Geschreven door: | anoniem (6 vwo) [meer] |
Datum ingestuurd: | 1 juli 2004 |
Taal: |  |
Woorden: | 2.300 |
Bekeken: | 7540 keer (9 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Samenvatting ‘Deugdelijk leven’
Naar: ‘Deugdelijk leven, een inleiding in de deugdethiek’, Paul van Tongeren.
I Van ethiek naar deugdethiek
Inleiding
Deugdelijk dat was naar behoren functioneert.
Deugd virtuositeit of excellentie.
Virtuoos Iemand die iets heel goed kan, die excelleert. Ook in speciale omstandigheden.
Menselijk leven kun je afkijken van anderen (‘hoe het moet’).
Virtuoos persoon = gelukkig, aantrekkelijk, en dat straalt hij ook uit naar anderen.
‘Hoe kun je iemand stimuleren ‘beter’ te worden?’
Regels en normen zijn er om ons te helpen de echte virtuositeit zoveel mogelijk te benaderen. Deze virtuositeit = deugd.
Scheler Oproep tot deugdethiek in 18e eeuw, pas veel later herontdekt.
De plaats van de ethiek in het geheel van de filosofie
Ethiek is onderdeel van de filosofie/theologie. Over de kwaliteit van het denken, niet het handelen.
De ethiek is praktisch: met betrekking tot haar object, en op haar doel.
Praxis dat waarover de ethiek nadenkt.
Ethiek is een normatieve discipline.
Kant *Wat kan ik weten?
*Wat mag ik hopen?
*Wat moet ik doen?
Welke vraag stelt de deugdethiek?
Bijvoorbeeld; doel van het menselijke handelen, de fundering van morele regels, het criterium van morele oordelen.
Globaal 2 vragen: * Wat moet ik doen? mag/niet mag, terecht/onterecht, rechtv.?
* Hoe moet ik leven? houding van waaruit gehandeld wordt.
Over de praxis
Ethiek vooral gericht op individueel handelen, maar ook vragen over ‘belang welzijn voor ons allen’.
Poiesis over het handelen zelf, het doel ligt buiten de handeling zelf. (maken van tafel doel is de tafel, want tafel is geen deel van de activiteit)
Praxis doel ligt in de handeling zelf. (spel genieten. Wanneer doel geld verdienen is, is het spel poiesis)
Ook over hoe je het doet.
Over de morele praxis
“Wat is moreel”? wat voor handelingen zinvol? Of moreel goed? Of verschil tussen ene morele en niet morele.
De meeste handelingen hebben zowel een poietische als een praktische aspect.
(studeren om diploma, ook omdat het plezier geeft).
Om iets te kunnen realiseren, heb je vaak beide nodig.
Doel van het leven: Op een zo goed mogelijke manier het leven realiseren of voltrekken.
Het leven is de praxis die alle andere activiteiten omvat.
Ook al weten we niet wat het doel van het leven is, we weten in ieder geval dat het gericht is op een doel.
Moreel: ‘een activiteit is moreel (goed of slecht) wanneer en voorzover die deel uitmaakt van de omvattende praxis van het leven, zich voegt naar (of ingaat tegen) de daaraan inherente regels en bijdraagt aan (of afbreuk doet aan) de realisering van het daaraan inherente doel.’
Veel van het eigen leven is in verband met leven van anderen. De praxis en poiesis bevatten veel praktijken in verband met andere levens. Over de gemeenschap als soort van individu.
II Waarom deugdethiek?
Normen en waarden en deugden
Normen: objectiviteit, uitwendigheid, ze bestaan en verplichten je, negativiteit, minimaliteit, ondergrens, verboden, en dagen uit tot overtreding.
Waarden: positief, motiveren, maximum.
Deugd: verbind deze 2 dingen misschien wel. Een houding waarin een norm verinnerlijkt is. Deugden kun je leren en oefenen. Hoe je moet leven, en hoe je dat daadwerkelijk kunt leren.
Voorbeeld Beroepsethiek: Een goede dokter is degene die door oefening heeft geleerd met hart en ziel, en als vanzelf, te doen wat van een echte dokter wordt verwacht.
Pluralisme en relativisme
Het pluralisme, de overtuiging dat er onreduceerbaar vele en verschillende morele opvattingen bestaan, dringt zich op. Culturen, subculturen, enz.
Wat is belangrijker? De persoon of de groep waartoe men behoort.
Je kunt zelf je levensstijl of wijze ontwerpen. De keerzijde is da je dit moet. Je mag je er niet aan onttrekken. Je hebt altijd wel iemand waaraan je je spiegelt.
Gevaar: ‘het maakt niet uit wat we kiezen’. *FOUT*
De deugdethiek helpt ons kiezen.
Morele motivatie
Waarom zouden we ons eigenlijk met de deugdethiek moeten bezighouden?
De morele deugd is de kwaliteit die maakt dat we een morele praktijk op excellente wijze kunnen uitoefenen.
De deugd is datgene waardoor we dat zijn wat we zijn.
De deugd probeert onze passies zo te vormen, dat we als het ware vanzelf het goede willen.
‘Wie niet rechtvaardig is omdat hij het zo wil, maar alleen omdat hij weet dat het moet en zich weet te richten naar die plicht, die is niet echt rechtvaardig.
III Grondlijnen van een deugdethiek
Een teleologisch begrip van het menselijk leven
Al ons handelen is gestructureerd volgens een complex geheel van doeleinden, die zelf weer doelmatig geordend zijn: lagere doelen verwijzen naar hogere doelen, uiteindelijk naar het laatste doel, het leven. (gelukkig zijn?)
De manier om het leven van een mens te begrijpen, is een teleologische. Het doel waarop hij is gericht.
We spreken van misvormingen of verstoringen omdat we menen te weten hoe het eigenlijk moet zijn, en omdat dat gelukkig in de meeste gevallen ook zo is.
Plato De rede niet alleen het voornaamste, maar ook datgene waardoor en in dienst waarvan al het andere moet worden geordend.
Nietzsche De rede een ziekmakende kracht. De mens zal daarom een scheppend mens zijn, iemand die meester en vormgever van zichzelf is.
Aristoteles Reduceert de mens niet tot datgene wat hem onderscheidt van de andere levende wezens. Ze geeft een grote en positieve rol aan de verlangens en emoties, en doet mede daardoor meer recht aan de ‘hele’ mens.
Een ethiek van de zelfverwerkelijking en de levenskunst
Deugdethiek ethiek van de zelfverwerkelijking.
Deugd is perfectionering van onze natuurlijke geschiktheid die maakt dat we het doel waarop we zijn gericht, optimaal realiseren.
Gelukt dat wat een genoegen is om te zien, of te horen. Aangenaam enz.
Zelfs Kant geeft toe dat gehoorzaamheid aan de plicht niet hetzelfde is als geluk. De deugdzaamheid wordt door anderen bewonderd en degene met die deugd heeft grote aantrekkingskracht.
Essentialisme? Bestaat er wel een hoogste doel?
Kortom: er bestaan verschillende interpretaties van bijvoorbeeld geluk.
Optimisme? Hoe zit het met het kwaad?
Ethiek zou niet nodig zijn wanneer we allemaal vanzelf al het goede deden.
Je kunt gestoord worden, waardoor onvolmaaktheid ontstaat.
Iets is pas kwaad wanneer je willens en wetens tegen het goede ingaat.
LET OP: De deugdethiek is ontstaan in een tijd waarin veel meer vertrouwen was in de menselijke natuur enz. enz. enz.
Individu en gemeenschap
Macroniveau: Structuren en instituties.
Microniveau: Wijze waarop individu zich verhoudt tot zichzelf en het eigen leven.
Mesoniveau: Bijvoorbeeld structuur in een organisatie.
Het individu staat centraal, maar niet los van de gemeenschap
Een deugdethiek doet altijd een beroep op de heersende morele overtuigingen.
Een deugd doet altijd beroep op de heersende morele overtuigingen binnen een bepaalde gemeenschap. Deugdzaam is de houding die wordt geprezen, en ondeugdzaamheid is wat gelaakt wordt.
Het verschil tussen Aristoteles en ons
Aristoteles Geeft geen betekenis tussen privaat en publiek.
Voor de hand liggen dat het deugdzame een sociaal aanzien geniet.
(gelukkig worden, ligt ook aan je omgeving)
Je kunt je eigen bonen doppen, het maximum in de samenleving is politiek.
*pag. 53/54
IV De deugd
Algemeen en specifiek
Verschillende mensen verwerkelijken zich op verschillende manieren. (rollen)
,, ,, reageren anders in ,, ,, situaties.
Anthon van Thongeren: ‘De deugd is een houding die met keuze te maken heeft, dat wil zeggen die voortkomt uit gemaakte keuzes die sidponeert toot het maken van de juiste keuze. De juistheid van die keuze betekent dat ze steeds het midden weet te vinden. Dat midden is welliswaar altijd relatief, maar wordt niettemin door een maat bepaald, een maar die we zien in de verstandige.’
Houding, handeling en gevoel
Deugd is een houding, een attitude.
Iemand die iets moedigs doet is daarmee nog niet moedig. We noemen zo iemand pas moedig als hij steeds, in verschillende situaties moedig optreedt.
Vorming van jezelf door jezelf en anderen. ‘jezelf ertoe zetten’.
Conditionering Verinnerlijken, reflex bij bepaalde gebeurtenis.
Bij deugd is dit anders, door te oefenen enz enz.. Toch blijven de keuzes behouden. Bv. Je wordt door je ongeduld niet gedwongen om deze keer ook ongeduldig te reageren.
Het midden
De vorming kan ook een misvorming zijn. Maar wat is het juiste?
Aristoteles zei al: ‘het midden is vaak het juiste’. (gulden middenweg).
Moeilijk vast te stellen, bij bijvoorbeeld angst of pijn.
Plaats – moment – wie ?
Houding en voorbeeld
Deugd is een midden. Over de voorbeeldigheid van een houding.
De juiste handeling is de handeling die wordt gesteld door degene die de juiste houding heeft.
Je weet niet hoe je moet leven, maar je moet wel weten dat je goed moet leven.
Door iemand die je ‘goed vindt’ te imiteren, zul je ook je eigen handelen perfectioneren.
Verstandigheid
Deugdelijkheid verstandig weten te kiezen.
Het gaat om een ‘weten te’, een weten dat impliciet is in het handelen.
Aristoteles Geen karakterdeugden mogelijk zonder intellectuele deugden.
VB: Boogschutter: ten eerste weet hij zijn doel, ten tweede weet hij wat bepaald hoe hij zijn doel zal bereiken.
Het doel moet nastrevenswaardig zijn, anders heb je aan de verstandelijke kennis niet veel.
De intellectuele deugd van verstandigheid en de karakterdeugd hebben elkaar dus nodig.
V De deugden
Twee manieren om eigentijdse deugden te formuleren:
Aristoteles als voorbeeld
Welke mensen bewonder je? Wat maakt ze zo voorbeeldig? Waarvan zijn zij eigenlijk een voorbeeld? Er zijn bepaalde patronen die voor anderen ook herkenbaar zijn.
Deugden liggen niet vast, je zult ze zelf moeten ontdekken.
Enkele deugden zijn omschreven op *pagina 69/70*
Kardinale deugden: Plato en Thomas van Aquino
Kardinale deugden:
• Matigheid
• Moed
• Verstandigheid
• Rechtvaardigheid
‘De matigheid is de deugd die de juiste maat weet aan te brengen inde manier waarop een mens zijn verlangens en behoeftes bevredigt.’
Rechtvaardigheid wijkt af van de andere deugden Niet alleen op houding van een deugdzaam mens, maar ook op een bepaalde orde in de samenleving.
Het moet een mathematische gelijkheid realiseren.
Een ordelijk geheel
Wat goed is, moet blijkbaar wel beantwoorden aan de vier kardinale deugden. (volgens Plato is er een sterke parallellie tussen politieke structuur van de samenleving en de psychische structuur.
Een mens bestaat uit drie lagen:
• Begeerte
• Verstand
• Gemoed
(schema aantekeningen)
Alleen rechtvaardigheid mist nog.
Samenvatting van alles
Volgens Thomas kan iets op drie manieren worden onderverdeeld:
• De noodzakelijke bestanddelen ervan.
• De soorten die ervan bestaan.
• De bijkomende onderdelen.
ZIEL Plaats i/h Lichaam Deugd
1 Verstand Hoofd Wijsheid
2 Gemoed Hart Moed
3 Begeerte Buik Matigheid
*pagina75/76 uitleg over de deugdenverdeling.
Pagina 94-111
VI Enkele meer of minder gebruikelijke deugden
De deugd van de matigheid en de zorg voor het milieu
Kan de deugd van de matigheid een zinnige bijdrage leveren aan het milieuethische debat?
De argumenten
A) De natuur als intrinsieke waarde en het recht van de natuur
- De natuur is een intrinsieke waarde. Wanneer we de natuur opvatten als een utilitaire waarde, heeft ze slechts waarde omdat of voorzover ze in feite op prijs wordt gesteld. Bij een intrinsieke waarde is het omgekeerd: Hier wordt de waardering bepaald door de waarde: je moet de intrinsieke waarde ‘op waarde schatten’ om haar goed te waarderen.
- De waarde van de natuur staat los van de nuttigheid van de natuur.
Respect voor de natuur, iets in zijn waarde laten, er geen inbreuk op maken, op afstand blijven.
B) Onze verantwoordelijkheid jegens toekomstige generaties
We hebben de aarde in bruikleen van onze kinderen. De aarde is er voor de rijken, de armen, mensen die nu leven, maar ook voor degenen die nog komen. We moeten er duurzaam mee omgaan. ‘Sustainable development’.
C) De maat van de natuur
Over de positie van de mens tegenover de natuur. Het ontwikkelen van natuur door natuur (de mens).
De problemen
A) De grond van het recht van de natuur
Op grond waarvan kan de natuur aanspraak maken op een recht?
Twee soorten recht: Door mensen toegekend, en oorspronkelijk recht.
Elke fundering van rechten of regels maakt gebruik van de redelijkheid.
Er is geen duidelijk antwoord op ‘waarom zouden we recht moeten erkennen’?
B) Verantwoordelijkheid of collectief egoisme?
We moeten respectvol tegenover de natuur zijn, anders leidt het tot onze eigen ondergang. Goed is niet zonder meer dat wat nuttig is voor mij of voor ons, maar wat nuttig is voor het grootste aantal mensen. Utilisme.
Maar vaak botst dit met het eigenbelang. Vaak gaat eigenbelang voor utilisme.
C) De maat van de natuur: norm of uitdaging?
De natuur is gebonden aan grenzen. Altijd hebben we deze grenzen willen bereiken en testen. Dus waarom lossen we de milieuproblematiek niet op met onze techniek? Waarom zou de maat van de natuur niet eerder een uitdaging zijn aan onze mateloze vrijheid?
De deugd van de maat
A) De deugdethiek
De mens is een natuurwezen, en maakt deel uit van de natuur en alleen daarom zou hij de natuur bij zijn zelfverwerkelijking moeten betrekken.
Niet tegen je eigen belang in handelen.
- De mens, als natuur, moet de natuur ook optimaliseren mbt. Tot zijn eigen vervolmaking.
- Bij de bepaling wat voor zijn eigen natuur het beste is, moet ook rekening worden gehouden met zijn natuurlijke condities.
Vuistregel van Aristoteles: De deugd ligt altijd in het midden.
B) De deugd van de matigheid
Het plezier dat een auto geeft, is niet alleen een bepaalde intensiteit, maar ook gevoel van vrijheid, snelheid of sociale status. De vraag is wanneer dit genot gepast is en/of minder gepast.
Over effectiviteit, betekenis en kwaliteit.
Pagina 123-131
De vriendschap als deugd
Veel vormen van vriendschap, veel definities.
A) Wederkerigheid
Vriendschap is houden van op een manier die per se wederkerig is.
Vrienden houden van elkaar.
B) Welgezindheid
Als iemand je vriend is, dan wens je die vriend iets toe.
Het goede toewensen aan je vriend. (van beide zijden).
C) Bewustzijn
Beide zijden moeten van elkaar weten dat ze van elkaar houden.
Aristoteles Vriendschap is elkaar het goede toewensen en dat van elkaar weten.
D) Soorten van vriendschap: Nut, genot, goedheid
• Nuttige vriendschap, onder voorwaarden vastgelegd.
• Aangename vriendschap, genieten van elkaar.
• Deugdelijke vriendschap, houden van omdat hij deugt.
Deze vriendschappen kunnen gecombineerd zijn.
Een rangorde van soorten vriendschap
De vriendschap omwille van het goede is de hoogste en beste vorm. 3 argumenten:
A) Meer of minder garanties voor welgezindheid en wederkerigheid
‘Als jij kookt, zal ik afwassen’. Iemand doet iets wat je lekker vind, jij verplicht jezelf wat.
Door vriendschap omwille van het goede, wordt jezelf goed en dus beminnenswaardig voor wie van het goede houdt.
B) Duurzaamheid
Vriendschappen gebaseerd op nut of genot zijn minder duurzaam.
Morele kwaliteit zit in je karakter, dat is wat je bent, in onderscheid van de dingen die je hebt.
C) Deugd
Aristoteles De hoogste vriendschap is een deugd. Dus vriendschap ligt in het midden.
De perfecte vriendschap is die verhouding tot de ander, waarin je via de ander van jezelf, en via jezelf van de ander houdt.
Pagina 147-194
Teksten, zelf door te nemen.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.