Geschreven door: | anoniem |
Datum ingestuurd: | 13 december 2003 |
Taal: |  |
Woorden: | 950 |
Bekeken: | 6139 keer (5 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Economie H 1 t/m 4
Het aanbod van arbeid
Aanbod van arbeid: mensen tussen de 15 en 65, die kunnen en willen werken.
Beroepsbevolking: mensen tussen de 15 en 65, die kunnen en willen werken.
Werkzame beroepsbevolking: zelfstandige en werknemers.
Werkloze beroepsbevolking: geregistreerde werklozen (registreert bij CWI centrum voor werk en inkomen.)
Niet-beroepsbevolking: mensen tussen de 15 en 65 die niet werken én niet opzoek zijn naar werk.
Potentiële beroepsbevolking (beroepsgeschikte bevolking): de beroepsbevolking en de niet-beroepsbevolking samen. (beroepsgeschikte bevolking bestaat dus uit alle mensen tussen de 15 en 65 jaar.)
Oorzaken van beroepsbevolking in Nederland:
Democratische groei:- Steeds meer mensen in Nederland, in komende
buitenlanders die ook gaan werken.
- Het arbeidsaanbod groeit vooral als er meer mensen
komen in de beroepsgeschikte leeftijd.
Maatschappelijke opvattingen: - grotere deelname van vrouwen aan het
Arbeidsproces.
- steeds meer jonge vrouwen gaan werken.
- Steeds meer oudere vrouwen gaan opnieuw een baan zoeken (herintreders)
Aanzuigeffect: de arbeidsmarkt trekt mensen die willen en kunnen weken aan zodat het aanbod van arbeid groter wordt.
Ontmoedigingseffect: doordat zo weinig ingeschreven mensen aan een baan komen denken mensen dat het geen nut heeft om je in te schrijven.
Wetgevingsinvloed: voorbeelden hiervan zijn leerplicht en pensioensleeftijd.
Organisatie van het arbeidsproces: door betere kinderopvang en betere mogelijkheden voor deeltijden, is de opvoeding van kinderen beter te combineren met betaald werk
De vraag naar arbeid
Vacature: als een bedrijf op zoek is naar een werknemer met een bepaalde functie.
Totale vraag naar arbeid: werknemers, zelfstandige en openstaande vacatures.
Concrete markt: vragers en aanbieders gaan naar een plek waar ze elkaar ontmoeten zoals: makt, hal of beurs. Dit is zichtbaar.
Abstracte markt: ombat het geheel van vraag en aanbod zodat dat er een plaats is waar ze elkaar ontmoeten zoals verkoop van schoenen. Dit is onzichtbaar.
Werkgelegenheid: alle werknemer en zelfstandige bij elkaar opgeteld.
Arbeidsjaren: hiermee word een volledige baan bedoeld,
Krappe arbeidsmarkt: als de vraag groter is dat het aanbod.
Ruime arbeidsmarkt: als de vraag kleiner is dat het aanbod.
Deelmarkten: bijvoorbeeld: onderwijs of loodgieters.
Arbeidsmarkt in de praktijk
Mensen met minder succes op de arbeidsmarkt: vrouwen en allochtonen. (vrouwen krijgen voor hetzelfde werk minder betaald dan mannen.)
De ene baas is de andere niet
Rechtsvorm: een vereniging een organisatievorm is die in de wet voorkomt. Die wet stelt bepaalde eisen aan elke vereniging.
Ondernemingsvorm: is de rechtsvorm van een onderneming.
Tabel: Onderneming vormen:
Eigendom Leiding Aansprakelijkheid
Eenmanszaak 1 eigenaar 1 eigenaar Hoofdzakelijk (zakelijk en privé)
V.O.FVennoot onder firma Meerdere vennoten Vennoten Hoofdzakelijk(iedere vennoot)
B.VBesloten vennootschap Aandeelhouders Groot aandeelhouder Aandelen bedrag
N.VNaamloze vennootschap Aandeelhouders Raad van bestuur* Aandelen bedrag
* word gecontroleerd door de raad van commissarissen (ze vertegenwoordigen het belang van de aandeelhouders)
Aandeelhouder: is een van de eigenaren van een BV of NV.
Dividend: is de winst die je krijgt van het aandeel dat je hebt.
Directeuren-aandeelhouders: als aandeelhouders zijn zij de eigenaren van de BV, maar zij hebben als directeur ook de dagelijkse leiding over het bedrijf.
De arbeidsovereenkomst
Arbeidsovereenkomst: overeenkomst tussen werkgever en werknemer. hierin worden de arbeidsvoorwaarden zwart op wit vastgelegd, zodat er later geen onduidelijkheid eer over kan ontstaan.
Individuele arbeidsovereenkomst: hierin word het loon vastgelegd.
Collectieve arbeidsovereenkomst: hierin staan alle andere vastgelegde gegevens/afspraken. Zoals: vakantie, pensioen, overuren en data van loonsverhoging.
Bedrijfstak: omvat alle bedrijven die zich bezig houden met zelfde soort productie, zoals de bedrijfstak bouw: alle bouwbedrijven.
Vakbonden: over de CAO’s word onderhandeld, namens de werknemers onderhandelen de vakbonden. Men noemt ze ook wel werknemersbonden of vakverenigingen. Je moet hier wel lid van worden.
Werkgeversbond: zij onderhandelen over de CAO’s namens de werkgevers.
Organisatiegraad: is het percentage van werknemers dat is aangesloten bij een erkende vakbond.
Arbeidsvoorwaarde: dit zijn afspraken die staan in de individuele arbeidsovereenkomst en een collectieve arbeidsovereenkomst (CAO)
Primaire arbeidsovereenkomst: dit zijn loon en de normale arbeidstijd.
Arbeidstijd: is tegenwoordig 38 uur bij een volledige baan.
Secundaire arbeidsovereenkomst: dit zijn vakantieregelingen, de duur van de middagpauze, reiskostenvergoedingen, kinderopvang en scholing.
Het centraal akkoord
Rijksbegroting: een overzicht van inkomsten en uitgaven van de overheid.
Miljoenennota: een soort samenvatting van de rijksbegroting.
Stichting van arbeid: de vertegenwoordigers van de centrales overleggen hier samen in.
Sociale partners: andere term voor werkgevers en werknemers.
Centraal overleg: als de vertegenwoordigers van werknemers en werkgevers met elkaar praten in de stichting van arbeid.
Wat Afgesloten door Niveau
Centraal akkoord Werknemers centraleWerkgevers centraleOverheid Geld als richtlijn voor de CAO-onderhandelingen
CAO(collectieve arbeidsovereenkomst) WerkgeversbondWerknemersbond Word besloten per bedrijfstak. (bedrijven die hetzelfde produceren)
Individuele arbeidsovereenkomst 1 werkgever1 werknemer
Loon in ogen van de werknemer
Inflatie: een stijging van het algemeen prijspeil.
Arbeidsproductiviteit: gemiddelde productie per werknemer per gewerkte tijdseenheid,
Oorzaken van stijging van de arbeidsproductiviteit: 1) ontwikkeling van technieken, mechanisering en automatiseringen. 2) arbeidsverdeling en specialisatie. 3) scholingen ,door scholing zijn werknemers in staat om per tijdseenheid meer te produceren.
Initiële loonstijging: loonstijging door voortvloeit uit een stijging van de arbeidsproductiviteit.
Prijscompensatie: loonstijging die procentueel gelijk is aan de inflatie. (voorbeeld: inflatie van 3%, dan is er een loonstijging van 3% zodat men hetzelfde kan blijven kopen. De koopkracht blijft dan gelijk.)
Incidentele: als iemand promotie heeft gemaakt.
Werkgelegenheid in Nederland
Werkgelegenheid: alle werkende mensen. (zelfstandige en werknemers)
Werken in 4 sectoren:
- primaire sector > grondstoffen
- secondaire sector > industrie
- tertiaire sector > dienst (commerciële)
- kwartaire sector > dienst (niet-commerciële)
Innovatie: het vernieuwen van producten en productieprocessen.
Investeren: het kopen van kapitaalgoederen (machines, gebouwen, transportmiddelen) door bedrijven. Kapitaalgoederen noemen we ook wel kortweg kapitaal.
Consumeren: als een gezin goederen of diensten koopt.
Diepte-investering: als een bedrijf een betere machine koopt die meer kan produceren. Dus als de arbeidsproductiviteit stijgt.
Breedte-investering: als een bedrijf hetzelfde of extra machines koopt en daardoor meer gaat produceren. Arbeidsproductiviteit blijft dus gelijk.
Kapitaal intensief: veel machines, weinig arbeiders (vind plaats in ontwikkelende landen.)
Arbeidsintensief: weinig machines, veel arbeiders (vind plaats in de lage lonen landen)
Formules H 1 t/m 4
Deelnemingspercentage: beroepsbevolking
Potentiële beroepsbevolking x 100%
Werkeloosheidspercentage: werkeloze
Beroepsbevolking x 100%
Loonkosten per product: loon per werknemer
Arbeidsproductiviteit x 100%
Machine kosten per product: machine kosten
Arbeidsproductiviteit x 100%
Arbeidsproductiviteit: productie
Werkgelegenheid x 100%
Werkgelegenheid: productie
Arbeidsproductiviteit x 100%
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.