CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

ff n studiebreak

Online een chick scoren, je liefde laten zien op Whatsapp en digitale kusjes sturen. Zonder een blauwtje te lopen. Aanrader?

Geschreven door:

anoniem (4 vwo) [meer]

Datum ingestuurd:

29 maart 2004

Taal:

Woorden:

2.100

Bekeken:

23200 keer (123 deze maand)

Waardering:

2.6/5 (141 stemmen)

Deel op:

    Algemeen

    Vormgeving
    De manier waarop de dingen zijn vormgegeven, 2 soorten: beeldende kunst en toegepaste/functionele vormgeving.

    Functionele vormgeving
    De gebruikseisen komen op de eerste plaats bij een voorwerp dat is vormgegeven op die manier.

    Vormgevingsaspect
    Afzonderlijke opvallende kenmerken in een vormgeving (kleur, plasticiteit)

    Beeldende vormgeving, beeldende kunst
    Kunst die mensen aan het denken zet, ontroerd of raakt, de kunstenaar maakt zoiets
    met een beeldende functie, mooi, esthetisch. Beeldende kunst: architectuur, schilderen,beeldhouwen, textiele kunst, grafiek en foto/filmkunst

    Autonoom
    Een kunstenaar die niet afhankelijk is van een opdrachtgever is autonoom, vrij.

    Beeld
    Beeld heeft verschillende betekenissen: een beeld, letterlijk een menselijk beeld, of een zichtbaar beeld in de zin van een schilderij of een beeld die in je hoofd tot stand komt, een verbeelding.

    Inhoud, vorm en functie
    Met kunst kun je een standpunt overbrengen, kunst met inhoud. De beeldende functie kan ook enkel decoratief zijn, inhoud onbelangrijk, enkel het uiterlijk.

    Verbeelden, vormgeven
    Een proces waarbij indrukken, gedachten of gevoelens zichtbaar maakt in een beeld, hierbij doorsta je een aantal fasen.

    Beeldende middelen
    Middelen waarmee een beeld zijn uiteindelijke zichtbare gestalte krijgt: materiaal en hanteringswijze, en de beeldende aspecten als licht, kleur en ruimte.

    Materiaal
    Hout, steen, klei zijn materialen, ze doorstaan een verandering door de technieken die worden gebruikt, geven een karakter.

    Technieken
    Hanteren van materiaal, gereedschap en apparaten tijdens vormgevingsproces. Speciale eigenschappen.

    Beeldbeschouwing
    Het aandachtig bekijken van kunst (de gebruikte beeldende middelen, techniek).

    Beeldanalyse
    Vastleggen van resultaat van beeldbeschouwing, schematisch.

    Iconografie
    Studie van (beschrijving) van beelden, tekeningen en gravures enz.

    Iconologie
    Studie van inhoud van de voorstellingen, zoeken naar betekenissen van dingen.

    Voorstelling

    Voorstelling
    Een afbeelding/nabootsing van de werkelijkheid. Figuratief of non-figuratief.

    Zienswijze
    Het vastleggen van je persoonlijke visie op de werkelijkheid of thema dat je bezig houdt als kunstenaar.

    Beelden komen tot stand:
    1. naar de beschouwing/waarneming/natuur: directe aanleiding voor het beeld is aanwezig en zichtbaar
    2. naar verbeelding/voorstelling: geen zichtbare aanleiding voor t tot stand komen van beelden, maar komt door fantasie.
    Waardoor is hij geïnspireerd?
    Hoe heeft hij zich laten inspireren?

    Voorstellingsaspect
    Opvallenden kenmerken van een voorstelling, bv bij personen, tradities of thema’s. het gebruik hiervan versterkt de voorstelling.

    Figuratief/non-figuratief
    Figuratief: duidelijke overeenkomsten met zichtbare werkelijkheid, niet altijd foto’s. En wordt gebruik gemaakt van stileren abstraheren, vervorming vereenvoudiging.
    Non-figuratief is voorstellingloos.

    Abstraheren, mate van abstractie
    Steeds minder werken naar aanschouwing, meer naar verbeelding, uiteindelijk liet men de zichtbare werkelijkheid als inspiratiebron helemaal los.

    Abstract
    Er zijn geen voorstellingsaspecten die doen denken aan de bestaande zichtbare werkelijkheid.

    Deformeren, vervormen
    Herkenbare vormen zo veranderen dmv verschuiving, verdraaiing en verkleining.

    Detail, gedetailleerd
    Is een klein onderdeel van een groter geheel. Een gedetailleerd beeld geeft meer aandacht aan detail, bv realistisch en surrealistisch werk.

    Schematisch
    Onbewust gebruik van eenvoudige (schematische) voorstellingen die het duidelijkst weergeven wat men bedoelt. Details zijn weggelaten. Veel variatie mogelijk.

    Vereenvoudigen
    Nauwelijks aandacht besteden aan details.

    Realistisch
    Een beeld met een zo groot mogelijke overeenkomst met de objectieve waarneming.

    Stofuitdrukking
    Veel aandacht besteden aan de stofuitdrukking, zodat je kan zien van wat voor stof kleding is gemaakt. Wordt gebruikt in realistische en gedetailleerde kunst.

    Schetsmatig
    Een indruk snel vastleggen. Fantasie of waarneming. Niet gedetailleerd, maar vluchtige snelle indruk.

    Moment
    Weergave van een moment, impressionistisch. Indrukken verschillen per ogenblik, zoals licht. Vastleggen van beweging.

    Expressie, expressief
    Is letterlijk uitdrukking. De innerlijke beleving van de maker, gevoelens bepalen vormgeving. Herkenbaar aan felle kleuren en sprekende vormen, keuzes worden bepaald door expressie.

    Cliché
    Overbekende afgezaagde voorstellingen. Tegenovergestelde van origineel.

    Impressie, impressionistisch
    Betekent indruk. Komt door de waarneming tot stand, een weergave van wat te zien is. Te zien aan hanteringswijze van materiaal, die is vluchtig en niet-gedetailleerd.

    Poseren
    Een pose is niet spontaan maar gezocht en onnatuurlijk, toneelachtig.

    Thematisch/verhalend
    Een onderwerp dat regelmatig in verschillende tijden en stijlen is uitgebeeld=thema. Bij zo’n voorstelling moet men kunnen zien welk verhaal word uitgebeeld, meestal figuratief. Vb portret, mensfiguur of allegorie.

    Anatomie
    Figuurstudie van mensen. Nodige info als je wil weten wat de verhoudingen en spieren zijn van/bij een mens.

    Portret
    Een afbeelding van een gezicht, meestal alleen het hoofd en goed gelijkend. Drie manieren van portretteren:
    En face (recht van voren)
    En profil (geheel van opzij)
    A trois quart (deels van voor, deels van opzij)

    Kop
    Een onpersoonlijk afbeelding of voorstelling van een hoofd

    Icoon
    Draagbare cultusafbeelding van Christus, Maria of andere heilige/bijbelse taferelen op geschilderde panelen.

    Odalisk
    Een haremvrouw, zij wordt meestal naakt afgebeeld (uit de stroming romantiek)

    Stilleven
    Een aantal levenloze dingen bij elkaar geplaatst en vastgelegd, dode natuur. Kan kunstzinnig, decoratief en symbolische functie hebben.
    Twee soorten stillevens:
    -opstelling van levenloze dingen om geschilderd te worden
    -het schilderij van een levenloze opstelling
    (bv vanitasstilleven, rookstilleven, fruitstilleven)

    Bijbel
    Bijbel was voor veel kunstenaars inspiratie. Veel werken voor de kerk met bijbel als uitgangspunt.

    Vanitas, vanitasstilleven
    Stilleven dat verwijst naar de tijdelijkheid van het bestaan. Moraliserende functie, hecht niet teveel waarde aan de mooie dingen in het leven. Vaak gemaakt met combi van objecten die iets te maken hebben met de dood.

    Miniatuur
    In de Middeleeuwen werd de bijbel met de hand geschreven door monniken, met kleine tekeningen geïllustreerd, miniaturen.

    Diptiek, triptiek, polyptiek
    Twee-, drie-, of veelluiken als grote decorstukken achter het altaar plaatsen. Deze luiken werden op bepaalde feestdagen geopend

    Historiestuk
    Vastleggen van feiten die van historisch belang zijn, in een historiestuk. Ook fictief uit legenden.

    Mythologie
    Thema’s in beeldende kunst ontleend aan oude verhalen en mythen over helden en volk.

    Genre
    Onderwerpen uit dagelijks leven van verschillende maatschappelijke standen verbeelden, een bepaald genre. Hoofs, burgerlijk en boeren genres

    Allegorie
    Deugden, ondeugden en gebeurtenissen op symbolische wijze verbeelden. Personificatie, attributen uitbeelden.

    Personificatie
    De uitbeelding van een begrip als persoon.

    Conventies
    Kunstenaars moeten rekening houden met bepaalde gebruiken (conventies) voor vormgeving en voorstelling, anders zal haar kunst niet worden gewaardeerd.

    Attribuut
    Afbeelden van bv personen met een bepaald object (>attribuut).

    Symbolen
    Voorstellen van begrippen. Letters of cijfers, maar ook kleuren voorwerpen of tekens. Symbolen moeten kunnen worden begrepen door grote groepen mensen, verschillend per cultuur bv.

    Vervreemde werking
    Beeldend effect waarbij vreemde gedachten/gevoelens worden opgeroepen. Past niet in onze normale ervaringswereld, klopt niet.

    Optisch bedrog
    Neiging van onze ogen om bepaalde ordening te brengen in wat het ziet. Bv verbinden van punten of vormen tot voor ons bekende lijnen en vormen. Gezichtsbedrog, dingen anders zien dan werkelijk.

    Plastiek
    Een ruimtelijk beeld.

    Monument
    Herdenken van historische personen/gebeurtenissen in een monument. Meestal staan ze op kerkhoven, met symbolen erin verwerkt.

    Reliëf
    Letterlijk: omhoog heffen. Een enigszins ruimtelijke afbeelding op een vlak. Soorten, In volgorde van mate van naar voren treden: bas-reliëf (laag), demi-reliëf (half), haut-reliëf (hoog). Creux = hol.
    Komen voor op tempels, sarcofagen, altaren meubels.

    Objet-trouve
    Zogenaamde “gevonden voorwerpen” gebruikt in een collage.

    Assemblage
    Een ruimtelijke collage, allerlei schijnbaar willekeurige voorwerpen worden tot een beeld geassembleerd.

    Ready-made
    Kant-en-klare industriële producten een titel geven en tentoonstellen als kunst. De eerste die dat deed was Duchamp, hij wilde discussies losmaken over de waarde van kunst en deze van zijn hoge voetstuk afhalen.

    Licht

    Licht
    Bestaat uit golven, lichtgolven veroorzaakt door een lichtbron. Kenmerken van licht:
    -naarmate licht feller is heeft t een grotere lichtintensiteit. Direct licht: grote intensiteit
    -lichtkleuren zorgen voor bepaalde sfeer, kleur van omgeving heeft invloed op kleur van teruggekaatst licht.

    Natuurlijk en kunst licht
    Natuurlijk licht komt van de zon, maan en vuur. Kunstlicht komt van (tl/neon/spot)lampen.

    Lichtval
    Bekijken van licht en schaduw: bepalen van welke richting licht komt: lichtrichting,
    >>Meelicht: licht dat van voren, met de kijker mee, valt, slagschaduwen vallen naar achter.
    >>tegenlicht: verblindend licht, overbelichting, enkel silhouetten zijn zichtbaar, slagschaduwen vallen naar voren.
    >>zijlicht: licht valt van opzij op het tafereel, slagschaduwen en eigen schaduwen goed zichtbaar, vergroot de plasticiteit van het beeld.
    >>doorvallend licht: licht dat door n opening naar binnen valt, zrgt v byzndre effecten.
    >>strijklicht: de lichtstralen lopen bijna geheel evenwijdig met het belichte oppervlak. Oneffenheden op het vlak worden goed zichtbaar.
    >>clair-obscur: manier van schilderen waarbij licht-donker contrasten opvallen, dramatisch effect.

    Schaduw
    Is het effect van licht. Eigen schaduw, schaduw op het voorwerp zelf omdat er geen direct licht op valt. Kernschaduw , het middelste donkerste deel van de eigenschaduw. Gedeelte tussen kernschaduw en verlichte gedeelte, halfschaduw. Slagschaduw is zichtbaar op een andere vorm, als de omgeving reliëf heeft wordt die schaduw gebroken, gebroken schaduw.

    Diffuus licht
    Er is geen duidelijke lichtbron aan te wijzen. Komt van verschillende kanten, geen duidelijke schaduwen.

    Glimlicht, hooglicht
    Een lichte vlek, die vooral op glanzende voorwerpen zichtbaar is omdat er daar veel licht word teruggekaatst. Verhoogt de plasticiteit in schilderingen/tekeningen.

    Hogen
    Techniek waarmee hooglichten worden aangebracht op donkere vormen, door het hogen vergroot het de plasticiteit.

    Voetlicht
    Het licht schijnt van uit de vloer (op podium)

    Illuminatie, aanlichten
    Het in een zee van licht zetten van bruggen of gebouwen ‘s nachts, om bepaalde delen te accentueren

    Silhouet
    De plasticiteit van een vorm verdwijnt door tegenlicht, je ziet enkel de contouren van het voorwerp, het silhouet.

    Beeldhouwen

    Hout
    Twee groepen, naaldhout en loofhout. Kenmerken van hout, hardheid, weersbestendigheid, buigzaamheid, kleur. Hardhout is door langzaam groeien erg hard.

    Houtproducten
    Latten, balken, planken (massief). Plaatmateriaal: MF, triplex, multiplex, meubelplaat, spaanplaat, board >> minder gevoelig voor kromtrekken snel groot M2 afdekken.

    Kopshout
    Een overdwars doorgezaagde balk, zijde met de gebogen jaarringen, heel harde kant, word gebruikt voor houtgravures.
    De overdwars kant van het hout noem je langshout.

    Houtverbinding
    Verschillende manieren om hout met elkaar te verbinden. Halfhoutverbinding, lipverbinding, pen-gatverbinding, zwaluwstaartverbinding, tandverbinding of deuvelverbinding.

    Frezen
    Word gebruik gemaakt van een snel ronddraaiende beitel/frees, kun je profielen mee maken,de vorm van de beitel bepaald de vorm van het profil/uitsparing.

    Draaien
    Bewerking waarbij hout wordt vastgezet op een centraal punt en dan snel rondgedraaid wordt. Met een draaibeitel word materiaal weggesneden, er ontstaan uitsluitend ronde vormen.

    Paneel
    Vlakke platen van hout, metaal kunststof of gips.

    Fineer
    Dunne houten laag die als afwerklaag dient bij meubels en plaatmateriaal, oplegwerk.

    Inlegwerk
    Stukjes hout met verschillende kleuren of ivoor worden in het houten vlak verwerkt.

    Politoeren
    Inschuren van hout met lak. Volkomen glad glanzend vlak als resultaat.

    Ritsen
    Papier bv, word met een scherp voorwerp iets ingesneden, daarna is het makkelijk te vouwen.

    Rillen
    Karton word langs een strakke lijn in elkaar gedrukt, langs deze rillijn kun je strak vouwen, naar binnen.

    Uitslag
    Uitgevouwen doosje, papieren/karton.

    Toegepaste vormgeving

    Toegepaste kunst
    Tegenovergestelde van autonoom, de vormgeving is esthetisch en functioneel (

    Jugendstil, art nouveau
    Stijl, kunststroming. Kenmerkend: dunne vloeiende lijnen, ontleend aan planten en bloemen, toegepast in sieraden interieur en grafiek < duur.

    Kunstnijverheid
    Benaming voor vormgeving van kleine kunstzinnige gebruiksvoorwerpen, als sieraden lampen en keramiek. Handwerk, ambachtelijk, kostbaar.

    Art deco
    Beheerste lang de decoratieve vormgeving van gebruiksvoorwerpen, geïnspireerd op Egyptische Oudheid. Kenmerkend: kostbaar glimmend geometrische en opgeblazen vormen.

    Functionalisme
    Onversierde en functionele voorwerpen als esthetisch zien.

    Postmodernisme
    Een reactie op koele en zakelijke functionele vormgeving. Letten vooral op decoratieve kwaliteiten.

    Functioneel
    Gebruiksfunctie is het belangrijkst

    Industriële vormgeving
    Grote aantallen producten tegen een lage prijs fabriceren. Met reclame de smaak en behoefte van publiek beïnvloeden.

    Massaproductie
    In standaard uitvoering vervaardigen van producten in massa of serie. Medemogelijk gemaakt door automatisering.

    C.a.d./c.a.m.
    Computer Added Design (c.a.d.), het gebruik van computers bij ontwerpen.
    Computer Added Manufacturing (c.a.m.), het gebruik van computers bij de vervaardiging (mode).

    Interieurkunst, binnenhuisarchitectuur
    Vormgeving van alle zaken binnenshuis. Stijl verschilt per architect.

    Design
    Exclusieve functionele producten. Het is duur en voor mensen met een hoog inkomen, statussymbool. Productie stuk voor stuk, of industrieel.

    Styling
    Modieuze vormgeving van, stijl geven aan, een product. Aangepast aan smaak van het publiek.

    Accessoire
    Bijzonderheden aan design of kleding.

    Prototype
    Model dat gemaakt word om later in serie te worden geproduceerd. Ontworpen als test- of showmodel.

    Serieproductie
    In serie produceren, door standaardisering kunnen deze vervangen worden als ze kapot gaan.

    Assemblage
    Het in een assemblage in elkaar zetten van verschillende onderdelen tot een soort collage, assemblage.

    Ambachtelijk
    Producten die met de hand of machines per stuk vervaardigd worden. Het tegenovergestelde van industriële productie. Tijdrovend en kostbaar dus, maar zeer uniek.

    Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.