Geschreven door: | anoniem (4 havo) |
Datum ingestuurd: | 3 juni 2004 |
Taal: |  |
Woorden: | 1.500 |
Bekeken: | 4637 keer (14 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Inleiding:
Wat u allemaal kunt verwachten in deze POE staat hieronder beschreven door middel van hoofd- en deelvragen.
Hoofdvraag:
Is het verstandig te bezuinigingen met het huidige kabinet?
Deelvragen:
1) Wat voor gevolgen hebben de bezuinigingen op de arbeidsmarkt?
2) Beïnvloeden de bezuinigingen de Internationale Concurrentie Positie?
3) Is inflatie een gevolg van de bezuinigingen?
1) Wat voor gevolgen hebben de bezuinigingen op de arbeidsmarkt?
Omdat het nu wat slechter gaat met de economie heeft dat ook gevolgen voor de bezuinigingen op de arbeidsmarkt. In het eerste half jaar kwamen er gemiddeld 14.000 werklozen bij per maand. Ze schatten dat er ongeveer 500.000 werklozen zijn aan het eind van het jaar. Dat is ongeveer 7% van de beroepsbevolking. Dat is wel erg veel naar verhouding van vroeger jaren. Het herstel van de arbeidsmarkt is niet zeker. Er is een geringe toename arbeidsaanbod, als gevolg vergrijzing. De sterke stijging van de arbeidskosten heeft geresulteerd in een verslechtering van de prijsconcurrentiepositie van de exporterende bedrijven. De exportsector heeft dan ook flink terrein verloren op de buitenlandse markten. De aantasting van de winstgevendheid in 1999 en 2000 was het gevolg van de sterke loonstijging waarmee de krapte op de arbeidsmarkt gepaard ging. De verdere aantasting vanaf 2001 is vooral te wijten aan de vertraagde reactie van de loonontwikkeling op de gewijzigde economische omstandigheden. De lonen bleven in 2001 en 2002 sterk stijgen, hoewel de arbeidsproductiviteit zich bijzonder matig ontwikkelde. De vraag rijst waarom de remweg bij de loonvorming zo lang is. Hierbij speelt een rol dat werkgevers relatief lang hebben gewacht met het inkrimpen van hun personeelsbestand. Ondernemers passen de werkgelegenheid bij een economische neergang altijd met een vertraging aan de gewijzigde omstandigheden aan. Dit ondernemersgedrag verklaart waarom de groei van de arbeidsproductiviteit tijdens een neergang afzwakt. In de afgelopen jaren is deze vertraging echter bijzonder groot geweest. Ondernemingen hielden met andere woorden erg grote interne arbeidsreserves aan. Dit valt waarschijnlijk te verklaren uit het feit dat veel bedrijven zich nog maar enkele jaren geleden grote inspanningen hebben getroost om openstaande vacatures in te vullen. Omdat de bedrijven de werkgelegenheid niet onmiddellijk aanpasten, nam de werkloosheid aanvankelijk weinig toe. De toename van de werkloosheid bleef bovendien ook beperkt doordat de werkgelegenheid in de overheidssector in 2001 en 2002 sterk steeg. Een en ander leidde ertoe dat de arbeidsmarkt zelf lange tijd geen signalen afgaf dat loonmatiging noodzakelijk was. Een ander gevolg is dat als de overheid geen banen beschikbaar stelt, er dus minder producten gemaakt kunnen worden, en er dus minder verkocht word, en dat er dan ook minder gekocht door de consumenten omdat er minder aanbod is.
Dat is een bezuiniging die gevolgen kan hebben op de koopkracht. De koopkracht zal minder worden en er zou meer worden gespaard. Niet dat dat al te erg is want als je spaart krijg je rente. Maar het heeft ook een groot gevolg voor bedrijven die dus minder verkopen, banken en andere leningverstrekkers.
Nederland zal in een fors tempo gaan vergrijzen. Het aantal 65+ers is nu ongeveer 2 miljoen, maar het zou binnen 20 jaar 4 miljoen worden dat is een stijging van 22% naar 43%. Het gevolg daarvan is dat die 4 miljoen 65+ers een uitkering nodig hebben om van te leven. Op die manier kan de Nederlandse Overheid niet besparen. Maar wel als ze eigenlijk op de ‘onnodige’ uitkeringen besparen. Want een AOW krijgt iedereen die woont of werkt in Nederland. Maar bijvoorbeeld de werkloosheidswet (WW). Daar zal wel behoorlijk op bezuinigt kunnen worden. Door bijvoorbeeld extra banen aan te bieden waar je geen opleiding voor nodig hebt. De werkloosheid zal dan dalen maar de WW zou ook dalen. Dat is dus een goede bezuiniging en tevens ook goed voor de arbeidsmarkt, want de werkloosheid zal dalen.
2) Beïnvloeden de bezuinigingen de Internationale Concurrentie Positie?
Omdat de arbeidskosten zo stijgen resulteert dat in een verslechtering van de concurrentiepositie van de exporterende bedrijven. De exportsector heeft daarom ook behoorlijk terrein verloren ten opzichte van de buitenlandse markten. De in Nederland geproduceerde uitvoer neemt in de jaren 1997- 2004 in totaal met ongeveer 25% minder toe dan andere landen die met de wereldlanden te maken hebben. Veel Nederlandse bedrijven hebben ten opzichte van buitenlandse concurrenten marktverlies geboekt.De ondernemingen hebben het terreinverlies op zowel de buitenlandse als de binnenlandse markt beperkt door hun marges te verkleinen. De aantasting van de winstgevendheid blijkt uit de stijging van de arbeidsinkomensquote. Nu is dat arbeidsinkomenquote ongeveer 86%, in 1998 was dat 81%, dus dat is 5 % hoger. Het arbeidsinkomenquote zal volgend jaar wel ongeveer hetzelfde zijn. Het zal waarschijnlijk nog met 1% dalen. Door de goede koersstijging van De Nederlandse euro is de concurrentiekracht ten opzichte van andere lidstaten veel meer verslechterd. Al hoewel de Nederlandse Euro niet zo gunstig is met andere lidstaten, maar de Nederlandse Euro concurreert wel goed met bijvoorbeeld de Amerikaanse dollar. De Amerikaanse dollar was altijd iets van 3 keer zo hoog als de Nederlandse Gulden. Als je dat zou omrekenen in euro’s zou de dollar ongeveer 1,50 tegen 1,00 van de euro. Maar dat is niet zo. 1 dollar is namelijk 1,20 waard. Dat is een groot verschil in een paar jaar. Je had toen de gulden er nog was veel minder kunnen kopen in Amerika dan dat nu de euro er is.
Dus buiten de EU-lidstaten doet de Nederlandse euro het prima.
De productiviteit per gewerkt uur is op dit moment zelfs hoger dan in de VS. Indertijd lag de oorzaak van de welvaartsachterstand vooral bij een relatief laag niveau van de productiviteit per gewerkt uur.
De economische crisis in Nederland staat niet op zichzelf. De internationale conjuncturele neergang die sinds 2001 plaatsvindt is door het open karakter van de economie bij ons relatief sterk voelbaar. Er is echter meer aan de hand. De neergang is hier sterker dan in andere landen: waar Nederland in de jaren negentig vrijwel continu beter presteerde dan het Europese gemiddelde, is inmiddels al enkele jaren het omgekeerde het geval. In feite verslechterde de economische situatie al langere tijd. Het achterblijven van onze economische groei sinds 2001 wordt namelijk voor een belangrijk deel veroorzaakt door een verslechtering van de concurrentiepositie die al in de tweede helft van de jaren negentig is begonnen. In de periode 1997–2003 zijn onze arbeidskosten per eenheid product ruim 10% meer gestegen dan die van onze concurrenten. Voor een belangrijk deel wordt de verzwakking van de concurrentiekracht veroorzaakt door binnenlandse factoren.
De welvaartsachterstand van Nederland op de VS; 1950–2002
Afwijking (in %) van het BBP per hoofd van de bevolking van het niveau in de EU-15 c.q. de VS. Tevens worden de afwijkingen (in %) weergegeven van het aantal gewerkte uren per hoofd van de bevolking en het BBP per uur.
C) Is inflatie een gevolg van de bezuinigingen?
Wat is inflatie?
Inflatie komt uit het Latijn, inflare, wat inblazen of opblazen betekend. Inflatie is een heel langzaam proces van het dalen van de koopkracht.
Om te kijken of de koopkracht gedaald of gestegen is kijk je naar hoeveel je appels je op 1 januari 2003 kon kopen en hoeveel je er op 1 januari 2004 kon kopen. Als het aantal appels in 2004 is afgenomen is de koopkracht gedaald. Het tegenovergestelde van inflatie is deflatie.
Mensen die niet goed opletten op de inflatie kunnen in problemen komen als ze denken dat er niets veranderd. Ze voelen zich dan rijker dan ze daadwerkelijk zijn, ze hebben dan een geldillusie.
Wat zijn de oorzaken van inflatie?
De oorzaken van inflatie kunnen verdeelt worden over twee oorzaken: bestedingsinflatie en kosteninflatie.
Als er veel vraag is naar geld gaan de prijzen omhoog, maar ook als het aanbod van geld omhoog gaat (bijvoorbeeld bij hogere lonen, hogere invoerprijzen, hogere belastingen en hogere winsten).
Bestedingsinflatie kan ontstaan door een grotere besteding aan goederen en diensten, aan bijvoorbeeld die van de overheid, of door een nominale stijging van de bestedingen (toenemen van het geldbedrag) ten gevolge van een stijging van de geldhoeveelheid.
De geldhoeveelheid is van groot belang bij het ontstaan van inflatie, als de hoeveelheid geld dat in omloop is evenredig stijgt met de totale arbeidsproductiviteit dan zal er minder snel inflatie ontstaan.
Wat zijn de gevolgen van inflatie?
· De concurrentiepositie van Nederland verslechterd want producten in Nederland worden duurder en dus minder aantrekkelijk voor bedrijven in het buitenland die producten vanuit Nederland willen importeren.
· Vanwege inflatie worden mensen ontmoedigd om te gaan sparen, het geld is minder waar en het geld dat men oorspronkelijk zou willen sparen moet nu uitgegeven worden aan producten en diensten die in prijs gestegen zijn.
· Er is meer vraag naar geld, maar omdat mensen meer uit moeten geven sparen ze minder en hebben de banken minder geld om dat weer in de markt te pompen. Vervolgens zal de Nederlandse Bank extra geld in omloop brengen zodat de inflatie licht gestuwd kan worden.
Is inflatie het gevolg van bezuinigingen?
Ja, als de lonen van de mensen dalen, dan daalt tevens hun koopkracht en door de daling van de koopkracht ontstaat er meer vraag naar geld en dat is inflatie. Om het gat wat daardoor ontstaat moet de overheid geld lenen om het gat te kunnen dichten en zal de overheid tevens moeten bezuinigen omdat men anders het inflatie-gat niet kan dichten.
U kunt hier zien dat de inflatie onwijs is gestegen.
Dit is het einde van ons werkstuk!!!
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.