Geschreven door: | Afke (5 havo) [meer] |
Datum ingestuurd: | 30 mei 2004 |
Taal: |  |
Woorden: | 400 |
Bekeken: | 2022 keer (4 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Henri comte de Toulouse-Lautrec-Monfa werd geboren in Albi op 24 november 1864 en hij stierf op het kasteel Malromé in het departement Gironde op 9 sept. 1901. Hij werd beroemd als Frans schilder, tekenaar en graficus. Mede door ongelukken in zijn jeugd – hij brak in 1878 zijn ene en in 1879 zijn andere been – was hij kreupel en onvolgroeid (als volwassene was hij slechts ruim 1,50 m lang).
In 1882 ging hij naar Parijs, waar hij bij de schilder Cormon werkte (1883–1885) en waar hij de artiestenwereld en het rosse leven van Montmartre ontdekte. Ook kwam hij in contact met het impressionisme. In deze jaren bekwaamde hij zich verder – aanvankelijk vrij schools –, schilderde doeken op klein formaat (landschappen, dieren, figuurstukken, portretten) en maakte vele schetsen. Hij woonde enige jaren samen met Suzanne Valadon en betrok een eigen atelier op Montmartre. De mensen van deze buurt gingen het hoofdthema van zijn werk vormen, met name de danseressen, prostituees, clowns en zangeressen. Hij gaf ze weer met steeds scherper observatievermogen en vol milde humor. Onder het pseudoniem Tréclau werkte hij mee aan het met houtsneden geïllustreerde tijdschrift Le Mirliton van Aristide Bruant; ook maakte hij wandschilderingen in diens cabaret.
In 1888 begon zijn grote tijd. In twee zeer productieve jaren ontwikkelde hij een duidelijk herkenbare eigen stijl, waarin vooral opvallen
o De levendige kleuren die nauwelijks genuanceerd en zonder overgang in grote vlakken naast elkaar zijn gezet,
o de onorthodoxe omkadering van de voorstelling die de figuren vaak doorsnijdt,
o de willekeurige perspectieven en meer van dergelijke bewuste overrompelingseffecten.
In 1890 werd hij op slag beroemd door zijn eerste affiche, de litho Moulin Rouge, een reclame voor het toen geopende cabaret met die naam. Voor de affichekunst is zijn werk uit de daaropvolgende periode van heel speciale betekenis geworden. Opdrachten voor affiches en illustraties stroomden toe. Vele figuren uit het Parijse fin de siècle maakte hij onsterfelijk, vooral de danseres La Goulue, maar ook de danseres Jane Avril en Aristide Bruant. In de loop van de jaren negentig nam zijn productiviteit af. In 1897 stortte hij in en maakte waarschijnlijk ook in artistiek opzicht een crisis door: zijn koloriet verdonkerde en zijn figuren werden minder scherp omrand. Na een aanval van delirium tremens verbleef hij in 1899 drie maanden in een ziekenhuis in Neuilly, waar hij uit het hoofd de monumentale albums Au cirque (39 tekeningen) en Les jockeys maakte.
In Albi is in het Palais de la Berbie een Toulouse-Lautrec-museum ingericht; ook zijn geboortehuis is thans museum.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.