geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

ff n studiebreak

Bankhangende Justine steekt loom haar duim op voor niet-sportende jongeren. Want wie sport er tegenwoordig nou nog?

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

Geschreven door:

LordFitz (4 havo) [meer]

Datum ingestuurd:

15 juni 2004

Taal:

Woorden:

650

Bekeken:

17119 keer (64 deze maand)

Waardering:

3.0/5 (124 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
Voor de arbeid W die een kracht F op een voorwerp verricht gelden de volgende afspaken.
-Als de richtingen van F en de verplaatsing s gelijk zijn geldt:W=F*s(W>0).
Voorbeeld: de arbeid die de zwaartekracht op een vallend voorwerp verricht is positief.
-Als de richtingen van F en de verplaatsing s tegengesteld zijn geldt:W=-F*s(W<0).
Voorbeeld: De arbeid verricht door een wrijvingskracht is negatief.
De grootheid is een scalar. De SI-eenheid ervan is de N*m, die gelijk is aan de J.

Als meerdere krachten tegelijkertyd op een voorwerp werken, dan zijn er 2 mogelijkheden om de totale arbeid op dat voorwerp te berekenen.
-Je berekent eerst de resulterende kracht en daarna bereken je de arbeid die deze verricht.
-Je berekent de arbeid die door elke kracht verricht is, Tel deze hoeveelheden arbeid op.

Om voorwerpen omhoog te brengen kun je ze slepen langs een hellend vlak of ophijsen met 1 of meer katrollen. De benodigde arbeid hiervoor is W=Fz*h=m*g*h(h is het verschil in hoogte). Je kunt bereiken dat de spierkracht kleiner is dan Fz. Daarvoor moet s, de verplaatsing van de spierkracht, groter zijn dan h(met behulp van een schuine helling of losse katrol).

Met snaaroverbrengingen en tandwielen met kettingen(fiets) kun je krachten overbrengen. Bij een ideale overbrenging blijft de arbeid gelijk.
Voorbeeld: Door de afstand te vergroten(fietsen in een kleine versnelling) kan een kleine spierkracht toch voldoende arbeid opleveren. Het tandwiel op de trapas heeft weinig tanden.

Een voorwerp bezit energie als het met behulp van een kracht arbeid kan verrichten.
Voorbeelden:
-Ev, veerenergie: voorwerpen die vervormd zijn(veren bijvoorbeeld) kunnen met de veerkracht arbeid verrichten.
-Ek, kinetische energie(bewegingsenergie): voorwerpen kunnen door hun snelheid een kracht uitoefenen die arbeid verricht. Er geldt: Ek=0.5m*v2
-Ez, zwaarte-energie: de zwaartekracht kan arbeid verrichten.
Voor de grootte van de zwaarte-energie ten opzichte van de grond geldt: Ez=m*g*h(h is de hoogte tot aan de grond).

Door het verrichten van arbeid kan kinetische energie in een andere soort worden omgezet en daarbij op een ander voorwerp overgaan. Met een blokschema kun je dit goed aangeven.
De hoeveelheid energie die wordt omgezet, ¦¤E, is gelijk aan de verrichte arbeid. Energie wordt daarom ook in J aangegeven.
Voorbeeld:
Als een veer arbeid verricht op een voorwerp dan wordt veerenergie van de veer overgedragen op het voorwerp. Het voorwerp krijgt kinetische energie. Er kan ook warmte ontstaan, als tegelijk met de veerkracht een wrijvingskracht op het voorwerp werkt.

Bij iedere energie-omzetting of overdracht van energie geldt de wet van behoud van energie(WBE). Deze wet zegt de dat totale hoeveelheid energie niet verandert, ook al verandert de soort energie of wordt overgedragen.
Voorbeeld:
Een vallend voorwerp stuitert. Er verdwijnt kinetische energie en er ontstaat warmte. Uit de WBE volgt dat die warmte gelijk is aan de verdwenen kinetische energie.
Voorbeeld:
Bij een vrije val, verticale of horizontale worp geldt, mits er geen wrijvingskracht is:
(Ez+Ek)a=(Ez+Ek)b

Om eerlijk de prestaties van krachten te kunnen vergelijken moet je letten op het vermogen P. Onder vermogen verstaan we de arbeid die per seconde door een kracht wordt verricht.

Het rendement n geeft het deel aan van de toegevoerde energie of het vermogen dat een apparaat omzet in energie of het vermogen dat bruikbaar(nuttig)is. In formules kun je dit als volgt weergeven.

N=Enuttig/Ein*100%=Pnuttig/Pin*100%

Bij veel energie omzettingen ontstaat als 1 van de vormen van energie warmte. Deze warmte is heel moeilijk of helemaal niet weer om te zetten in een ander energiesoort. Vandaar dat de hoeveelheid bruikbare energie wel afneemt bij energie omzetting of bij overdracht van energie.

Bij motoren wordt Enuttig meestal in zijn geheel gebruikt om arbeid Wuit te verrichten.
Voor het afgegeven vermogen van de motor geldt dan:

P=¦¤E/t=Euttig/t=Wuit/t

Rijdt een auto met constante snelheid dan geldt voor het afgegeven vermogen : P=Wuit/t=Fw*v

Door beperking van de hoeveelheid uitlaatgassen ¨¦n hun schadelijke stoffen wordt bereikt dat er minder schadelijke effecten op het milieu zijn. Energiezuinige auto¡¯s (motoren met een hoog rendement en gestroomlijnde modellen) en invoering van alternatieven brandstoffen vertragen de uitputting van fossiele brandstoffen.

Net als bij een rekenmachine kun je bij het menselijk lichaam het rendement bepalen. Je let op Ein, de omgezette chemische energie(voedsel) en de verrichte arbeid. Door conditietraining kan het vermogen opgevoerd worden.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.