ff n studiebreak

Annemieke blikt terug op dat dagenlange surfen van vroeger. Tegenwoordig ben je binnen een half uur klaar.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

Geschreven door:

speciald (4 vwo)

Datum ingestuurd:

4 december 2003

Taal:

Woorden:

1.850

Bekeken:

3019 keer (4 deze maand)

Waardering:

3.7/5 (6 stemmen)

Deel op:

  • Door amir (4) op 15-02-2011
    ik wil me in schrijven omdat het leuk is en stuu voor mij een bericht tot zins he daag

Architectuur Groninger Museum

Het Groninger museum is ontworpen door drie verschillende buitenlandse architecten: Alessandro Mendini, Philippe Starck en Michele de Lucchi. Het basisontwerp van Mendini bestaat uit drie eenvoudige en strakke bouwvolumes die in de lengte van het verbindingskanaal los in het water liggen en met elkaar verbonden worden door gangen. Deze gangen dienen tevens als brug. Een hemelsblauwe ophaalbrug voor fietsers en voetgangers doorsnijdt het complex. Het verbindt niet alleen de twee oevers, maar maakt tevens onderdeel uit van een rechtstreekse verbinding tussen station en binnenstad. Het museum is daardoor een toegangspoort naar het centrum geworden, waar men dwars doorheen gaat. Ieder bouwvolume bestaat uit meerdere delen, paviljoens die op of naast elkaar geplaatst zijn. Elk paviljoen heeft zijn eigen functie en daarmee samenhangend een eigen vorm, kleur en materiaal. Wanneer je het Groninger Museum nadert is de grote gouden toren in het midden van het gebouw het eerste dat je opvalt. Dit is het depot en tevens de ingang. Mendini ziet dit deel als het hart van het museum, de schatkamer waarin het bezit van het museum bewaard wordt. Dit verklaart de centrale plaats die de toren in het ontwerp heeft gekregen. De kleur goud die de toren heeft verwijst natuurlijk nar de kostbare inhoud. Als de zon erop schijnt wordt de toren letterlijk oogverblindend en vraagt de volledige aandacht van de voorbijgangers. Het groene gedeelte aan de zuidkant heeft grote ramen, hier is het café. Het is ingericht met meubilair van diverse ontwerpers die ook in het museum een tentoonstelling hebben staan. Onder het café bevinden zich educatieve ruimtes, zoals het auditorium, het kinderatelier, de cursusruimte en het onderwatercafé. Op het niveau van de entreehal is de museumwinkel te vinden. De grote vitrinewand in de hal is ontworpen door Hervé en Richard di Rosa. De wenteltrap is de eigenlijke toegang tot de collecties en ook het centrale oriëntatiepunt. De bezoeker moet de trap afdalen. Via de grote wenteltrap kom je in de gangen die naar de tentoonstellingspaviljoens leiden. Westelijk van het centrale gedeelte staan twee paviljoens op elkaar. De buitenkant is bekleed met aluminium platen, waarop in reliëf vaasvormen te zien zijn. De vormgeving is gedaan door Philippe Stark in samenwerking met Albert Geertjes. Voor deze ruimte ontwierp Stark een verlichte cirkelvormige vitrine, helemaal rondom de schuine binnenmuur. Hierin staat de internationaal belangrijke collectie "Oosters keramiek" centraal. De ronde zaal wordt door middel van slingerende gordijnen verdeeld. Door de gordijnen, de mooie vormgegeven vitrines en opvallende belichtingseffecten, ontstaan sierlijke, sfeervolle ruimtes, waarin objecten volledig tot hun recht komen. De lift is kelkvormig en verwijst zo naar kunstnijverheid, maar ook naar Starks eigen ontwerpen. Aan deze zijde zijn drie paviljoens op elkaar geplaatst. Het onderste paviljoen heeft een trapezium en bestaat uit twee verdiepingen. Zowel binnen- als buitenkant zijn door Mendini ontworpen. De zalen op de begane grond zijn bestemd voor de wisselende tentoonstellingen van verschillende aard. De zalen op de eerste verdieping zijn ingericht met een steeds wisselende selectie uit eigen collectie Hedendaagse Beeldende Kunst. Aan de buitenkant van de twee paviljoens wordt door het pointillistische Signac-motief verwezen naar de inhoud, namelijk beeldende kunst. In het midden van de vierkante plattegrond bevindt zich de grootste rechthoekige ruimte, met daaromheen kleinere zalen. Deze zijn rechthoekig en verschillend van formaat. Op de eerste verdieping heeft iedere zaal zijn eigen kleur, naar een kleurenprogramma ontwikkeld door de Nederlandse kunstenaar Peter Struycken. Een grote betonnen trap verbindt de twee etages van het Mendinipaviljoen.

Twee boerinnen met kind op landweg


27 september was de dag aangebroken, samen met Tom en Arnold heb ik een bezoek gebracht aan het Groninger museum geweest om een verslag te maken van het schilderij: ‘Twee boerinnen met kind op landweg’ geschilderd door de De Ploeg schilder Johan Dijkstra.
Alvorens ik bij het schilderij was aangeland waar mijn verslag over zou gaan heb ik nog wat door de expositie ruimte geslenterd om een beetje een beeld te krijgen van de schilderijen die de schildersvereniging maakte. Ik vond het schilderij: ‘Twee boerinnen met kind op landweg’ het meeste zeggen en er zat ook wel verhaal daarom heb ik het verkozen.

Het schilderij is gemaakt in 1929 en is met wasverf op karton geschilderd, de afmetingen zijn 50 x 60 cm Op het schilderij zie je een landweg met rechts ervan een boom en links een akker waarop hooibalen tegen elkaar aanstaan in de vorm van een wigwam. Op de weg lopen twee in het zwart geklede vrouwen met tussen hen in een kind in een rood jurkje. De boerinnen en het kind lopen richting horizon. Met lichteffecten is in dit schilderij niet veel gedaan. Dit wordt echter gecompenseerd door de kleurstellingen. Het schilderij is een beetje grauw en bont geschilderd en daartussen heel duidelijk het meisje in haar rode jurkje. In plaats van een lege akker heeft de schilder gekozen voor opvulling van de akker, ik denk dat hij dit gedaan heeft om de ruimte te beperken en de nadruk te leggen op de boerinnen en het kind. De compositie is in dit schilderij het zwarte, sombere van de vrouwen in contrast met rode, vrolijke van het kind. Ik denk dat dit ook de speciale betekenis is die de schilder in het schilderij heeft willen leggen dus het contrast tussen de zorgzame volwassenen en de onbezonnenheid van het kind. Met dit schilderij heeft Johan Dijkstra denk ik het contrast tussen oud en jong willen uitdrukken. Hij doet dit door het kind rood te schilderen, wat staat voor vrolijk- en onbezonnenheid terwijl de vrouwen in het zwart zijn ten teken van hun zorgen en de vele lasten die vrouwen vroeger hadden, de vrouwen lopen namelijk ook enigszins gekromd.

Ik vind het schilderij wel mooi maar niet prachtig, het beeld iets uit en daar houd ik wel van. Ik heb voor dit schilderij van de Van Ploeg schilders gekozen omdat de rest mij minder aansprak het beeldde niet altijd even duidelijk iets uit en naar mijn mening is dat juist het belangrijkste van een schilderij.

De manier waarop ik naar dit schilderij gekeken heb is gedeeltelijk nieuw voor me, als ik naar een schilderij keek dan lette ik wel op wat er op afgebeeld stond maar echt helemaal verdiepen in wat de maker mee bedoeld heeft en de compositie is wel nieuw voor me.

Ik zou niemand aanraden om speciaal voor dit schilderij naar Groningen te gaan om het te bekijken maar als je er al bent zou het zeker leuk zijn om er even langs te lopen en daarna te horen wat hij/zij ervan vond en er in zag.

Johan Dijkstra

Johan Dijkstra was een van de oprichters van De Ploeg. Hij heeft samen met andere al eerder genoemde kunstenaars de basis gelegd voor een bruisende kunstenaarsvereniging die inmiddels al 84 jaar werkzaam is. Dijkstra's uitgebreide werk kenmerkt zich door een grote veelzijdigheid. Dijkstra schilderde, aquarelleerde, tekende, maakte houtdrukken en werkte met glas-in-lood. Zijn stijl is in het begin van de jaren twintig geïnspireerd op het werk van Van Gogh en de Luministen. Eén van de hoogtepunten uit deze periode is het monumentale schilderij 'Rustende Zichters', dat zich in het Groninger Museum bevindt. 'Zichters' was in die tijd een ander Nederlands woord voor een persoon die aan het maaien is met een zeis. Dit schilderij geeft aan dat de expressionistische richting binnen De Ploeg niet geheel en al in het teken staat van het Duitse voorbeeld van Ernst Ludwig Kirchner.
Vanaf 1920 raakte Dijkstra, evenals veel andere jonge Nederlandse kunstenaars, geïnspireerd door het werk van Vincent van Gogh. Met zijn werkwijze en onderwerpkeuze zou Dijkstra zijn leven lang verwantschap voelen. Hoewel Van Gogh de sterkste inspiratiebron was gedurende de vroege jaren twintig, zocht Dijkstra ook in andere richtingen naar een modernistische werkwijze. Verschillende malen hanteerde hij bijvoorbeeld de pointillistische techniek. Omstreeks 1926, na de terugkeer van Jan Wiegers uit Davos, laat Dijkstra zich evenals de andere Ploegleden steeds meer inspireren door een Duits-expressionistische stijl. Schilderijen in felle kleuren, spontaan gekraste lijnetsen en krachtige houtsneden in kleurrijk zwart/wit kenmerken deze periode. Zijn houtdrukken behoren tot het beste dat Groningen en Nederland op grafisch gebied hebben voortgebracht.
Tegen het einde van de jaren twintig ontwikkelt Dijkstra zich in de richting van een ingetogen impressionisme. Hij gaat zich ook concentreren op de glasschilderkunst en de mozaïek. Talrijke opdrachten, waaronder de aularamen van het Academiegebouw van de Universiteit van Groningen, zijn hiervan het resultaat.
Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog maakt het uitvoeren van monumentale opdrachten onmogelijk, waarop Dijkstra terugkeert naar penseel en doek. Hij maakt uitgebalanceerde aquarellen. In de jaren vijftig en zestig is in het werk van Dijkstra geen sprake meer van echte vernieuwing. Hij hervatte zijn glazenierarbeid en tekende, schilderde en aquarelleerde het Groninger landschap. Johan Dijkstra leefde van 1896 tot 1978.

Kunstenaarsvereniging De Ploeg

De Groningse kunstenaars vereniging De Ploeg werd op 14 juni 1918 opgericht. De initiatiefnemers waren de Groningse kunstenaars Jan Wiegers en Willem Reinders, samen met Jan Altink, Johan Dijkstra en H. Benes. Jan Altink bedacht de naam en zei daarover het volgende: "Omdat er in Groningen niet zoveel te doen was op kunstgebied dacht ik aan ontginnen, het omwoelen van de aarde en dus ook aan ploegen. Vandaar de naam De Ploeg".
In de kunstwereld van Groningen waren belangrijke veranderingen in de beeldende kunst vanaf circa 1906 nauwelijks tot uiting gekomen. Met de komst van De Ploeg zou daar verandering in moeten komen. Het Groninger land was vergeleken met het westelijke deel van het land erg achtergesteld qua kunst en daar wilde deze kunstenaars duidelijk wat aan gaan doen. Er moest naar nieuwe mogelijkheden worden gezocht, oude tradities moesten losgemaakt en afgeschud worden om zo nieuwe wegen in de schilderkunst tot stand te laten komen. De kunst werd volgens hun té veel bepaald door de oude tradities van de vorige generatie. Ook een al langer bestaande kunstenaarsvereniging Pictura bood, hoewel die aandacht schonk aan de moderne kunst, aan kunstenaars als Wiegers, Jordens,
Martens, Dijkstra en Altink weinig perspectief. De belangrijkste drijfveer achter de oprichting was ook om de kansen op expositiemogelijkheden te vergroten. De Ploeg wilde kunstenaars die werkzaam waren in verschillende kunstrichtingen de mogelijkheden bieden tot het exposeren van hun werk. Een tweede doelstelling was om het Groninger land open te stellen voor de moderne kunst. Om dit te bereiken wilde men geregeld exposities en bovendien ook manifestaties en lezingen houden. De hoogtepunten van De Ploeg liggen tussen de beide wereldoorlogen in, met name tussen de jaren 1922 tot 1928. In deze jaren zijn door De Ploeg dan ook de belangrijkste publicaties uitgegeven. Het werk van de leden van De Ploeg verschilt onderling sterk en ook de achtergronden zijn zeer uiteenlopend. Wel zijn er gezamenlijke thema's en gemeenschappelijke activiteiten te noemen, die een grote invloed op al hun werk hadden. Een algemeen kenmerk van hun werk is het vaak expressieve kleurgebruik. Ook twee kenmerken vind je bij elk Ploeglid wel terug, namelijk het portret en het [ Groninger ] landschap. Verder werd er door de leden o.a. geschilderd, getekend, houtgesneden, 'gedrukt' en gebeeldhouwd. Een aantal leden, bijvoorbeeld Hendrik de Vries en Job Hansen, hebben ook literaire teksten geschreven.

Bronnen

Internetsites: http://www.inghist.nl/ /Onderzoek/Projecten/BWN/lemmata/bwn2/dijkstra
http://www.kunstbus.net/kunst/biografie/johan+dijkstra.html
http://home.wanadoo.nl/ajkeizer/
http://live.avro.nl/beeldenstorm/afleveringen/47_groninger_landschap.asp
http://home.hetnet.nl/mr_15/57/soopnet/2003/nederlandsexpressionisme.html

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.