CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

ff n studiebreak

Bankhangende Justine steekt loom haar duim op voor niet-sportende jongeren. Want wie sport er tegenwoordig nou nog?

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

anoniem (5 havo)

Datum ingestuurd:

14 januari 2004

Taal:

Woorden:

4.200

Bekeken:

19995 keer (48 deze maand)

Waardering:

2.8/5 (73 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
Uittreksel Economie

§ 2.1

1: Categoriale inkomensverdeling = de verdeling van het nationaal inkomen over productiefactoren,door te berekenen welk deel van het inkomen voortkomt uit bezit en welk deel uit arbeid breng je de categoriale inkomensverdeling in kaart.
2: Ter beschikking stellen bezit beloning: Pacht(grondbezit) huur(huizenbezit) rente en winst(geldvermorgen)
3: grondstoffen machines en arbeid
4: kapitaalgoederen = goederen die je inzet bij de productie van anderen goederen en zelf ook zijn geproduceerd consumptiegoederen = deze producten worden aangeschaft voor de consumptie ervan.
5: Wanneer je een kapitaalgoed gebruikt om er arbeid mee te verrichten is het een kapitaalgoed wanneer je in je vrije tijd gebruik maakt van dit goed word het een consumptiegoed.
6: Productiefactor kapitaal = alle producten die ingezet worden bij het produceren van producten en die zelf ook geproduceerd zijn.
7: 2 soorten: Vaste en Vlottende
vaste kapitaalgoederen = kapitaalgoederen die je in meerdere productieprocessen kunt gebruiken
vlottende kapitaalgoederen = kapitaalgoederen die je maar 1 keer kunt gebruiken tijdens een productieproces.
8: Kapitaalintensieve productie = Productie waarbij bedrijven verhoudingsgewijs veel kapitaalgoederen en weinig arbeid gebruiken.
Arbeidsintensieve = Productie waarbij een bedrijf verhoudingsgewijs veel arbeid en weinig kapitaalgoederen gebruiken.
9: Kapitaalintensief bedrijf: -> Hoogovens,Shell(raffinaderijen)AKZO
arbeidsintensief: -> taxivervoer,scholingwerk,advieswerk,winkelverkoop.
10: Het verlenen van diensten kunnen robots bijna niet overnemen,diensten verleen je direct.
11: De hoogte van het loon kan afhangen van de snelheid en de kwaliteit(vorm van het werk) van een werknemer, wanneer een werknemer 2x zoveel doet in dezelfde tijd als zijn collega mag meer verdienen. Dit is dus de kwantiteit (de hoeveelheid werk/arbeid)
12: Arbeidsproductiviteit = De productie per werkende bijvoorbeeld per jaar. Dit bereken je door de totale productie te delen door het aantal werknemers.
13: De arbeidsproductiviteit is het aantal goederen die een werknemer per jaar produceert zo zie je hoe hard iemand werkt, de omzet is het geld dat het bedrijf verdient de productie is de afzet
14: Interne = dit houdt in dat bijvoorbeeld een vacature binnen het bedrijf word vervuld met de mensen die het bedrijf al heeft.
Externe = dit houdt in dat er nieuwe mensen voor het bedrijf worden gezocht,van buiten af.
15: Je hebt contact met andere bedrijven door het gebruik maken van hun producten.
16: 3 hulpbronnen bij de factor natuur: Zonlicht, grond en delfstoffen
17: Wanneer er maar weinig vis in de rivieren zit hebben we er niks aan en als de grond niet goed vruchtbaar is kunnen we er niks mee daarom is de kwaliteit van de factor natuur erg belangrijk.
18: 4 productiefactoren => arbeid de beloning is loon
natuur => pacht kapitaal => huur ondernemerschap=> rente en winst
19: Voor de berekening zie opgave 17
20: Een afgeronde bedrijfsopleiding van een stewardess deze valt onder de productiefactor arbeid maar wordt ook wel Human Capital genoemd omdat er in de productiefactor word geïnvesteerd

§ 2.3

1: 4 categorieën van besteding noemen
Besteding door:
Consumenten = consumeren
Overheid= overheidsbestedingen
Bedrijven = investeringen
Buitenlandse bedrijven of gezinnen = uitvoer
2: Consumeren = het aanschaffen van consumptiegoederen
3: Doordat er een overschot is ontstaan zonder dat dit de bedoeling was hebben de bedrijven dan geïnvesteerd in de voorraad van het bedrijf.oftewel de hoeveelheid van vlottende kapitaalgoederen is toegenomen.
4: Als er een te hoog nationaal inkomen word gehanteerd kunnen er hogere belastingsontvangsten komen en minder uitkeringen,daarom moet het nationaal inkomen nauwkeurig worden gemeten.
5: 3 manieren om het nationaal inkomen te meten:
q De objectieve methode = tel alle toegevoegde waarde van bedrijven en overheid bij elkaar op,de gegevens verstrekken bedrijven en overheidsinstellingen aan het CBS het uitgangspunt is hier het ontstaan van inkomen
q De subjectieve methode= tel alle bedragen die bij de belastingsdienst zijn opgegeven bij elkaar op dus loon,pacht rente huur en winst. Nu is de verdeling van het inkomen aandachtspunt
q De bestedingsmethode = tel alle bestedingen van consumenten producenten overheid en buitenlandbij elkaar op en trek de waarde van de invoer ervan af. Uitvoer van de goederen en diensten levert inkomen uit het buitenland op,terwijl door de invoer juist inkomen naar het buitenland lekt. Bij deze aanpak is de besteding van inkomen in Nederland dus een uitgangspunt.

6 + 7 op extra blad getekend bij 7 opgave 47 en 48 bekijken

§ 3.2

waarde onderzoeksjaar
1: formule van Indexcijfer = waarde basisjaar x 100
2: berekeningen met indexcijfers maken: Bijvoorbeeld:
Zakgeld van Karin is 25 euro stel dat deze met 2.50 toeneemt wat word dan het indexcijfer van haar zakgeld ? 27.50/25.00 x 100 = 110 Dit is dan het nieuwe percentage.
3: Koopkracht = De hoeveelheid goederen en diensten die je kunt kopen.
4: Het reële inkomen = koopkracht van het nominale inkomen dat wil zeggen gecorrigeerd voor prijsstijgingen
nominaal inkomen = inkomen dat niet gecorrigeerd is voor prijsstijgingen.
5: Formule reële inkomen = indexcijfer nominaal inkomen
CPI x 100
6: Berekeningen maken met reële en nominale inkomens zie opgave boek
7: Economische groei = de reële groei van de productie van een land
8: 2 redenen tegen productiegroei als maatstaf
- Deze maken niet duidelijk ten kosten waarvan de productiegroei is gegaan
- Ook zegt deze niks over hoe het extra reële inkomen is verdeeld tussen producenten overheid economische actieven en economische niet-actieven.

§ 4.1

1: Draagkrachtbeginsel = Het idee dat mensen met een hoger inkomen in verhouding meer belasting betalen dan mensen met een laag inkomen.
Profijtbeginsel = Het idee dat allen wie betaald profiteert.
Bij draagkracht beginsel hangt jou ‘bijdrage af van je inkomen en bij profijt is het een vast gegeven.
2: Het toepassen van het profijtbeginsel is niet mogelijk bij bijvoorbeeld het in rekening brengen van straatverlichting omdat iedereen daar gebruik van maakt. Ook rechtspraak politiediensten en het onderhouden van dijken zijn dingen waarbij het profijtbeginsel niet werkt.
3: Directe belastingen = belasting op inkomen,winst en vermogen
indirecte belastingen = belastingen die zijn inbegrepen in de verkoopprijs van producten zoals BTW accijns en invoerheffingen.
Voorbeelden direct => wegenbelasting,loonbelasting
Voorbeelden indirect => accijns op bier,tabak olie invoerrechten.
4: Er bestaat een hoog en een laag tarief BTW, het lage tarief geld voor de producten die het meest nodig zijn hierbij moet je denken aan brood en groenten het hoge tarief geld voor producten die niet primair zijn en wat luxer zijn.
5: Je kan de mate waarin het draagkrachtbeginsel van toepassing is op de inkomstenbelasting kun je vaststellen door de gemiddelde belastingdruk van verschillende inkomensgroepen te vergelijken.
6: Proportioneel = belastingtarief waarbij je een vast percentage van je inkomen aan belasting betaalt.
Degressief = belastingtarief waarbij je procentueel minder belasting betaalt als je inkomen stijgt.
Progressief = Belastingtarief waarbij je procentueel meer betaalt als je inkomen stijgt.
Sommen zie opgave 8,9,10.
7: Zie wederom opgave 9 voor berekening.
8: Marginaal tarief = Het belastingtarief dat je betaalt over een extra verdiende gulden/euro.
9: Als de regering ervoor kiest om over het eerste deel van het inkomen geen belasting of een lager percentage te heffen wijst dat op toepassing van het draagkrachtprincipe.
10:Nivellering = de inkomensverschillen tussen (groepen) personen worden relatief kleiner,door nivellering word de verschillen tussen lage en hoge inkomens kleiner.
11: Een argument voor: Als er steeds bedrijven failliet zouden gaan is dat slecht voor de economie en daarom is het beter om dit soort bedrijven te behouden
tegen: Als de overheid allerlei bedrijven in ‘leven’gaat houden kunnen andere bedrijven zeggen dat ze daarvoor een vergoeding in de plaats willen.
12: Aftrekposten zijn: Belastingvrije bedragen die je bij aangifte voor de loon en inkomstenbelasting op je bruto inkomen in mindering mag brengen.voorbeelden hiervoor zijn: Sollicitatiekosten, reiskosten en bijvoorbeeld giften aan goede doelen.
13: De grotere inkomens hebben meer voordeel aan de aftrekposten deze kunnen bijvoorbeeld makkelijker een hypotheeklening sluiten voor de koop van een huis.
14: Nu moet je kunnen berekenen in welke schijf je inkomen valt en wat de renteaftrek is enz. opgaven zie boek
15: Doordat de marginale tarieven toenemen als je inkomen stijgt ontlopen de gemiddelde belastingpercentages elkaar maar weinig hierdoor is de progressie van het belastingstelsel maar gering
16: Hierdoor verdwijnt een groot deel van de progressie. En zorgt het er dus voor dat de verschillen tussen hoge en lage inkomens kleiner word.

§ 4.3

1: Argument voor grote inkomensverschillen: Mensen die harder werken verdienen een hoger loon dan mensen die bijna niks doen. Hierdoor is het terecht dat er een groter inkomensverschil ontstaat.
2: Dit komt doordat naarmate het inkomen hoger is er meer aftrekposten voor handen zijn hierdoor zakt het gemiddelde belastingtarief.
3: Het verschil word door meer aftrekposten groter, dit houdt in dat het marginale tarief steeds hoger gaat liggen.
4: Doordat er geen BTW of accijns zit op iedere goed levert de BTW dus maar een klein gedeelte eraan toe.
5: Belastingontduiking = Het niet opgeven van gegevens of bijvoorbeeld zwart werken deze vorm is illegaal.
Belastingontwijking = het afwentelen van de belasting op andere mensen dit bijvoorbeeld door loonsverhoging te vragen.
6: De verhoging van de arbeidskostenforfait zorgt ervoor dat uitkeringgerechtigden sneller gaan werken omdat werkenden een groter belasting voordeel hebben zal het nettosalaris hoger uitvallen en dit zal mensen prikkelen om toch te gaan werken.
7: Het zorgt er wel voor dat de inkomensverschillen groter worden en dat dit dus denivellerend werkt.
8: Hierdoor zullen de hogere inkomens minder snel een huis kopen omdat ze ook minder snel een lening nemen omdat dat duurder word voor hun dan voorheen.
9: Opbrengst van bezit zal samen met de vervuilende productie zwaarder moeten worden belast.

§ 7.2

1: Er zijn 2 definities in gebruik voor armoede
- lage inkomensdefinitie
- sociaal minimum
2: lage inkomensdefinitie word gebruikt door het CBS en sociaal minimum door de politici
3: Het uitgangspunt bij deze definitie is : Het bedrag dat een alleenstaande in 1990 nodig had om in zijn basisbehoeften te kunnen voorzien, dit bedrag word jaarlijks door het CBS bijgesteld aan de hand van prijsontwikkelingen.
4: Opgaven boek
5: de minimumhoogte van een uitkering volgens de Algemene bijstandswet die erop gericht is mensen in de gangbare levensbehoeften te laten voorzien.
6: Het wordt aangepast aan wat je hebt je kan bijvoorbeeld een onregelmatig inkomen hebben maar dan heb je nog wel af en toe wat als je dan een vast bedrag doet gaat iedereen er dus onregelmatig bijwerken.
7: Jongeren onder de 25 en ouderen boven de 65 zijn de belangrijkste groep die samen de groep vormen die vallen onder het lage inkomen.
8: Bijvoorbeeld dat mensen niet meer volledig deelnemen aan het maatschappelijke leven doordat zij zich geen telefoon krant abonnement of lidmaatschap van een vereniging kunnen veroorloven
9: 2 andere soorten armoede constateren: Materiele armoede en geen geld voor het betalen van de primaire behoeften. Materiele armoede is het niet kunnen betalen van een huis en kleding
10: de kans voor ontsnapping voor mensen die ouder zijn dan 65 is kleiner dan iemand van 25 of jonger deze hebben een kans van 42% ouderen maar een kans van 10%.


§ 8.1

1: Sociale verzekeringen :Verplichte verzekeringen tegen de financiële gevolgen van werkloosheid arbeidsongeschiktheid en ouderdom.
2: de betalingen die je voor deze verzekering doet heten sociale premies.
3: Sociale voorzieningen: Uitkeringen die bestemd zijn voor personen die geen inkomsten hebben en ook geen recht hebben op een andere uitkering.
Sociale voorzieningen is dus voor mensen die niet kunnen werken sociale verzekeringen juist voor alle mensen.
4: De premies zijn gekoppeld aan het brutoloon van een werknemer, over het loon dat boven een bepaald maximum uitsteekt (premiegrens) hoeft geen premie te worden betaald.
5: Werknemersverzekeringen = Sociale verzekeringen voor personen in loondienst
Volksverzekeringen = Sociale verzekeringen die gelden voor alle inwoners van Nederland
6: Bij de volksverzekeringen is het effect het grootst dit doordat de premie afhangt van de hoogte van het inkomen maar de uitkering in principe het zelfde is voor iedereen
7: WW werkloosheidswet als je werkloos bent door onvrijwillige redenen.
ZFW ziekenfondswet als je in het ziekenfonds zit en de kosten gedeeltelijk word vergoed
ZW Ziektewet is voor werknemers die geen werkgever hebben bijvoorbeeld uitzendkrachten.
WAO na een jaar nog ziek zijn kan deze worden afgekeurd en heeft deze recht op een uitkering.
8: De ziekenfondswet is GEEN inkomensderving verzekering omdat het niet word vergoed voor ziekte maar het vergoed kosten die gemaakt worden voor bijvoorbeeld dokter of specialisten.
9: De ziektewet verplicht werkgevers om minstens 70% van het loon te vergoeden.
10: Dit is geen sociale verzekering wet omdat het speciaal een wet is voor werknemers die tijdelijk niet kunnen werken.
11: Volksverzekeringen
· Algemene Ouderdomswet(AOW) iedereen ouder dan 65 jaar krijgt een pensioen ter grootte van 70% van het netto minimumloon als je getrouwd bent of samenwoont en beiden 65 jaar bent ontvang je samen 100%
· ANW(algemene Nabestaanden wet) weduwen en weduwnaren met kinderen en wezen hebben recht op een uitkering
· AKW(algemene Kinderbijslag Wet) deze geeft een ouder meestal de moeder een tegemoetkoming in de kosten van het verzorgen van de kinderen
· AAW (algemene Arbeidsongeschiktheid Wet) dit si een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor niet werknemers
· AWBZ(algemene wet bijzondere ziektekosten) deze verzekert tegen bijzondere ziektekosten zoals verblijf in een inrichting voor gehandicapten.

12: ABW (algemene bijstandwet) deze geeft op een uitkering op het bestaands minimum aan personen die: geen inkomsten uit arbeid of vermogen hebben, niet samenwonen met iemand die wel inkomsten heeft en geen recht hebben op een andere uitkering.
WSF(wet op de studiefinanciering)deze geeft recht op een uitkering aan de studenten van 18 tot 27 jaar die een opleiding volgens in het middelbaar of hoger beroepsonderwijs of aan de universiteit.
13: Sociale zijn verplicht particuliere niet
de premies van sociale verzekeringen zijn meestal inkomensafhankelijk

§ 8.3

1: Noem 2 argumenten tegen zwart werken: Bij ziekte krijg je geen uitkering en je kan een boete krijgen als ze erachter komen dat je bij de belasting geen gegevens opgeeft,voor het land zijn er minder premie opbrengsten waardoor de belastingen voor wel werkende mensen hoger kunnen worden.
2: Loonkosten = Brutoloon plus het werkgeversdeel van de premies voor de werknemersverzekeringen
Brutoloon = dit is alleen het brutoloon dus ZONDER werkgeversdeel.
3: WIG = Het verschil tussen de loonkosten voor de werkgever en het nettoloon van de werknemer. Het bestaat dus uit loonkosten en het nettoloon en daar het verschil tussen.
4: Doordat het verschil tussen Brutoloon en nettoloon zo groot word kunnen werknemers hogere looneisen gaan vragen of gaan zwart werken omdat ze zo dat verschil niet hebben.
5: Afwenteling kan zorgenvoor slechte gevolgen voor het bedrijf, de werkgevermoet steeds meer kosten gaan betalen en zo neemt hij dus minder mensen aan omdat het anders te duur word.
6: Dit komt doordat de hoger kosten worden afgewenteld op de werknemers en zo de prijzen voor het product dus niet hoger te hoeven worden.
7: Ontduiking= illegaal en hiervoor kun je gestraft worden
ontwijking = proberen het te vermijden om producten met extra belasting te kopen.
8: De uitkeringen moeten worden betaalt en daarom worden de werkenden dus daarvoor nog extra belast als er steeds meer mensen belasting gaan ontduiken en afwentelen.
9: Als de bevolking vergrijst houdt dit in dat er dus steeds meer uitkeringgerechtigden komen en dus dat er steeds meer werknemers steeds hogere belastingen moeten gaan betalen waardoor zij dit weer gaan afwentelen op de werkgever.
10: Het milieu blijft hierdoor meer gespaard en dit voorkomt dat ondernemers grond extra zullen verspillen.
11: mensen zullen andere bedrijven gaan zoeken waar deze premies lager zijn waardoor je zonder mensen komt te zitten
ze moeten het af gaan wentelen op de producten waardoor deze duurder worden en dus door minder mensen zal worden gekocht.

§ 9.2

1: 2 groepen werklozen: Werkloze schoolverlaters en langdurige werklozen.
2: Misbruik= het achterhouden of het onjuist opgegeven van gegevens om zo een uitkering te krijgen of te behouden
Oneigenlijk gebruik = mensen gebruiken een regeling voor een ander doel dan waar het eigenlijk voor bestemd is.
3: Als mensen die het echt nodig hebben ineens niks meer krijgen komen ze er van zelf achter wie het echt nodig heeft en wie niet want de mensen die het niet nodig hebben zul ja dan niet horen klagen dat ze minder krijgen.
4: de medische keuringen strenger maken, een premiedifferentiatie instellen waardoor ziekteverzuim word geprobeerd tegen te gaan.
5: Ze worden eerder afgekeurd omdat ze vaker ergens last van hebben, het is moeilijk om deze mensen weer om te scholen naar bijvoorbeeld computerprogrammeur.
6: Premiedifferentiatie = Premieheffing waarbij de hoogte van de premie afhankelijk is van het ziekteverzuim binnen een bedrijf.
7: mensen worden gestimuleerd langer door te werken en zich niet zo snel ziek melden het bedrijf zal er strenger op toe zien dat mensen niet vaak ziek zijn, een eventuele bonus kan worden beloofd als men niet zp vaak ziek is.
8: Passende arbeid = werk dat een werkloze in principe zou kunnen verrichten desnoods na omscholing.
9: een jaar geleden hoefde je alleen maar werk te accepteren waarvan je dacht dat dat wel bij je paste tegenwoordig moet je bijna elk werk aan nemen om zo te voor men dat mensen alles weigeren.
10: Dit kanzorgen dat mensen niet worden geaccepteerd bij een baan omdat ze er niet goed voor zijn opgeleid ook zou het kunnen zorgen voor een afname van het aantal werklozen en zo dus zal zorgen dat de werkloosheid word verdrongen


§ 12.1

1: Het aantal inwoners in een land, welk deel van de mensen wil werken.
2: Niet iedereen die dan het in het land komen kan ook meteen werken omdat deze eerst de taal moeten leren en eventueel zullen w\moeten worden opgeleid.
3: Er vindt in Nederland momenteel veel vergrijzing plaats dat houdt in dat over een paar jaar veel mensen met de vut zullen gaan en er dus meer banen vrij zullen komen.
4: Arbeidsmarkt = Geheel van vraag naar en aanbod van arbeidskrachten.
5: Totale bevolking = Alle mensen die in Nederland wonen
Potentiële bevolking = Mensen ouder dan 14 en jonger dan 65 jaar
Beroepsbevolking = mensen die minstens 12 uur per week betaald werk kunnen en willen verrichten
Afhankelijke beroepsbevolking = De mensen die in loondienst zijn en bijvoorbeeld de werklozen
Onafhankelijke beroepsbevolking = Bazen en werkgevers.
6: Beroepsbevolking is alle mensen die dus kunnen en willen werken de potentiële bevolking is mensen tussen de 14 en 65 die eventueel zouden kunnen werken.
7: Mensen die dus wel in die leeftijd zitten maar niet werken of minder dan 12 uur of bijvoorbeeld vrijwilligers werk doen.
8: de werklozen en de mensen die in loondienst zijn
9: Werkgevers en Bazen (eigenaren)
10: Participatiegraad = De beroepsbevolking uitgedrukt in procenten van de potentiële beroepsbevolking
11: Door meer deeltijd banen van minstens 12 uur zal de participatiegraad gaan stijgen.
12: de beroepsbevolking in personen is groter dan de beroepsbevolking in arbeidsjaren
dit word berekend door het aantal uren wat een fulltimer werkt per jaar te delen door het aantal mensen
13: I/A ratio is de verhouding tussen de economische actieven en economische inactieven.
14: tegenover elke 100 actieven staan 75 inactieven dat is dus 75/100
15: Hierdoor zal Nederland minder inkomsten krijgen en zullen meer buitenlandse bedrijven steeds meer taken over gaan nemen van Nederlandse bedrijven.
16: doordat er steeds meer wao’ers komen worden de premies weer hoger om zo de uitkeringen te betalen en worden de prijzen van producten van Nederlandse producten dus ook duurder en dat is voor het buitenland niet aantrekkelijk.
17: Als je een laag loon hebt wil je meer verdienen door het zelfde te doen dit moedigt aan maar als je uitkering hoger is dan je loon wat je verdiend als je zwaar werk verricht dan ga je liever in de WAO.
18: Als de loonkosten hoger word en je uiteindelijk loon dus lager is het aantrekkelijker om thuis niks te doen dan hard te werken en haast niks te verdienen.

§ 12.3

1: 4 voorwaarden
· Tot de potentiële beroepsbevolking behoren
· Geen of minder da 12 uur per week betaald werk hebben
· Ingeschreven staan bij een arbeidsbureau
· En direct beschikbaar zijn voor minstens 12 uur per week
2: Niet iedereen die daar bij staat ingeschreven is echt werkeloos er staan bijvoorbeeld ook scholieren bij ingeschreven.
3: met cijfers van het arbeidsbureaus en cijfers van enquêtes
4: het kan in die tijd zo veel veranderd zijn er kunnen ineens een heleboel mensen banen hebben gekregen of juist werkloos geraakt zijn.
5: Verborgen werkloosheid =
Werkloosheid die niet in de werkloosheidstatistieken van het CBS tot uitdrukking komen.
6: 3 voorbeelden: Niet ingeschreven staan bij arbeidsbureau, Niet goed opgeleid zijn, Niet met nieuwe apparatuur om kunnen gaan door veroudering van technieken bij oud werk.
7:Frictiewerkloosheid = Kortstondige werkloosheid door de ondoorzichtigheid van de arbeidsmarkt en de duur van sollicitatieproces
Seizoenswerkloosheid = Werkloosheid door de seizoengebonden werkzaamheden
Structuurwerkloosheid = Werkloosheid door een tekort aan arbeidsplaatsen of aan geschikte arbeidsplaatsen
Conjunctuurwerkloosheid = Werkloosheid door onderbesteding
Geregistreerde werkloosheid = Door het CBS gepubliceerde werkloosheid mensen van 15 tot 64 jaar die ingeschreven staan bij een arbeidsbureau geen of minder dan 12 uur per week betaald werk hebben en direct beschikbaar zijn voor minstens 12 uur per week
8: Niet alle bedrijven geven hun vacatures aan bij het arbeidsbureau of plaatsen advertenties
9: Kwantitatieve = automatisering of concurrentie lage lonen landen
Kwalitatieve = te weinig geschikte banen, te veel werklozen
10: Je kan niet zomaar iemand even een andere baan geven die moet meestal eerst omgeschoold worden
11: Onderbesteding = situatie waarin de effectieve vraag kleiner is dan de productiecapaciteit
Conjunctuur = Schommelingen in de effectieve vraag (en daardoor in de productie)
12: Door dat mensen worden vervangen door machines krijg je dus dat er mee geld moet worden besteed aan machines en dat er mensen moeten worden ontslagen.
13: De conjunctuur kunnen berekenen.
14: Door belasting verhogingen moeten mensen nog meer betalen en tijdens werkeloosheid hebben ze al niet zoveel extra geld.

§ 13.2

1: Individuele arbeidsovereenkomst = Afspraak tussen de werknemer en de werkgever over de rechten en plichten die zij hebben.
CAO = Overeenkomst tussen werknemers en werkgeversorganisaties over de arbeidsvoorwaarden in een bedrijf of een bedrijfstak
Centraal akkoord = Overeenkomst met centrale aanbevelingen voor de Cao onderhandelingen in de verschillende bedrijfstakken.
2: Primaire arbeidsvoorwaarden zoals: lonen vakantiegeld en overwerk toeslag
Secundaire arbeidsvoorwaarden zoals: vakantieregelingen en medezeggenschap.
3: Bedrijfstak CAO voor de werknemers en een speciale werkgevers CAO
4: In die tijd kan er zoveel zijn veranderd in het bedrijf of bij de onderhandelingen tussen de werkgevers en werknemersorganisaties dat de CAO van dan al is verouderd.
5: Vakbond = Belangenorganisaties van werknemers
Vakcentrale = Overkoepelende werknemersorganisaties
6: Werkgeverscentrale = VNO Verbond van Nederlandse Ondernemingen
NCW Nederlandse Christelijke Werkgeversbond
Vakcentrale = FNV Federatie Nederlandse Vakbeweging
CNV = Christelijke Nationaal Vakverbond
7: Het overlegorgaan is de Stichting van de Arbeid
8: Bij voorbeeld maximale loonstijgingen die de vakbonden vragen bij de onderhandelingen.
9: Door het tegenhouden van maximale loonstijgingen zullen er meer mensenkunne worden aangenomen waardoor dit de werkloosheidbestrijding vergemakkelijkt.
10: Door onderhandelingen, door verlegorgaan te gebruiken, schriftelijke afspraken maken door middel van vastlegging
11: Argument tegen vrijheid van staken: er worden duidelijke afspraken gemaakt over het salaris en over de arbeidsvoorwaarden waarom moet iemand dan gaan staken je hebt toch je contract getekend met deze voorwaarden erin.


§ 14.1

1:Je kan dan niet zien welk deel van de beroepsbevolking werkloos is.
2: Door een stijging van werkloosheid kan komen door mensen die van school komen en niet gaan werken en dus zorgen voor meer werkeloosheid het hoeft niet te betekenen dat er minder banen zijn dan voorheen.
3: door veel seizoens en frictiewerkloosheid lijkt op dat moment de werkloosheid erg groot.
4: Zo goed mogelijk in de behoeften voorzien van de klanten en tegelijk als bedrijf blijven bestaan, maximaal marktaandeel, maximale winst
5: Als iemand naar jou mening niet hard genoeg werkt moet je als baas kunnen zeggen dat diegene weg of harder moet gaan werken je wil toch je bedrijf draaiende houden.
6: het is beter voor de economie als bedrijven goed draaien daarom kan de overheid dan momenteel even zeggen dat ze dat bedrijf financieel steunen tot het weer zelf kan draaien.
7: Als andere bedrijven ook niet goed draaien moeten die ook geholpen worden alleen is daar niet altijd geld voor dit zou er dan voor kunne zorgen dat of dat bedrijf failliet gaat of dat de overheid enorme schulden gaat maken.
8; Als het maar slecht blijft gaan worden de schulden steeds groter omdat ze overheid het geïnvesteerde geld natuurlijk op zijn tijd weer terg wil hebben.
9; Als je een laag loon krijgt ga je natuurlijk niet even hard werken als iemand die 2 x zoveel werk krijgt en dat kan een werkgever ook niet verwachten.
10: Ze hebben vaak producten die in het westen niet te maken of te krijgen is waardoor ze dus wel een goede positie houden.
11: Een vergoeding voor het bedrijf
12: Pensionering van personeel uitbreiding van het bedrijf promotie van werknemers.
13: een voorraad cijfer is een momentopname en kan niks zeggen over de daadwerkelijke in en uit stroom van het werklozenbeleid.
14: Doordat er niet alle mensen banen vinden voor vast en omdat er ook mensen vertrekken bij bedrijven kan het dus niet gelijk opgaan dat er evenveel mensen een baan vinden als niet meer werkeloos zijn.
15: bij simpele baantjes zoals bijvoorbeeld vakkenvullers.
16: Het valt tegen als je loon om laag gaat maar als je het bekijkt vanuit de zin dat je dan weinig hoeft te doenvoor het geld is het wel weer aantrekkelijk.

§ 14.3

1: Met behulp van het structuurbeleid dit is gericht op de aanbodzijde van de economie oftewel op de productiecapaciteit.
2: Omscholingssubsidies bijdragen ,bijdragen aan verbetering van het investeringsklimaat, ook verlaging van het minimumloon kan zorgen voor verminderring van structuurwerkloosheid.
3: regionaal beleid probeert de economische bedrijvigheid te stimuleren in de regio .
Industriepolitiek i erop gericht de concurrentiepositie van bepaalde bedrijfstakken te verbeteren.
4: tegemoetkomingen in verhuiskosten maken dat mensen eerder gaan wonen in een streek waar werk voor hen is, door een gunstige fiscale regeling wat betreft reiskosten zijn ze eerder bereid een baan aan te nemen waarvoor ze elke dag moeten reizen
5: Als werknemers of werklozen door omscholing of verhuizing een baan kunne vinden waardoor hun inkomen flink stijgt zullen zij zich eerder laten omscholen of verhuizen.
6: Door deze projecten probeert de overheid groepen werklozen jeugdwerklozen en langdurige werklozen aan het werk te zetten.
7: Het technologiebeleid kan ondernemers aanzetten tot de noodzakelijke vernieuwing van product en productieproces door vernieuwingen kunne meer mensen nodig zijn waardoor er meer werk word gecreëerd.
8: Bij het voeren van een structuur beleid moet de overheid natuurlijk ook rekening houden met de gevolgen voor de effectieve vraag . Als de structuurwerkloosheid daalt maar de conjunctuurwerkloosheid neemt met evenveel mensen toe is de doelstelling van volledige werkgelegenheid niet dichterbij gekomen.
Soms versterken ze elkaar en soms werken ze elkaar tegen.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.