Geschreven door: | anoniem [meer] |
Datum ingestuurd: | 20 juni 2004 |
Niveau: | 4 havo |
Woorden: | 1053 |
Opvragingen: | 1170 (5 deze maand) |
Waardering: |
5.1 Bevolkingsgroei
In de meeste ontwikkelingslanden groeit de bevolking snel, want gezinnen hebben daar meestal veel kinderen. Ze zien kinderen daar als de oudedagvoorziening. Als de ouders dan oud zijn worden ze verzorgt door de kinderen. In werkelijkheid verloopt de groei van een bevolking natuurlijk niet zo gelijkmatig als in de tabel die je kan maken. Er zijn altijd factoren die deze regelmaat verstoren, denk daarbij aan AIDS.
Om te voorspellen zijn twee soorten groei erg belangrijk:
1. Lineaire groei betekent dat een bepaalde grootheid steeds met een vast bedrag groeit. Denk daarbij aan bijvoorbeeld je geld in je spaarpot, elke week komt er een beetje zakgeld bij, elke keer hetzelfde.
2. Exponentiele groei betekent dat een toename steeds gelijk is aan een percentage. Denk daarbij aan bijvoorbeeld aan je geld dat op je rekening staat en waar je elk jaar rente over krijgt. Hierbij heb je te maken met een verdubbelings en halveringstijd.
Twee eeuwen geleden hield de Britse econoom Thomas Robert Malthus zich bezig met de groei van de Engelse bevolking. Hij zag dat het aantal mensen snel begon toe te nemen en dat de bevolking elke 25 jaar zou verdubbelen. Als de bevolking in dit tempo door zou groeien zou dat volgens Malthus leiden tot hongersnood. Daarom raadde hij de mensen later te gaan trouwen om zo minder kinderen te krijgen. Ook raadde hij seksuele onthouding aan als methode om minder kinderen te krijgen. Hij had alleen geen rekening gehouden met sociale factoren en technologische ontwikkelingen.
5.2 Grenzen aan de groei
De vijf variabelen zijn:
1. bevolkingsgroei
2. voedselproductie
3. industrialisatie
4. uitputting van natuurlijke hulpbronnen
5. milieuvervuiling
In 1972 moesten 50 vooraanstaande industriëlen en geleerden een rapport maken over de toekomst van de wereld. Daarbij maakten ze gebruik van de hiervoor genoemde variabelen. De belangrijkste conclusies uit dit onderzoek waren:
1. Wanneer de wereldbevolking blijft groeien, zal de voedselproductie moeten blijven toenemen. Dat gaat dan ook op voor de industrialisatie en de milieuvervuiling. De natuurlijke hulpbronnen zullen uitgeput raken, waardoor de grenzen aan de groei binnen honderd jaar bereikt zijn. Al eerder zijn de fossiele brandstoffen uitgeput.
2. Als de groei afneemt, kan en zekere stabiliteit ontstaan. Ieder mens kan dan toch in zijn eerste levensbehoeften voorzien.
De groei van de wereldbevolking is nu ongeveer 3% per jaar. Dat komt neer op een verdubbeling in ongeveer 25 jaar.
Alle auto’s met een benzinemotor moeten een driewegkatalysator hebben. Dat is een onderdeel van de uitlaat dat schadelijke stoffen uit de verbrandingsgassen verwijdert. Zonder katalysator komen er uit de uitlaat koolwaterstoffen, stikstofoxiden en koolstofmono-oxide. Het reizen met een trein is relatief veel beter voor het milieu. De voordelen in een dichtbevolkt land als Nederland zijn duidelijk:
1. openbaar vervoer maakt spaarzaam gebruik van ruimte en energie
2. er is relatief weinig vervuiling
3. de veiligheid per personen-kilometer van de trein is groter dan die van de auto.
Veel landen weten nog niet welke kant ze op moeten gaan, en kiezen dus maar voor beide.
5.3 Meer voedsel
Bij fotosynthese zetten planten zonlicht, dus zonne-energie, om in chemische energie. Daarbij neemt de plant water op uit de grond en koolstofdioxide uit de lucht. Daarvan maakt de plant in de bladgroenkorrels glucose en zuurstof die wordt uitgescheiden. De fotosynthese maakt deel uit van een grote kringloop: bij de fotosynthese wordt uit elk molecuul koolstofdioxide het koolstofatoom opgenomen in een molecuul glucose. Planten zetten die glucosemoleculen om in grotere moleculen, bijvoorbeeld moleculen van zetmeel dat als reservevoedsel dient, of moleculen van cellulose dat voor des stevigheid zorgt. Ook in die grotere moleculen blijft het koolstofatoom ingebouwd. In het lichaam vind een omgekeerde reactie plaats. Dan is de kringloop rond, het koolstofatoom komt opnieuw in een koolstofdioxidemolecuul in de lucht terecht.
5.4 Duurzame ontwikkeling
Er is sprake van een mestoverschot als de boer de mest niet meer kwijt kan. Dit heeft uitspoeling als gevolg. Ecologisch werken betekend geheel zonder gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest produceren. Geïntegreerd werken betekent werken met alle moderne technologie, maar met een zo laag mogelijk gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen.
6.1 Dagen, maanden, jaren
De vormen die de maan aanneemt tijdens de maand heten schijngestalten. Een aantal feiten:
· de aarde draait in een jaar om de zon heen
· de aarde draait in 24 uur om haar as
· de maan draait in 29,5 dag om de aarde heen
· het zonnejaar is 365,25 jaar
Tegenwoordig gebruiken we het internationale tijdzone-systeem. De wereld is verdeeld in 24 tijdzones van elk één uur. De nullijn loopt bij het Engelse Greenwich. Er is niet alleen een tijdsgrens maar ook een datumgrens. Wanneer je hierover reist veranderd niet alleen de tijd maar ook de datum.
6.2 Aarde, zon en maandag
In de zomer staat de zon hoger dan in de winter. Ook de plaats waar hij ’s ochtends opkomt en ’s avonds ondergaat, verandert in de loop van het jaar. Het is in de zomer niet alleen warmer omdat het dan langer licht is, er is nog een tweede reden. Wanneer de zon lager aan de hemel staat, valt het zonlicht onder een kleine hoek en verwarmt daarom het aardoppervlak minder sterk. In Nederland hebben we sterke seizoensveranderingen. Des te dichter je bij de evenaar komt, des te kleiner worden deze verschillen.
Als je een dag aan het strand bent, merk je dat de waterlijn tijdens de dag verschuift. De wisseling van het stijgen (vloed) en dalen (eb) van het zeeniveau wordt het getij genoemd. Het getij heeft een periode van 12 uur en 25 minuten. Het getij wordt veroorzaakt door de maan. Bij een zonsverduistering is er altijd spraken van een nieuwe maan. Een maansverduistering duurt veel langer dan een zonsverduistering.
6.3 Het zonnestelsel.
In het centrum van ons zonnestelsel staat de zon. Om de zon draaien negen planeten, waaronder de aarde. Sommige planeten zijn kleiner dan de aarde (mars) en anderen zijn groter dan aarde (jupiter)
De planeten Mercurius en Venus staan dichter bij de zon dan de aarde. Ze worden de binnenplaneten genoemd. Meteoren zijn een soort vallende sterren. Stofjes of steentjes uit de ruimte botsen met grote snelheid tegen de aarde. De luchtwrijving in de atmosfeer is dan zo groot dat je een lichtflits ziet. Grote stenen overleven de tocht door de dampkring en slaan op de aarde in. De overgebleven brokstukken worden meteorieten genoemd. Het zonnestelsel is ontstaan uit een oerwolk. De zon is eigenlijk een ster. Hij lijkt zoveel groter dan andere sterren omdat hij veel dichterbij staat. Het belangrijkste kenmerk van sterren is dat ze licht geven. Daarom moeten ze wel heel erg heet zijn. Sterren bestaan dus uit gloeiende gassen.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons dan weten.
a d v e r t e n t i e
Win beltegoed met Cash
Cash helpt je slimmer met je geld omgaan. Zodat je minder snel zonder beltegoed komt te zitten. Probeer nu de tools van Cash! Met de Cashculator Mobiel ontdek je wat voor beller je bent. Of speel de Cash Battle op Hyves, daag je vrienden uit en maak kans op €500 beltegoed! De game duurt maar een minuutje!
a d v e r t e n t i e

Wat ga jij later doen voor je poen? Het liefst wil je een uitdagende baan met een goed salaris. Misschien iets met economie en biologie. Met mensen werken, in een team van experts of als zelfstandig ondernemer. Niet alleen op kantoor, maar ook buiten aan de slag. Wil je weten hoe? Check www.beleefbuiten.nl, doe mee met de actie en win een VIP-dag!
Zonder jouw bijdrage kan Scholieren.com niet bestaan. Help andere scholieren door je eigen samenvattingen en ander huiswerk op te sturen.

Daan weet eindelijk wat 'ie gaat studeren. En het heeft iets met die dame hierboven te maken.