CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

ff n studiebreak

Maandag begint de nieuwe Weg Over Rozen! Hier vast al het tergende, romantische, schokkende, suïcidale en strontvervelende uit seizoen 1 op een rij.

Geschreven door:

anoniem (5e klas)

Datum ingestuurd:

4 maart 2004

Taal:

Woorden:

1.700

Bekeken:

7512 keer (39 deze maand)

Waardering:

3.1/5 (33 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
6 bijlage(s) bij dit verslag:



1. Verklaring van de naam ‘Barok’.

De Barok ontstond vanuit Rome en hielp de kerk en de aristocratie om hun autoriteit en absolute macht te verkondigen. De naam Barok vertaalt in het Frans = baroque en betekent bizar of vreemd en in het Portugees barroco = onregelmatig gevormde parel. In Italië, Frankrijk en Spanje gebruikten ze de naam barok om de onregelmatigheid mee aan te duiden. Ze gebruikten de term barok om misprijzend de 17e eeuwse kunstvormen aan te duiden. Kenmerkend voor de Barok is de overdadige vormgeving en de overdreven verbeelding van gevoelens. In de Barok maakten ze gebruik van scherpe tegenstellingen tussen licht en schaduwwerking in schilderijen om de schijnbare ruimtelijkheid (plasticiteit) te versterken. Er wordt nog steeds verschillend gedacht over de Barok:

1. De Barok is een verwilderde en uit de hand gelopen ontwikkeling van de Renaissance.
2. De Barok is een net zo belangrijke stroming als de Renaissance.
3. De Barok en de Renaissance staan, wat uitingsvormen, lijnrecht tegenover elkaar.


2. Renaissance - Manierisme - Barok - Rococo.

Als Maniërisme de overdreven uitloper is van de Renaissance, is Rococo de overdreven uitloper van de Barok. Dat geeft de lijn lichtelijk overdreven - overdreven - behoorlijk overdreven - ontzettend overdreven.
Bij de renaissance begon men meer na te denken over de mens en de wereld, hierdoor werd de aandacht van God afgetrokken en gericht op het aardse leven. Er kwam dus ruimte voor andere kunst, men schilderde niet meer alleen godsdienstige onderwerpen, maar ook beelden uit het dagelijks leven. Met ‘Michelangelo’s David’ gaf Michelangelo al een aanzet naar het Maniërisme. De kunst werd weerspannig; men begon zich af te keren van het standaard, door iedereen geaccepteerde. Je kunt de Reformatie beschouwen als een gevolg hiervan; mensen keerden zich af van de Roomse kerk. De Barok gaat door op deze veranderingen. In de Contra-Reformatie gebruikte de kerk een uitbundige stijl om hiermee een deel van de hemel te laten zien. De aandacht is nu geheel gericht op de dingen op aarde. Met het Absolutisme gebruikte de vorsten de kunst om zichzelf en hun macht te verheerlijken. De eenvoud van de Gotiek is nu helemaal weg. Krullerige speelse vormen en versieringen, waarin op overdadige wijze met bladgoud wordt gewerkt, kenmerken de kunst nu. Tijdens de Rococo gaat men nog een stapje verder. Het weerbarstige van het Maniërisme krijgt nu wat ondeugends.




3. Reformatie en Contra-Reformatie.

In 1517 begon de Reformatie. Veel mensen keerden zich van de Roomse kerk af en werden protestants. Hun kerken waren sober en eenvoudig, zodat de christenen niet zouden worden afgeleid, maar zich helemaal op God kon richten. Men noemt dit de klassieke Barok.
Als reactie hierop vormde de Roomse kerk de Contra-Reformatie. Van 1545 tot 1563 (met onderbrekingen natuurlijk) vergaderden alle kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders in het concilie van Trente. Alle religieuze en bestuurlijke zaken werden doorgelicht. Dit was de basis voor een nieuwe periode. Ze stimuleerden de bouw van nieuwe kerken en kloosters. Alles was overdreven in feestelijke, grootse en uitbundige stijl, extra versierd en flamboyant. Alles sprak van een triomferend en zegevierend gevoel.


4. Verschillen tussen zuiden en noorden.

In het zuiden (de Contra-Reformatie) werd in de architectuur en in de schilderkunst alles sterk overdreven. Ook versierden ze alles extra (flamboyant). Ze probeerden het mooie van de hemel te laten zien. In de architectuur deden ze dat door het gebruik van veel goud, voluten (krullen), climax in het midden van het gebouw door middel van versieringen en door dubbele pilasters, zodat de eentonigheid verbroken werd. Lodewijk de 14e gebruikte de Barok om zijn macht te tonen, doordat hij veel geld had, kon hij veel mooie en dure dingen kopen. In het zuiden werd ook veel gebruik gemaakt van het ‘gesammtkunstwerk’, hierin combineerden ze de beeldhouwkunst, de schilderkunst en de architectuur, het werd zo een totaalkunstwerk. Ze gebruikten ook ‘Trompe l’oeil’, wat gezichtsbedrog betekent. Alles was ook erg theatraal, groots, pompeus, overweldigend. Ze probeerden ook om alles dynamisch, bewegend, en vol van emotie af te beelden.

In het noorden (Reformatie) werd alles sober/ eenvoudig afgebeeld, zodat er geen afleiding was. Hier was het meer het klassieke Barok. De gebouwen waren ook veel rustiger vormgegeven. De schilders hielden nog vast aan het klassieke. In hun schilderijen zag je de eenvoud, het harmonische, anatomie en het idealiseren. Kleur was ook erg belangrijk. Ze vonden de lijn in de schilderijen erg belangrijk, je zag daardoor ook allerlei verschillende composities. Bijvoorbeeld de diagonale, de piramidale en de asymmetrische composities.

In de barok schilderden ze vaak mythologische stukken en probeerden ze dynamiek en actie weer te geven. Ook verzetten ze zich tegen de schoonheidsidealen van de Renaissance.


5. Beeldanalyse van Rubens en Rembrandt.


Rembrandt schildert zeer detaillistisch. Er zit veel dieptewerking in, dit komt door het grote verschil tussen licht en donker. Het beeld is heel geloofwaardig. Het zou bij wijze van spreken een foto kunnen zijn.

Rubens daarentegen schildert ook wel detaillistisch, maar veel wilder. Er is bijna geen stofuitdrukking. In tegenstelling tot Rembrandt, gebruikt Rubens helemaal niet geen dieptewerking en zet toch een geloofwaardig werk neer. Het is een stuk minder geloofwaardiger dan Rembrandt, dat komt doordat het onderwerp meestal wordt geperfectioneerd, terwijl Rembrandt gewoon de onvolkomenheid laat zien.




6. Relatie tussen Absolutisme en Barok.

Naast de Rooms Katholieke Kerk maakte ook de adel gebruik van de uitbundige barokstijl. Vooral de absolute vorsten wilden graag hun macht ten toon spreiden. Ze lieten grote paleizen neerzetten waar pracht en praal de boventoon voerden. De bouwwerken waren met schitterende geometrische tuinen omgeven. De beplanting en de besnoeiing werden strak in de hand gehouden. Dit lag in de geest van het absolutisme: heerschappij over alles, ook over alles wat groeit en bloeit. Door veelvuldig gebruik van krullen, tierlantijnen en goud lieten ze zien hoe rijk ze waren. De adel deed dit op wat bescheiden mate na.




7. De gouden eeuw in Nederland.

De kerk gaf geen opdrachten meer aan de schilders, daardoor kregen de schilders alleen nog opdrachten van de rijke burgers. Die rijke burgers wilden graag alleen of met hun familie afgebeeld worden om daarmee te laten zien hoe rijk en machtig ze waren. Ze hadden zoveel geld, doordat ze in die tijd veel geld konden verdienen met de zeevaart en de handel. De rijke mensen hadden vaak ook een groot grachtenpand, dat gebruikten ze voor opslag van goederen. Het Paleis op de Dam is een goed voorbeeld van hoe de rijken lieten zien hoe machtig ze waren. Het paleis is ontworpen door Jacob van Campen/ Daniel Stalpaert in de jaren 1648 tot 1665. Het paleis is in de stijl Hollands Classicisme. Door dit paleis kon iedereen zien hoe rijk het koningshuis was.




8. Kunstmarkt in de gouden eeuw.

Omdat er geen Roomse Kerk of adel was, ontbraken er opdrachtgevers. De rijke burgers en stadhouders hadden wel luxe huizen, maar niet zo luxe als de Lodewijken van Versaille. Daarom gingen schilders zelf schilderijen maken en aanbieden. Er ontstond een markt van vraag en aanbod. Daardoor gingen schilders met elkaar concurreren.




9. Schildergenres.

De verschillende genres op volgorde van belangrijkheid.
1. Historiestukken > belangrijke schilders: Cezan van Everaldingen en Jan de Bray. Historiestukken lieten historische of mythologische gebeurtenissen zien.
2. Portretten > belangrijke schilders: Frans Hals en Rembrandt van Rijn. Rijke mensen wilden graag afgebeeld worden. Ook maakten ze veel zelfportretten.
3. Genrestukken > belangrijke schilders: Johannes vermeer en Jan Steen. Ze beelden alledaagse gebeurtenissen af. Vaak lijkt het alsof je er zelf bij bent.
4. Landschappen > belangrijke schilders: Jacob van Ruysdael, Jan van Goyen en Simon de Vlieger (zeegezichten) Bij zeegezichten schilderden ze vaak grote wolkenpartijen en een lage horizon. Verder heb je ook stadsgezichten en polderlandschappen.
5. Stilleven > - Vanitas-stilleven: afbeeldingen van voorwerpen die verwijzen naar ……………………….……... nietigheid en eindigheid,
- Bloemstillevens: bloemen,
- Banketstillevens: etenswaren en
- Pronkstillevens: mooie vaasjes etc.



Landschap van Rembrandt


10. De Iconografie in de Barok.


‘de liefdesbrief’ van vermeer

Op dit schilderij kijk je in het privé van een vrouw, je kijkt namelijk door de deur in haar kamer. Achter haar zie je een schilderij dat het teken is voor op en neer deinende liefde. Soms wordt er gezegd dat het staat voor een liefde die weg is, maar dat is niet helemaal duidelijk. In haar hand heeft ze een brief van haar geliefde. Er zijn nog meer verwijzingen naar de liefde in zijn schilderij. Een luit is bijvoorbeeld een bekend symbool voor harmonie in de liefde: wanneer op één luit muziek wordt gemaakt, gaan andere luiten in de omgeving meetrillen. Een luit en bladmuziek op dit schilderij ' de liefdesbrief' zouden er dus op kunnen wijzen dat de vrouw wacht op haar tegenspeler. De op de voorgrond uitgestalde slofjes en de bezem ernaast verwijzen misschien wel naar een minder fatsoenlijke liefde.*


*Deze informatie heb ik van de site van het rijksmuseum.


11. Kenmerken van de Barok.

De Barok heeft drie belangrijke kenmerken; Trompe-l oeil betekent gezichtsbedrog. Je kunt geen onderscheid meer maken tussen schilderijen, beeldhouwkunst en architectuur. Dit komt vooral veel voor in Gesammtkunstwerk, dan vormen beeldhouwkunst, schilderkunst en architectuur samen een groot kunstwerk. Gesammtkunstwerk werd veel gebruikt in de Barok. Zoals bijvoorbeeld in Versaille en de Sint Pieter in Rome. Een ander kenmerk uit die tijd is Plein architectuur. Daarbij vormt het plein een deel van het gebouw. Het plein wordt dan samen met het gebouw ontworpen en gebouwd.
Deze kenmerken hangen ook veel samen met Absolutisme van bijv. Lodewijk de XVI. Zie ook hoofdstuk 6.

12. Rococo.

In Frankrijk groeide de Barok hoofdzakelijk uit tot een hofkunst; later tot een aparte stijl: de Rococo. In de Rococo werd alles heel luchtig, speels, slingerend en elegant versiert, dit was als reactie op het pompeuze en uitbundige van de Barok. In de Rococo werd er een overdadig gebruik gemaakt van bladgoud. Er werd veel gebruikt gemaakt van pasteltinten, vooral roze en lichtblauw. Er lag vaak een wat erotische sfeer in de schilderijen. Een mooi voorbeeld van een Rococo schilderij is het schilderij ‘de schommel’ van J.H. Fragonard. De Rococo was enigszins kitscherig. Er waren veel elegante porseleinen beeldjes. De Rococo begon dus in Frankrijk en vond zijn hoogtepunt in Zuid-Duitsland en Oostenrijk.



13. Begrippen.

Illusionisme = Bedrieglijke ruimtelijke werking op een vlak. De voorstelling lijkt zo ruimtelijk dat we de indruk krijgen dat ze echt ruimtelijk is. (plafonds)
Stofuitdrukking = Zichtbare aard van de oppervlakte, gesuggereerde structuur.
Dynamiek = Bewegend, wordt bereikt met asymmetrische compositie langs schuine en gebogen lijnen.
Glaceren/ glacis = Transparante werkwijze met dunne, vloeibare olieverf. De verf wordt in lagen over elkaar aangebracht.
Personificatie = Begrip afbeelden in een persoon (Afrodite, vrouwe Justitia)
Mecenas = Iemand die kunstenaars en geleerden d.m.v geld steunt.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.