geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

ff n studiebreak

Bij klassieke muziek moet je niet aan je grijze oma denken, maar aan YouTube. 5 tips van Lucas en Arthur Jussen.

Geschreven door:

anoniem (5 havo)

Datum ingestuurd:

1 april 2004

Taal:

Woorden:

5.350

Bekeken:

10212 keer (28 deze maand)

Waardering:

3.0/5 (27 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
Oorlogspropaganda en nieuwsfeiten

16e eeuw -> Spaanse koning baas over de noordelijke en zuidelijke Nederlanden. Vanaf 1572 -> katholieke koning steeds meer tegenstand van de Vlaamse, Zeeuwse en Hollandse protestantse burgers en edellieden. In 1585 Antwerpen in Spaanse handen. Oorlog leidt tot de splitsing van de Nederlanden in een onafhankelijke noordelijke republiek en een Spaans zuidelijk deel. In de republiek is het calvinisme de belangrijkste religie. In 1648 tekent de republiek vrede met Spanje.

Cornelis Claesz van Wieringen -> zeeslag bij Gibraltar 1607. De donkere schaduw op de voorgrond geeft het schilderij dramatische diepte. De zeeslag in 1607 om Gibraltar is een van de meest bloedige zeeslagen die door de Nederlanders wordt gewonnen. Het is een imponerend schilderij van 2 bij 5 meter. In de 17e eeuw is de Nederlandse zeemacht een van de sterkste ter wereld en zijn zeestukken erg populair.

In 1624 treffen de Spaanse en republikeinse troepen elkaar in en om de stad Breda. De Nederlander maken van de stad een bijna onneembare vesting. Rond de stad zijn hele gebieden onder water gezet. Langs het water -> dubbele verdedigings wallen. Nederlandse en Spaanse soldaten vechten om de staat. Na 9 maanden, 9 dagen en 9 uur veroverden de Spanjaarden de stad. In 1625 overhandigden de Nederlanders de sleutel van de stad aan de Spaanse generaal Spinola. De Nederlander Justinus van Nassau en zijn troepen verlaten de stad bij Tetteringen.

In 1635 kreeg Diego Velasquez van de Spaanse koning Philips IV de opdracht een historiestuk te maken met daarop de overgave van Breda in 1625. (= schilderij waarop een verhaal of gebeurtenis uit de Klassieke Oudheid, de Bijbel of de geschiedenis is afgebeeld). Het schilderij is bestemd voor de grote ontvangstzaal in het koninklijke palijs -> veel gedetailleerde illustraties over de strijd. Weergave van de stad is duidelijk herkenbaar. Kunstgreep buiten proportioneel hoge heuvel waarop de verliezer de overwinnaar tegemoet komt. Achtergrond Breda. Op de heuvel vindt de sleuteloverdracht plaats. Nederlanders geven zich over. Justinus van Nassau buigt. Spanjaarden staan erbij als overwinnaars.

Burgerlijke kunst

Nederlanders worden in de 17e eeuw niet geregeerd door een absolute vorst. Het bestuur van het land, de gewesten en de steden zijn bijna democratisch te noemen. Rijke burgers -> grote invloed op het openbare bestuur. In bijna elk huis, zelfs in dat van een modale arbeider, hangt kunst aan de wand. Soms verbergen schilderijen vochtvlekken, scheuren en kieren.

In 1585 ontvlucht het gezin Hals Antwerpen. Ze vestigen in Haarlem. Zoon, Frans Hals, schildert het huwelijksportret waarop Isaac Massa en Beatrix van der Laen te zien zijn. Zij -> dochter van een belangrijke bestuurder van de stad.
Hij -> belangrijke handelaar van de stad. In het portret zijn de twee belangrijkste bevolkingsgroepen van de 17e eeuw verenigd: de burgerkoopman en de burgerbestuurder. Boodschap: Wij zijn getrouwd!

Emanuel de Witte schildert een rijk burgergezin in hun weldadige huiskamer. Er is chinees porselein, een koperen kroonluchter, een salontafel, een goudomrande spiegel en op de achtergrond een schilderij met een kerkinterieur. Het meisje presenteert de man druiven, een hondje springt vrolijk op, de vrouw houdt haar hand op een handschoen en op de grond ligt een roos. De vrouw is waarschijnlijk weduwe uit een eerder huwelijksband. De man is echt gelukkig. Druiven -> vruchtbaarheid en echtelijke trouw. Hond -> eeuwige trouw. (portret van een familie in een interieur).

Na 1585 groeit Delft dankzij de import van Vlaamse vaklieden uit tot het Centrum van de Nederlandse porseleinindustrie. Het imitatieporselein krijgt status van grote luxe. Zo levert de werkplaats van Adriaen Kocks grote Delftsblauw siervazen aan het hof van Willem III. Op de tulpenvaas die Kocks maakt voor graaf van Devonshire zie je de typische Delfts versieringen: een mix van Chinese en meer westerse motieven.

Leven in Luxe

Weinig adellijke families in Nederland. Dit speelt een rol in het succes van de onafhankelijkheidsstrijd in de 16e en 17e eeuw. Burgers minder trouw aan de koning dan de adel. Burger -> koning -> rust en orde zorgen -> als hij daar niet voor kon zorgen dan viel de steun van de burgers. Wat in het buitenland vooral voorbehouden is aan de adel, blijkt in Nederland het domein van de burgers. De Nederlandse burger bouwt voor zichzelf stadspaleizen en grote buitenhuizen. Kunstproductie wordt bepaald door de wensen van de burgers. In plaats van heldhaftige afbeeldingen van adellijke of koninklijke personen kiezen de Nederlanders voor realistische afbeeldingen van het eigen burgerlijke leven. Ondanks hun soms sombere godsdienstige moraal vieren ze het leven in rijkdom en welvaart -> komen samen in Nederlandse burgerlijke kunst. De grote nieuwsgierigheid handelsrelaties met niet-Europese werelddelen leidt tot grote nieuwsgierigheid naar exotische goederen. Verzamelingen aangelegd. Trots toont de Nederlandse burger zijn machtige plaats in de wereld van de 17e eeuw.

In 1638 tekent Rembrandt van Rijn een koopcontract voor luxe woning in wijk waar volop kunstenaars en zakenlieden wonen. In 1627 is het huis met aanzien verbouwd in de stijl van het Hollandse Classicisme door Jacob van Campen. (= algemene stijlaanduiding voor Nederlandse architectuur rechtstreeks geënt op voorbeeld van de stijlen zoals de Italiaanse Renaissance en de Franse Barok). Huis is woonwerkplaats. Naast atelier is er ook een schildersschool waar getalenteerde, gefortuneerde leerlingen les krijgen. Kunstpronkkamer -> exotische en Italiaanse kunstvoorwerpen en snuisterijen verzamelt en verkoopt.

Leerlinge komen uit welgestelde burgerklasse, een opleiding van Van Rijn is duur. Annunciatie(aankondiging van de geboorte van Jezus) van C. van Renesse corrigeert Rembrandt met dikke lijnen de gebrekkige en saaie compositie. Tekening krijgt meer dynamiek.

De burgers krijgen muziekonderricht op een stedelijke muziekschool, een collegium musicum, of van een privé-leraar. (= een gezelschap van burgers die in besloten kring bijeenkomen om voor eigen genoegen te zingen en te spelen. Vaak onder leiding van een beroepsmusicus. Meest bestudeerde instrumenten: de klavecimbel ( vooral door meisjes), het orgel en de luit. Gegoede burgerlijker opvoeding -> musiceren. De muziekles van Johannes Vermeer -> meisje krijgt klavecimbelles. De liggende viola da gamba, een soort cello -> hoogstaande harmonie in de liefde, de witte kan beschermt de maagdelijkheid van het meisje, maar eenmaal gevuld met wijn is dit van korte duur.

Genres in de schilderkunst

Nederlandse schilders uit de 17e eeuw specialiseren zich in 5 genres= type schilderij. De belangrijkste genre is het historiestuk= schilderij waarop een verhaal of gebeurtenis uit de Klassieke Oudheid, de Bijbel of geschiedenis is afgebeeld. Naast de techniek moet de schilder ook veel verbeeldingskracht en kennis hebben. Portret= nieuwe rijke burgers van de republiek willen graag hun beeltenis vereeuwigen en hebben daar een flink bedrag voor over. Genrestuk= schilderij met een al dan niet gefantaseerd tafereel uit het dagelijkse leven. Huiselijke bezigheden, drank en feesten vormen vaak het onderwerp van een genrestuk. De afgebeelde personen zijn meestal niet bestaand. Herbergt vaak een verborgen boodschap met betrekking tot het moraal. Stillevens= (genre)schilderij waarop een natuurlandschap, stadslandschap of zeelandschap is afgebeeld. In de 17e eeuw een typische Hollandse genre.

Het schuttersstuk ‘het korperaalschap van Kapitein Frans Banning Cocq’ van Rembrandt. Hij benadert het groepsportret als historiestuk. Geen reeksgeposeerde portretten, maar een levendig tafereel als momentopname. In de middeleeuwen hadden schutterijen nog een echte taak bij de stadsverdediging, maar in de 17e eeuw een ceremoniële functie. Het dramatische ‘spotlight verlichting’, typerend voor Rembrandt, levert het schilderij zijn beroemde bijnaam op: De Nachtwacht.

Brieflezende vrouw van Gabriel Metsu. Metsu heeft allerlei aanwijzingen in dit genrestuk verstopt die duidelijk maken dat de vrouw niet zomaar wat dagelijkse post leest. De vrouw is volledig verdiept, waarschijnlijk een brief van haar geliefde. Geliefde ver weg op zee. De woeste zee kan in meer abstract zin verwijzen naar het liefdespad dat niet altijd over kalme wateren gaat. Hond stelt gerust: de geliefden zijn trouw aan elkaar.

Johannes van der Beek -> drinkgerei met breidel -> allegorie= abstracte begrippen zoals deugden of ondeugden, worden zichtbaar gemaakt in de vorm van personen of op andere wijze verpakt in de voorstelling. De direct herkenbare voorstelling is symbolisch voor een niet direct zichtbare inhoud. Een wijnglas, waterkan en wijnkruik. Het muziekblad draagt het vers: wat bu-ten maat be-staat, int on-maals gaat vergaat. Hoe meer water bij de wijn, hoe minder alcohol, hoe helderder de geest -> voor wie geen maat weet, zal het slecht aflopen. Vanitasstilleven= (genre)schilderij in de vorm van een stilleven waarbij de afgebeelde voorwerpen een symbolische betekenis hebben. De eindigheid van het leven en de dood staan daarbij centraal.

De stad uit

Halverwege de 17e eeuw bevolking in de grote Hollandse steden sterk gegroeid. De economische bloei en de toestroom van immigranten uit de zuidelijke Nederlanden hebben kleine steden als Amsterdam, Leiden en Delft omgevormd tot drukke handelssteden. Bij rijke kooplieden en regenten ontstaat geleidelijk een verlangen naar een tweede woonhuis op het platteland. Deze buitenplaatsen of hofsteden worden gebouwd op lommerrijke plekken, net buiten de stad, meestal langs een rivier of achter de duinen. Steeds duidelijker komt de vermaaksfunctie van de buitenhuizen voorop te staan. Het lijkt erop dat de rijke burgers, eenmaal buiten de stad, het knellende harnas van het calvinisme helemaal achter zich laten en zich omringen met grote luxe. Ook de ‘traditionele’ adel laat zich niet onbetuigd in het bouwen van buiten verblijven.

Jan Weenix -> park met buitenhuis -> er zijn zorgvuldige aangelegde tuinparken en lange lanen afgezoomd met waterpartijen. Het echtpaar in het midden draagt weelderige kleding en wordt omringd door exotische dieren als een pauw, kraanvogels en een papegaai. Deze dieren worden geïmporteerd met handelsschepen die varen op Indie en zijn dus bijzonder duur. Rechts vooraan staat ook iets uitheems: een sinaasappelboompje. In de verte het woonhuis, vormgegeven als een luxe Italiaanse buitenvilla. Statige trappen lijden naar een bordes met levensgrote marmeren beelden.

De secretaris van de stadhouder Constatijn Huygens, geeft zijn buitenverblijf een veelbetekende naam: Hofwijck; de weg van het hof. Op Hofwijck vindt Huygens de rust om aandacht te besteden aan kunst, lezen of te filosoferen. Zijn belangstelling voor wetenschap valt duidelijk af te leiden uit het ontwerp van de Hofwijck, gemaakt door architect Pieter Post, een geestverwant van Jacob van Campen. Uitgangspunt bij alle onderdelen van het ontwerp is het menselijke lichaam, zoals dat ook in de Renaissance gebruikelijk was. Het hele ontwerp is symmetrisch, met een woonhuis op de plek van het hoofd en de voordeur als mond. De lanen aan weerszijden langs de boomgaard verbeelden de armen, de brug die het huis met de tuin verbindt neemt plaats in van het hart.

Constantijn Huygens is ook nauw betrokken bij de bouw van een nieuw buitenpaleis voor stadhouder Frederik Hendrik, prins van Oranje. In opdracht van zijn echtgenote Amalia van Solms wordt er een locatie gekozen in het Haagse Bos. Pieter Post is de architect. Hij ontwerpt een gebouw in classicistische stijl met een centraal grondplan. De centraal gelegen achthoekige Oranjezaal is verreweg de grootste ruimte. Een koepel sluit de hoge zaal af. Het daklicht biedt de ruimte een zee van licht. Het grootste doek is van Jacob Jordaens en toont een klassieke triomftocht met Frederik Hendrik als Romeins veldheer. Fredirik Henrik krijgt in het schilderij een indrukwekkend eerbetoon waarin zijn militaire kracht en onverschrokkenheid gelijkgesteld wordt met die van andere Europese vorsten.

Stadhuis: een stenen boodschap

In de 17e eeuw groeit niet alleen de Amsterdamse bevolking explosief, maar ook het stedelijke ambtenarenapparaat. In 1640 besluit het stadsbestuur dat er een nieuw groot stadhuis moet komen. Het oude middeleeuwse gebouw is een bouwval en het is bepaald niet representatief voor het Amsterdamse bestuur. Het nieuwe gebouw moet op de Dam komen te staan, van oudsher het politieke, economische en religieuze hart van de stad. In 1648, waarin de Republiek der Verenigde Nederlanden en Spanje officieel vrede sluiten, is het ontwerp klaar. Bij de bouw wordt een complete woonwijk gesloopt, 8 duizend houten palen de grond in gedreven. Er wordt gesproken over de bouw van het 8ste wereldwonder. De 80-jarige oorlog was een doorn in het oog. Oorlog kostte veel en leverde weinig op. Stadhuis -> monument voor de vrede. De tekst op de eerste steen roemt de goede vredestichtende invloed van het stadsbestuur van Amsterdam.

De Haarlemse architect Jacob van Campen is verantwoordelijk voor het ontwerp en decoratie van het nieuwe stadhuis. De Antwerpenaar Artus Quellinus geeft leiding aan de uitvoering van de meeste beeldhouwwerken. Het Amsterdamse stadhuis is een classicistisch paleis. De architectuur verwijst naar de bouwkunst van het oude Rome. De vier gevels en de plattegrond zijn volledig symmetrisch. De voor en achtergevel hebben beide een vooruitstekend middengedeelte dat wordt bekroond meet een timpaan= driehoekige ruimte ingesloten door de lijst van een fronton, vaak voorzien van reliëfs. Pilasters accentueren de symmetrie. (= platte decoratieve toevoeging aan muurvlak ontleend aan de vorm van een zuil. Op de eerste verdieping zijn de pilasters afwisselend in Ionische en Corinthische stijl. (= bouworde toegepast door de Grieken en daarvan afgeleide bouwkunst), (= bouworde toegepast door de Grieken, maar vooral populair bij de latere Romeinen). De voorgevel heeft geen echt duidelijke ingangspartij en op de begane grond is een kleine ingang.

Het nieuwe stadhuis laat het vredesdoel zowel buiten als binnen zien. Op het Oost timpaan van Quellinus op de voorgevel is het symbool van de stad te zien: de Amsterdamse stedenmaagd met een keizerskroon. Ze wordt omringd door allerlei mythologische zeegoden en –godinnen. En draagt in haar handen een vredestak en een schild met het wapen van Amsterdam. De zeegoden, waaronder Neptunes met zijn drietand, bejubelen de maagd met een trompetgeschal en kransen. De stad, dat is de boodschap, krijgt de heerschappij over de zee en natuurlijk de zeehandel en bevordert vrede van volkeren.

Burgerzaal -> vrij toegankelijk. Deze ruimte is een overdekt stadsplein en symboliseert de vrijheid van de burgers onder het wakende oog van de bestuurders. Op de grond liggen twee in marmer en brons uitgevoerde kaarten. De ene kaart toont de noordelijke sterrenhemel en de andere kaart toont de aarde. Mythologische figuren plaatsen het succes van Amsterdam in een historisch perspectief. Ze tillen met de verhalen en de geschiedenis van de Klassieke Oudheid het succesverhaal van Amsterdam op een hoger plan.

Stadhuis als bestuurderscentrum

Het nieuwe stadhuis is vooral een groot kantoor- en vergadergebouw voor de stedelijke ambtenaren en het stadsbestuur. De stad wordt bestuurd door een college van burgemeesters. Het college van burgemeesters legt zijn belangrijkste beslissingen voor aan de vroedschap (gemeenteraad). Beiden bestuursgroepen worden bevolkt door leden van rijke regentenfamilies. Nieuw stadhuis -> bankgebouw en rechtbank. Op de onderste verdieping van het gebouw zetelt een bank waar Amsterdammers hun waardevolle spullen, geld en goud in bewaring kunnen geven. Aan de voorzijde op de begane grond is de ‘vierschaar’: een rechtszaak voor strafzaken waarvoor de doodstraf wordt uitgesproken. De voorstellingen hebben betrekking op twee historische periodes: de klassieke Romeinse tijd en de tijd van de opstand van de Batavieren tegen diezelfde Romeinen.

1656 -> Ferdinant Bol -> bekendste leerling van Rembrandt. Fabritius en Pyrrhus laat een klassiek verhaal zien over onkreukbaarheid en dapperheid. De Romein Fabritius laat zich niet omkopen door de Griekse koning Pyrrhus om de oorlog die beiden voeren te beëindigen. Op het doek is het theatrale moment te zien waarop de olifant te voorschijn komt. Govert Flinck behandelt het klassieke verhaal van de standvastige Romein Marcus Curius Dendatus. Ook hier staan omkoopbaarheid en eerlijkheid centraal. De Amsterdamse bestuurders bespiegelen zich graag aan de klassieke voorbeelden van zuiver bestuur. De Romeinse krijgsheer Marcus Dentatus is niet omkoopbaar. Het schilderij laat zien dat hij liever een eerlijke strijd voert dan dat hij zich laat omkopen. Vijand wil alles schenken, maar het is tevergeefs.

De kunstenaars Govert Flinck, Jan Bronckhorst en later Jacob de Wit hebben van de grote vergaderzaal van de vroedschap een totaalkunstwerk van gemaakt. (= kunstwerk waarin meerdere disciplines zoals beeldhouwkunst, schilderkunst, muziek, architectuur en theaterdecor elkaar ondersteunen en samen het totale effect op de kijker bepalen. Er zijn uitbundige plafondversieringen waarin de Amsterdamse stedenmaagd als Griekse stadsgodin en godin van de wijsheid Pallas Athena boven de hoofden van de vroedschap zweeft. Alle voorstellingen op de schilderijen gaan over Mozes. Het Bijbelse verhaal van Mozes vertelt hoe de leider van het Joodse volk van God tien wetten ontvangt. Deze tien wetten vormen het fundament voor alle wetgeving. Voor de leden van de Amsterdamse vroedschap is het duidelijk: de regels en wetten die zij opstellen, zijn direct verbonden met de 10 regels die God Mozes opgaf. Net als bij Mozes is hun taak door God geleid. Er rust een heilige plicht op goed bestuur.

Stadhuis als gerechtsgebouw

De rechtsspraak wordt uitgeoefend door een college van schepenen, speciale benoemde rechters die regels maken en recht spreken. Samen met de burgemeester vormen zij de belangrijkste bestuurders van de stad. In het midden van het stadhuis bevindt zich de Burgerzaal, symbool voor de burgers van Amsterdam. Aan de ene zijde een Schepenzaal en aan de andere zijde de Burgemeesterskamers en de Vroedschapkamer. In het hart van het bestuur staat de burger, met aan de ene zijde de rechtsspraak en aan de andere zijde het dagelijkse bestuur. De rechtsspraak richt zich niet alleen op strafzaken, in een aparte kamer worden ook faillissementszaken behandeld. Wanneer de schepenen tot de conclusie komen dat een aangeklaagde ter dood veroordeeld moet worden, start er een ritueel dat aangeeft dat de schepenen niet zomaar tot deze uitspraak komen. Een aparte rechtszaal vormt het decor voor een bijzonder ritueel. De boodschap hierbij is: het is uiteindelijk Gods hand die beslist en het is de mens die ernaar handelt.

De grootste rechtszaal in het stadhuis is de Schepenzaal. Deze bevindt zich aan de achterzijde van het gebouw. De zaal ligt in de centrale middenas waarlangs ook de Burgerzaal en de Burgemeesterskamers liggen. Die plaats verwijst naar het belang van de Schepenzaal in het stedelijke bestuur. Rechtsspraak en stadsbestuur sturen de stad. In de zaal hangt boven de schouw een groot doek van Ferdinant Bol. Ook hier wordt verwezen naar de goddelijke oorsprong van het bestuur. De schepenen wordt voorgehouden dat hun rechtsspraak is afgeleid van de regels die God ooit aan Mozes opgaf. Het joodse volk ontvangt hun leider in grote dankbaarheid.

Voor de handelsstad Amsterdam is een goede regeling van faillissementen uiterst belangrijk. De internationale handel is gebaat bij een rustige en ordentelijke afwikkeling van schulden en faillissementen. De onfortuinlijke burgers worden bij hun binnenkomst in de ‘Desolate Boedelkamer’ (kamer voor faillissementen) even met hun neus op de feiten gedrukt. Boven de deur is een reliëf van Artus Quellinus met daarop het klassieke verhaal van ‘de val van Icarus’. Icarus was een koningszoon die wilde vliegen. Zijn armen kregen vleugels van was en veren. Toen Icarus, in zijn onbedwingbare zucht naar hoger en meer, koers zette richting zon, smolt de was en stortte de jongen op aarde neer.

Vierschaar -> hier wordt het doodvonnis uitgesproken. Na de afloop van de zitting is het voor de ter dood veroordeelde een kleine wandeling naar het schavot aan de buitenzijde van het stadhuis. In de vierschaar zijn op drie bas-reliëfs van Quellinus voorbeelden van goede rechtspraak te zien. I het middelste reliëf staat een voorstelling van het Bijbelse Salomonsoordeel. (= een tamelijk vlak beeldhouwwerk waarbij de figuren slechts gedeeltelijk van de achtergrond loskomen. Links en rechts hiervan staan twee afbeeldingen van klassieke spraakmakende rechtszaken. De drie reliëfs zijn zichtbaar voor het publiek dat door de getraliede open vensters vanaf de Dam de rechtszaak kan volgen. Tijdens de zitting zitten de rechters op grote kussens voor de reliëfs. De toekijkende burgers kunnen niet anders concluderen dan dat ook hun rechters eerlijke en juiste besluiten nemen.

De drie rechtspraken van het bas-reliëf:
Links:
De rechtspraak van Zaleucus:
De Griekse rechter Zaleucus veroordeelt zijn eigen zoon voor overspel. De straf hoort te zijn: het uitsteken van twee ogen. Zaleucus behoedt dat zijn zoon voor totale blindheid door bij zichzelf ook een oog uit laten steken.
Midden:
Het Salomonsoordeel:
Twee moeders betwisten elkaar het moederschap over een baby. Salomon oordeelt dat het kind dan maar ‘gehalveerd’ moet worden, dan heeft iedere moeder ten minste iets. De echte moeder probeert dit te voorkomen en schenkt het kind aan de ‘valse’ moeder. Salomons list heeft gewerkt, hij wijst het kind aan de echte moeder toe.
Rechts:
De rechtspraak van Brutus:
Brutus is een van de bestuurders van het Oude Rome. Zijn eigen zoons doen mee in een poging het stadsbestuur omver te werpen. Brutus oordeelt hard en laat zijn beide zoons onthoofden. Het staatsbelang gaat voor het familiebelang.
Dorische orde= ontwikkeld vanaf +- 600 voor Christus
Ionische orde= ontwikkeld vanaf +- 570 voor Christus
Corinthische orde= ontwikkeld vanaf +- 420 voor Christus

Geloof zonder opsmuk

Het Calvinisme heeft niets op met de spilzucht en overmaat van de rijke burgers. Overal klinken waarschuwingen tegen al te veel aardse genotzucht. De Nederlander dient matig te leven en zich niet over te geven aan allerlei vormen van uitbundigheid. Dit is goed te zien in de protestantse kerken. De interieurs zijn ontdaan van iedere opsmuk. De protestantse kerkhervormers willen het kerkpubliek echt betrekken bij de diensten. Eenstemmige samenzang van de psalmen door de hele gemeente past beter bij de nieuwe grondslagen van het geloof. De galmende orgelklanken storen hierbij. Maar na de reformatie zijn de kerkgebouwen met kerkorgels en beiaards eigendom van de steden. Kerken zijn openbare gebouwen, waarin op gezette tijden protestantse diensten worden gehouden. Met de daarbij behorende orgelconcerten op vaste tijden.

De architectuurschilder Pieter Saenredam schildert in 1649 het interieur van de Sint-Odulphuskerk in Assendelft. Leegte, rust en eenvoud domineren het schilderij. Saenredam is een bekende specialist in het schilderen van kerkinterieurs. Voor hij gaat schilderen meet hij elk detail nauwkeurig op en maakt hij schetsen. Het meten, rekenen en perspectivisch schetsen kan soms weken duren. Hij lijkt met zijn ingehouden en lineaire stijl te refereren aan de typisch calvinistische deugden als voorzichtigheid en matigheid.

Nadat de kerken openbaar bezit zijn geworden, benoemen de steden stadsorganisten. De kerken worden gevuld met vrije improvisaties, psalmen, dansmuziek, variaties op wereldlijke melodieën en bewerkingen van Italiaanse madrigalen= vocale composities op wereldlijke tekst, meestal over liefde, met meerstemmige passages. Meestal a capella gezongen.
In 1578 volgt Jan Pietersz Sweelinck zijn vader op als organist van de Oude Kerk in Amsterdam. Naast een uitmuntende orgelspeler is Sweelinck ook componist. In zijn Toccata in C zitten sterk tegengestelde passages. De kundigheid van de organist wordt in deze toccata (=een virtuoos werk zonder vaste vorm)op de proef gesteld doordat de vingers zich in sommige passages snel en over de hele breedte van het klavier moeten bewegen. Uiteindelijk zal zelfs de jonge Bach orgeltechnieken leren die ontwikkeld zijn door Sweelinck.

Jacob van Eyck is blind, maar heeft een meer dan feilloos gehoor. Als stadsbeiaardier van Utrecht ontdekt hij een manier om klankzuivere klokken te gieten. Van Eyck bespeelt op vaste tijden in de week de grote beiaard van de Domtoren. (=een reeks op toon gestemde klokken).
Van Eyck publiceert Der Fluyten lusthof; een boekje met bijna 150 melodieën voor fluit met Nederlandse teksten. De boeken komen goed van pas bij de muzieklessen die de stedelijke organisten contractueel verplicht zijn te geven aan de welgestelde burgers.

De rederijkers

Het beoefenen van dicht- en toneelkunst is aan het begin van de 17e eeuw voorbehouden aan de rederijkerskamer. De geschiedenis van de rederijkers begint als in de late middeleeuwen liefhebbers van het geschreven en gesproken woord zich verenigen in een soort gilde. De ledenburgers en later ook de edellieden houden in hun lokaal of kamer onder meer voorleesavonden, dichtwedstrijden en toneelavonden. Met declamaties en toneelspel leveren ze een belangrijke bijdrage aan openbare plechtigheden. In de 16e eeuw, de eeuw van godsdiensttwisten, verleggen de rederijkers hun werkterreinen naar wereldlijke onderwerpen. Vaak als er sprak is van een maatschappij kritische ondertoon, tot ergernis van het stedelijke gezag. In de 17e eeuw verliezen de rederijkers geleidelijk hun vooraanstaande rol in het stedelijke leven. Voor de rederijkers is de omgang met taal deels hobby of spel. Ze troeven elkaar af met spitsvondige taal en ingewikkelde dichtvormen, wat vaak ten koste gaat van de inhoud. Desondanks spelen ze een belangrijke rol in het ontstaan van onze cultuurtaal en het Nederlandse toneel.

Medicea Hospes, triomfboog op de varkenssluis te Amsterdam, ter ere van de intocht van Maria de Medici (1638). De rederijkers hebben veel bemoeienis met de feestelijke opluistering van belangrijke stedelijke ontvangsten en gebeurtenissen. (= beoefenaars van de dicht- en toneelspeelkunst. Meestal waren het gegoede burgers met een klassieke opleiding). Langs de route van een optocht worden klassieke triomfbogen gebouwd. Hoog in deze poorten bevinden zich vaak nissen met een podium. Hier vertonen rederijkers als levende beelden historische gebeurtenissen of moralistische begrippen. Vaak worden voor een dergelijk tableau vivant speciale teksten geschreven. (=levend ‘schilderij’ bestaande uit een of meer stilstaande personen die een verhaal of gebeurtenis uitbeelden. Meestal betreft het een verhaal uit de Klassieke Oudheid, de Bijbel of de geschiedenis).

Het blijspel Moortje (1615) van Gerbrand Adriaensz = komedie. Vorm van toneel, oorspronkelijk uit de Klassieke Oudheid, met een zorgeloze inhoud, een oppervlakkige karaktertekening en een goede afloop. Bredero wordt in de Amsterdamse rederijkerskamer De Eglentier opgevoerd rond vastenavonden. Dit zijn dagen waarin carnaval wordt gevierd. Dat de rederijkerskamers en later de schouwburg juist rond deze dagen blijspelen, zoals Moortje, op het programma zetten is opvallend. Moortje zit vol met carnavaleske maskerades. Verliefdheid, op prostituees nog wel, brengt in dit stuk eenzame burgers ertoe zich aan te stellen, te liegen en te bedriegen. Een van hen, Writsart, gaat zover dat hij verkleedt en gemaskerd als Angolees (Moors) meisje in dienst treedt bij de prostituee Moy-aal, met alle hilarische gevolgen van dien. De blijspelen waarschuwen burgers: houdt maat, laat je niet leiden door begeerte en wees altijd op je hoede.

Het schilderij Het Toneel van de Wereld van Jan Steen is vermakelijk als een blijspel. De voorstelling lijkt door het weggeschoven gordijn echt op een toneelscène. We zien een herberg waar het vrolijk toegaat. Net als in Moortje zien we overspel en worden eerlijke burgers bedonderd. In de buurt van het raam; op zolder, blaast een jongen zeepbellen. Dit is een waarschuwing. ‘Homo bulla’, de mens is een zeepbel, was in de 17e eeuw een bekende uitdrukking om aan te geven dat al te lichtvoetig vermaak op den duur zijn tol eist.

De schouwburg

Begin 17e eeuw neemt in Amsterdam de publieke belangstelling voor toneelvoorstellingen toe. Als niet-professionele organisaties zijn de twee rederijkerskamers die de stad telt hier niet tegen opgewassen. Onderlinge ruzie leidde uiteindelijk tot een breuk bij De Eglentier. Voor aanstaande leden, onder wie Bredero, richten in 1617 De Nederduytsche Academie op. Aan de Keizersgracht wordt een eenvoudige houten zaal met een hoog daklicht gebouwd. De ruimte wordt gebruikt als college- en toneelzaal. Er worden Nederlandstalige wetenschappelijke colleges gegeven en er wordt toneel gespeeld. De eerste poging tot een minder vrijblijvende organisatie van toneelvoorstellingen strandt al na een jaar. Het gebouw wordt daarna gebruikt door Het Wit Lavendel, de rederijkerskamer met voornamelijk uit het zuidelijke Nederlanden gevluchte leden, onder wie Joost van den Vondel. In 1637 wordt het gebouw gesloopt om plaats te maken voor het eerste echte theatergebouw in de Nederlanden. Van den Vondel geeft de zaal de naam Schouwburg. Jacob van Campen ontwerpt het theater naar Italiaanse voorbeelden.

Jacob van Campen ontwerpt voor de schouwburg aan de Keizersgracht zijn gebaseerd op bronnen uit de Klassieke Oudheid, voor geschriften van Vitrivius. Het is een klassiek amfitheater met langs de randen logees en tribunes. (=theater of stadion met een ronde of ovaalvormige plattegrond. Rond een speelveld, de arena, zijn zitplaatsen trapsgewijs aangebracht, zoals bij een tribune). Midden in de zaal, op de begane grond, zijn staanplaatsen voor het gewone volk. De welgestelde hebben tribuneplaatsen, de hoge heren loges. De ton vormige dak eindigt achter in de zaal in een groot raam. De classicistische achterwand bestaat uit een middeltoneel en twee zijtonelen. Het spel kon zich zonder decorwisselingen verplaatsen van de ene kamer of locatie naar de andere. De mode in Italië schreef een toneel voor, zoals we dat nu ook nog kennen.

Op 3 januari 1638 wordt de schouwburg ingewijd met een opvoering van Gysbreght van Aemstel van Joost van den Vondel. De Gysbreght is geschreven als Griekse tragedie (= treurspel. Toneel met ernstige ondertoon, ontstaan in de Klassieke Oudheid. Bestaat uit een proloog gevolgd door 5 bedrijven. Inhoud Mythologisch. Vaste regels zoals eenheid in tijd, plaats en handeling.)
Het verhaal speelt zich af binnen een etmaal en is verdeeld in 5 bedrijven waarvan de eerste vier worden afgesloten met een gezongen rei (= Nederlandse variant op de koorzang waarmee bedrijven uit de klassieke tragedies werden afgesloten). In het stuk wordt het middeleeuwse Amsterdam veroverd zoals ooit de Griekse stad Troje. Nadat op kerstnacht een belegering wordt opgeheven, slepen de Amsterdammers een achtergelaten schip, ’t Seepaard, binnen de stadsmuren. Amsterdam wordt vernietigd. Gelukkig verschijnt aan het einde van de tragedie de engel Rafael als een deus ex machina (=toneelterm voor een goddelijke ingreep waarmee tegen het einde een toneelstuk tot ontknoping komt). Het stuk is een soort monument geworden omdat het elk jaar op nieuwjaarsdag wordt gespeeld tot 1968.

In 1665 wordt de schouwburg aangepast. In de lengte van de zaal wordt een dieptoneel gebouwd. Een boog omlijst het toneel eb scheidt het van de zaal. Lijsttoneel= naam voor het theaterspel waarbij een duidelijke scheiding bestaat tussen het publiek in de zaal en de spelers op het toneel. De scheiding wordt gesymboliseerd door het doek en de lijst, waardoor het lijkt of je naar een levend schilderij kijkt.
Achter de lijst oogt dit speelvlak bedrieglijk echt. De coulissen kunnen met kabels, katrollen en contragewichten snel worden gewisseld. Extra machinerieën zorgen voor ‘special effect’.

Dans

Dansscènes vormen soms een onderdeel van toneelvoorstellingen. De toneel- en dansrollen worden dan door dezelfde spelers vertolkt en een speciale opleiding voor theaterdans of ballet ontbreekt. Het aanzien van toneelspelers en dansers is laag. Pa sin de loop van de 17e eeuw wordt het vrouwen toegestaan toneelrollen te spelen, iets wat in omringde landen dan al meer dan gebruikelijk is. Aan het einde van de 17e eeuw organiseert koning-stadhouder Willem III enkele grote hoffeesten en stimuleert opvoeringen van de Franse opera’s. Door zijn huwelijk met Mary Stuart mag Willem III zich naast stadhouder der Nederlanden vanaf 1689 ook koning van Engeland noemen. De barokke buitenverblijven die hij in Nederland laat bouwen, waaronder paleis Soesdijk en paleis Het Loo, laten zien dat Willem III zich graag spiegelt aan buitenlandse vorsten.

Het dansfeest van Pieter Codde is een typisch voorbeeld van een genreschilderij. We zien hoe in huiselijke kring gespeeld en gedanst wordt. Dit soort schilderijen en de bladmuziek uit die periode laten zien dat de rijke burgerij zich de hofdansen heeft eigen gemaakt die overal in Europa gedanst worden. Muziek en dans zijn ook te zien op de gravure van Crispijn II de Passe. (=druktechniek waarbij met een burijn een voorstelling gegraveerd is in een plaat koper of staal (diepdruk) of op de kopse kant van hout (hoogdruk). De gravure illustreert een bezoek van burgers aan een danskamer. Het onderschrift is een waarschuwing: Het begint met onschuldig plezier, maar al snel gaat het van kwaad naar erger.

In 1668 wordt aan het hof in Den Haag het Ballet de la Paix opgevoerd. De theatrale voorstelling duurt 5 uur en bestaat naar Frans voorbeeld uit losse entrees waarbij muziek en dans een belangrijke rol spelen. (= benaming die vooral gebruikt werd bij het hofballet en feesten aan het hof waarbij dans-, muziek- en theaterspektakel bestaat uit ‘entrees’ oftewel verschillende optredens of acts).
De toekomstige koning-stadhouder Willem III danst mee in 3 rollen. Opvallen zijn zijn rollen als herder en boerenmeisje. Zijn hoofdrol is die van Mercurius, de God van de handel die vrede brengt. Opvallend is de gelijkenis met het optreden van Lodewijk XIV in het Ballet de Nuit. Op dit gigantische hoffeest danst Lodewijk de rol van Apollo, de zonnegod die de nacht verdrijft.

In 1686 neemt Willem III de fransman Daniël Mot in vaste dienst als architect. De tuinen en het interieur van paleis Het Loo in Apeldoorn zijn in opdracht van Willem III ontworpen door de Fransman. Het Loo lijkt op Versailles, maar dan op een bescheidener schaal. Onder Willem III neemt ook de belangstelling voor Franse opera’s toe. In 1677 wordt in Nederland de allereerste opera opgevoerd. In de schouwburg is dan Isis te zien, een opera van Jean-Babtiste Lully. Het is een ballet opera (= een volledig op muziek gezette klassieke tragedie. In Nederland werden de ballet opera’s onvertaald gespeeld door Frans theatergezelschappen).

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.