Geschreven door: | Erik Blok (3 vwo) |
Datum ingestuurd: | 1 april 2004 |
Taal: |  |
Woorden: | 450 |
Bekeken: | 2514 keer (5 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
*
De krillemonus
Ken je de krillemonus niet?
O, je kent hem vast als je hem ziet.
Hij heeft zo’n bibliofiele kop
Met fijne sprietjes gras erop,
Een mond, een neus, en dertien oren
(zeven opzij en zes van voren).
En aan zijn brimmel hangt een bord
Met ‘Hier liever geen vuil gestort’.
Zwerf maar veel rond langs ’s heren wegen,
Dan kom je ‘m vast wel een keer tegen.
*
De hoofdgedachte van de tekst is de krillemonus, een van de vele gorgeldieren over wie Cees Buddingh heeft geschreven.
Er zijn, voor zover mij bekend is, geen stijlfiguren of beeldspraak gebruikt.
Er is sprake van slagrijm, dat betekend dat alle zinnen in een strofe op elkaar rijmen. In dit gedicht bestaan de strofen (vijf in totaal) uit twee zinnen, die steeds op elkaar rijmen.
De sfeer die het gedicht uitdrukt is humoristisch, bijna tegen het jolige aan.
Toen ik dit gedicht las, kreeg ik veel respect voor Cees Buddingh. Je moet haast geniaal zijn, of helemaal kierewiet, om een dergelijk gedicht te verzinnen. En dat geldt voor al zijn gorgelrijmen. Ze laten je lachen, maar je gaat er ook over nadenken hoe hij er ongeveer uit zou zien.
Dit gedicht heb ik gekozen, omdat ik alle gorgelrijmen van hem geweldig vind. Toen ik de bundel las, had ik zoiets van: kies de leukste maar uit, en die wordt het.
De meeste gorgelrijmen van Cees Buddingh zijn gebaseerd op een bestaand dier. Zo ook dit gedicht. Als je het woord ‘krillemonus’ maar vaak genoeg zegt, ga je vanzelf ‘krokodil’ zeggen. Ook de andere nonsenswoorden lijken zodanig op andere bestaande woorden, dat je onbewust toch weet hoe je het jezelf moet voorstellen. Kijk maar naar het woord ‘brimmel’. Dat woord lijkt op het woord ‘bril’, dat je meteen weer associeert met ‘voorhoofd’. Je denkt dan dat dat bord op zijn voorhoofd hangt.
Cornelis Buddingh’ werd geboren in Dordrecht op 7 augustus 1918, en overleed daar op 24 november 1985.
Van 1935 tot 1938 studeerde Buddingh Engels aan de ‘School voor Taal en Letterkunde’ in Den Haag. In 1940 debuteerde hij als dichter in een literair tijdschrift, een jaar later verscheen zijn eerste bundel; Het geïrriteerde lied. Tussen 1942 en 1949 verbleef hij regelmatig in een sanatorium, Waar hij verpleegd werd voor zijn tbc. Zijn eerste vier gorgelrijmen werden in het sanatorium geschreven, en uitgegeven in 1944, gevolgd door de andere gorgelrijmen in 1953. De nonsenspoëzie bezorgde Cees Buddingh’ bekendheid bij een groot publiek. In zijn latere werk houdt hij zich bezig met wat meer serieuze gedichten. Vanaf 1950 wijdt Buddingh’ zich geheel aan vertalen en schrijven. Hij verzorgt vele bloemlezingen en publiceerde: ‘Lexicon der poëzie’, 1968. Daarnaast schreef hij verhalen, romans en een kinderboek.
Het gedicht komt uit de bundel ‘nieuwe gorgelrijmen’ en is rond 1984 geschreven, toen hij een nieuwe opwelling kreeg om gorgelrijmen te gaan schrijven.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.