Geschreven door: | anoniem (4 vwo) [meer] |
Datum ingestuurd: | 19 juni 2004 |
Taal: |  |
Woorden: | 500 |
Bekeken: | 4155 keer (27 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Slavenhandel ik Afrika
Er was grote concurrentie tussen de landen die in slaven handelen in Afrika. Er werden forten gebouwd en daarin werden slaven gestopt die vooraf gebrandmerkt waren. Alleen de sterkste forten bleven lang overeind, het Nederlandse fort was daar 1 van. Doordat de blanken naar Afrika kwamen en wapens en kruit ruilden tegen slaven werd de rivaliteit tussen de Afrikaanse stammen steeds groter. De Westerse landen hadden een enorme monopolypositie en was erg machtig in het gebied. Voor slaven was het mede daarom moeilijk tegenstand te bieden als ze naar een fort vervoerd werden.
Van Afrika naar een plantage in Amerika/Suriname
De verplaatsing naar een plantage was voor de slaven een ware hel. Ze werden in boten gestopt, waar ze dicht op elkaar zaten in kleine, donkere ruimtes met slechte hygiëne. Hierdoor ontstonden veel ziektes en vielen er vele slachtoffers. Sommige slaven probeerden verzet te bieden, maar ze hadden geen wapens en geen kennis van schepen. Bij aankomst bij op plantage werden gezinnen uit elkaar gehaald, omdat ze naar verschillende plantages werden gebracht. Nederland had ongeveer 2000 slaventransporten.
Leven als slaaf in Suriname
Het leven als slaaf op een plantage was erg zwaar. Je moest de hele dag hard werken onder de brandende zon, zonder dat je er voor betaald kreeg. Alleen de 1e levensbehoeften werden verstrekt, wat natuurlijk veel te weinig was. Als de slaven niet luisterden werden ze gestraft. Zo hield men de andere slaven ook gelijk aan het werk. Soms vluchtte er een slaaf(of meerdere slaven) als ze het niet meer uit konden houden, maar dit was vrijwel onmogelijk, omdat ze té verzwakt waren om te vluchten.
Slaven en eigenaren over slavernij
Eigenaren hechtten veel waarde aan hun slaven. Als een slaaf gevlucht was, omdat hij niet meer kon leven onder de vele martelingen, amputaties en andere straffen, loofde de eigenaar een beloning uit voor degene die de slaaf weer terugvond. Voor een eigenaar was het kapitaalvernieling. De slaven waren natuurlijk tegen de slavernij. Zij moesten hard werken en vonden het niet leuk om te worden gebruikt als handelsmiddel en als kapitaalgoederen.
Marrons
Weggelopen slaven vormden groepen in de jungle, die marrons werden genoemd. Ze waren moeilijk door de blanken te verslaan, omdat alleen zij de weg naar de dorpen wisten, die midden in het moeras lagen. De blanken verjaagden de marrons, maar die doken later weer ergens anders op. De marrons vielen plantages aan en daarom wilden de plantage eigenaren onderhandelen voor vrede. Zij vielen dan de marrons niet meer aan en andersom. Maar niet iedere groep wilde dit. Het leven als marron was goed, omdat er bijna altijd voldoende voedsel was.
Einde aan de slavernij?
In 1795 kwamen alle slaven in opstand, want ze wilden vrijheid. Ze rukten op naar de hoofdstad van Suriname en er ontstonden gevechten. Begin 19e eeuw ging het steeds slechter met de plantages en slavernij werd in steeds meer landen ook verboden. Pas in 1863 waren alle slaven vrij en kregen ze een achternaam, schoenen, betaald voor hun werk. Maar de slavernij was niet écht voorbij. Het had té lang geduurd en het racisme probleem was daarvoor te groot. Nu zijn er monumenten die herinneren aan de verschrikkelijke tijd van slavernij.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.