geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

ff n studiebreak

Meiden, laser je binnenste schaamlippen lekker weg joh. Want je vriendje wil een playboypoesje.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

Geschreven door:

Manou (5 vwo) [meer]

Datum ingestuurd:

9 mei 2004

Taal:

Woorden:

2.150

Bekeken:

17663 keer (58 deze maand)

Waardering:

3.6/5 (108 stemmen)

Deel op:

  • Door A.v.D. op 06-01-2011
    dit niveau is echt geen 5 vwo misschien net 2 of 3 vwo, maar voor de rest is het wel een goede tekst en je hebt er wel wat aan. bedankt!
  • Door Niels op 13-10-2006
    Er staan spellingsfouten in de tekst!
Wij gaan iets vertellen over het existentialisme. Om dit onderwerp iets minder breed te maken, zullen wij slechts 3 grote existentialistische denkers behandelen; Kierkegaard, Sartre en Camus. Verder zullen we proberen om de overeenkomsten en verschillen tussen hun denkwijzen duidelijk te maken. Maar eerst legt Arland uit wat het existentialisme ongeveer inhoudt.

Het existentialisme kennen wij vooral als een populaire stroming die na de Tweede Wereldoorlog op kwam zetten. In feite bestond het existentialisme al rond het jaar 1790. De basisideeën werden bedacht door Kierkegaard en later ook door Nietzsche. Niezsche wordt over het algemeen niet gezien als een existentialist, maar hij heeft wel een aantal existentialisten geïnspireerd met zijn theorieën. Zoals jullie weten geloofde Nietzsche in de ontplooiing van het individu door het vaststellen van een eigen waarheid en door het zich aan niemand onderwerpen. Samen met de ideeën van Kierkegaard vormde deze visie de basis voor de stroming die uiteindelijk door Sartre tot het existentialisme benoemd zou worden. De stroming kwam opzetten in een tijd waarin alle onzekerheden schenen te wankelen. Het evolutionisme heeft de mens beroofd van zijn zekerheid in God, zijn Schepper. De Freudiaanse psychologie heeft zijn emotionele en morele zekerheden ontmaskerd en wereldoorlogen hebben de mens de zekerheid van de vooruitgang naar een glorieus tijdperk ontnomen, dat geschapen zou worden door wetenschap en techniek. Wat is het existentialisme nu precies en waarom gaf het de mensen weer wat zekerheid in hun leven?
Het is een filosofische stroming die de nadruk legt op het bestaan, de vrijheid en de eigen keuze. De existentialisten gaan er vanuit de het bestaan voorafgaat aan de essentie. Daarmee bedoelen ze dat een mens zichzelf en de wereld vormt in zijn eigen subjectiviteit. De mens wordt zo bepaald door zichzelf omdat hij in alles wat hij doet een vrije keuze heeft en niet van buitenaf wordt beïnvloed, bijvoorbeeld door een goddelijke macht of het lot. Deze dingen bestaan volgens het existentialisme niet, net zo min als er een zin van het bestaan is. Toch moet de mens handelen naar wat volgens hem goed is, en vooral naar zijn eigen verantwoordelijkheid. Alles heeft negatieve aspecten, maar deze moet de mens aanvaarden en er mee leven.
Wie ben ik, wat doe ik hier, wat is de zin van mijn bestaan? Dat zijn de vragen waar het existentialisme niet voor wegloopt. En het antwoord is: als alles toeval is, is het bestaan absurd. Hoe ontkomt een mens aan dit toeval? Door in volle vrijheid zijn eigen weg te kiezen, zichzelf te vormen en zichzelf te verwerkelijken.
Manou zal nu iets vertellen over de grondlegger van het existentialisme; Sören Kierkegaard.

Søren Aabye Kierkegaard werd in 1813 geboren in Kopenhagen, de hoofdstad van Denemarken. Nog tijdens zijn jeugd overleden zijn moeder en vijf broers en zussen. Daardoor werd hij voornamelijk beïnvloed door zijn vader, een streng gelovig handelaar.
In eerste instantie ging Kierkegaard theologie studeren, maar tijdens zijn studie raakte hij gefascineerd door de filosofie. Toch vond hij dat er iets niet goed zat in de manier van denken van zijn tijdgenoten; hij vond dat ze teveel nadachten over de mens, het leven en de waarheid op zichzelf en niet over afzonderlijke gevallen. Filosofen probeerden volgens hem te veel om universele regels en abstracte beelden van de dingen de vormen, Kierkegaard vond dat er naar het subjectieve verhaal van een mens of een ding gekeken moest worden. Het persoonlijke bestaan van de dingen was volgens hem veel belangrijker dan het algemene bestaan. In de praktijk heb je namelijk niets aan theorieen over De Mens of De Waarheid, je zult altijd aan de hand van je eigen mening en ethiek moeten bepalen hoe je handelt, en niet aan de hand van een theorie die door een ander is geschreven. Hiermee sluit Kierkegaard zich aan bij de leer van Socrates.
Er bestaat dus geen objectieve waarheid want ieder mens kent zijn eigen waarheden. Deze waarheden kunnen pas gevonden worden als de mens zijn eigen keuzes maakt. Kierkegaard is van mening dat de meeste mensen hiertoe niet in staat zijn. Ze lopen achter de massa aan, ze leiden een ‘anoniem leven’. Om vrij te leren leven, moet een mens drie stadia doorlopen:

1. In het eerste stadium, de ‘esthetische levenshouding’, is de mens vooral op zichzelf gericht, men leeft voor zijn eigen plezier. Mensen willen ‘van alles zijn’, maar zijn eigenlijk niets. Ze geven zich over aan de waan van de dag en de stemming van het ogenblik. Mensen zijn (nog) geen individuen, maar massamensen.
2. De overgang naar een volgend stadium, de ‘ethische levenshouding’, wordt merkbaar als de mens ontevreden wordt met het leven dat hij leidt, een leven dat alle kanten op kan. Het is het stadium waarin iemand een individu wordt omdat hij zelf keuzes maakt. De aandacht van de mens gaat niet alleen meer uit naar het zoeken van zoveel mogelijk zintuiglijke prikkels, maar hij krijgt aandacht voor sociale normen en waarden.
3. In het laatste stadium, de ‘religieuze levenshouding’, kiest de mens bewust om zijn leven inhoud en vorm te geven, en verschuilt zich niet achter regels ‘omdat het nu een maal zo hoort’, maar voelt zich verantwoordelijk voor zijn daden. De mens kiest als individu voor God. Kiezen betekent voor Kierkegaard uiteindelijk dan ook het handelen naar Gods wil. De keuze voor God komt ons hele leven terug. De mens valt namelijk al snel van zijn geloof omdat hij bang is voor de absurde wereld om hem heen. Pas wanneer een mens deze angst in de handen van God legt kan hij echt bestaan.
Arland zal nu iets vertellen over Albert Camus.

Camus was tijdens de Tweede Wereldoorlog zeer heftig aanwezig in het verzet. Hij had een valse identiteit en was een tijd lang redacteur van het verzetsblad “Combat”. In dit blad riep hij de Fransen op om volgens morele principes te handelen en zich tegen de Duitsers te verzetten. In deze tijd ook ontwikkelde hij zijn filosofie dat het menselijk leven heilig is, ongeacht hoe onverklaarbaar het ook is.
Na de oorlog had Camus een leidende rol in sociale veranderingen, maar hij was erg onafhankelijk en sloot zich bij geen één politieke stroming aan. Door het afwijzen van het Marxisme kreeg hij veel wind van voren van de communisten. Als reactie daarop probeerde Camus een eigen politieke partij op te richten. Aan het feit dat deze partij stand gehouden heeft kan je zien dat Camus veel aanhang in de werkende klasse had. Camus schreef in deze tijd ook veel van zijn werk en stelde zich op als een verdediger van mensenrechten. Door tuberculose en andere problemen zonderde hij zichzelf af van de buitenwereld in 1949. In 51 herstelde hij zich weer en bracht tegelijk zijn werk ‘L’ Homme Revolté’ uit. Dit werk zorgde ervoor dat hij door veel Franse intellectuelen verstoten werd. Zo ook door zijn vriend Sartre. De stress die veroorzaakt werd door deze botsingen deden Camus er toe beslissen een meer relaxte baan te zoeken en zodoende ging werd hij vertaler van zijn favoriete toneelstukken, wat hij overigens met succes deed.
Volgends Camus staat het universum totaal los van rede of logica. Het leven is absurd, wat voor hem niet negatief was en niet zoiets betekende als belachelijk, maar absurd juist de ware staat van het bestaan. Het aanvaarden dat het leven absurd is, is het innemen van een realistisch standpunt: namelijk de afwezigheid van een universele logica. Toch zijn volgens Camus solidariteit en humaniteit de leidende waarden in het leven. Camus was erg socialistisch en vond vrijheid van het individu zeer belangrijk. Hier zal ik even een stuk tekst van hem quoten.
'Ik heb onvoldoende vertrouwen in de menselijke rede om enig geloof in de vooruitgang of enige filosofie van de geschiedenis te kunnen onderschrijven. Daarentegen geloof ik wel dat het inzicht van de mens in zijn lot voortdurend voortschrijdt. We zijn onze bestaansvoorwaarde niet te boven gekomen, maar we kennen hem beter. We weten dat we in een tegenstelling leven, maar we weten ook dat we die tegenstelling moeten afwijzen en alles moeten ondernemen om hem te verkleinen. Het is onze opdracht als mens om de paar beginselen te vinden waarmee we de peilloze angst van de vrije ziel kunnen beteugelen. We moeten herstellen wat verscheurd is, de rechtvaardigheid weer voorstelbaar maken in een wereld die zo duidelijk onrechtvaardig is, en zorgen dat vreugde weer betekenis krijgt voor de volken die door de ellende van deze eeuw zijn vergiftigd’

Er is een duidelijk verschil tussen de denkwijzen van Camus en die van Kierkegaard; Camus geloofde niet in God en Kierkegaard wel. De overeenkomsten zijn de vrijheid en de keuze. Verder denkt Camus veel meer in termen van het universum en de absurditeit van het leven, terwijl het leven voor Kierkegaard te begrijpen is als je je maar bekeert.
Manou zal nu nog iets vertellen over Sartre.
Jean Paul Sartre werd geboren op 21 juni 1905 in Parijs. Hij studeerde filosofie studeren en kreeg in 1925 lesbevoegdheid. In datzelfde jaar ontmoette hij zijn levenspartner Simone de Beauvoir. Zij was net als Sartre filosoof. Beide schreven ze romans en toneelstukken om hun filosofie toegankelijk te maken voor de mensen. Hun leven was naar het publiek gericht en ze namen openlijk deel aan politieke debatten. Hun persoonlijkheden waren bijna belangrijker dan hun werk, in Parijs ontstond een nieuwe filosofische cultus na de tweede wereldoorlog. De mensen snakten naar iets nieuws, ze wilden dat zoiets ergs nooit meer zou gebeuren en een nieuwe denkwijze zou daartoe bijdragen.
Sartre wordt wel de grootste vertegenwoordiger van het existentialisme genoemd. Evenals Kierkegaard ging hij ervan uit dat de mens altijd een keuze heeft. De mens heeft als doel in zijn leven om vrij te zijn, om zelfstandig zijn eigen keuzes te maken. Daarbij is de mens altijd verantwoordelijk voor zijn eigen daden, want iemand anders kan geen keuzes voor hem maken, dat moet hij zelf doen. Zo kan een ander ook nooit de schuld krijgen.
Sartre wilde zekerheden hebben in het leven, en hij vond dat de manier waarop hij zijn zekerheden verkreeg gerechtvaardigd moest zijn en niet willekeurig. De enige manier waarop dit bereikbaar was, was door onmiddellijke confrontatie met een bepaald denkbeeld. Datgene wat als zeker overbleef, was echte kennis voor hem.
Sartre’s werk is in twee perioden te verdelen, die samenhangen met twee verschillende perioden in zijn leven.
In de periode van 1943 tot 1959 ontwikkelde Sartre zijn ideeen de individuele mens. Zijn belangrijkste boek uit die tijd is ‘l’etre et le neant’, wat ‘het zijn en het niet-zijn’ betekent. In dit boek legt Sartre uit hoe hij de mens onderscheidt van het ding. Volgens hem zijn er twee soorten van zijn; het op-zich-zijn en het voor-zich-zijn. Dingen zijn op zich, mensen hebben een bewustzijn en zijn voor zich. De mens is op zichzelf gericht, het bestáán van de mens is de essentie van de mens. Een ding is al een essentie op zich. Aan de essentie van een ding kan een mens niets veranderen, maar hij heeft wel de vrijheid om te bepalen welke dingen hij om zich heen heeft en welke niet.
De belangrijkste eigenschap van de mens is zijn vrijheid. Toch is hij zich daar niet 100% van bewust. Zodra de mens zich helemaal bewust is van zijn vrijheid, wordt hij bang voor de grote verantwoordelijkheid die op zijn schouders rust. Hij vlucht liever achter de anderen aan. Sartre noemt de mens dan ook gedoemd om vrij te zijn, want zijn vrijheid boezemt hem uiteindelijk alleen maar angst in.
In Sartre’s leer is de mens eenzaam. Elke menselijke band berust op een conflict, want mensen zien elkaar als dingen en willen anderen aan zichzelf onderwerpen. Een mens wordt ongewild geboren, daarna moet hij toch zijn verantwoordelijkheid nemen, en dan gaat hij dood en is alles voor niets geweest.
Na de tweede wereldoorlog ging Sartre zich steeds meer richten op sociaal-filosofische en politieke vraagstukken. Hij had in het leger gezeten en was een stuk negatiever tegen het leven aan gaan kijken na de oorlog. Hij voelde zich aangetrokken tot het marxisme, hij hoopte dat dit een oplossing zou zijn voor de problemen in de maatschappij.
Zijn belangrijkste boek uit deze periode is ‘La critique de la raison dialectique’ ofwel de kritiek van de dialectische rede. In dit boek wordt niet duidelijk beschreven hoe de menselijke vrijheid bij het marxisme past, in plaats daarvan ging Sartre steeds meer over tot politiek handelen. Hij en Simone de Beauvoir richtten een politiek tijdschrift op. Verder richtte Sartre zich steeds meer op zijn literatuur en toneelstukken zodat hij zijn politieke ideeën over kon brengen. Hij werd steeds meer een beroemdheid om zijn openlijke, vrije manier van leven dan om zijn filosofische werk.
Overeenkomsten Kierkegaard, Camus en Sartre: keuze, vrijheid, verantwoordelijkheid. Bij alledrie de filosofen is de mens bang voor zijn eigen vrijheid, maar ze hebben er allemaal een andere oplossing voor. Kierkegaard heeft God als oplossing, Camus heeft het aanvaarden van de absurditeit als oplossing en Sartre heeft geen oplossing, hij noemt de mens 'gedoemd tot vrijheid'.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.