ff n studiebreak

Bij klassieke muziek moet je niet aan je grijze oma denken, maar aan YouTube. 5 tips van Lucas en Arthur Jussen.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

anoniem (5 havo) [meer]

Datum ingestuurd:

4 mei 2004

Taal:

Woorden:

1.800

Bekeken:

13565 keer (16 deze maand)

Waardering:

4.2/5 (86 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
INTERNATIONALE HANDEL

COMPLETE SAMENVATTING: H 1 T/M 3

Hoofdstuk 1.)

Import: invoer
Export: uitvoer

Uitvoersaldo (exportsaldo): Het verschil tussen de waarde van de uitvoer en de waarde van de invoer.

• Als de waarde van de uitvoer groter is dan de waarde van de import is er een exportoverschot.
• Als de waarde van de invoer groter is dan de waarde van de export is er een importoverschot.

• Als er over import of export wordt gepraat gaat het niet om stuks maar om een bedrag (bv. € of £).

Exportvolume/importvolume: Aantal verhandelde goederen. Het volume wordt afhankelijk van het product uitgedrukt in bijvoorbeeld liters, tonnen, kilo’s enz.

Waarom drijven landen handel met andere landen?
1.) Het land heeft een bepaald product niet.
2.) Andere landen prijzen producten voor minder geld aan.

Een land heeft een sterke concurrentie positie wanneer het:
1.) Lage productiekosten realiseert.
2.) Hoge kwaliteit van producten realiseert.

Internationale handelsverdeling: De verdeling van de verschillende producten en diensten over verschillende landen. Elk land kan bepaalde goederen en/of diensten goedkoop leveren.

Waarom zijn bepaalde producten in het ene land duurder dan in het andere?
1.) De natuurlijke omstandigheden van landen verschillen.
2.) De technische ontwikkeling is in het ene land hoger dan in het andere.
* Loonkosten per product.
* Kwaliteit van het product.
3.) De infrastructuur is in het ene land beter dan in het andere.
4.) In sommige landen zijn bepaalde branches die zich al lang tijd in dat land concentreren. In Duitsland worden bijvoorbeeld al heel lang auto’s geproduceerd.

• De wereldhandel is in de laatste decennia enorm gegroeid. Dit komt vooral door de verbeterde vervoersmogelijkheden.

Een open economie: Hiervan spreken we als een land veel handel drijft met andere landen: er worden veel goederen en diensten ingevoerd en uitgevoerd.

Waarde export
Exportquote = ---------------------- x 100%
Nationaal inkomen


Waarde import
Importquote = ---------------------- x 100%
Nationaal inkomen

Kleine landen hebben vaak een meer open economie dan grote landen. Twee redenen hiervoor zijn:
1.) Kleine landen hebben vaak maar één soort bodemgesteldheid en één klimaat. Hierdoor kunnen ze lang niet alle producten zelf produceren. Hierdoor moeten ze veel importeren en hierdoor wordt de economie meer open.
2.) Schaalvoordelen. Hieronder verstaan we dat je producten, per stuk gezien, goedkoper produceert naarmate je meer (qua aantal) produceert.

• Hoe opener de economie is van een land is hoe meer dat land van andere landen afhankelijk is. Als er bijvoorbeeld een oorlog uitbreekt en de import wordt noodzakelijkerwijs stopgezet dan kan een land met een open economie zich minder lang redden dan een land met een meer gesloten economie.

Betalingsbalans: Een geordend overzicht van alle inkomsten en uitgaven van een land met betrekking tot het buitenland in één jaar. De geldstromen op de betalingsbalans zijn geordend in inkomsten en uitgaven. Verder worden ze verdeeld naar soort. Daarom heeft de betalingsbalans verschillende rekeningen.

Lopende rekening: Hierop worden de waarden van de handel in goederen en diensten van een land weergegeven.

Voorbeeld:
LOPENDE REKENING
Otvangsten uit buitenland Uitgaven aan buitenland Saldo(exp-imp)
* Export van € 283 mld
goederen en diensten
* Import van € 267 mld
goederen en diensten
+ € 16 mld
(overschot)

Kapitaalrekening: Hierop worden de investeringen, leningen en beleggingen geregistreerd.

Voorbeeld:
KAPITAAL REKENING
Ontvangsten uit buitenland Uitgaven aan buitenland Saldo(imp-exp)
Kapitaalimport € 174 mld

Kapitaalexport € 192 mld

- € 18 mld
(tekort)

Ontvangsten B-land Uitgaven B-land Saldo
Lopende rekening € 283 mld € 267 mld + € 16 mld
Kapitaalrekening € 174 mld € 192 mld - € 18 mld
Totaal € 457 mld € 459 mld - € 2 mld

BETALINGSBALANS

• Op de totale betalingsbalans is in dit geval dus een tekort van 2 miljard (euro’s).
• Dit tekort (kan ook een overschot zijn natuurlijk) wordt ook wel de goud- en deviezenvoorraad genoemd.

• Als je een tekort hebt op de lopende rekening kun je dit zowel negatief als positief benaderen:

Negatief: Als je een tekort op de lopende rekening hebt geef je meer uit dan je verdiend. Hierdoor ontwikkel je een schuld. Over schulden moet rente worden betaald en deze rente kun je niet voor andere dingen gebruiken.

Positief: Als je een tekort op de lopende rekening hebt geef je meer uit dan je verdiend. Dit is een teken van macht. Je kunt op de kosten van een ander een goed leven leiden.

• Als je een overschot hebt over de lopende rekening kun je dit zowel negatief als positief benaderen:

Negatief: Als je een overschot op de lopende rekening hebt verdien je meer dan je uitgeeft. Je bent dus “rijk” maar leeft sober. Je kunt allerlei leuke dingen doen met je geld maar doet dat niet.

Positief: Als je een overschot op de lopende rekening hebt verdien je meer dan je uitgeeft. Je bent dus “rijk” maar leeft sober. Dit zou wel eens van pas kunnen komen in tijden van economische diepgang.

• De Nederlandse overheid bemoeit zich actief met de betalingsbalans. Er is een overschot en de overheid wil dit overschot in stand houden. Hieronder een paar punten van uitleg:
• Als de export stijgt, zal de werkgelegenheid ook stijgen. Dit is voordelig voor de
Nederlands economie. Dit kan onder andere door:
1.) Loonmatiging => lage productie kosten. => betere concurrentie positie.
2.) Loonstijging => Veel verdienen => Veel uitgeven, ook in het buitenland.
• Nederland onderneemt handelsmissies met het oog op het binnenslepen van grote buitenlandse orders.
• De overheid steekt veel geld in innovatie. Hierdoor blijft het producten aanbod van Nederland aantrekkelijk en dit is weer goed voor de export. Door meer export zal het overschot groter worden.
• Ook steekt de Nederlandse overheid veel geld in de Nederlandse infrastructuur. Hierdoor kunnen Nederlandse bedrijven hun prijzen laag houden. Dit doordat de vervoerskosten minder worden.
Voordelen van multinationale ondernemingen (multinationals):

1.) Mogelijkheid om bedrijven te verplaatsen naar lage lonen landen.
2.) Omzeiling internationale handelsbelemmeringen. Japan kan bijvoorbeeld in de VS gaan produceren om zo de importbeperkende maatregelen van de VS te omzeilen.
3.) Mogelijkheid om een hele productietak over te nemen om zo een stabielere productie methode te creëren.
4.) Doordat multinationals zich in veel landen vestigen zorgen ze over het algemeen voor werkgelegenheid.

Nadelen van multinationale ondernemingen (multinationals):

1.) Internationale merken kunnen kleinere, nationale merken de das omdoen.
2.) Modernisering van productiemethoden kunnen tot ontslag van werknemers lijden.

Hoofdstuk 2.)

• Als de wisselkoers van de euro stijgt zal de Nederlandse export waarschijnlijk dalen. Dit komt omdat de Nederlandse producten voor buitenlandse handelaren duurder worden. De import zal waarschijnlijk stijgen omdat buitenlandse producten voor Nederlanders goedkoper wordt.
• De hoogte van de wisselkoersen wordt bepaald door de vraag naar een bepaalde valuta. Op de valutamarkt wordt de ene valuta omgewisseld naar de andere.
• Als de vraag naar euro’s stijgt, zal de wisselkoers van de euro stijgen. Een stijging kan ook voortkomen uit het gebrek aan aanbod van b.v. euro’s

Appreciatie: Een stijging van de wisselkoers als gevolg van veranderingen in vraag en aanbod.

* Als de vraag naar euro’s daalt of het aanbod toeneemt, zal de wisselkoers van de euro dalen.

Depreciatie: Een daling van de wisselkoers als gevolg van veranderingen in vraag en aanbod.

Valutamarkt: Het geheel van vraag naar en aanbod van valuta’s op verschillende plaatsen.

• Vragers naar euro’s zijn buitenlandse importeurs en Nederlandse exporteurs. De importeurs betalen de Nederlandse bedrijven ermee. De exporteurs wisselen hun verdiende geld (som b.v. yens) erin om.
• Export en import van goederen en diensten hebben betrekking op de lopende rekening van de betalingsbalans.
• Ook export en import van kapitaal zijn van invloed op de hoogte van de wisselkoers. Als Nederland bijvoorbeeld geld leent aan Mexico. Er is dan vraag naar peso’s. Omgekeerd leiden buitenlandse investeringen in Nederland tot aanbod van buitenlandse valuta’s en vraag naar euro’s.
• Ander internationaal kapitaalverkeer vindt plaats door internationale beleggers. Zij beleggen hun geld om rente op te strijken en om geld te verdienen als de vraag naar hun geïnvesteerde valuta stijgt.
• Een tekort op de betalingsbalans zal hoogstwaarschijnlijk leiden tot een verlies van de wisselkoers. Er is immers minder vraag naar de betreffende valuta.

• Als de Nederlandse valuta in waarde daalt, worden Nederlandse goederen voor buitenlandse bedrijven goedkoper. De export zal dan hoogstwaarschijnlijk stijgen. De import zou kunnen dalen omdat buitenlandse producten voor Nederlanders duurder worden.

• Een daling in de wisselkoers is gunstig voor de export en daarmee voor de werkgelegenheid. Een stijging van de wisselkoers is gunstig voor de consument: deze hoeft minder te betalen voor buitenlandse goederen.

• Als het ene land meer inflatie kent dan het andere dan zal de internationale concurrentiepositie van het inflatierijke land dalen. De vraag naar valuta van een dergelijk land zal dalen en daardoor de wisselkoersen ook. Landen met sterke munten zijn vaak landen met lage inflatie.

• Als de euro apprecieert betekend dit dat geïmporteerde producten voor Nederland goedkoper worden. Als de euro deprecieert zal dat tot een stijging van de prijs van buitenlandse producten leiden.

• Internationale handelaren zijn gebaad bij stabiele wisselkoersen. Hierdoor kunnen ze een gemiddelde afzet veiligstellen.

Mogelijkheden van ingrijpen door ECB (Europese Centrale Bank) bij het te sterk fluctueren van de wisselkoers:

1.) Koers euro te laag? Stijging officiële rente. Hierdoor gaan meer buitenlanders beleggen in Nederland. Zo stijgt de vraag naar de Nederlandse valuta. Het omgekeerde telt natuurlijk ook. Hierdoor dalen de leningen echter wel en sparen wordt aantrekkelijker. Hierdoor dalen de bestedingen. Dit kan slechte gevolgen hebben voor de economie in zijn geheel.

Hoofdstuk 3.)

Economische integratie: Het integreren van economische activiteiten tussen verschillende landen.

Vrijhandel: Hiervan spreken we als de internationale handel niet wordt belemmerd.

• In een vrijhandel situatie zullen alle landen zich toeleggen op de dingen waar ze “goed” (goedkoop) in zijn. Dit omdat mensen in een dergelijk situatie hun spullen het goedkoopst willen kopen.
• Je kunt bij deze ideale handelssituatie kanttekeningen plaatsen. Sommige landen gebruiken bijvoorbeeld kinderarbeid of hebben minder strenge milieueisen waardoor ze goedkoop kunnen produceren.
• In theorie zorgt vrijhandel er voor dat alle producten zo goedkoop mogelijk worden gemaakt. Toch maakt Nederland bijvoorbeeld producten die een ander land goedkoper kan maken. Dit omdat Nederland zijn binnenlandse productie wil beschermen.
• Protectionisme: Het willen beschermen van de binnenlandse productie van een land.
• Protectie: De maatregelen die een land neem in het kader van een protectionistische politiek.

Bij protectie zijn de volgende tarifaire en non-tarifaire maatregelen mogelijk.

1.) Invoerrechten. Hierdoor worden importproducten duurder en zal de import dus dalen.
2.) Invoercontingentering ofwel quotering. Er mag per jaar slechts een bepaalde hoeveelheid van een bepaald product worden ingevoerd.
3.) Kwaliteitseisen. Er worden kwaliteitseisen gesteld waaraan buitenlandse bedrijven zich dienen te houden. Hierdoor kan het onmogelijk worden voor buitenlandse producenten om hun product of dienst te verkopen in het land in kwestie.
4.) Subsidiëring van de binnenlandse productie. Hierdoor wordt het makkelijker voor Nederlandse producten om winstgevend te worden.
5.) Subsidiëring van de export. Hierdoor kan Nederland zijn producten in het buitenland goedkoper aanbieden.

• De Invoerrechten en de subsidies vallen onder tarifaire maatregelen.
• De andere maatregelen vallen onder non-tarifaire maatregelen.

Verschillende redenen voor protectie:

1.) Bescherming van de binnenlandse werkgelegenheid.
2.) Beschermen van beginnende industrieën.
3.) Het bewaren van onafhankelijkheid.

• Doordat rijke landen subsidiëren is het voor arme ontwikkelingslanden veel moeilijker om hun producten te verkopen
• Protectie is voor de consument niet plezierig: hij heeft minder keuze en ziet hogere prijzen.

• Binnen de EU is er vrijhandel: de onderlinge invoerrechten en andere protectionistische maatregelen zijn afgeschaft.

• De economische beleidsvormen van verschillende EU landen worden steeds meer op elkaar afgestemd.

• De Eu streeft naar een gemeenschappelijke markt. Dit betekent niet alleen vrij verkeer van goederen en diensten maar ook vrij verkeer van kapitaal en arbeid.

• De inflatie van landen die (willen) toetreden tot de EU mag niet te veel verschillen met de inflatie van andere landen in de EU.

• Alle onderlinge diploma’s en opleidingen worden dus ook op elkaar afgestemd en erkend. Ander zou er geen vrij verkeer van arbeidskrachten mogelijk zijn.

Redenen van economische integratie:

1.) Hoe minder handelsbelemmeringen, hoe groter de welvaart
2.) Er kunnen schaalvoordelen ontstaan bij de productie.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.