Geschreven door: | anoniem (5 havo) [meer] |
Datum ingestuurd: | 10 mei 2004 |
Taal: |  |
Woorden: | 1.150 |
Bekeken: | 2178 keer (1 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Katoen en Samenleving 1750-1850
Industriële revolutie: Overgang van handarbeid naar machine.
Overgang van huisnijverheid van fabrieksnijverheid.
Verbetering Langbouw:
· Groot oppervlakte - Meer machines
· Ontstaan enclousures: Omheiningen en ruilverkaveling
· Beter bemesting
· Wisselbouw: Braak leggen van land
Ontwikkeling van wol:
Schaap - Scheren - Kaarden - Wassen - Spinnen - Weven
Hoofdstuk 1
In Europa werkte omstreeks 1500 4/5 deel in de landbouw.
De industriële revolutie kwam op in de 16e eeuw:
- Vernieuwingen en veranderingen werden normaal
- Nieuwe en betere machines werden uitgevonden
- Mechanisatie
- Specialisatie
In Engeland werkte in 1850 nog maar 20% in de landbouw
Wat groeide er?:
· Bevolking: - Meer eten, kleding - Stijging welvaart
· Economie en welvaart stegen
Vraag en aanbod versterkte elkaar. Voor vervoer van producten moesten er kanalen en spoorwegen komen.
Voordelen Engeland voor ontstaan eerste revolutie:
· Was grootste koloniale mogendheid
· Ze beheersten de wereld zeeën
· Ze domineerde handel met Azië en Noord-Amerika
· Bevolking groeide 3 keer zoveel
Stoomkracht: Werd uitgevonden rond 1730 door John Newcomen
Stoommachine: Werd uitgevonden in 1782 door James Watt.
Lancashire:
- Hoge bevolkings groei
- Was een provincie
- Grote steden zoals Liverpool en Manchester
- Was vooral agrarisch
Bombazijn: Werd gemaakt/geweven uit draden van linnen en katoen.
Werd gemaakt door bijna de helft van de bevolking van Lancashire.
Huisnijverheid: De producten werden thuis gemaakt in opdracht van de koopman. Het hele gezin werkte er aan en had zijn taken.
Puting-out-System: Kooplieden leverden meestal via tussen handelaren de grondstoffen aan de thuiswerkers. Die kwamen na bewerking weer terug bij de handelaren.
Voordelen Lancashire voor katoennijverheid:
· Heel erg vochtig
· Ze hadden een textiel traditie
· Kennis en vaardigheden waren al aanwezig
· Er golden haast geen regels
· Grote aanvoer van katoen
Vraag naar katoen groeide door aanbod en bevolkingsgroei. De productie kosten waren ook laag. Daardoor nam de winst toe. Arbeiders waren in het algemeen ook erg goedkoop.
Hoofdstuk 2
Katoen nam tussen 1770 en 1780 3 keer toe. Daarna elke 10 jaar een verdubbeling. Dit kwam door:
Hogere productiviteit van arbeiders. Dit kwam door allerlei uitvindingen zoals de stoommachine en de schietspoel en de spinning jenny.
Spinning jenny: Werd in 1764 uitgevonden door James Hargreaves.
De schietspoel: Werd in 1730 door Kay uitgevonden.
Mule: Machine, was een kruising tussen het waterframe en de spinning jenny.
Fabrieken namen steeds meer toe. Daarin veel gebruik plaats van de mule´s, de spinningjenny´s en de waterframes.
Het aantal wevers bleef groot omdat er veel vraag naar was, omdat ze spinmachines moesten bewerken.
Pas in 1802 werd het eerste winstgevende stoomweefgetouw gebouwd. Handwevers verdwenen pas na 1850 van het toneel.
Ze verdwenen door:
- Ze waren met te veel
- Concurrentie van stoomweefgetouw machines
- Uitvindingen naaimachines
Groei katoen nijverheid kwam tot 1790 vooral door vraag uit eigen land. Prijs daalde en de kwaliteit steeg.
Cotton gin: Maakt het makkelijker katoen planten te scheiden.
Katoen was ook een belangrijk export product van GB:
· Voor 1800 ging 40 % van de export naar de EU
· Viel een paar keer weg door blokkeringen van Napoleon
· Vooral Azië was belangrijk
· VS voerde invoerheffingen in
· Het verloor wel langzaam terrein
Continentale stelsel: Ieder land dat verbonden was aan Napoleon had verbod om met GB (Groot-Brittannië) te handelen.
Eind van de 18e eeuw nam de haven van Liverpool toe:
- Het was een importpunt vooral door ontvangst van de VS
Koopmanfabrikant: Waren handelaren en producenten tegelijk. Ze voerden ruwe katoen in, verwerkte het in eigen fabrieken en brachten het daarna zelf op de markt.
Ondernemers hielden grote voorraden aan.
Het ging echter even minder door:
· Oorlog met Frankrijk en de VS
· Instabiele markten
De communicatie was moeilijk. Er werd gevaren tussen New-York en Liverpool. Berichten waren weken lang onderweg. Vanuit China of India duurde het zelfs maanden.
Hoofdstuk 3
Vanaf 1770 was Manchester de grootste industriestad uit de wereld.
Transformatie Manchester:
- Aanleg Bridge Waterkanaal
- Aanleg Aquaducten
- Bij belangrijke steden kwamen kanalen
- Langs de kanalen kwamen stoomspinnerijen
Er was een groot water te kort. Daarom liepen steeds meer spinnerijen op stoom.
Manchester bevatte ook veel pakhuizen. Het was ook een grote handels stad.
Stoomlocomotief: Werd in 1825 in gebruik genomen. Er werden steeds meer nieuwe spoorlijnen aangelegd. Elke stad was wel verbonden.
Manchester: Inwoners steeg tussen 1770 tot 1800 van 22.000 naar 75.000 inwoners. Er kwam urbanisatie.
Armoede en rotzooi:
· Open terreinen lagen vol met rotzooi
· Rivieren en kanalen waren inktzwart
· Wegen zaten vol met modder
· De armen woonden in sloppenwijken
· Mensen woonden dicht op elkaar
· Kinderen moesten al op vroege leeftijd werken
Migratie: Veel landbouwers kwamen naar de steden. Daar waren de lonen hoger. Veel Ieren trokken naar Liverpool om de armoede uit eigen land te ontvluchten.
De rijken maakten gebruik van:
- Schitterende kerken
- Een mooi stadsgebouw
- Een concerthal
- Restaurants
- Mooie huizen
Midden klasse: Was tussen rijk en arm in. Zoals winkeliers en ambachtsmensen.
Ook de middenklasse kreeg te maken met problemen:
· Hoge criminaliteit
· Ziekte
· Politieke onrust
· Opkomst in 1831 van Cholera. Er vielen duizenden doden.
De overheid ging ingrijpen op gebied van Hygiëne:
- Ontstaan landelijke politie wet
- Public health act wet
- Aanleg Riolering
- Openbare ziekenhuizen
Plaatsen zoals Bolton, Blackburn en Preston groeide ook. Ze kregen ook veel stoommachines. En er werden kanalen aangelegd.
Ook hier vonden problemen, zoals:
- Ontstaan sloppenwijken
- Lage levensverwachting
- Slechte hygiëne
Paternalisme: Het geven om andere mensen en ze helpen.
Hoofdstuk 4
Afhankelijk van weer:
· In de zomer werd er veel langer gewerkt.
· Eind van de zomer werd oogst binnengehaald.
Vanaf 1750 gaven steeds meer boeren families hun boeren bestaan op.
Betekenis mechanisatie voor de arbeiders:
- Arbeidsdeling, het werk werd opgesplitst
- Meeste arbeid was eenvoudig
- Strakke discipline
- De mannen deden het zwaardere werk en het beter geschoolde werk
- De meeste vrouwen werkten in de textiel
- Lage lonen door veel arbeiders
- Slechte omstandigheden
- Gevaarlijk
Lonen moesten laag worden gehouden. De afstand tussen werkgevers en werknemers was groot geworden.
Stukloon: Was afhankelijk van hoe de arbeider presteerde.
De werkgever stond sterk door:
- Kapitaal
- Steun overheid
Vakbonden hielpen niet:
· Wie staakte werd uitgesloten bij de bedrijven
· Er was te weinig geld om te staken
· Te weinig invloed
Aardappel: Werd veel gegeten en verhoogde de levensduur door een hoge voedingswaarde.
Sterke bevolkingsgroei:
- Weinig voorbehoedsmiddelen
- Langere levensduur
- Eerdere huwelijken
Er werd ook hulp geboden:
· Nieuwe armen wet bood steun
· Werkhuizen ontstonden
· Steun aan familie of arbeiders netwerken
· Je kon je aansluiten bij verbruikscoöperaties om gezamenlijk in te kopen of je te verzekeren tegen bepaalde dingen
Voor de wevers ging het goed omdat er veel spinfabrieken waren. Maar na 1800 ging het slechter door opkomst van meer wevers.
Stoomweefgetouw: Maakte het weven makkelijker.
Na 1835 stierf weven al beroep uit.
Kinderen in fabrieken:
- Ze waren goedkoop
- Ze werkte in slechte omstandigheden
- Kinderen zorgde voor het inkomen
- Kinderen werden mishandeld
Van 1833 kwam er actie tegen kinderwerken:
· Ontstaan fabriek wetten
· Geen nachtwerk meer een korter dan 9 uur werken
· Jonger dan 9 uur niet werken
Hoofdstuk 5
Revolutionaire zorgden voor opschuddingen. Ze hadden de Franse revolutie als voorbeeld. Het leger greep echter in.
Ned ludd leger: Was pro revolutie en zorgde voor onrust door acties tegen wevers.
De revolutie werd voorkomen door arrestaties.
Peterloo: Aanval van leger een demonstratie. Veel gewonden en doden vielen er. Het leger had ook gevochten tegen Napoleon. Vandaar de naam Peterloo (waterloo) De demonstraten eisten kiesrecht.
In 1820 was er een periode van vrede en politieke rust:
- Lonen stegen
- Prijzen daalden
- Iedereen had bijna werk
Vanaf 1830 kwam er meer angst omdat de lage klasse ook kiesrecht eisten.
Ontstaan reform bill:
· 56 kiesdistricten
· 143 nieuwe zetels voor industrie districten
Er kwam strijd tegen hogen graanprijzen en beperkte vrije handel.
In 1846 werden hoge graan prijzen (Corn Law) afgeschaft.
Arbeiders bleven machteloos staan. Een klein aantal was politiek actief. En vakbonden stonden machteloos. De arbeiders eisten kiesrecht.
In 1842 volgden massala demonstraties. Het leidden weer tot niks bij het lagerhuis.
Er nu weer massaal gestaakt en de overheid greep hard in.
Het draaide echter ook weer door:
Economie ging goed -arbeiders ging beter - Minder belangstelling voor kiesrecht.
Economische ideeën:
- Liberalisering economie
- Meer concurrentie
- Productie toename door specialisatie en vrije handel
Charles Dickens: Schreef over de slechte omstandigheden van arbeiders.
Iedereen was het er over eens. Er moest een nieuw soort samenleving komen zonder sloppenwijken. Maar de industrialisatie zorgden uiteindelijk voor een redelijke welvaart.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.