globaal de beschouwen als het geheel van de ontwikkelingen en voortbrengselen van de menselijke geest, moeten de bijdragen die het CEC via welke weg ook levert, handelen over wetenschappen en kunsten, geschiedenis, religie en filosofie, politieke, sociale en economische gewoonten en opvattingen. Omdat dit pakket wel heel uiteenlopend kan zijn, omdat het zonder meer allesomvattend is, bestaat de dreiging dat het CEC zou ontsporten in het oeverloze.
Daarom wordt geprobeerd de bijdragen te concentreren rond bepaalde thema’s. Vaak gebeurde dit door te werken rond bepaalde landen, maar gaandeweg bleek het nodig onderzoekers te verenigen rond bepaalde thema’s. Het thema à Bijdrage van het land aan de Europese cultuur à is inderdaad algemeen om betekenisvol te kunnen overkomen. Er is immers een gebrek aan context waarbinnen de bijdragen van nut kunnen zijn. Het CEC zal dan ook voortdurend streven naar hogere verbanden.

Bevolking

In de Filippijnen wonen ongeveer 84,5 miljoen mensen, waarvan er in de hoofdstad ongeveer 2,1 miljoen wonen. De bevolkingsdichtheid is ongeveer 275 inwoners per vierkante kilometer. Ruim de helft van de inwoners, 55% woont in de steden. De overige 45% op het platteland. De bevolkingsgroei is bijna 2%. En het geboortecijfer per 1000 inwoners is 26.89 het sterftecijfer per 1000 inwoners is bijna 5x lager 5,95. De levensverwachting is voor mannen 65,1 en voor vrouwen 71,1 jaar. Het aantal baby’s dat sterft in het eerste levensjaar is 35. Dit is te wijten aan de slechte en vaak weinige medische voorzieningen op het platteland.
De Filippijnse bevolking is vrijwel allemaal Christelijk-Maleisisch 91,5%. 4% is Moslim Maleisisch, en 1,5% is Chinees de overige 3% hoort bij andere godsdiensten. De 2 belangrijkste talen op de Filippijnen zijn Filippijns en Engels de andere talen zijn: Tagalog, Ilocano, Cebuano, Bicolano, Ilongo en Waray-Waray. In totaal zijn er 70 verschillende talen en dialecten.
De 83% van de bevolking is rooms-katholiek, 9% is protestant en 5% is islamitisch. De islamieten wonen vooral in het zuidelijke deel van de eilandengroep. 3% van de bevolking is Boedhist of hoor bij een andere godsdienst.
De feestdagen in de Filippijnen zijn voor de rooms-katholieken:
- 1 mei
- 6 mei (Araw Ng Kagitingan)
- 12 juni (Independece Day)
- 28 augustus (National Heroes Day
- 30 november (Bonifacio Day)
- 30 december (Rizal Day)
Op de Filippijnen zijn 20 landelijke dagbladen waarvan 11 Engelstalige
(De grootste; Manilla Bulletin); er zijn meer dan 250 radiostations en 5 tv-stations (commercieel en niet-commercieel).

Staatsinrichting

De grondwet in de Filippijnen is in 1987 naar een Amerikaans voorbeeld opgezet. De president (staatshoofd) is de hoogste uitvoerende macht en militair opperbevelhebber. Hij wordt gekozen voor een termijn van 6 jaar.
De wetgevende macht bestaat uit een Senaat (24 leden) en een Huis van Afgevaardigden (250 leden, van wie de meeste rechtstreeks gekozen worden voor een periode van jaar)

Politiek

Na de Spaans-Amerikanse Oorlog kwamen de Filippijnen in 1898 onder Amerikaans bestuur. De Filippijnen protesteerden hier tegen, dat werd uiteindelijk een van de meest bloedige oorlogen in de koloniale geschiedenis, de Filippijns-Amerikaanse oorlog. Toch kregen de VS in 1901 officieel de macht. In 1946 werden de Filippijnen onafhankelijk verklaard, na een korte bezetting door de Japanners in de Tweede Wereldoorlog. Van 1965 tot 1986 regeerde de corrupte president Marcos, die werd opgevolgd door president Aquino. De bevolking hoopte op een economisch en sociale hervorming, maar die hoop bleek al gauw vergeefs. Onder de daaropvolgende president Ramos groeide de economie wel snel.
Macht in de Filippijnen is een balans tussen, kerk, leger, elite en NGO’s, waarbij de arme massa als een speelbal wordt ingezet. De regering van nu lijkt haar macht te kunnen handhaven, ondanks veiligheidsproblemen in met name het zuiden, de moeizame rechtszaken tegen oud-president Estrada en moslimrebellenleider Misuari en de kritiek op hernieuwde aanwezigheid van de Amerikaanse militairen op de Filippijnen. De regeringspositie wordt in belangrijke mate geholpen door een hogere economische groei dan verwacht.
De politieke instabiliteit blijft een probleem. Onderhandelingen met zowel de moslimrebellen als het communistisch verzet verlopen moeizaam.
Sinds januari 2002 wordt het Filippijnse leger bijgestaan door Amerikaanse adviseurs in de aanpak van de Abu Sayyaf. De samenwerking is dit keer een stuk intensiever dan eerder. Hoevel de meerderheid van de bevolking de komst van de Amerikanen goed vind, is een ander deel hier erg op tegen. Het is nog maar pas geleden dat de Amerikaanse bases op de Filippijnsen onder politieke druk gesloten werden.

Problemen in de Filippijnen:

Problemen
De enorme bevolkingsgroei vormt een belangrijk probleem in de meeste ontwikkelingslanden. Steeds meer monden moeten worden gevoed. Door het steeds toenemende aantal mensen neemt de druk op het milieu toe (de wereldbevolking telt nu al zes miljard mensen en de groei zal pas tegen het midden van de volgende eeuw ophouden bij minstens elf miljard mensen). Steeds meer grond, water en productiemiddelen, zoals kunstmest, zaaizaad en gewasbeschermingsmiddelen, zijn nodig om voedsel te produceren. Het klimaat is vaak niet zo gunstig om landbouw te bedrijven. Vooral 'droogte' speelt een rol. Ook op de minder goede gronden vindt landbouw plaats, terwijl de goede gronden steeds intensiever worden bewerkt. Dat geeft problemen: erosie (het verdwijnen van de vruchtbare bovenlaag van de bodem door de invloed van wind en regen), het zout worden van water en grond, woestijnvorming en gebrek aan water.
Een ander belangrijk probleem is de voedselvoorziening. De meeste ontwikkelingslanden zijn echter (nog) niet in staat in hun eigen voedselbehoeften te voorzien. Zij produceren niet het gehele jaar genoeg voedsel en het voedsel dat geproduceerd wordt is voor veel mensen onbetaalbaar. Als de 'rijke' landen hun eigen markten wat minder zouden beschermen, zouden de 'arme' landen meer aan hun exportproducten kunnen verdienen.
Ontwikkelingslanden hebben vaak moeite met het opzetten van een evenwichtig ontwikkelingsbeleid; veel landen zijn pas ongeveer dertig jaar onafhankelijk. Dit is een erg korte tijd om uit een samenleving, met verschillende etnische groepen en meerdere godsdiensten, één staat op te bouwen. Het is erg moeilijk om met de hen ter beschikking staande beperkte middelen een overheidsapparaat op te zetten dat leiding kan geven aan de ontwikkeling van een land in een snel veranderende wereld.

Armoede
Op de Filippijnen wonen veel kinderen op straat, hun ouders hebben geen geld om nog voor hun te zorgen. De meeste hebben werk gevonden op straat ze bedelen, verkopen fruit, sigaretten en dergelijke. Hun thuis zijn de sloppenwijken waar ze vaak de nacht door moeten brengen. Naar school gaan is voor de meesten al helemaal niet mogelijk. De straat is gevaarlijk voor de kinderen, er is druk verkeer en er zijn bendes actief die de straatkinderen misbruiken. Straatkinderen die een thuis hebben in de sloppenwijken hebben wel ouders en vaak grote gezinnen in kleine krotten deze wijk heeft geen elektriciteit, drinkwater en riolering vaak moeten ze ook 1 toilet met 200 andere families delen, onhygiënisch.

School
De enige manier om de cirkel van armoede te doorbreken is onderwijs. Met een goede opleiding heeft een kind grotere kans op een goede toekomst. Het geld dat organisaties ophalen wordt gereserveerd voor een studiebeurs voor de kinderen om na de middelbare school ook een vervolgopleiding te doen. Hoewel de Filippijnen een ontwikkelingsland is, is het naar school gaan erg duur en met name voor straatkinderen, zij komen uit hele arme gezinnen.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.