Geschreven door: | wannie [meer] |
Datum ingestuurd: | 3 april 2004 |
Taal: |  |
Woorden: | 500 |
Bekeken: | 7950 keer (18 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Geschiedenis:
Aboriginals zijn oorspronkelijke kolonisten, ze zijn ongeveer 40.000 jaar geleden vanuit Azië naar Australië gegaan, er waren zo’n 600 verschillende stammen. Toen waren de eilanden van Australië nog verbonden met elkaar, maar na de ijstijd smolt het ijs, de zeespiegel steeg en de eilandenboog verdween langzaam. Daardoor moesten de aboriginals op het eiland blijven dat nu Australië heet. Ze hadden haast geen contact met de buitenwereld.
In de 17de eeuw werd Australië ontdekt door de Europeanen. De leefwijze van de aboriginals veranderde. Australië werd door de Britse regering ‘Terra Nullis’ genoemd, dat betekent leeg land. Aan de aboriginals werd niets gevraagd, ze werden van hun land verdrongen en het werd afgepakt door de blanke kolonisten. Velen stierven door de introductie van nieuwe ziekten. Hun jachtgebieden en drinkplaatsen waren van de blanken. De blanken zagen de aboriginals als wild en onbeschaafd, de kinderen werden van de aboriginals afgepakt om ze zoals Westerse kinderen op te voeden. Het heeft tot de jaren zestig geduurd dat de aboriginals werden beschouwd als tweederangsburgers.
In 1967 kregen ze pas stemrecht. In 1970 waren er ongeveer 300.000 aboriginals, dat aantal is terug gelopen tot nog maar 130.000. De Australische regering doet haar best om de fouten uit het verleden zoveel mogelijk recht te zetten. Zo mochten ze bijvoorbeeld in 2000 de openingsceremonie in het olympische spelen mochten opvoeren.
Cultuur:
De aboriginals leven nomadisch. Ze hadden weinig bezit, enkel wat wapens voor de jacht. De speer was de voornaamste jacht- en oorlogswapen, daar waren ze het behendigst mee. En voor bescherming hadden ze stokvormige schilden. De boemerang wordt wel beschouwd als iets Australisch maar die werd veel minder gebruikt.
Jagen en verzamelen doen ze in kleine groepen van ongeveer 23 mensen, bestaande uit een aantal gezinnen. In veel stammen was er een duidelijke scheiding tussen de taken van de mannen en de vrouwen. De mannen jaagden en de vrouwen zochten knollen en vruchten. Elke stam had zijn eigen taal. Er waren zo’n 250 verschillende talen. Handel speelde een belangrijke rol in het leven van de aboriginals. De verschillende stammen verruilden spullen als gele, rode okers, schelpen en steen.
Het vlees maakte men in een kuil op het stenen klaar. Bij veel stammen hing het van allerlei factoren als geslacht, leeftijd en totem af wat er wel en niet gegeten werd. Kleding droegen ze bijna niet en ze maakte hun spullen van steen, beenderen of schelpen. Ze hadden veel dans, zang, ceremonies en afbeeldingen.
Kunst: voor de aboriginals is kunst erg belangrijk. Vrouwen beschilderden hun lichaam, de mannen maakte zand sculpturen en beschilderden de didgeridoos. Verf werd gemaakt van stoffen uit de natuur zoals okers en zand en bloed en vet van dieren. Er werden tekeningen op rotsen, boomschors en in het zand aangebracht.
De droomtijd
De aboriginals noemden de scheppingstijd, de droomtijd, waarbij ze geloofden dat de mythische voorouders als reuzenslang uit het hart van de aarde tevoorschijn kwam en het land en leven schiep. Het geloof in de Droomtijd is de religieuze ideologie van alle aboriginals en vormt de basis van het aboriginalleven. Men gelooft dat iedere aboriginal twee zielen heeft; een sterfelijke en een onsterfelijke, die in verbinding staat met de vooroudergeest of totem.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.