ff n studiebreak

Jarenlang keek Merel uit naar haar auditie van de toneelschool. Hele monologen in d'r kop gestampt, maar wat moet ze spelen? Een spin.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

Geschreven door:

thomas klinkert

Datum ingestuurd:

23 mei 2001

Taal:

Woorden:

850

Bekeken:

21088 keer (13 deze maand)

Waardering:

2.3/5 (603 stemmen)

Deel op:

  • Door jeroen op 02-11-2011
    waardeloos de oorsprong van de auto is bijna nergens te lezen compleet waardeloos....
  • Door lieveling op 26-11-2002
    hay bedankt voor het werkstuk ik had een 8.5 dank je. (ik heet ingrid)
  • Door adila op 20-05-2002
    heellllll ggoedd!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!
  • Door thomas op 10-04-2002
    he goed werkstuk maarru was dat nou een heel werkstuk volgens mij was het een hoofdstuk en jammer genoeg vertelde je nix over de geschiedenis van de auto want daar zocht ik naar
  • Door kevin op 30-01-2002
    ik heb veel aan je werkstuk gehad ik had er namelijk een 8,5 voor en daar wil ik je hartelijk voor bedanken dus bedankt kevin R.
  • Toon alle 7 reacties
Inleiding

Ik heb dit onderwerp gekozen omdat er veel informatie over te vinden was en het een leuk onderwerp is.
Ik ga in dit werkstukje vertellen over “Daimler” de “Durea” en over karel “Benz”.
Ik vertel de hoogtepunten van de auto.

De auto

De auto heeft een lange geschiedenis, ik vertel nu de hoogtepunten. Tussen de eerste experimenten van Nicholas Cugnot in 1770 en de dag waarop Karl Benz patent aanvroeg op zijn geslaagde, door benzine aangedreven driewieler, verstreken 116 jaar, een langere periode dan tussen het moment van Benz' uitvinding en onze moderne tijd met zijn meer dan honderd miljoen motorvoertuigen. Er zijn talloze redenen waarom de ontwikkeling zo langzaam ging zoals de slechte wegen en het geringe vertrouwen van financiers in deze nieuwe ideeën. Het belangrijkste probleem was echter het gebrek aan voldoende technologische kennis. De automobiel zoals die uiteindelijk tussen 1880 en 1890 ontstond, was een combinatie van drie industriële producten; de koets, de fiets en de stationaire motor. Zowel de fiets als de motor werd er pas tussen 1870 en 1880 ontwikkeld.
De eerste auto-industrieën hadden verschillende ideeën over hoe een auto eruit moest zien. Dit blijkt wel uit de verschillen tussen Daimler en Benz. De eerste auto die wat meer op het moderne ging lijken was de Panhard et Levassors uit 1892/93. De 4 pk tweecilindermotor, een ontwerp van Daimler, zorgde voor een topsnelheid van 29 km. Het stuurroer was karakteristiek voor de 1e Panhards; in 1985 werd deze vervangen door een stuurwiel. Maybach maakte de eerste sproeicaburateur in 1893. Deze had maar 1 sproeier.

Daimler

Samen met een vriend richtte Daimler een werkplaats op in Cannstatt en noemde het fabriekje de "Daimler Motorengesellschaft". Ze maakte een motor die klein maar krachtig en snel, ze bereikten een topsnelheid van 750 toeren per minuut. Hoog genoeg voor de aandrijving van een motorboot of tram. Daimler koos later voor een motorfiets die behalve zijn twee gewone wielen ook twee kleine steunwieltjes had, omdat hij zijn kleine motoren in een zo licht mogelijk voertuig wilde testen. Maar daarna bestelde hij een gewone paardenkoets bij een rijtuigbouwer in Cannstatt en installeerde daarin een grotere versie van zijn oorspronkelijk motor, met een boring en slag van 70*120 mm en een inhoud van 462 cc. Maar de koets had niet echt zijn voorkeur. Hij wilde zijn motor eigenlijk zoveel mogelijk verschillende vervoersmiddelen inbouwen. De volgende 4 jaar richtte hij zich dan ook op boten, trams en luchtschepen. Pas in 1889 bouwde hij opnieuw een auto.

Het begin van de auto-industrie

Duitsland wordt vaak het geboortelandvan de automobiel genoemd, maar de wieg van de auto heeft ook in Frankrijk gestaan. Karl Benz' succes heeft hij te danken aan de wereldtentoonstellingen in Parijs waar hij z'n auto's showde. Fransen speelden ook een belangrijke rol in het commerciële succes van de Daimler-motor. In 1887 kwamen Daimler en Benz met een 2-cilindermotor, waarbij de cilinders onder een kleine hoek in de V-formatie waren opgesteld.
De Panhard et Levassor uit 1891 vormden in alle opzichten een voorbeeld van het technische kunnen uit die tijd.
In de loop van de jaren '90 nam de productie van de Panhards toen en werd ook het ontwerp voortdurend verbeterd.
In 1895 werden de versnellingen in een 'bak' ingebouwd, tegen die tijd waren de meeste Panhards al voorzien van vier versnellingen. In 1893 werd 1 van Panhards' auto's gekocht door de Abbe Gavois, een priester uit Rainneville, bij Amiens. Hij is zeker de eerste gemotoriseerde geestelijk geweest en meer is: hij bleef zijn Panhard regelmatig gebruiken, tot 1921 en daarna nog eens zeven jaar lang zo nu en dan, tot de Panhard fabriek de auto van hem terugkocht.
Zo omstreeks 1895 waren er al verscheidene firma's die auto's te koop aanboden en langzamerhand kon men van een automobielindustrie gaan spreken, hoewel die nog vrij onbetekend was vergeleken bij verwante bedrijfstakken als de rijtuig- of fietsenindustrie. Nadat hij in 1890 en 1891 zo'n twintig driewielers had gemaakt, introduceerde Benz in 1892 een vierwieler " de Victoria", maar de auto die de doorslag voor Benz gaf was de 'Velo", een tweezitter met spaakwielen en een ééncilindermotor van 1045 cc. De Velo, die in 1894 op de markt kwam, was veel lichter en goedkoper dan de Victoria. De prijs was 2000 Mark, ongeveer de helft van de prijs van de Victoria.
De Benz-motor bevond zich nog steeds aan de achterkant van het chassis en de overbrenging verliep nog altijd via riemschijven en een ketting op de achteras.
Peugeot was een andere Franse fabrikant die zijn carrière begon met de Daimler tweecilinder V-motor. Deze firma stamde al uit het begin van de 18e eeuw en produceerde zo omstreeks 1880 zeer uiteenlopende producten. Evenals Panhard, maar in tegenstelling tot Benz nam Peugeot al zo vroeg mogelijk aan sportwagenrally's deel. In 1894 reder er vijf peugeots in de rally Parijs-Rouen en in 1895 vier wagens in Parijs-Bordeaux. In deze laatste won een Peugeot omdat Levassons tweezitter (de eerlijke winnaars) werd gediskwalificeerd.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.