Geschreven door: | Lilian (3 vwo) [meer] |
Datum ingestuurd: | 8 juni 2004 |
Taal: |  |
Woorden: | 1.550 |
Bekeken: | 6764 keer (16 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
De Zuiderzee zelf
In het begin was er een grote zee: de Zuiderzee. De Zuiderzee ontstond in de loop van de Middeleeuwen uit een merencomplex dat in de Romeinse tijd al bekend stond als Flevo Lacus. De soms woeste binnenzee was zowel een vloek als een zegen voor de bewoners van het omliggende land.Handelsschepen bevoeren de zee; havensteden als Kampen en Harderwijk behoorden tot de Hanze (Een Hanze was een samenwerkingsverband van een groep kooplieden uit de Middeleeuwen die in hetzelfde product handelde of een groep kooplieden die op één bepaalde stad handelde. Door samenwerking probeerden ze hun handel te beschermen en uit te bouwen. Er hebben diverse hanzenverbonden bestaan, maar de Duitse Hanze is veruit de belangrijkste en bekendste, en wordt vaak de Hanze genoemd), en via de Zuiderzee voeren VOC-schepen naar Hoorn en Amsterdam. Ook werd er volop gevist. In 1900, toen de Zuiderzeevisserij op haar hoogtepunt was, waren er zo'n 3000 platbodems actief waarmee werd gevist op haring, ansjovis, paling, bot en garnalen.
De keerzijde van de Zuiderzee waren de steeds terugkomende overstromingen, waarbij regelmatig veel slachtoffers vielen. Veel voormalige vissersdorpen rond de vroegere Zuiderzee kennen een monument voor vissers die niet van zee terugkeerden. In de loop van de negentiende eeuw rees het plan de Zuiderzee helemaal of gedeeltelijk in te polderen.
Voor de internationale handelsvaart was de Zuiderzee toen al niet meer zo belangrijk. Inpoldering paste ook in het vooruitgangsgeloof van het tijdperk van de Industriële Revolutie. Het project zou veel nieuwe landbouwgrond opleveren, en zou de immer bedreigde kustlijn met ruim 250 kilometer inkorten. Dat laatste was van groot belang, omdat de Zuiderzee bekend stond als een woeste zee, die regelmatig voor overstromingen zorgde in het steeds dichter bevolkte Nederland.
In 1886 richtten enkele belangrijke mensen de Zuiderzeevereniging op, die moest onderzoeken of drooglegging haalbaar was.
Dr. Cornelis Lely was een belangrijk lid. Hij ontwierp in 1891 het eerste plan voor de afsluiting van de Zuiderzee.
In 1913, toen Lely inmiddels minister van Waterstaat was, werd inpoldering opgenomen in het regeringsprogramma - ondanks protesten van de visserijsector. De doeleinden van het plan van Lely waren als volgt:
• Het vergroten van de veiligheid van het land tegen stormvloeden.
• Het winnen van nieuw land om het landbouwgrond te vergroten.
• Verbetering van de waterbeheersing.
• Het bestrijden van de verzilting van het omliggende land.
In juni 1920 werd het eerste deel van de Zuiderzeewerken gemaakt: de aanleg van de 2,5 kilometer lange Amsteldiepdijk van Noord-Holland naar het eiland Wieringen. Bij dat project werd nuttige ervaring opgedaan die later van pas kwam bij de aanleg van de Afsluitdijk.
De aanleg van de Afsluitdijk begon in januari 1927. Op 28 mei 1932 werd de dijk gesloten.
De afsluiting had grote gevolgen voor de visserij en de natuur, en betekende een doodslag voor de duizenden vissers die op de Zuiderzee hun boterham verdienden. Ook vishandelaren, zeilmakers en scheepsbouwers werden werkloos. Veel vissers maakten gebruik van de Zuiderzeesteunwet en vroegen een uitkering aan. Anderen werden bijvoorbeeld pluimveehouder of ze werden boer.
Amsteldiepdijk (1920-1924)
De uitvoering van het Zuiderzeeproject begon met de aanleg van een dijk tussen Noord-Holland en het eiland Wieringen. Op 29 juni 1920 werd de eerste grond in het Amsteldiep gestort. In 1924 was de dijk, met een lengte van 2½ kilometer, gereed. Hij vormde de eerste stap tot de inpoldering van de Wieringermeer en de afsluiting van de Zuiderzee.
Proefpolder Andijk (1927)
Eén van de doelstellingen van het Zuiderzeeproject was landaanwinning, vooral ten behoeve van de akkerbouw. Daarom wilde men weten hoe de grond in een drooggemalen polder zich ontwikkelde, en hoe de zoute gronden in cultuur gebracht konden worden. Om die reden werd bij het dorp Andijk, tussen Enkhuizen en Medemblik, een 40 hectare grote proefpolder aangelegd. In deze proefpolder bestudeerde men diverse aspecten die voor een optimale benutting van de grond van belang waren, zoals ontzilting, inklinking en opdroging. Ook werden proeven genomen voor de beste manier van grondbewerking en de keuze van de meest geschikte gewassen.
Het Wieringermeer (1927-1930)
Met de aanleg van de Wieringermeerpolder werd in 1927 begonnen. Volgens het oorspronkelijke plan zou de polder pas worden aangelegd als de Afsluitdijk zou zijn voltooid. Maar omdat Nederland grote behoefte had aan landbouwgrond werd de aanleg versneld. De dijk moest nu in de Zuiderzee worden aangelegd, en moest ook zwaarder worden uitgevoerd. De polder was feitelijk geen IJsselmeerpolder, maar een Zuiderzeepolder. Op 21 augustus 1930 viel de polder droog. Vanaf 1934 werd het nieuwe land in cultuur genomen.
Sinds 1 juli 1941 is Wieringermeer een zelfstandige gemeente. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog werd de polder door de Duitsers onder water gezet. Op 7 april 1945 bliezen zij de dijk op twee plaatsen op, waarna de polder binnen twee etmalen onder water liep. Alle gewassen en vrijwel alle bebouwing ging verloren. Na de oorlog werden de gaten gedicht en op 11 december 1945 viel de polder weer droog. In 1956 werd de kern Kreileroord aangelegd.
Afsluitdijk (1927-1932)
De aanleg van de Afsluitdijk was het belangrijkste onderdeel van het Zuiderzeeproject. In 1927 begon men aan de noordoostpunt van Noord-Holland en het in westen van Friesland tegelijkertijd met de aanleg. Op 28 mei 1932 werd het laatste sluitgat gedicht. Hiermee veranderde de Zuiderzee in IJsselmeer.
De Afsluitdijk is dertig kilometer lang. In 1933 kon de weg over de dijk voor het verkeer worden opengesteld. De geplande treinverbinding is er echter nooit gekomen.
Noordoostpolder (1937-1942)
Tegen de westzijde van Overijssel werd tussen 1937 en 1942 de tweede grote polder van het Zuiderzeeproject drooggelegd, de Noordoostpolder. Een ringdijk van Lemmer tot bij Vollenhove sloot het droog te leggen gebied af, waarna gemalen het water uit de polder pompten. De nieuwe polder, ongeveer 48.000 hectare groot, viel in 1942 droog.
De voormalige eilanden Urk en Schokland werden in de polder opgenomen.
Gedurende de oorlogsjaren bood het werk in de Noordoostpolder voor velen een mogelijkheid om te ontkomen aan tewerkstelling in Duitsland. Naar schatting zijn er in de polder in totaal ongeveer 20.000 onderduikers geweest. Hieraan dankte de Noordoostpolder, bekend onder de afkorting NOP, de bijnaam 'Nederlands Onderduikers Paradijs'. Tijdens een grote razzia in november 1944 werd een groot deel van de onderduikers gevangen genomen en naar Duitsland afgevoerd.
De Noordoostpolder werd, net als de Wieringermeer, aan het oude land vastgelegd. Door de lage ligging van de nieuwe polders onttrokken zij water aan het vasteland. Verdroging en verzakkingen waren hiervan het gevolg. Bij de aanleg van Oostelijk Flevoland en Zuidelijk Flevoland heeft men daarom besloten de polders geheel te omringen met een dijk en met randmeren van het oude land te scheiden.
Oostelijk Flevoland (1950-1957)
De droogmaking van Oostelijk Flevoland begon in 1950. Zeven jaar duurde het in totaal: het maken van een ringdijk en het droogmalen van het ingesloten gebied. Met 54.000 hectare land is Oostelijk Flevoland tot op heden de grootste Nederlandse polder.
In februari 1953 werd de bedijking van Oostelijk Flevoland tijdelijk stilgelegd vanwege de watersnoodramp in Zeeland. Personeel en materieel van de Dienst der Zuiderzeewerken werden ingezet voor herstelwerkzaamheden aan de dijken op Schouwen-Duivenland. In december 1953 keerden ze terug naar Oostelijk Flevoland.
In Oostelijk en Zuidelijk Flevoland was het winnen van landbouwgronden niet langer het voornaamste doel van de inpoldering. Huisvesting en recreatiemogelijkheden voor mensen uit de overbevolkte randstad waren nu belangrijker. En de hoofdstad van Flevoland Lelystad is genoemd naar de bedenker van plannen Lely.
Zuidelijk Flevoland (1959-1968)
Twee jaar na de drooglegging van Oostelijk Flevoland begon men met de aanleg van de volgende polder. In het zuidelijk deel van het IJsselmeer werd een nieuwe dijk aangelegd, die aansloot op de dijk rond Oostelijk Flevoland. Na het droogpompen ontstond zo in 1968 Zuidelijk Flevoland.
De nieuwe polder was ongeveer 43.000 hectare groot.
Vanwege de gunstige ligging ten opzichte van de Randstad had Zuidelijk Flevoland een grote aantrekkingskracht. Velen verhuisden naar de nieuwe polder. Met name de nieuwe nederzetting Almere groeide in snel tempo, tot bijna 120.000 inwoners in 1997. Het is daarmee op dit moment verreweg de grootste gemeente van de provincie Flevoland, en een van de twintig grootste steden van Nederland.
De Markerwaard
In de jaren 1963-1975 werd een dijk aangelegd van Enkhuizen naar Lelystad. Deze dijk was bedoeld als oostgrens van de grootste IJsselmeerpolder die zou worden aangelegd, de Markerwaard. Vanaf de jaren '30 was al een aantal maal besloten tot aanleg van de Markerwaard. De inpoldering werd steeds uitgesteld, omdat voorrang werd gegeven aan andere polders.
Na de droogmaking van Oostelijk en Zuidelijk Flevoland zou het er dan eindelijk van komen. De Markerwaard had in 1980 gereed moeten zijn. Tegen de plannen tot inpoldering rees echter steeds meer verzet en daarom besloot de regering in 1990 om voorlopig van inpoldering af te zien. Bovendien werd het kostenplaatje van de polder te hoog. Daarom besloot de regering de plannen niet door te laten gaan. De Dienst der Zuiderzeewerken en de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders werden, in afgeslankte vorm, samengevoegd tot Rijkswaterstaat Directie Flevoland, die zich meer ging richten op beheer en onderhoud dan op inpoldering en ontwikkeling.
De plannen voor inpoldering van het Markermeer zijn echter nog steeds niet helemaal van de baan. Zo is onlangs weer een discussie op gang gekomen over de mogelijkheid om een gedeelte van het Markermeer droog te leggen voor onder andere de vestiging van een tweede nationale luchthaven.
Hieronder de drooggelegde polders, de Afsluitdijk en nog meer.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.