ff n studiebreak

Klasgenoten stonden vroeger als hongerige hyena's om Jorieke heen. Klaar om het jonge hertje aan te vallen dat nog scoubidoutouwtjes had.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

anoniem (4 vwo)

Datum ingestuurd:

17 december 2003

Taal:

Woorden:

5.100

Bekeken:

7541 keer (37 deze maand)

Waardering:

2.6/5 (50 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
Aardrijkskunde

1. Wat zijn de locationele kenmerken?

Indonesië ligt in Zuidoost Azië. De buurlanden zijn Maleisië, Oost-Timor en Papua New Guinea. De grootte van Indonesië totaal is 1.919.440 km vierkant waarvan 93.000 km vierkant bestaat uit water en 1.826.440 km vierkant bestaat uit land.

2. Wat zijn de gebiedskenmerken?

Fysische kenmerken
Indonesië bestaat uit ongeveer 18.500 eilanden, daarom zijn er uiteraard veel kustgebieden. Maar op de grotere eilanden zijn ook gebergtes aanwezig. Er zijn ook verschillende natuurlijke grondstoffen aanwezig zoals: petroleum, tin, gas, nikkel, hout, bauxiet, koper, vruchtbare grond, kolen, goud en zilver.
Nu iets over het klimaat. Het is een tropisch klimaat, het is er heet en vochtig, hoewel er in de gebergtes een gematigd klimaat kan voorkomen. Er bestaat een droog seizoen van maart tot augustus en een nat seizoen van september tot februari
Indonesië bestaat uit een landschap vol afwisseling. Zo kom je rivieren, mangrovebossen, bergen en vulkanen tegen. Veel land is begroeid met bos, maar er zijn ook rotsachtige stukken. De vulkanen zorgen voor een vruchtbare grond, doordat de lava die ze uitspuwen vruchtbaar is. De bossen moeten wijken voor het verbouwen van rijst op de rijstvelden. Hierdoor ontstaat bodemerosie, wind en water hebben vrijspel op deze lege dingen. Er ontstaat kale dorre rotsbodems. In het regenseizoen zijn er te weinig bomen om het water vast te houden in de bodem. Daardoor overstromen de rijstvelden en slibben de rivieren dicht.
Om de flora van Indonesië kort weer te geven we een korte beschrijven van een soort standaard norm bij de eilanden. Handig is om hierbij te kijken naar tekening 1. Het begint bij de koraalriffen, deze liggen in de zee en behouden de eilanden. Dan komen we bij de mangrovebossen waarvan de wortels in een soort van moeras liggen. Dan komen we aan bij de laaglandwouden waar het vasteland begint. Tot slot zijn er nog bergwouden, die bieden een gevarieerde flora door de vruchtbaarheid van vulkanisch as. Indonesië biedt een verscheidenheid aan tropische planten. Vele soorten zijn nog nooit geregistreerd. Wat betreft de fauna: er zijn veel nachtdieren en voornamelijk kleine diersoorten. Door het kappen van het regenwoud heeft Indonesië de langste lijst van bedreigde diersoorten.
Inrichtingskenmerken
De belangrijkste landbouwactiviteit is de rijstcultuur. 50% Van de beroepsbevolking. Rijstbouw is zeer belangrijk voor de voedselvoorziening. De infrastructuur in Indonesië is zeer volledig, omdat het bestaat uit heel veel eilanden zijn de verbindingen divers. Lucht: Indonesië heeft een goed internationaal luchtvaartsysteem die op alle grote steden aansluit. Water: Indonesië bezit veel water, schepen zijn daarom ook een belangrijk vervoersmiddel. De overheid heeft een bedrijf die 6 grote schepen bezit en die varen naar alle belangrijke havens die het land bezit. Land: Er is 7.000 km spoorwegennet. Ook is er 378.000 km wegennet, waardoor je gemakkelijk kunt verplaatsen met de auto, vergeet niet dat ze er links rijden. We hebben op plaatje 1 t/m 3 typisch Indonesische vervoersmiddelen afgebeeld en toegelicht.

3. Wat zijn de bevolkingskenmerken?

Demografie
Naar schatting wonen er ongeveer 213 miljoen mensen in Indonesië. Voor geboorte en sterftecijfers verwijzen wij u door naar figuur 2. Eén vrij onbekend feit is dat in 1970 de regering van Indonesië een grootschalige campagne is gestart in kader van geboortebeperking. Het resultaat is dat de bevolkingsgroei afgenomen is van 2,7% (1970) tot 2,1% (1985). Dit is een grote daling van de groei, maar maakt weinig uit. Jaarlijks word de bevolking 1,5 miljoen mensen groter.
Economische kenmerken
Er zijn verschillende bedrijfstakken op gebied van voedselvoorziening, handel toerisme etc. De belangrijkste bedrijfstakken zijn landbouw (45%), handel en toerisme(19%) en het vervaardigen van producten (11%).
In Indonesië is veel werkeloosheid. 1,1 Miljoen mensen zit zonder werk, waarvan ook vele academici als werkloos staan geregistreerd. Er is weinig welvaart, dat is ook terug te zien in de massale werkeloosheid.
Ecologische kenmerken
Een knelpunt in natuur- en bodemgebruik zijn: ontbossing en erosie. De erosie is in de meeste gevallen het gevolg van ontbossing. Om rijstvelden aan te leggen worden grote stukken ontbost. De grote stukken vruchtbaar land zijn door de erosie ten gevolge van ontbossing veranderd in dorre kale rotsvlakten. Het is zelfs zo serieus dat sommige deskundigen waarschuwen dat als er niet snel gehandeld wordt zullen eilanden als Java eindigen in kaal woestijnlandschap. Zoals we al eerder opmerkten kent Indonesië een nat en een droog seizoen. Maar tijdens het natte seizoen zijn er door de ontbossing geen bomen meer om het water vast te houden, waardoor de rijstvelden met overstromingen bedreigd worden. Er ontstaan grote modderstromen die alles meesleuren. Door deze modderstromen slibben de rivieren dicht, waardoor in het droge seizoen het water de landbouwgronden moeilijk kan bereiken. Er is een kringloop ontstaan die alleen kan stopgezet worden als de ontbossing stopt.
Culturele kenmerken
Er zijn verschillende godsdiensten in Indonesië. In percentages zullen we weergeven welke godsdiensten er zijn: 88% is Moslim, 5% is Protestants, 3% is rooms-katholiek, 2% is Hindoestaan, 1% is Boeddhist en 1% is overig. Zie plaatje 4.
Indonesië is een van de landen met de meeste verschillende etnische groepen in de wereld. De minderheden: Javanen maken 45% van de bevolking uit. Verder: Sundanezen 14%, Madurezen 7,5%, Maleiers 7,5%, overigen 26% (zoals Minangkabauers, Atjehers, Buginezen, Baliërs en Papoea's.) Zie plaatje 5.
Nu zullen we enkele culturele waarden in Indonesië bespreken. In Indonesië eten ze aan lage talfes en het is onbeleefd om je schoenen uit te doen bij je binnenkomst. Ze eten veel rijst en er wordt veel gegeten met stokjes. Indonesiërs houden van schoon, omdat het hygiënisch is. En men gelooft dat boze geesten zich ophouden in het vuil. Alcohol wordt getolereerd en er wordt veel waarde gehecht aan spirituele geloofsuiting, geuit in bijvoorbeeld dans en theater. Er is sprake van een ‘landbouwcultuur’, tapijten worden er bijvoorbeeld gemaakt van vele natuurlijke materialen. Er is ook veel versmelting op verschillende punten door de vele nationaliteiten: vermenging bij literatuur, de keuken en de bouwkunst.
Politieke kenmerken
Indonesië is een republiek. De staatsvorm is dus meerpartijen republiek met twee parlementen (Kamer van de volksvertegenwoordiging en Adviserende Volksassemblee). Het staatshoofd is Megawati Soekarno Putri. Ze is de dochter van Soekarno, de nationalist die in 1945 de Republiek Indonesië uit heeft geroepen. Voor foto van vader en dochter, zie plaatje 7.

4. Wat zijn de relationele kenmerken?

Handel in het verleden
Tussen het jaar 100 en 1250 waren er in Indonesië vele koninkrijken. Arabische kooplieden deden al lang zaken met Zuid Oost Azië. Op Sumatra introduceerde ze de Islam. Veel mensen bekeerden zich tot het nieuwe geloof, wat er mede voor zorgde dat ze ook handel konden drijven met andere islamitische landen. De Islam verspreide zich snel over de andere eilanden van Indonesië. In de 16e eeuw zochten Europese handelaars op de Molukken naar specerijen, die brachten veel geld op in Europa. Vanaf die tijd dreven de Portugezen actief handel met Indonesië. Ze introduceerde het katholicisme. In 1596 arriveerden de eerste schepen uit Holland.
Handel in het heden
Voor een indicatie van handel in het heden verwijzen wij u door naar figuur 3.
Aan de cijfers hieronder zie je dat Indonesië een echt exportland is. Dit is te wijden aan de vroegere handelsbetrekkingen met het VOC.
Export: $ 49 mld
Import: $ 27 mld
Handelspartners: Japan, U.S.A., Singapore, Europese Unie Toerisme
Onlangs maakte de woordvoerder van het ministerie van cultuur en toerisme Thamrin Bachri bekend dat het aantal van de buitenlandse toeristen is gestegen naar 2.6 miljoen mensen. Dit geeft een goed voorbeeld van hoe belangrijk toerisme in Indonesië is. Een groot deel van de bevolking leeft op toerisme industrie. Sinds de aanslagen op Bali in 2002 en in Jakarta augustus 2003 is het toerisme gedaald. Dit is dus slecht voor de werkgelegenheid. Ons land geeft nog wel een positief reisadvies maar adviseert om publieke plaatsen te mijden.
Politieke allianties
Indonesië is zeer belangrijk voor het behoud van het machtsevenwicht in de regio. Stabiliteit in Indonesië en de omliggende zeestraten is al een tijd van groot belang voor de scheepvaart van Europa en het Midden-Oosten naar China en Japan. Verder is Indonesië lid van het Asean Regional Forum (ARF), dat zich bezighoudt met de regionale veiligheid en speelt Indonesië een rol in de Beweging van Ongebonden Landen.
Migratie
De migratie is 0 personen per 1000, kortom er is geen migratie.


Bronvermelding

http://www.countries.com/countries/indonesia#Geo
www.countrywatch.com/cw_country.asp?vCOUNTRY=79
http://www.travelmarker.nl/bestemmingen/azie/indonesie/flora/planten.htm
Terra, aardrijkskunde boek blz. 17
Simpson, J, Vragen over Azië, Indonesië (Amsterdam: Oorspronkelijk Vineyard Freepress, 1999¹)
http://www.landenweb.com/economie.cfm?LandID=179&INDONESI%C3%8B
http://www.travelsource.nl/destin/asia/indonesie/indonesie.asp
http://www.vada.nl/landennl.htm
http://www.antenna.nl/wvi/nl/IFM/1n1/soe.html
http://www.travelmarker.nl/bestemmingen/azie/indonesie/flora/planten.htm
http://www.nrc.nl/W2/Lab/Profiel/Indonesie/partijen.html#nation
http://www.scholieren.com
http://www.diplomatie.be/nl/press/expresstelexdetails.asp?TEXTID=9447 http://www.landenweb.com/economie.cfm?LandID=179&INDONESIË Schulte Nordholt, N. Landenreeks, Indonesië: mensen, politiek, economie, cultuur (Amsterdam: koninklijk Instituut voor de tropen 1995¹) http://scholieren.samenvattingen.nl/search/open/1461824/
http://www.studybuddy.nl/nederlands/contentindo1.html
Backx, C, e.a. Memo, geschiedenis voor de tweede fase. Blz. 190-215(Den Bosch, Malmberg ,1999¹)

Inleiding

Bij dit PO hebben we het over Indonesië: Hoe is het gedekoloniseerd, hoe ziet het land er nu uit (nadat het is gedekoloniseerd) en wat zijn de strategieën voor het land om het zo goed mogelijk te laten ontwikkelen.

Aardrijkskunde
Onderzoeksvragen
Hoofdvraag: Wat zijn de geografische kenmerken van Indonesië?
Deelvraag 1: Wat zijn de locationele kenmerken? (§1)
Deelvraag 2: Wat zijn de gebiedskenmerken? (§2)
Deelvraag 3: Wat zijn de bevolkingskenmerken? (§3)
Deelvraag 4: Wat zijn de relationele kenmerken? (§4)
Werkwijze
We hebben er voor gekozen om de opdracht nauwlettend te volgen, we hebben veel gebruik gemaakt van internet en redelijk weinig van boeken.
Economie
Onderzoeksvragen
Hoofdvraag: Wat is het economische ontwikkelingsmodel van Indonesië?
Deelvraag 1: Welke ontwikkelingsstrategieën worden nagestreefd?(§1)
Deelvraag 2: Wat is de rol van internationale organisaties?(§2)
Deelvraag 3: Welke resultaten hebben de ontwikkelingsstrategieën geboekt? (§3)
Werkwijze
We hebben veel moeite gehad de benodigde informatie te vinden maar zijn er uiteindelijk in geslaagd in geslaagd de vragen zo goed mogelijk te beantwoorden.

Geschiedenis
Onderzoeksvragen

Hoofdvraag: Hoe is de staat Indonesië ontstaan uit Nederlands-Indië?
Deelvraag 1: Hoe is de kolonie Nederlands-Indië tot stand gekomen? (§1)
Deelvraag 2: Wat heeft zich afgespeeld in de koloniale periode? (§2)
Deelvraag 3: Waarom zijn nationalistische bewegingen op gang gekomen, wat geleid heeft tot de zelfstandige staat Indonesië? (§3)
Werkwijze
Het was niet moeilijk om dit deel van het PO te maken, aangezien de koloniale geschiedenis van Indonesië uitgebreid en interessant is. We hebben gebruik gemaakt van het geschiedenisboek en de helft van ons groepje heeft ook een redelijk grote kennis van Indonesië.

Conclusie

Samenvatting Aardrijkskunde

Indonesië ligt in Azië en bestaat uit een heleboel eilanden. Het biedt een uitgebreide flora en fauna, er zijn vele verschillende soorten natuur: bergen, zee, kust, moeras en bossen. Het bezit vele natuurlijke grondstoffen en de belangrijkste landbouwtak is de rijstcultuur. Het bezit een redelijk goede infrastructuur; op Java en grote steden een goede infrastructuur, maar de kleine steden en dorpjes hebben niet zo’n goede infrastructuur. Het land telt ongeveer 213 inwoners. De grootse bedrijfstakken zijn landbouw gevolgd door handel en toerisme. Er is veel werkeloosheid en er is weinig welvaart. Een groot knelpunt in natuur- en bodemgebruik is ontbossing gevolgd door erosie. Er is een kringloop van start gegaan die moeilijk is te verbreken, maar zeker verbroken moet worden. De godsdienst met de meeste aanhangers is de Islam. Indonesië is een van de landen met de meeste verschillende etnische groepen in de wereld. Hierdoor vindt er veel versmelting plaats tussen de verschillende culturen op verschillende vlakken. De staatsvorm is een republiek. Vroeger dreven de vele koninkrijkjes die nu Indonesië zijn handel met andere islamitische landen. De VOC komt in de 16e eeuw aan bod en begint zijn handelsmonopolie. Toerisme is erg belangrijk voor Indonesië, maar na aanslagen is het gestaagd, wat slecht is voor de werkgelegenheid en welvaart van het land. Stabiliteit in Indonesië en de omliggende zeestraten is al een tijd van groot belang voor de scheepvaart van Europa en het Midden-Oosten naar China en Japan. Er is geen migratie.
Samenvatting Economie
Vanaf 1969 tot 1988 worden door de regering Vijfjarenplannen gemaakt. Hierin staat dat er meer aandacht moet worden besteed aan de landbouwsector, de rijstproductie moet omhoog. Pas in 1984 is de eigenproductie genoeg om de bevolking te voeden. In dat opzicht is de Groene Revolutie geslaagd. Maar er waren ook zeker minpunten aan verbonden. Zo wordt de positie van de vrouwen aanzienlijk slechter doordat de boeren van hun methodes afwijken om de vrouwen uit de buurt hun oogst binnen te halen. Zo ontstaat er steeds meer werkloosheid (ook mede dankzij veranderingen aan het productieproces).In Indonesië wordt een staat met politieke stabiliteit en economische groei nagestreefd. Maar het staat internationaal goed aangeschreven.
Vanaf 1988 tot 1997 maakt Indonesië een economische opleving. Het inkomen stijgt aanzienlijk doordat er wordt geprobeerd een meer gedifferentieerde economie op te bouwen die niet alleen afhankelijk is van de opbrengsten van olie. Daar profiteert de houtproductie het meest van. Ook hier is een groot invloed van internationale organisaties uit gemoed ook al proberen zij een stapje achteruit te doen om Indonesië een wat zelfstandiger staat te laten zijn.
in 1997 volgt in Indonesië een economische crisis. De regering ziet zich genoodzaakt de hulp van het IMF in te roepen. Door de crisis raken meer dan 17 miljoen mensen onder de armoedegrens waardoor het aantal stijgt naar 55 miljoen.
Om de economie aan te sterken wil de regering van Indonesië eilanden gaan verhuren. Hierdoor zal het milieu ook bespaard worden aangezien zij anders als dumpplaatsen voor afval zouden worden gebruikt.

Samenvatting Geschiedenis
In de 16e eeuw wordt de VOC, een handelsorganisatie, opgericht. De Nederlandse regering geeft het een handelsmonopolie in Indonesië. Dit handelsmonopolie wordt gewelddadig voortgezet. De VOC heeft er voor gezorgd dat Nederland in de 17e eeuw een gouden eeuw heeft gehad. Op een gegeven moment is de VOC ten onder gegaan en heeft het Nederlandse gezag voort bestaan. De Nederlanders buitten de Indonesiërs uit met bijvoorbeeld het Cultuur Stelsel. Dit leverde de Nederlanders veel geld op. In de 19e eeuw werd er onderwijs beschikbaar gesteld. Het Oosten, Japan, had het Westen, Rusland overwonnen in de Russisch-Japanse oorlog. Deze twee punten zorgden ervoor dat de Indonesiërs ontevreden werden over het Nederlandse gezag. Er ontstond een prille vorm van nationalisme. Maar het is Nederland die het heeft aangewakkerd. Om het nationalisme de kop in te drukken nam de regering harde maatregelen. Er werd niet geluisterd naar de wil van het volk. Eén van de belangrijkste onafhankelijkheidsstrijders is Soekarno geweest. Het is hem ook gelukt om in 1945 een onafhankelijke Indonesië uit te roepen: de Indonesische Republiek. Maar Nederland accepteerde deze staat niet. Na periodes van ups en downs heeft Nederland noodgedwongen Indonesië moeten opgeven. Amerika gaf Nederland na WO 2 financiële hulp: Marshall hulp. Amerika was tegen het communisme. Soekarno was een nationalist, maar geen communist, dus dwong Amerika Nederland om Indonesië hun vrijheid te geven. Nadat Indonesië dan eindelijk echt onafhankelijk was, was ze politiek nog te onervaren en economisch niet op peil. Dit zorgde ervoor dat pas in 1960 het contact met Nederland definitief werd gebroken.

Economie

1. Welke ontwikkelingsstrategieën worden nagestreefd?

De Ontwikkelingsstrategieën
Vanaf 1969 wordt de economische groei nagestreefd door middel van Vijfjarenplannen die centraal worden opgesteld en gebaseerd zijn op de Indonesische staatsideologie (de Pancasila), de grondwet van 1945 en de moderniseringstheorie.
Binnen de Pancasila vormt de samenleving in feite een grote familie, met aan het hoofd de president bijgestaan door ‘wijze mannen’. De grondwet van 1945 ondersteunt de sterke positie van de president waardoor het allemaal goed op elkaar aansluit. De moderniseringstheorie was in de jaren 60 overgenomen. In deze theorie staan economische groei en politieke stabiliteit centraal. Hierdoor zouden meer mensen gaan ondernemen, zolang deze mensen ontbreken, moet de staat dat doen.
In de loop der jaren heeft deze strategie 2 grote aanpassing moeten ondergaan. Ten eerste werden in 1974 door de Wereldbank de basisbehoeften benadrukt. De zorg voor voldoende voedsel, kleding en huisvesting voor de armste groepen werd belangrijker. Maar pas eind jaren ’70 werd het basisbehoeftenbeleid gepresenteerd in het Vijfjarenplan. Samen met economische groei en politieke stabiliteit vormden deze punten de drie hoofddoelen.
De tweede correctie betrof de moderniseringstheorie en wordt vaak ‘de zich terugtrekkende staat’ genoemd. De staat trekt zich langzaam terug zodat zich steeds meer een vrije markt kan ontwikkelen. Vanaf begin jaren ’80 neemt de Indonesische regering dereguleringstaatsregelingen. Maar de groepen die een economische machtsbasis binnen de staat hebben gevormd werken tegen. Hieruit vormen zich grote spanningen.
Door het geleidelijk toepassen van de ontwikkelingsstrategie kan Indonesië een sterke ontwikkelingsstaat worden genoemd. Daarvan zijn de kenmerken: politieke stabiliteit omwille van economische groei. De economische groei moet het liefst een veelvoud van de bevolkingsgroei zijn, zodat het werkloosheidscijfer daalt. Indonesië moet zich waarmaken tegenover de internationale gemeenschap door een goed macro-economisch beleid te voeren en zo zeker te zijn van financiële buitenlandse steun. Daarnaast moet de bevolking steeds meer participeren in de eigen ontwikkeling.
De regering van Indonesië staat in die tijd internationaal goed aangeschreven. Op het politieke vlak ontbreekt er nog wat, de internationale druk wat betreft de participatie van de bevolking en mensenrechten neemt steeds meer toe.

Van 1988 tot ongeveer 1997 maakt Indonesië een sterke economische opleving mee (jaarlijks inkomen per hoofd van de bevolking stijgt van 75 dollar in de jaren zestig naar 1000 dollar in de jaren negentig), vooral dankzij een politiek van liberalisatie, die gericht is op de afhankelijkheid van de olieopbrengsten te verminderen en een meer verscheidende economie op te bouwen. Dit beleid bevordert de export van vooral de houtproductie. Daar zijn de resultaten ook erg te danken aan de hulp van internationale organisaties voor hulp in ontwikkelingssamenwerking.

In oktober 2003 wordt bekend dat de Indonesische regering studeert op een plan om eilanden te verhuren. Indonesië beschikt over zo’n tienduizend onbewoonde eilanden en hoopt door de verhuur van de eilanden de economie te stimuleren. Verder wil het land op deze manier voorkomen dat de onbewoonde gebieden als illegale dumpplaatsen gaan fungeren.


2. Wat is de rol van internationale organisaties?

Werk van internationale organisaties
Eind jaren ’60 woedt de Vietnam oorlog in alle hevigheid. De Indonesische regering, onder leiding van Suharto stelt zich op tegen het communisme waardoor het aanzien wint van de Westerse wereld. Zo wordt in 1967, samen met de Wereldbank en het IMF de IGGI (Inter-Governmental Group on Indonesia) opgericht. De IGGI was een samenwerkingsverband van Westerse landen dat de ontwikkelingshulp aan Indonesië leidde. Het permanente voorzitterschap lag in handen van de Nederlandse minister van Ontwikkelingssamenwerking. De IGGI kon vanaf het begin af aan samenwerken met een kleine, goed opgeleide groep Indonesische economen die het westerse ontwikkelingsmodel volgden. Eind jaren ’50 was deze groep vertrokken naar de VS om daar te studeren en vertrouwd te raken met de moderniseringstheorie. Zij studeerden aan Berkeley University, daarom staan zij bekend als de Berkeley-maffia. Samen met buitenlandse adviseurs stellen zij ontwikkelingsplannen op die de goedkeuring van Westerse landen krijgt. Pas later bleek dat de regering Suharto hun eigen ideeën over de nationale economie hadden.
Maar zo erg liepen de meningen over het Eerste Vijfjarenplan niet uiteen. Alles wat links was werd verzwegen en er bestonden grote overeenstemmingen over de prioriteiten: de torenhoge inflatie moest worden aangepakt. Om de inflatie te beteugelen moest de rijstproductie worden opgevoerd. Daarvoor weer moest de infrastructuur worden verbeterd, vooral de irrigatiewerken en het wegennet om het binnenlandse (goederen) verkeer te stimuleren.

In de jaren ’80 en begin ’90 beginnen de organisaties voor ontwikkelingssamenwerking een stapje achteruit te doen om zo de staat de kans te geven wat minder afhankelijk van het buitenland te worden.
In 1997 volgt een economische crisis, de regering moet de hulp in roepen van het International Monetair Fond.
Vandaag de dag is Indonesië nog erg afhankelijk van buitenlandse hulp en de verwachting is dat het in de nabije toekomst wel zo zal blijven.


3. Welke resultaten hebben de ontwikkelingsstrategieën geboekt?
De resultaten van het economische beleid
Tijdens het bewind van Suharto worden Vijfjarenplannen gemaakt waarin het economische beleid van Indonesië voor de komende vijf jaar staat geschreven. Het eerste vijfjarenplan schreef voor dat de rijstproductie moest worden opgevoerd. Het ministerie van Landbouw kreeg als taak opgeschreven de boeren voor te lichten over de nieuwe productiemethodes. De boeren waren verplicht een basispakket met noodzakelijke voorzieningen, zoals zaden, kunstmest en bestrijdingsmiddelen te kopen. Mislukkingen konden niet uitblijven: de samenstelling ervan bleek geen rekening te houden met afwijkende klimaat en bodem omstandigheden van een bepaald regio. De inspanningen werden voortaan geconcentreerd in die streken waar de omstandigheden optimaal waren. De ‘Groene Revolutie’ leek geslaagd te worden toen bleek dat in het begin van het Derde Vijfjarenplan nog miljoenen tonnen rijst moest worden geïmporteerd. Pas in 1984 was de eigen productie genoeg om de bevolking te voeden.
De nieuwe rijstvariëteiten stimuleerden de werkgelegenheid, vooral tijdens plant en oogst perioden. Het verslechterde wel de positie van de vrouw doordat de grote boeren afstapten van hun gewoonte de oogst door vrouwen uit de buurt te laten doen.
De gevoerde landbouwpolitiek heeft ook tot gevolg gehad dat er geld werd bespaard dat anders aan de import had moeten worden besteed.

1988-1997 Het economische beleid van de regering bevordert de export van verschillende (verwerkende) industrieën, met name houtproducten. De gunstige resultaten hiervan zijn vooral ook te danken aan de hulp van grote internationale financieringsorganisaties en ontwikkelingshulp.
De exportgerichte verwerkende industrie is op dit moment de motor van de economie, maar ook de buitenlandse investeringen in het land zelf namen toe. De Indonesische economie blijft echter kwetsbaar door de afhankelijkheid van het buitenland, de snelle bevolkingsgroei (werkloosheid), de grote inkomensverschillen en het autoritaire, antidemocratische karakter van het land.

Door de crisis van 1997 zijn naar schatting 17 miljoen Indonesiërs onder de armoedegrens geraakt. Daarmee steeg het totale aantal mensen onder deze grens tot meer dan 55 miljoen, oftewel meer dan een kwart van de bevolking. Nu de economie weer aantrekt mag weliswaar worden verwacht dat een aantal van deze 17 miljoen mensen weer snel boven de armoedegrens terecht zullen komen, maar voor het merendeel hiervan geldt dat dit proces lang kan duren.

Geschiedenis
1. Hoe is de kolonie Nederlands-Indië tot stand gekomen?

Indonesië bestond, voordat de Nederlanders kwamen uit vorstendommen. Het gebied was ontwikkeld en er werd een al eeuwenlange methode van rijstteelt toegepast. De bevolking bestond uit dorpsgemeenschappen en de leiders was de adel. Men geloofde dat de adel, de vorst, in contact stond met de goden.
In Azië bestond altijd al een levendige handel. Vooral op gebied van specerijen. Verschillende Europese landen, voeren naar Azië om handel te drijven. Ook Nederlanders waagden een gokje. Verschillende schepen vertrokken naar Azië. Er ontstond een grote concurrentie tussen deze verschillende maatschappijen; de inkoopprijzen stegen en de winsten daalden. Om deze onderlinge concurrentie te bestrijden werd in 1602 de Verenigd Oost-Indische Compagnie (kort gezegd, de VOC) opgericht. De Nederlandse regering gaf de VOC niet alleen een handelsmonopolie in Indonesië, maar bijvoorbeeld ook militaire zelfstandigheid om oorlog te voeren in Azië, nederzettingen te stichten en verdragen sluiten. Hoewel ze nu het recht hadden zich te bemoeien met de regering in Indonesië, deden ze dat niet. Ze bemoeiden zich alleen als hun handelsmonopolie in gevaar was. In 1619 werd het hoofdkwartier verplaatst naar Jakarta. Jakarta werd verwoest en op de ruïnes is Batavia gebouwd; het nieuwe hoofdkwartier. Zie plaatje 6. De macht van de VOC groeide sterk en daarom hebben ze in 1610 hun eigen regering gesticht in Indonesië. Om hun monopolie voort te zetten namen ze harde maatregelen en deden verschrikkelijke dingen.
2. Wat heeft zich afgespeeld in de koloniale periode?

De VOC was zeer belangrijk voor Nederland; in de 17e eeuw leidde het tot een grote welvaart, de gouden eeuw. In de 18e eeuw kregen Engeland en Frankrijk een steeds grotere machtspositie in Europa. De macht van de Republiek der Zeven Nederlanden werd steeds minder. Deze concurrentie leidde tot een oorlog met Engeland in 1870. Het einde van de oorlog in 1874 was een ramp voor de VOC, de Engelsen blokkeerde de verbinding tussen Nederland en Indonesië. In 1795 veroverde de Fransen Nederland, Willem V, vluchtte naar Engeland. Hij gaf daar de opdracht aan Indonesië dat de Engelse troepen en Engels gezag toe gelaten moest worden. Dit betekende het einde van de VOC. In 1802 werd er een rondwet voor de kolonie ontworpen door een commissie. In die commissie stonden twee partijen tegenover elkaar. De ene was conservatief en verdedigde de positie van Nederland. De andere partij was progressief, zij hadden wat meer oog voor het lot van de Indonesiërs. De grondwet gaf echter geen vernieuwing, maar wel een verandering. De VOC had het gezag niet meer in handen maar de Bataafse republiek (deel van Nederland). Er werd dus voortaan in het moederland besloten wat er in Indonesië zou gaan gebeuren. De Nederlanders konden Java niet meer verdedigen tegen de Engelse troepen. In 1811 kwam Indonesië in handen van de Engelsen. In 1813, nadat Napoleon verslagen was bij Waterloo, werd Nederland een koninkrijk. Indonesië werd pas in 1816 teruggegeven. De nieuwe koning introduceerde er slavernij. De Engelsen waarden veel minder streng dan de Nederlanders. De reactie van de slavernij zorgde voor gewelddadige reacties van zowel Nederland, als de Indiërs, vooral in de Molukken. De Nederlanders wilden alle touwtjes in handen houden en deden dat met veel geweld. Begin 19e eeuw verdiende Nederland nog geld met hun kolonie, maar langzamerhand werd er alleen maar verlies gedraaid. Er moest iets verandert worden. Op Java werd het cultuurstelsel ingesteld. De boeren moesten verplicht exportproducten verbouwen voor de Nederlandse markt. De boer moest daar van één vijfde deel van zijn land en arbeid afstaan. Hij kreeg daar een vergoeding voor terug: het plantloon. Maar als er een misoogst was werd er geen schade vergoed en boeren werden voor ander arbeid ingezet, waardoor ze niet meer aan de druk konden voldoen. In Indonesië was er plaatselijk welvaart, maar in Nederland was het cultuurstelsel een ware goudmijn. Maar er kwam kritiek op het cultuurstelsel en in 1870 werd het afgeschaft. Rond 1910 was Nederlands-Indië geheel in de handen van Nederland en was er ook een Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) tot stand gekomen.
3. Waarom zijn nationalistische bewegingen op gang gekomen, wat geleid heeft tot de zelfstandige staat Indonesië?
Je zou kunnen zeggen dat de wens om onafhankelijk te worden begonnen is na de Russisch-Japanse oorlog. Voor deze oorlog was beschouwde iedereen de westerse samenleving superieur aan de oosterse samenleving. Rusland wilde Japan aanvallen en iedereen dacht dat Rusland Japan zonder problemen zou verslaan. Maar Japan won de oorlog, wat zorgde voor een oppepper voor de oosterse landen. Ze beseften dat het verschil tussen de oosterse en westerse samenleving helemaal niet zo groot was. Het Indische nationalisme bloeide op, ook de scholing van de bevolking hoger was (sinds 1900 werd onderwijs aan alle Indische inwoners gegeven). Met de kennis en ontwikkeling nam ook de ontevredenheid toe over Nederlands gezag en dat de Indische bevolking altijd op de tweede plaats werd gezet. En na de horrors van de tweede wereldoorlog geloofde niemand meer in het goede voorbeeld van het Westen aan het Oosten.
In het begin waren de nationalistische bewegingen niet erg radicaal. De Nederlandse regering heeft in feite gezorgd voor de aanwakkering van het nationalisme. Om de nationalistische partijen de kop in te drukken, nam de regering harde maatregelen. Er werd niet geluisterd naar de wil van het volk. Eén van de belangrijkste leiders van de nationalisten was Soekarno. Door zijn ideeën en kritiek over het Nederlandse gezag werd hij in de gevangenis gestopt voor 2 jaar. Uiteraard heeft zijn partij door zijn tijdelijke afwezigheid schade opgelopen. Maar na de gevangenis was hij nog vastberadener dan hij al was. Zijn populariteit groeide sterk.
Tijdens de tweede wereldoorlog veroverde Japan een groot deel van Zuidoost Azië, inclusief Thailand, Burma, Maleisië en grote delen van China. Japan zelf bezit geen grondstoffen en is altijd al afhankelijk geweest van anderen (handel). Japan was zeer geïnteresseerd in Nederlands-Indië, vooral om zijn natuurlijke grondstoffen zoals olie. In 1942 veroverde Japan Nederlands-Indië en al snel was het een onderdeel van het Japanse rijk. De 65000 man sterke KNIL leger gaf zich daar onvoorwaardelijk over. In tegenstelling tot Nederland stond Japan de nationalisten wel een beetje politieke vrijheid. In ruil hiervoor wilde de Japanners dat de leiders de bevolking aanzette om te werken voor Japan. Soekarno ging akkoord met de voorwaarden van Japan. Hij was ervan overtuigd dat de geallieerde de tweede wereldoorlog zouden winnen. Hij zou in die chaos, die dan zou ontstaan, de macht kunnen grijpen.
De Japanse periode was niet bepaald. zachtzinnig. Tijdens de bezetting zijn 40.000 gevangenen werden naar kampen gestuurd en daarbij ook nog eens 110.000 Nederlandse burgers. Deze kampen zijn bekent onder de naam: Jappenkampen. De omstandigheden waren verschrikkelijk. Er was geen medische hulp, de plaatsen waar de mensen in werden ondergebracht waren verschrikkelijk en ziektes werden snel verspreid. Als je niet gehoorzaamde aan de regels werd je zwaar gestraft of zelfs gedood. Eén vijfde van de oorlogsgevangenen en één zesde van de burgers overleed in deze kampen.
In augustus 1945 werden kernbommen op Hiroshima en Nagasaki gegooid en werden de Japanners eindelijk overwonnen. Dit was het moment waar Soekarno op had gewacht. Hij greep de macht. Op 17 augustus riep hij de Indonesische republiek uit. De Nederlanders waren net bevrijd van de Duitsers en waren absoluut niet bestand tegen deze nieuwe problemen in Indonesië. Maar toch accepteerde Nederland deze nieuwe staat niet. Ze wilde de kolonie niet zo snel opgeven, maar hadden niet begrepen hoe sterk het onafhankelijkheidsstreven in Indonesië was. In de Bersiap periode (1945-1946) zijn een heleboel Nederlanders in Indonesië vermoord. Om te krijgen in Indonesië had Nederland de hulp nodig van de VS. In 1946 kregen ze toestemming om troepen te sturen en na heel veel onderhandelingen kwam er een verdrag. Er kwam een soort VS in Indonesië, U.S. of I. waar de Nederlandse koningin leider van zou worden. Maar de Republiek van Java vertrouwde het zaakje niet en brak met het verdrag. Nederland zond nog meer troepen naar Indonesië en ze bezetten belangrijke economische gebieden van Java. De militaire actie was een succes, maar vergde ongelofelijk veel doden, zowel militair als onschuldige burgers. De guerrilla bleef de zaak terroriseren, maar ze slaagden er niet in om de Nederlanders te verslaan. Dit vergde ook veel doden.
Na de WO 2 kreeg Nederland hulp van Amerika: de Marshall hulp. Amerika dreigde de financiële stroom stop te zetten, als Nederland niet zou stoppen met de militaire acties in Indonesië. De reden van de houding van Amerika is zo, omdat ze tegen het communisme. De leider van de nationalisten, Soekarno was geen communist en daarom wilde ze hem stimuleren. Dit alles vond plaats in de Koude oorlog, waar Amerika fel tegen het communistische Rusland was.
In 1949 werd Nederland gedwongen om Indonesië hun onafhankelijkheid te geven. De Molukken wilden niet bij Indonesië horen maar bij Nederland. Indonesië pikte dit niet en zond troepen naar de Molukken, waarop een hele stroom vluchtelingen naar Nederland kwamen. De Molukken zijn nog steeds bezet door troepen van Soekarno. De gevluchte Molukken wilde internationale aandacht voor hun problemen. Deze aandacht kregen ze ook door treinen te kapen en andere gewelddadige protesten te houden. De relatie tussen Neerland en Indonesië is op politiek vlak nu min of meer goed, maar er zijn nog steeds spanningen. Na de dekolonisatie echter, hielden de Nederlandse bedrijven een overheersende positie in Indonesië. De dekolonisatie was op economisch gebied dus nog lang niet voltooid. Na de dekolonisatie was de politiek van Indonesië onervaren. Dat is de reden geweest dat ze toch moesten steunen op de Nederlandse koloniale erfenis. Dus het probleem was dat Indonesië nog te veel afhankelijk was van Nederland. Pas in 1957 werden alle Nederlandse bedrijven onder toezicht van de Indonesische regering gesteld en in 1985 werden ze genationaliseerd.
In 1960 verbrak Indonesië de diplomatieke betrekkingen met Nederland.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.