ff n studiebreak

Klasgenoten stonden vroeger als hongerige hyena's om Jorieke heen. Klaar om het jonge hertje aan te vallen dat nog scoubidoutouwtjes had.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

anoniem (4 havo)

Datum ingestuurd:

29 juni 2004

Taal:

Woorden:

3.700

Bekeken:

10810 keer (42 deze maand)

Waardering:

2.5/5 (34 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
Inleiding

Deze praktische opdracht gaat over de groei van Nederlandse economie. Ik heb met behulp van de gegevens van www.cbs.nl een onderzoek gedaan naar de aanleiding van de hoge- lage conjunctuur van Nederland. Daarbij moest ik tien kenmerken kiezen om te laten zien wat de redenen zijn voor de conjunctuurgolf.

De Nederlandse economie liet in de jaren-90 een groei zien, die veel leek op de golf van de conjunctuurcyclus ( de schommeling van de effectieve vraag ) zoals die vaak in de theorie wordt beschreven.

In het begin van de jaren-90 stagneerde de economische groei (laagconjunctuur), maar in de jaren daarop brak een periode van aarzelend herstel aan om na 1995 over te gaan in een periode van hoogconjunctuur, waarbij de jaarlijkse groei aanzienlijk hoger was dan het naoorlogse gemiddelde van circa 2.5%.

Deze periode van economische groei (*) duurde veel langer dan normaal en niet alleen in Nederland. Ook de wereldeconomie vertoonde jaar na ongekende groeicijfers (de conjunctuurgolf was dus veel hoger en duurde langer dan normaal) zodat bij menig econoom de idee post vatte, dat er een nieuw tijdperk in de economie was aangebroken, waarbij het alleen nog maar goed kon gaan (hoogconjunctuur).

Volgens deze economen zou er in het tijdperk van de “Nieuwe Economie” voortaan ieder jaar alleen nog maar groei zijn; voor slechte tijden (laagconjunctuur) was er geen plaats meer. Want – zó luidde de redenering – door de nieuwe technieken (en daardoor stijging van de arbeidsproductiviteit) zou de productie zo goedkoop worden, dat de lonen (koopkracht) met gemak konden stijgen zonder inflatie te veroorzaken.

Op dit moment zul je niemand meer over de “Nieuwe Economie” te horen praten – en de koopkracht daalt. Dat komt omdat de groeicijfers ná het jaar 2000 veel lager bleken dan ooit mogelijk werd gehouden. In het jaar 2000 de lag economische groei nog wel boven het gemiddelde van 2.5 % maar deze groei nam in 2001 plotseling sterk af – tot onder dit gemiddelde – om in 2003 en 2003 verder te dalen tot ongeveer 0 %.

En dus zit Nederland momenteel – weer – in een recessie; in een situatie waarin het land omstreek 1990 ook verkeerde. De economie is dus wel weer terug bij het begin van de cyclus: in de periode van laagconjunctuur. Wat dat betreft blijkt de geschiedenis zich inderdaad te herhalen. Met dit verschil dat de welvaart in 10 jaar sterk is gestegen. En dat maakt de huidige recessie weer anders (milder?) dan die van toen.

Tabel: 1: De groei van de Nederlandse economie in de jaren-90

Tabel nr.: 1 Kenmerk 1 Kenmerk 2
Bron: Nationaal Inkomen Bron: CAO-lonen

Jaar Absolute Index % groei t.o.v. vorige Absolute Index % groei t.o.v. vorige
waarde
waarde(x1 mld.) periode van 3 jaar waarde periode van 3 jaar
1990 241.5 100.0 0 100.0 0
1993 273.9 113.4 13.4 111.0 11.0
1996 316.6 131.1 15.6 115.8 4.3
1999 374.8 155.2 18.4 125.1 8.0
2002 424.5 175.8 13.3 140.3 12.2

In de tabel kan je zien dat het nationale inkomen sinds jaar 1990 tot 2002 bijna twee keer is gestegen en de CAO-lonen ook, maar iets minder dan het nationale inkomen.De groei van nationaal inkomen was in jaar 1999 het grootste en van de CAO-lonen was dat in jaar 2002. Dus door de groei van nationaal inkomen vooral in de periode van 1999 was de conjunctuurgolf aan het stijgen.We spreken van een periode met een hoge conjunctuur.

Uit de grafiek blijkt dat het in jaar 1999 was de groei van nationaal inkomen en CAO-lonen groot. Het nationale inkomen is in vergelijking met de CAO-lonen sneller gestegen sinds jaar 1990.
Bij een grafiek is de stijging van het nationale inkomen en CAO-lonen duidelijker te zien. En dat betekent dus tegelijk een periode van hoog conjunctuur. Want als het inkomen stijgen, stijgen ook de koopkracht dus ook de vraag naar product en zo gaat ook meer banen komen. Dus meer werkgelegenheid

Onderzoeksopzet

Waarom ik voor deze kenmerken hebben gekozen is omdat het beste weergave geeft van de economie van een land, en ik verwacht bijvoorbeeld als de werkgelegenheid stijgt dan daalt de werkloosheid. De stijging van de lonen betekent de stijging van de koopkracht, dat is ook tegelijk de stijging van de vraag naar productie en dus meer personeels nodig. Dat betekent meer werkgelegenheid. En als de productie stijgt dan stijgt de uitvoer ook daardoor ook het nationale inkomen waarna ook de CAO-lonen stijgen. Door de stijging van de lonen stijgt de belastingen ook dus de inkomsten van de overheid is ook daarmee gestegen. En zo kan de overheid ook meer uitgeven.

De probleemstelling en de deelvragen:

A. Hoe heeft de economische groei zich in Nederland in de jaren-90 ontwikkeld, gelet op:

Kenmerk 1: Nationaal product Kenmerk 2: CAO-lonen
Kenmerk 3: Lonen Kenmerk 4: Statische koopkrachtontwikkeling
Kenmerk 5: De Beroepsbevolking Kenmerk 6: Totale Geregistreerde werkloosheid
Kenmerk 7: Invoer Kenmerk 8: Uitvoer
Kenmerk 9:Totale Inkomsten v/d Overheid Kenmerk 10: Totale Uitgaven v/d Overheid

B. Is er in deze groeicijfers inderdaad een conjunctuurgolf te ontdekken en zo ja, waaruit blijkt dat.

Ik ga vijf onderzoeken doen waarbij ik de relatie tussen de 2 x 5 gekozen kenmerken en de economische groei dieper wil onderzoeken. Ik doe deze onderzoeken met behulp van tabellen en grafieken.

Ik ga de resultaten van deze vijf onderzoeken verwerken tot een samengestelde tabel(10x5), waarin de groeicijfers (t.o.v vorige) van alle tien kenmerken voor vijf tijdstippen vermeld staan. In deze cijfers hoop ik een conjunctuurgolf te kunnen ontdekken.

Ik ga ook de resultaten van deze vijf onderzoeken verwerken tot twee samengestelde grafieken (5x5) waarin de indexcijfers (basisjaar = 1990) overzichtelijk af te lezen zijn.
Met deze cijfers kun je het verloop van de economische groei in de jaren-90 nader te kunnen onderzoeken. Welke kenmerken waren het meeste verantwoordelijk voor de sterke groei en welke hebben weinig aan de groei bijgedragen?

Onderzoek doen

- Nationaal inkomen - - CAO-lonen -

Ik ga het nationale inkomen met de CAO-lonen verglijken. Het nationale inkomen geeft de gezondheid van een land weer. Nationaal inkomen is in waarde gelijk aan het nationale product.
Bij de indexcijfers van de CAO-lonen gaat het om de ontwikkeling van de bruto lonen waarop werknemers bij een normale arbeidsduur onvoorwaardelijk recht hebben.
Waarom juist deze twee kenmerken worden onderzocht is dat ze samen de groei van de economie van een land kan bepalen.
Als de het nationale inkomen stijgt, stijgt ook de CAO-lonen. De relatie tussen deze twee kenmerken is dat ze elkaar beïnvloeden. De groei van lonen betekent de groei van de consumptie en dat betekent de groei van de productie en dat gaat gepaard met de groei van het nationale inkomen.

Tabel: 1: De groei van de Nederlandse economie in de jaren-90

Tabel nr.: 1 Kenmerk 1 Kenmerk 2
Bron: Nationaal Inkomen Bron: CAO-lonen

Jaar Absolute Index % groei t.o.v. vorige Absolute Index % groei t.o.v. vorige
waarde
waarde(x1 mld.) periode van 3 jaar waarde periode van 3 jaar
1990 241.5 100.0 0 100.0 0
1993 273.9 113.4 13.4 111.0 11.0
1996 316.6 131.1 15.6 115.8 4.3
1999 374.8 155.2 18.4 125.1 8.0
2002 424.5 175.8 13.3 140.3 12.2

In de tabel kan je zien dat het nationale inkomen sinds jaar 1990 tot 2002 bijna twee keer is gestegen en de CAO-lonen ook, maar iets minder dan het nationale inkomen.De groei van nationaal inkomen was in jaar 1999 het grootste en van de CAO-lonen was dat in jaar 2002. Dus door de groei van nationaal inkomen vooral in de periode van 1999 was de conjunctuurgolf aan het stijgen.We spreken van een periode met een hoge conjunctuur.

Uit de grafiek blijkt dat het in jaar 1999 was de groei van nationaal inkomen en CAO-lonen groot. Het nationale inkomen is in vergelijking met de CAO-lonen sneller gestegen sinds jaar 1990.
Bij een grafiek is de stijging van het nationale inkomen en CAO-lonen duidelijker te zien. En dat betekent dus tegelijk een periode van hoog conjunctuur. Want als het inkomen stijgen, stijgen ook de koopkracht dus ook de vraag naar product en zo gaat ook meer banen komen. Dus meer werkgelegenheid

- Totale Bruto Looninkomen - - Statische Koopkracht Per Kenmerk -

Ik ga het totale bruto looninkomen met de statische koopkracht per kenmerk onderzoeken. En waarom heb ik juist voor deze kenmerken heb gekozen is, omdat het een beeld geeft van de koopkrachtontwikkeling weer. Het bruto looninkomen is het aan werknemers toegekende
loon vóór aftrek van loonbelasting en sociale premies ten laste van de werknemers. En de statische koopkracht per kenmerk geeft de verandering in bestedingsmogelijkheden weer ten opzichte van het voorgaande jaar bij gelijkblijvende persoonlijke omstandigheden.
Als de lonen van personen stijgen dan kunnen ze meer geld besteden dus de koopkracht stijgt. Als ze meer gaan kopen stijgt ook de vraag naar productie en daarvoor is er meer personeels nodig. Dus de werkgelegenheid stijgt. En als dat zo gaat betekent het vanzelf de stijging van de conjunctuurgolf.

Tabel nr.: 2 Koopkrachtontwikkeling in Nederland in de jaren-90

Tabel nr.: 2 Kenmerk 3 Kenmerk 4
Bron: Totale bruto looninkomen Bron: Statische koopkracht per kenmerk

Jaar Absolute Index % groei t.o.v. vorige Absolute Index % groei t.o.v. vorige
waarde
waarde(x1 mld.) periode van 3 jaar waarde periode van 3 jaar
1990 107809 100 0 100.0 0
1993 125096 116.0 16 100.2 0.2
1996 136442 126.6 9.1 101.7 1.50
1999 155857 144.6 14.2 104.8 3.05
2002 185659 172.2 19.1 110.0 4.96

Uit de tabel kun je zien dat de lonen aan het stijgen zijn. De eerste sterke groei was al in 1993 met 16%. Wat je ook in de tabel kun zien is dat in de periode van 1996 was sprake van daling van 6.9 %, maar daarna is het weer hersteld met 5.1%.
De koopkracht is ook aan het stijgen. Eerst was de groei niet zo erg snel, maar na 1996 was het wel stukken omhoog gegaan. En daarna ging het verder stijgen. Maar niet met grote percentages.

De relatie tussen de twee kenmerken is als de lonen stijgt, stijgt de koopkracht automatisch. Want als mensen meer geld hebben, gaan ze ook meer kopen. En als ze niet veel verdienen kunnen ze ook niet veel uitgeven of moeten ze wachten tot dat ze wat bij elkaar hebben gespaard. Dus het is beter dat de lonen stijgen, want dan gaat de koopkracht ook omhoog.

Uit de grafiek blijkt dat de lonen snel aan het stijgen is dan de koopkracht. Vooral in de jaar 2002 is de lonen flink omhoog gegaan, maar toch is de koopkracht niet zo zeer gestegen. Wat wil te hopen was.

- Totale Beroepsbevolking - - Totale Geregistreerde Werkloosheid -

Hier de totale beroepsbevolking en de totale geregistreerde werkloosheid onderzocht. Bij de totale beroepsbevolking wordt ook de werklozen gerekend.
Ik heb juist deze twee kenmerken gekoppeld omdat je kunt zien hoeveel personen van de totale bevolking werkloos zijn en of de werkloosheid gestegen of gedaald is en dat is belangrijke voor de economische groei van een land. Als de werkloosheid daalt, betekent het dat de werkzame beroepsbevolking stijgt, maar de oorzaak van de stijging van de werkzame beroepsbevolking kan ook door de school verlaters of mensen die niet tot de beroepsbevolking hoorden.

Tabel nr.: 3 Werkloosheid in Nederland in jaren-90

Tabel nr.: 3 Kenmerk 5 Kenmerk 6
Bron: Totale beroepsbevolking Bron: Totale Geregistreerde werkloosheid

Jaar Absolute Index % groei t.o.v. vorige Absolute Index % groei t.o.v. vorige
waarde
waarde(x1 mld.) periode van 3 jaar waarde periode van 3 jaar
1990 6063 100.0 0 358 100.0 0
1993 6406 105.7 5.4 415 115.9 1.16
1996 6686 110.3 4.4 440 122.9 6.04
1999 7069 116.6 5.7 221 61.7 -49.8
2002 7427 122.5 5.1 170 47.5 -23.0

Uit de tabel kun je uithalen dat de totale beroepsbevolking is in jaren 1993 flink gestegen is met5.4 %. En wat het meeste opvalt als je naar de grafiek kijkt is dat in jaar 2002 weer een sprake is van daling van de totale beroepsbevolking.
De geregistreerde werkloosheid is in de eerste periode gestegen wat niet goed was voor de economie, maar daarna weer erg veel gedaald. Van 1996 tot 1999 is het met 56.2 % gedaald is.

De daling van de werkloosheid betekent de stijging van de werkzame beroepsbevolking. Door de deze vergelijking kan je ook zien hoeveel van de beroepsbevolking werkloos is. En als die cijfers hoog is, dan het is niet zo erg goed voor de groei van de economie in het land.

Als je naar de grafiek kijk, zie je dat de beroepsbevolking is gestegen. Als je naar de grafiek kijk zie je dat in 1996 de werkloosheid procentueel hoger was dan de beroepsbevolking. De werkloosheid in de eerste jaren gestegen is en daarna flink gedaald. En dat is goed voor de economische groei. Dat is ook tegelijk ook dan teken van een hoge conjunctuur periode.

- Invoer - - Uitvoer -

Ik ga nu de invoer (import) en uitvoer (export) van de productie in Nederland vergelijken. Invoer is de producten die van het buitenland wordt gekocht en uitvoer is de productie die aan buitenland wordt verkocht.
Ik heb juist deze kenmerken bij elkaar gekoppeld, want ze zijn samen de belangrijkste kenmerken voor de groei van de economie van een land en ook internationaal. Elke land streeft naar een zo hoog mogelijke uitvoer en zo goedkoop mogelijk invoer. Het is belangrijk voor een land als Nederland dat die genoeg exporteert en importeert. Want het is een klein land en heeft niet alle producten thuis, dus die moet importeren en om terug te verdienen moet hij veel naar buitenland exporteren.

Tabel nr.: 4 Buitenlandse Handel in de jaren-90

Tabel nr.: 4 Kenmerk 7 Kenmerk 8
Bron: Invoer Bron: Uitvoer

Jaar Absolute Index % groei t.o.v. vorige Absolute Index % groei t.o.v. vorige
waarde
waarde(x1 mld.) periode van 3 jaar waarde periode van 3 jaar
1990 123673 100.0 0 132695 100.0 0
1993 128313 103.8 3.8 143532 108.2 8.2
1996 164364 132.9 28.0 182454 137.5 27.1
1999 209137 169.1 27.2 225378 169.8 23.5
2002 255713 206.8 22.3 278429 209.9 23.6

Wat het meeste opvalt als je naar de grafiek ziet, is dat in de eerste jaren van 90 de invoer aan het groeien was. In 1996 is het met 24.2 % gestegen. En in 1999 1.2 % gedaald en daarna is het met een flink percentage gedaald.
De uitvoer is ook in de eerste jaren gestegen. In 1996 met 19.3 % gestegen en daarna is hij ook gedaald met 4.6 %.

De uitvoer en invoer hebben zeker met de groei van de economie te maken, want als er voldoende wordt geëxporteerd gaat het nationale inkomen stijgen. En als dat stijgt dan stijgt ook de lonen en de consumptie, productie en zo de werkgelegenheid ook.
Als er veel in- en uitvoer is, betekent dat het goed gaat met bedrijven van Nederland. Dus ze hebben meer personeels nodig en om meer te kunnen produceren.
De groei van al die twee kenmerken gaan samen. De uitvoer ligt procentueel een beetje hoger dan de invoer.

- Totale Inkomsten van de Overheid - - Totale Uitgaven van de Overheid -

Ik heb de totale inkomsten van de overheid met de totale uitgaven van de overheid vergleken.
Ik heb deze kenmerken gekoppeld, want zo kan je zien wat de inkomsten van de overheid is en hoeveel hij uitgeeft. Als de uitgaven meer is dan de inkomsten dan hebben ze schulden en als het niet goed gaat met de overheid, gaat het niet goed met heel land. Daarom moet de overheid niet veel uitgeven. Ze moet ook een beetje bezuinigen. Bijvoorbeeld een van belangrijke taak van de overheid is subsidiëren van scholen en andere stichtingen. Dus het is belangrijk dat de overheid genoeg inkomsten heb. Als de inkomsten niet hoog genoeg zijn moet de overheid de belastingen verhogen om aan zijn kosten te komen.

Inkomsten en uitgaven van de overheid

Tabel nr.: 5 Kenmerk 9 Kenmerk 10
Bron: Totale Inkomsten van de Overheid Bron: Totale Uitgaven van de Overheid

Jaar Absolute Index % groei t.o.v. vorige Absolute Index % groei t.o.v. vorige
waarde
waarde(x1 mld.) periode van 3 jaar waarde periode van 3 jaar
1990 73 090 100 0 86 049 100 0
1993 89 935 123.0 23 92 247 93.3 -6.7
1996 84 318 115.4 -6.2 88 911 103.3 10.7
1999 97 632 133.6 17.5 100 406 116.7 13
2002 115 401 157.9 18.2 117 165 136.2 16.7

Het meeste valt op als je naar de grafiek kijkt, is dat in de jaar 1993 is de inkomsten snel gegroeid en daarna weer erg omlaag gekomen zelfs met 29.2 % in 1996. En dan is het weer gestegen met 23.7 % in 1999. En bij de uitvoer is ook bijna het zelfde verhaal. Het is eerst na 1990 gedaald met 6.7 % en daarna is het gestegen 17.4 % en de jaren daarna is de uitvoer aan het stijgen.

De relatie tussen de twee kenmerken en de economische groei in Nederland is dat als het goed gaat met de overheid van een land gaat het ook goed met het land zelf. Want als de overheid in armoede zit dan kan hij niet voor de sociale voorzieningen en de sociale zekerheid zorgen.
En als dat zo gaat dan is het geen verschil tussen een welvarend land en een ontwikkelingsland. Daarom moet de overheid goede inkomen hebben om voor de sociale voorzieningen en de sociale zekerheid te kunnen zorgen. En daarvoor zijn de belastingen de belangrijkste bron van inkomen voor de overheid.

Samengestelde tabel

Ik ga nu de groeipercentages (t.o.v. vorige jaar) uit de voorgaande vijf onderzoeken wil samenvatten in een samengestelde tabel om te kijken of er een golfbeweging waar te nemen is. Bij ideale golfbeweging gaan gedurende een bepaalde periode de alle groeicijfers gezamenlijk omhoog en omlaag gaan.

Kenmerken 1990 1993 1996 1999 2002
K 1 0 13.4 15.6 18.4 13.3
K 2 0 11 4.3 8 12.2
K 3 0 16 9.1 14.2 19.1
K 4 0 0.2 1.5 3.05 4.96
K 5 0 5.4 4.4 5.7 5.1
K 6 0 1.16 6.04 -49.8 -23
K 7 0 3.8 28 27.2 22.3
K 8 0 8.2 27.1 23.5 23.6
K 9 0 23 -6.2 17.5 18.2
K 10 0 -6.7 10.7 13 16.7

Uit de grafiek blijkt dat kenmerk 1 ( nationaal inkomen) eerst was gestegen, maar na 2002 weer gedaald is. En wat ook erg opvallend is dat het kenmerk 2 (CAO-lonen) in 1993 was gestegen, de andere twee periode weer gedaald en is het weer gestegen is. Hetzelfde is het met kenmerk 3 ( bruto looninkomen) gebeurd. Kenmerk 4 ( koopkracht ) was normaal aan het stijgen gedurende de periode. Kenmerk 5 (Totale beroepsbevolking) is in jaren 1996 een stukje gedaald, maar daarna is het weer gestegen. Kenmerk 6 (geregistreerde werkloosheid) is na 1993 gedaald, wat ook heel goed is voor de economische groei. Kenmerk 7 (invoer)is flink gestegen, maar in 2002 is het weer wat gedaald. En bijna het zelfde is met kenmerk 8 (uitvoer)gebeurd. Kenmerk 9 (totale inkomsten van de overheid) is in het begin gestegen daarna gedaald en daarna weer gestegen. En de laatste kenmerk10 ( totale uitgaven van de overheid) is eerst gedaald en na 1993 is het weer gestegen.

Conclusie

Uit de tabel kan je concluderen dat er een groeigolf is te ontdekken. Dat kan je aan kenmerk 2, 3, 4, 7, 9 en 10 zien dat ze aan het stijgen zijn, wat heel goed is voor de economische groei. En het kenmerk 6 (geregistreerde werkloosheid) is gedaald. En dat is nuttig voor de groei van de economie

Samengestelde Grafiek

Ik ga nu de groeipercentages (t.o.v. vorige jaar) uit de voorgaande vijf onderzoeken wil samenvatten in twee samengestelde grafieken om te kijken of er een golfbeweging waar te nemen is. Bij een ideale golfbeweging gaan gedurende een bepaalde periode de alle indexcijfers gezamenlijk omhoog en omlaag. In de grafiek zullen alle staafjes (van het diagram) dan tegelijk omhoog of omlaag gaan.

Als je naar de grafiek kijkt, zie dat die staafjes aan het stijgen zijn. Kenmerk 1 en 3 (nationaal inkomen en bruto looninkomen) zijn sneller aan stijgen, maar kenmerk 2 (CAO-lonen) stijg ook wel goed. Terwijl kenmerk 4 en 5 (koopkracht en totale beroepsbevolking) langzamer groeien.

Uit deze grafiek blijkt dat het kenmerk 6 (geregistreerde werkloosheid) eerst gestegen dan weer gedaald is. Kenmerk 7 en 8 (invoer en uitvoer) zijn flink aan stijgen en kenmerk 9 en 10 (inkomsten en uitgaven van de overheid) ook, maar een beetje langzamer.

Conclusie

Er is een sprake van een groeigolf.
De groei van de golf ziet je vooral aan kenmerken 1, 3, 7 en 8, die flink zijn gegroeid. De andere kenmerken zijn ook gegroeid, behalve kenmerk 6, maar niet zo snel.

Samenvatting en conclusie

Samenvatting

Ik ben nu op het einde van het onderzoek aangekomen en ik wil nu vertel wat de belangrijkste uitvindingen uit het onderzoek ben. Bij het doen van dit onderzoek ben ik eigenlijk niet veel moeilijkheden tegen gekomen, behalve het zoeken naar geschikte cijfers en koppelen van twee kenmerken. Maar later toen ik met het cbs leren omgaan was dat ook niet erg moeilijk meer. Door het doen van dit onderzoek heb geleerd om cbs omgaan en hoe je gegevens daar uit kan halen en ze kunnen gebruiken. En nu weet ik beter hoe het met Nederlandse economie gaat en welke kenmerken daar invloed op hebben. Hierdoor heb ik ook met Excel beter leren werken.

De probleemstelling

A. Hoe heeft de economische groei zich in Nederland in de jaren-90 ontwikkeld, gelet op:

Kenmerk 1: Nationaal product Kenmerk 2: CAO-lonen
Kenmerk 3: Lonen Kenmerk 4: Statische koopkrachtontwikkeling
Kenmerk 5: De Beroepsbevolking Kenmerk 6: Totale Geregistreerde werkloosheid
Kenmerk 7: Invoer Kenmerk 8: Uitvoer
Kenmerk 9:Totale Inkomsten v/d Overheid Kenmerk 10: Totale Uitgaven v/d Overheid

B. Is er in deze groeicijfers inderdaad een conjunctuurgolf te ontdekken en zo ja, waaruit blijkt dat.

Bevindingen uit de samengestelde tabel

Uit de grafiek blijkt dat kenmerk 1 ( nationaal inkomen) eerst was gestegen, maar na 2002 weer gedaald is. En wat ook erg opvallend is dat het kenmerk 2 (CAO-lonen) in 1993 was gestegen, de andere twee periode weer gedaald en is het weer gestegen is. Hetzelfde is het met kenmerk 3 ( bruto looninkomen) gebeurd. Kenmerk 4 ( koopkracht ) was normaal aan het stijgen gedurende de periode. Kenmerk 5 (Totale beroepsbevolking) is in jaren 1996 een stukje gedaald, maar daarna is het weer gestegen. Kenmerk 6 (geregistreerde werkloosheid) is na 1993 gedaald, wat ook heel goed is voor de economische groei. Kenmerk 7 (invoer)is flink gestegen, maar in 2002 is het weer wat gedaald. En bijna het zelfde is met kenmerk 8 (uitvoer)gebeurd. Kenmerk 9 (totale inkomsten van de overheid) is in het begin gestegen daarna gedaald en daarna weer gestegen. En de laatste kenmerk10 ( totale uitgaven van de overheid) is eerst gedaald en na 1993 is het weer gestegen.

Bevindingen uit de samengestelde grafiek

Als je naar de grafiek kijkt, zie dat die staafjes aan het stijgen zijn. Kenmerk 1 en 3 (nationaal inkomen en bruto looninkomen) zijn sneller aan stijgen, maar kenmerk 2 (CAO-lonen) stijg ook wel goed. Terwijl kenmerk 4 en 5 (koopkracht en totale beroepsbevolking) langzamer groeien.
Uit deze grafiek blijkt dat het kenmerk 6 (geregistreerde werkloosheid) eerst gestegen dan weer gedaald is. Kenmerk 7 en 8 (invoer en uitvoer) zijn flink aan stijgen en kenmerk 9 en 10 (inkomsten en uitgaven van de overheid) ook, maar een beetje langzamer.

Conclusie

Als je naar de gegevens kijkt, ziet je duidelijk een groeiverloop. In het begin jaren-90 was de groei niet zo sterk. Pas in 1995 is het groeigolf omhoog gegaan en het ging heel goed tot en met 2002. Na 2002 is het groeigolf weer gedaald.
Kenmerk 1, 3, 7 en 8 (nationaal inkomen en bruto looninkomen, invoer en uitvoer) zijn sneller gegroeid en kenmerk 2, 4, 5, 9 en 10 (CAO-lonen, koopkracht en totale beroepsbevolking, inkomsten en uitgaven van de overheid) groeiden langzamer.
In de periode 1995 was de groei de grootst tot en met 2002 en in periode 1993 was dat niet zo erg snel.
Eigenlijk ging de groei van de kenmerken samen omhoog, maar de ene was langzamer dan de andere.

De conclusie is dat er wel een groeigolf was te ontdekken met behulp van tabellen en grafieken. Vooral vlak voor 2002 ziet je een groeigolf.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.