ff n studiebreak

Meiden, laser je binnenste schaamlippen lekker weg joh. Want je vriendje wil een playboypoesje.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

Geschreven door:

dIViNE [meer]

Datum ingestuurd:

25 februari 2004

Taal:

Woorden:

2.200

Bekeken:

13250 keer (38 deze maand)

Waardering:

3.8/5 (52 stemmen)

Deel op:

  • Door DN (6 gymnasium) op 10-04-2011
    Heel erg bedankt!
De afdaling (Boek VI, v 255-272) p 155

En kijk, kort voor het eerste licht van de opgaande zon, begon de grond te dreunen onder hun voeten, de beboste toppen begonnen te bewegen en het was het alsof er honden huilden doorheen de schaduw, bij de komst van de godin. De Sibylle riep: "Blijf ver weg van hier niet ingewijden, ga weg uit heel het heilige bos en jij Aeneas; ga op weg en trek je zwaard uit de schede; nu heb je moed en wilskracht nodig. Nadat ze alleen maar deze woorden had uitgesproken begaf ze zich buiten zichzelf naar de ingang van de grot. Hij volgde zijn leidster, die met grote stappen vooruit ging, op de voet met onbevreesde stappen. Goden, die de macht hebben over de zielen, stilzwijgende schimmen, gapende leegte, Phlegeton en duistere, doodstille plaatsen. Laat het mij geoorloofd zijn te spreken over wat ik gehoord heb en laat het door uw goddelijke toestemming geoorloofd zijn dingen te openbaren die diep verborgen zijn in de aarde en de duisternis. Ze gingen eenzaam, gehuld in de donkere nacht, door het schimmenrijk, ze gingen voorbij het lege paleis van Pluto en zijn ijle koninkrijk: het was een tocht zoals men in de bossen maakt in vaag maanlicht onder het karige licht, wanneer Jupiter de hemel verborgen heeft achter schaduw en wanneer de donkere nacht de kleur heeft onttrokken aan de zaken.

Charon, de veerman (Boek VI, v295-316) p 213-214

Hiervandaan vertrekt de weg die leidt naar de oevers van de Tartarische Acheron. Hier klots het kolkende water, troebel door modder, in een enorme afgrond en braakt al haar zand uit in de Cocytus. Een huiveringwekkende veerman zorgt voor dit water en de rivieren, Charon, met zijn verschrikkelijke vuilheid. Hij heeft een lange, onverzorgde, grijze baard, vlammen gloeien in zijn ogen en aan zijn schouders hangt een vuile mantel met een knoop. Hij onderwerpt zelf het vlot met een vaarboom en hij bedient de zeilen. Hij zet de doden over met een roestige schuit. Hij is wel oud, maar een god ziet er steeds fris en kranig uit. Hierheen stroomde heel de verspreide massa samen naar de oevers, moeders en mannen; overleden lichamen van grootmoedige helden; jongens en ongehuwde meisjes; en jongelui die op de brandstapel waren gezet voor de ogen van hun ouders: zoals er vele bladeren vallen in bossen in de eerste koude van de herfst, of zoals vele vogels samentrekken vanuit de diepe zee aan land, wanneer het koude seizoen hen over zee jaagt en hen drijft naar zonnige landen. Ze stonden te smeken om als eerste overgezet te worden en ze staken hun handen uit, uit verlangen naar de overkant. Maar de triestige zeeman ontving nu eens deze, dan weer die, en hij weerde de anderen ver verwijderd af van het zand.

Aan de overkant van de Styx (Boek VI, v 415-444) p 214-215

Tenslotte zette hij de zieners en de man ongedeerd over de rivier en zette hen af in het vormloze slijk en de zeegroene biezen. De enorme Cerberus deed dit koninkrijk met zijn driekoppig geblaf weergalmen. Hij was immens en lag gericht naar de tegenoverliggende grot. Voor wie de zieneres , terwijl ze zag dat zijn nek reeds stijf stond met slangen, een slaapverwekkend brokje met honing en bedwelmende vruchten wierp. Deze zette door razende honger zijn 3 kelen open en slokte het gegooide naar binnen en hij ontspande zijn enorme rug, spreidde zich uit op de grond en strekte zich met zijn volle lengte uit over de hele grot. Nadat de bewaker was uitgeschakeld bezette Aeneas de toegang en hij verliet snel de oever van het water waarvan men niet terugkeert. Bij de eerste drempel hoorden ze meteen stemmen, luid gekrijs en wenende babyzieltjes, die een donkere dag heeft uitgesloten van het zoete leven, aan de moederborst heeft ontrukt en heeft ondergedompeld in een ongenadige dood. Hiernaast zijn degenen die ten onrechte ter dood zijn veroordeeld. Aan dezen is echter niet zonder lot of rechter een woonplaats gegeven. De rechter Minos loot uit, deze roept de vergadering van de schimmen bijeen en onderzoekt hun levensloop en misdaden. Dan nemen de treurenden de volgende plaats in, die onschuldig zichzelf eigenhandig hebben vermoord en die het zonlicht grondig hatend namen ze afstand van hun zielen. (die hun leven vergooid hebben). Hoezeer wilden ze nu in de bovenwereld armoede en zware inspanningen doorstaan. Het goddelijke recht staat hen in de weg en het gehate moeras verbindt hen met het trieste water en de Styx ertussen liggend omsingelt hen 9 maal. Niet ver van hier verspreiden de treurvelden overal, ziet men, zo noemt men ze. Hier verbergen geheime paden degene die de harde liefde verteerd heeft en wreed heeft laten wegkwijnen en het mirtenbos beschermt hen rondom. De zorgen verlaten hen zelfs niet in de dood.

Ontmoeting in het dodenrijk (Boek VI, v 450-476) p 139

Kort na haar verwonding dwaalde de Fenisische Dido tussen hen rond in het grote bos. Zodra de Trojaanse held naast haar stond en haar vaag herkende door de nevel heen, zoals diegene die in het begin van de maancyclus de maan zien opkomen of denkt die gezien te hebben door de nevels, liet hij zijn tranen de vrije loop en sprak hij haar met zoete liefde toe. “ Ongelukkige Dido, het bericht dat me bereikt had, dat jij gestorven bent en dat je de dood gezocht hebt met een zwaard, is dus waar? Helaas, ben ik de oorzaak van jou dood geweest? Ik zweer bij de sterren, bij de goden en bij trouw, als dit nog iets te betekenen heeft in de onderwereld, dat ik met tegenzin ben weggegaan van jou grondgebied, koningin. Maar de bevelen van de goden, die mij dwingen om nu door dit schimmenrijk, verwilderde plaatsen en diepe nacht te gaan, hebben mij met hun macht daartoe gedreven. Ik kan niet geloven dat ik door te vertrekken je zoveel verdriet heb aangedaan. Sta stil en ontrek je niet aan onze blik. Voor wie vlucht je? Dit is door het lot het laatste dat ik je toespreek. Door zulke woorden verzachtte Aeneas haar brandende en starkijkende ziel en liet de tranen de vrije loop. Afgewend, hield zij haar ogen star op de grond. Haar gelaat vertoont niet meer ontroering door het begonnen gesprek dan een harde steen of een Marpisische rots. Uiteindelijk snelt ze weg en als een vijand vlucht ze weg in het schaduwrijke bos, waar haar vroegere echtgenoot, Sychaeus, haar op haar zorgen antwoordde en hij haar liefde evenaarde. En Aeneas staarde haar ook nog verder na, getroffen door haar onrechtvaardig lot en bejammerde haar lang terwijl ze wegging.

De stad der verschrikking (Boek VI, v 548-579) p 215-216

Aeneas keek om en plotseling zag hij links aan de voet van de rots een brede burcht, omgeven door drie muren, waar de snelstromende Tartarische Phlegeton met verschroeiende vlammen rondom gaat, de Phlegeton van de Tartanus doet de rotsblokken rollen met veel lawaai. Er tegenover ligt een enorme poort en zuilen gemaakt uit zo’n stevig staal dat geen enkele mankracht en zelfs de hemelbewoners ze niet kunnen openbreken met staal; de ijzeren toren rijst hoog op en daar zit Tisiphone in met een bebloede mantel omgeslagen, en ze bewaakt dag en nacht slapeloos de inkomhal. Hieruit werd er gezucht gehoord en klonken er woeste zweepslagen, dan het gesis van ijzer en het aantrekken van kettingen. Aeneas bleef staan en nam geschrokken het lawaai op.
“Wat voor soort misdaden zijn er gepleegd? O maagd, spreek; door welke straffen worden ze in het nauw gedreven? Welke zo’n grote rouwklacht hangt in de lucht (Waarom hangt er zoveel geklaag in de lucht)?” Toen begon de zieneres als volgt te spreken: “Beroemde leider van de Trojanen, het is door de goden aan geen enkel zuiver man toegestaan om de drempel van de misdaad te overschrijden; maar toen Hecate me aan het hoofd van de Avernische bossen stelde, leerde ze me zelf de straffen van de goden en leidde me door alles. Rhadamantes van Knossos bezit dit bikkelharde koninkrijk, deelt straffen uit, luistert naar de listen en dwingt diegene te bekennen die een of andere misdaad in de bovenwereld heeft begaan; blij gemaakt met een onnozele diefstal, en te lang uitgesteld heeft tot in de dood. Dadelijk slaagt de beledigende wraakgodin Tisiphone de schuldigen met een gesel, terwijl ze hen met woeste slangen in haar linkerhand bedreigt; ze roept haar woeste kolonne zussen. Dan pas werd de heilige poort met afschrikwekkend gekraak door de scharnieren geopend. Zie je wat voor een bewaker in de inkomhal zit, wat voor gezicht de drempel bewaakt? De enorme, te woeste Hydra met haar 50 donkere gapende kelen heeft binnen haar woonplaats. Dan stond zelfs de Tartarus open en strekte zich in de onderwereld uit in een afgrond die 2 maal zo diep is, als de hemelhoge afstand van de hemelse Olympus tot de hemel.

Andere misdadigers en hun straf (Boek VI, v 608-627) p 217

Opgesloten wachten ze hier op hun straf; degenen die hun broers een leven lang haten, degenen die hun ouders sloegen, degenen die een beschermeling hebben bedrogen, degene die zich in hun eentje op gevonden rijkdom hebben gestort en geen deel aan hun kennissen gaven – dit is de grootste groep - , degenen die vermoord zijn wegens overspel, degenen die goddeloze wapens gebruikt hebben en degenen die niet vreesden om de hulp van hun meesters te bedriegen. Vraag geen uitleg, welke vorm de straf heeft die het lot aan de mannen gegeven heeft. Sommigen doen reusachtige stenen rollen, en anderen hangen uiteengerokken aan de spaken van wielen; de ongelukkige Theseus zit er vast en zal er eeuwig vastzitten; en de zeer ongelukkige Phlegyas waarschuwt allen en getuigt met luide stem door de onderwereld: “Wees gewaarschuwd, leer rechtvaardigheid en veracht de goden niet. De ene verkocht voor goud zijn vaderland en heeft een machtige meester opgelegd; hij stelde wetten op voor een prijsje en veranderde ze weer; de andere drong de slaapkamer van zijn dochter binnen en ging verboden huwelijk aan.
Allemaal durfden ze een geweldige goddeloze daad aan en maakten hun durf tot waarheid. Al zou ik 100 tongen, 100 monden hebben en een ijzeren stem, toch zou ik niet alle vormen van misdaden kunnen omvatten en toch zou ik niet alle namen van straffen kunnen doorlopen

Ontmoeting met Anchises (Boek VI, v 679-702) p 155-157

Diep in de groene vallei bekeek vader Anchises met aandachtige blik nu de opgesloten schimmen die op het punt stonden naar het licht van de bovenwereld te gaan. En toevallig zag hij al degenen die hij kende en zijn dierbare kleinzonen en het Fatum en de lotgevallen van de mannen en hun gewoontes en hun daden. Toen zag hij Aeneas door het gras naar hem toe komen, hij strekte zijn beide handen opgewekt uit, tranen stroomden over zijn wangen en hij riep uit: “Ben jij dan toch gekomen, heeft de liefde waarop je lang gewacht hebt bij het zien van je familie het gehaald van de moeilijkheden van de tocht? Is het mij toegestaan jouw gezicht te zien, zoon, en zoals weleer je stem te horen en te beantwoorden? Ik van mijn kant dacht dat het zo zou gebeuren en terwijl ik de tijd reeds aftelde, mijn verlangen bedroog mij niet. Welke landen heb je bezocht, hoeveel zeeën heb jij bevaren, door hoeveel gevaren ben jij heen en weer geslingerd, naar ik verneem, zoon. Hoe heb ik niet gevreesde dat het Lybische koninkrijk jou enigszins zou schaden. Verder sprak deze zo: “Vader, jouw angstvallige beeld kwam mij te dikwijls tegemoet en dwong mij naar deze plaats te gaan. Mijn schepen liggen voor anker in de Tyrrheense Zee. Geef me je rechterhand, geef ze, en onttrek je niet aan onze omhelzing.” Zo sprak hij en tegelijk stroomden er vele tranen over zijn wangen. Toen probeerde hij hem drie keer te omhelzen, drie keer ontglipte de tevergeefs vastgepakte schim tussen zijn handen, zoals een lichte bries en bijna identiek aan een gevleugelde droom.

Aan de oevers van de Lethe (Boek VI v 703-723) p 157-159

Toen zag Aeneas in de afgelegen vallei een apart liggend bos en ritselende struiken en de Lethe, die Elysische velden voorbij stroomt. Ontelbare stammen en volkeren zweefden hier rond, zoals wanneer bijen op een stralende zomerdag in velden op veelkleurige bloemen gaan zitten en zwermen rond helwitte lelie’s; heel het veld gonst van het gezoem. Aeneas kwam onder de indruk van de onverwachte verschijning en hij vraagt de oorzaken, onwetend wat die rivier voor hem is of welke mannen de oevers gevuld hebben met zo’n menigte. Toen zei vader Anchises: “De zielen aan wie een tweede lichaam door het lot worden toegekend, drinken zorgen bannend vocht bij de Lethe voor eeuwige vergetelheid zorgt. Ik in elk geval verlang al lang jou over deze schimmen te vertellen en ze tonen in jouw bij zijn en dit nageslacht van mij op te sommen, opdat je samen met mij blijer zal zijn dat je Italië gevonden hebt.” – “O vader, moet men nu nog geloven dat sommige zielen van hieruit omhoog naar de bovenwereld weggaan en opnieuw naar een traag lichaam terugkeren? Welk zo ruw verlangen naar het licht hebben de ongelukkigen?” – “Ik zal het zeggen en je niet meer langer in spanning houden, zoon.” Nam Anchises het woord en hij vertelde alles in volgorde.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.