Geschreven door: | anoniem (3 vmbo) [meer] |
Datum ingestuurd: | 7 april 2004 |
Taal: |  |
Woorden: | 1.700 |
Bekeken: | 6192 keer (22 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Uittreksel alle onderzoeksbronnen van eigen onderzoek.
Internationalisering van de voedselproductie.
Bron 1 De landbouw in ontwikkelingslanden
In ontwikkelingslanden is landbouw het belangrijkste bestaansmiddel.
Je hebt twee soorten van landbouw
o Commerciële sector
De commerciële sector is meer voor het doorverkopen van de productie over de hele wereld
o Traditionele sector
De traditionele sector is meer voor het verbouwen voor eigen gebruik en soms verkoop voor op de lokale markt.
Bron 2
Gerben Bouma wil graag zijn bedrijf uitbreiden die hij van zijn vader heeft overgenomen. Hij heeft allerlei moderne technieken daarbij bij nodig zoals melkmachines en wordt er in plaats van gras ook krachtvoer toe gediend voor het extra produceren van melk.er is ook een computergestuurde voerbak die via een chip de melding krijgt of de koe al genoeg gegeten heeft of dat hij nog moet krijgen.
Hieronder enkele bedrijfsgegevens van Gerben Bouma.
Bron 3 De groene revolutie
Omdat de wereldbevolking maar blijft groeien is er ook meet voedsel nodig om de bevolking te kunnen voeden. Zo zijn er dus ook weer nieuwe graansoorten ontwikkeld. De enorme stijging van bijvoorbeeld tarwe, maïs en rijst wordt ‘de Groene Revolutie’ genoemd. Vooral de grote boeren profiteren hiervan zo konden ze het dure kunstmest dan weer wel betalen. Een nadeel is dat er veel bestrijdingsmiddelen gebruikt moeten worden maar dat tast de bodem aan.
Bron 4 Dwergrijst
Doordat een speciaal rijstinstituut de rijstopbrengst wilde verhogen is er geprobeerd door ze kunstmest te geen maar daardoor werden ze nog hoger en zwaarder en gingen ze dus plat liggen, daardoor daalde juist te opbrengst in plaats van stijgen. Maar door kruising van verschillende soorten rijst heeft men toch met kunstmest meer rijst kunnen produceren (maar dan kleinere soorten rijst)
Bron 5 Internationalisering dankzij vervoer
Er zijn steeds meer grote supermarkten dan zelfstandige kleine kruideniers. Op wereldschaal zijn er heel veel multinationale ondernemingen die de ‘baas’ zijn. Een multinational is een groot bedrijf die vestigingen over de hele wereld heeft. De vele klanten zijn te danken aan de snellere en goedkopere vervoersmiddelen. Het moderne vervoer heeft ervoor gezorgd dat aantrekkelijk voedsel geproduceerd kan worden waar het ’t goedkoopst is.
Bron 6 Bananenreus Chiquita
In 1988 is de basis gelegd voor de nu zeer machtige United Fruit Company. Toen gingen Doston Fruit Company en de Amerikaanse eigenaar van de spoorwegen in Costa Rica samenwerken. Sinds 1990 heet het Chiquita Brands International. Omdat de spoorwegeigenaar winst wilde maken lieten ze bananenplantages langs te rails aanleggen zo was het het makkelijkst om te vervoeren via de trein.
Bron 7 Cacao
Nederland is erg afhankelijk van agrarische grondstoffen uit ontwikkelingslanden.
Een voorbeeld daarvan is de invoer van cacao uit West-Afrikaanse landen al Ivoorkust, Ghana en Kameroen. De export van cacao is daar een van de belangrijkste inkomstenbron. Al vanaf de 17e eeuw speelden de Hollanders een belangrijke rol in de cacaohandel.
In een cacaovrucht zitten ruim 30 tot 40 cacaobonen. Vanaf 1825 lukte het de Nederlanders om chocolade te maken. Van de cacaoboter en poeder wordt ook lippenstift gemaakt. Nederland is een van de grootste cacao verwerkers.
Bron 8 Edammerkaas in Bangkok
De Nederlandse multinationale onderneming Ahold, is onder andere eigenaar van Albert Hein supermarkten en sinds 1997 ook van de Thaise TOPS supermarktketen. Net zoals in Nederland zijn er in die TOPS supermarkten geruime keuzes aan producten.
Bron 9 Gordon Nyendwoha, koffieboer in Uganda
In Uganda is de grootste inkomstenbron de koffiebonen. ¾ van de bevolking verdient daar hun brood door koffie te produceren.
De schommelingen van de koffieprijs hebben dan ook gelijk effect op die families.
Bron 10 Exportlandbouw en het milieu
Exportlandbouw is voor veel ontwikkelingslanden ene goede inkomstenbron. Het verbouwen daarvan heeft echter wel wat nadelen voor het milieu. Er moet bijvoorbeeld veel tropisch regenwoud gekapt worden om plaats te maken voor het verbouwen van de gewassen. En het verbouwen van gewassen in droge gebieden kan alleen met hulp van irrigatiemiddelen, en dat irrigatie laat nog al wat zout achter in de grond zo bevind zich er verzilting plaats. En de kunstmest en de bestrijdingsmiddelen zijn ook al niet al te best voor de grond.
Bron 11 Tapioca
De wortel van de cassaveplant wordt gebruikt om tapioca van te maken. En tapioca gemengd met soja levert kippen- en varkensvoer op. De grootst geïmporteerde tapioca komt uit Thailand. Door de snelle uitbreiding van het verbouwen van de cassave zijn grote delen in Thailand ontbost. In dertig jaar tijd is er bijna 1½ hectare bos verdwenen. En door het intensief verbouwen van cassave wordt de grond op ten duur onvruchtbaar. Boeren worden nu gedwongen meer grond te bebouwen om dezelfde opbrengst te behouden, en daarom gaan ze nu minder geschikte berghellingen gebruiken voor het verbouwen van cassave. Dan zal er meer ontbossing zijn en meer kans op bodemerosie.
Bron 12 Goedkope, brave arbeiders.
Werkkrachten worden vaak verkregen door ze alleen maar te dwingen. En daarvoor maar weinig uit te betalen (het werk wat ze doen dus). Ze ontslaan omdat ze en dag niet komen kan ook vaak voorkomen.
Bron 13 Een dag op een sinaasappelplantage
Vader en zoon plukken allebei op een sinaasappelplantage en dar gebeurd als volgt:
6:30 onderweg naar werk
40°C
zak van 20 kilo’s dragen
mager met peesknoppen
kwartje per zak verdienen
en dan word de productie op de kaart van vader bijgeschreven zodat het lijkt dat de baas geen kinderen in dienst heeft.
Antwoord op de deelvragen.
Deelvraag a
Hoe is het met de landbouw in ontwikkelingslanden gesteld?
Meer dan de helft van de bevolking in ontwikkelingslanden leeft van de landbouw. De landbouw in ontwikkelingslanden heeft twee gezichten de eerste is de commerciële sector (dat betekend dat er op grote schaal wordt geproduceerd voor vooral de export) en ten tweede heb je ook de traditionele sector (dat is vooral voor het verbouwen van je eigen producten om er zelf van te leven en soms voor de locale markt.)
Deelvraag b
Wat is ‘de groene revolutie’?
Er was een groene revolutie omdat er een enorme stijging van de opbrengsten kwam van bijvoorbeeld tarwe, maïs en rijst. Die enorme stijging kwam doordat er meer landbouwgrond ter beschikking kwam en doordat er ook nieuwe graansoorten werden ontwikkeld. En door de groene revolutie konden de benodigde dure kunstmest betalen, de kleine bedrijfjes hadden dat dan alleen wel te weinig inkomsten voor. En toen in eenmaal die dure kunst mesten en bestrijdingsmiddelen in gebruik werden genomen kreeg de productie een soort boost maar aan de andere kant bleek dat de middelen niet al te best voor de natuur waren en dat het de bodem verontreinigden.
Deelvraag c
Hoe is dwergrijst ontstaan?
De dwergrijst is ontstaan doordat er nieuwere rijstsoorten werden geproduceerd door een aantal soorten te kruisen en dat dan met behulp van kunstmest te laten groeien. En mede door die kunstmest te gebruiken werden te planten juist te groot en gingen plat liggen en toen mislukte te oogst. Toen hebben ze weer geprobeerd een nieuw soort te produceren door weer te kruisen zijn er kleinere rijstsoorten uit gekomen die klein bleven, en die gingen ze dus ook met kunstmest voortbrengen zonder dat de planten te groot werden. En zo ontstond er dus dwergrijst.
Hieronder zie je de toename van de rijstproductie sinds 1950…
Deelvraag d
Wat heeft vervoer met internationalisering te maken?
Het vervoer heeft heel veel te maken met de internationalisering ik denk juist dat internationalisering juist te danken is aan de toenemende vervoersmogelijkheden je kan tegenwoordig voor steeds minder geld meer goederen vervoeren naar andere landen. Zo kan je de granen uit midden Azië verplaatsen naar Amerika bij wijze van spreken.
Deelvraag e
Wat hebben TOPS en Albert Hein met elkaar te maken?
TOPS en Albert Hein zijn allebei vestigingen van de multinationale onderneming Ahold. En TOPS is in Thailand heel groot alleen in Bangkok zijn al 33 grote TOPS vestigingen. De supermarkten van TOPS zijn hetzelfde als hier de Albert Hein is je kan er allerlei producten krijgen zoals kaas en pindakaas en tonijn en ga zo maar door.
Deelvraag f
Waarom gaat door de exportlandbouw het milieu zo achteruit?
Doordat de exportlandbouw veel opbrengt in ontwikkelingslanden wordt er veel gebruik van gemaakt dus is er ook veel ruimte voor nodig. Zo worden er veel bossen gekapt en dat is al zonde voor de natuur, maar ook word er kunstmest en veel bestrijdingsmiddelen gebruikt om ten eerste de groei te bevorderen (met de kunstmest dus) en ten tweede om ongedierte te voorkomen (de bestrijdingsmiddelen dus). En het kappen van de bossen al niet goed is voor de natuur, en ook nog de bestrijdingsmiddelen en het kunstmest is niet goed voor de natuur dat komt doordat de middelen in de grond terecht komen en zo ook in het grondwater en zo spreid het probleem zich alleen maar uit.
Deelvraag g
Hoe zijn de werkomstandigheden ‘daar’?
Vaak worden de werknemers wel gedwongen om te gaan werken voor het bedrijf, en daarna krijgen ze er vaak te weinig voor betaald. En ze dan iedere dag laten opdraven en ze dan laten wachten op werk en als ze al niet eens komen op dagen bij het werk worden ze zonder pardon ontslagen. Dus zoals je ziet zijn de werkomstandigheden daar vrij erbarmelijk.
Deelvraag h
Wat brengt de productie van Cassave allemaal teweeg?
Doordat cassave ook veel opbrengt als veevoer in de exportlanden wordt het veel verbouwd, maar als het veel op een plaats wordt verbouwd word de grond vanzelf onvruchtbaar en moet de cassave ook op andere plaatsen verbouwd kunnen worden al is hier vaak geen plaats voor. Daarom kiezen ze ervoor om bossen te kappen om plaats te creëren. Ook gaan ze minder geschikte berghellingen gebruiken om hun cassave er op te verbouwen, alleen is het gevolg op nog meer ontbossing en nog meer kans op bodemerosie.
Hieronder zie je de groei van de cassave productie door de jaren heen.
Antwoord op de hoofdvraag
Wat zijn de gevolgen van de internationalisering van de voedselproductie:
a voor een rijk land als Nederland en
b voor de ontwikkelingslanden?
Door de internationalisering van de voedselproductie is er als je zelf losweg kijkt weinig verschil maar als je nou gaat nadenken over hoe het zou zijn als je geen sinaasappels hebt of geen kippenvoer etc. dan denk je wel anders. Eigenlijk kan zo’n rijk land als ons Nederlandje niet zonder die internationalisering. Voor ons hebben we het eigenlijk eigen gemaakt en sta je er niet zo snel bij stil (al zou je dat eigenlijk wel moeten.) Maar het tegendeel is het voor de ontwikkelingslanden, zij leven ervan zij zullen niet zo ver kunnen komen zonder die internationalisering zij verbouwen juist vaak voor de export, want zo krijgen zij hun geld binnen al is het niet veel.
Het zou heel wat anders zijn zonder die internationalisering van de voedselproductie, voor beide landen.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.